
Bij het betreden van Cuba, maar vorig jaar, wilden de kinderen per se een stempel in hun paspoort. Ze hadden er al één van de US Immigration op JFK, drie jaar eerder, en moesten die van het Aeropuerto José Martí natuurlijk ook hebben. De aardige beambte zei eerst dat het beter was dat niet te doen. De kinderen drongen aan. “Maar als ik hier een stempel zet, komen jullie de Verenigde Staten niet meer in,” waarschuwde hij. Amerikaanse collega’s van hem zouden bijna op tilt springen als ze dat stempel in een paspoort zagen, wist hij. Het maakte de kinderen niet uit.
Ik kon het ook niet erg vinden; het zag er niet naar uit dat we binnenkort weer naar de VS zouden reizen en paspoorten verlopen om de vijf jaar. Straks een nieuw document, nieuwe stempels.
Nu heeft Barack Obama aangekondigd dat de Amerikanen gewoon weer naar Cuba kunnen reizen. Dus zou dit stempel hiernaast óók geen probleem meer moeten zijn bij aankomst op een Amerikaans vliegveld, maar ik zou de gok toch nog niet nemen. De kans is groot dat een verstokte Bush-adept je toch weer op het vliegtuig terug naar huis zet, alleen maar omdat je een ‘besmet’ land hebt bezocht.
En vanzelfsprekend juicht Fidel Castro deze maatregel van Obama niet van harte toe; hij vermoedt slechts een propagandastunt, zo schrijft hij vandaag in een column in Reflexiones. De teruggetrokken leider (leeft hij echt nog wel?) betreurt het dat
Obama met geen enkel woord over de algemene blokkade rept en slechts het reizen en het overmaken van geld zal toestaan. Waarna hij met zijn gebruikelijke retoriek komt: “Cuba heeft zich altijd verzet en zal zich blijven verzetten. We gaan niet op de knieën zitten om om een aalmoes te vragen.” Volgens hem is die blokkade, waardoor veel landen geen goederen naar Cuba mogen transporteren, “een genocide.”
Nu maar hopen dat de twee landen toch wat dichter bij elkaar komen. Na de tornado’s van vorig jaar schijnt de armoede in de binnenlanden van Cuba, zoals in Cárdenas (foto hiernaast) alleen maar groter te zijn geworden.

Dit hierboven en hiernaast is Cala Banys, dat middenin één van de ergste oorden, zoniet het ergste, van de kust ligt. Lloret de Mar is vooral bekend als het paradijs van de dronken jeugd, en ach, we zijn allemaal 17 en 18 geweest en hebben de straten in dit soort vakantieplaatsjes met ons gelal onveilig gemaakt. Wat heel weinig bezoekers in Lloret echter weten (ze kijken meestal niet verder dan het strand en de bodem van een glas) is dat je vanaf het grote strand voor het dorp maar een paar trapjes hoeft op te lopen en een grote rotspartij omzeilen om dit tegen te komen. Cala Banys is eigendom van een Catalaanse familie en is beschermd gebied; er mag niet méér gebouwd worden dan de fabuleuze bar die er al staat en van die familie is. Vroeger was het een restaurant, nu wordt er slechts drank geschonken, met een opvallend verbod: na 10 uur ’s avonds is het verboden gebied voor jongeren onder 16 jaar.
Natuurlijk hadden Londen (1863) en New York (1868) als eerste een ondergronds netwerk van openbaar vervoer, maar mediterrane steden als Athene (1869) en Istanboel (1874) zaten die metropolen op hun hielen. Een lange reeks steden volgde, waaronder Parijs (1900), Madrid (1919) en Barcelona (1924). Ik weet niet of het komt doordat al die steden al zolang gewend zijn zich ondergronds te verplaatsen dat de bewoners hun metro redelijk respecteren. Natuurlijk bestaan er overal graffiti’s en vandalisme, maar nergens ter wereld heb ik de metrowagons zo goor en mishandeld gezien als op de paar miserabele lijnen die enkele wijken in Rotterdam (1968) en Amsterdam (1977) met elkaar verbinden. En nergens heb ik me zo unheimisch gevoeld als op sommige stations of op bepaalde uren van de dag (avond) in de twee Nederlandse metro’s.


Ik merkte het ook op de twee vluchten terug uit Nepal: de grote Airbussen van Qatar Airways zaten half leeg. Heerlijk voor de passagiers natuurlijk; en de service was er niet minder om, met o.a. al die individuele schermpjes waarop je tientallen recente én klassieke films kunt kijken, videospelletjes kunt spelen en de progressie van de vlucht kunt volgen. Vanzelfsprekend is er voor de moslims onder ons een extra detail (zie hiernaast), al heb ik op geen enkele van de vluchten één van hen knielend in het gangpad of tussen de toiletten zien zitten.
Op de terugreis deden we het omgekeerd en kwam ik, met het vliegtuig, ietsje eerder aan. Maar wie of welk transportmiddel het nou won met nipt verschil, daar ging het eigenlijk niet om. De vraag was meer: welk van de twee, AVE of luchtbrug, zouden de reizigers gaan kiezen?

Foto’s laten maken voor een nieuw paspoort. Zo ongelooflijk ingewikkeld zijn de regels voor het maken van een portretje, dat er in héél Barcelona maar één fotozaakje is die dat kan. Althans, de baas, Agustí, is voldoende door de mensen van het Consulaat geïnstrueerd om die foto’s direkt goed te maken zonder dat we keer op keer terugmoeten omdat ons portretje is afgewezen.