Tagarchief: rotterdam

Een grote stad, om half negen

Een terugkerende vraag, als je al lang in het buitenland woont. Wat nou het verschil is, met Nederland. Of wat het in Spanje leuker maakt. Nou, dit dus, onder anderen. Een redelijk aangename maandagavond in hartje Rotterdam, rond half negen, bijna 20 graden op de thermometer. Oké, ik weet dat het Schouwburgplein niet bepaald een plek is waar de mensen uitbundig en massaal bij elkaar komen, met die domme metale ondergrond, maar toch… Onderweg, van de Erasmus universiteit richting centrum, viel het me al op: de stilte, nauwelijks auto’s op de Oostzeedijk, het Oostplein, de Westblaak. De totale verlatenheid. En dát terwijl het deze junidagen in Nederland veel langer licht blijft dan in Spanje: rond elf uur was het nog steeds niet helemaal donker.

Half negen, en de stad is stil en verlaten, de mensen zitten thuis, voor de televisie, in de café’s is het rustig, de terrasjes zijn al gesloten. Het leven is al zo’n twee uur geleden opgehouden te bestaan. Ik weet, Amsterdam is de uitzondering, daar gaat het dankzij de toeristen nog even door, maar dit is toch het meest centrale plein van de tweede stad van Nederland…

Advertenties

De metro als meter van de beschaving

metro-barcelona

Vandaag regende het weer eens, en omdat ik er hier toch nooit op ben voorbereid en dús nooit een regenjasje bij me heb, de fiets maar laten staan en met de metro richting Barceloneta, voor een leuke lunchafspraak. Vind nog altijd dat, waar je ter wereld ook bent, de metro het beste vervoermiddel is om een (grote) stad te doorkruisen en bekijken. Oké, je zit onder de grond en je ziet niets, maar tegelijk zie je een heleboel, de mensen, de inwoners, het dagelijkse leven onder de stad. Ook kun je aan de metro de beschaving van de stad aflezen. Jarenlang, tot de fiets kwam bovendrijven, is de metro mijn dagelijkse drug in Barcelona geweest.

metro1Natuurlijk hadden Londen (1863) en New York (1868) als eerste een ondergronds netwerk van openbaar vervoer, maar mediterrane steden als Athene (1869) en Istanboel (1874) zaten die metropolen op hun hielen. Een lange reeks steden volgde, waaronder Parijs (1900), Madrid (1919) en Barcelona (1924). Ik weet niet of het komt doordat al die steden al zolang gewend zijn zich ondergronds te verplaatsen dat de bewoners hun metro redelijk respecteren. Natuurlijk bestaan er overal graffiti’s en vandalisme, maar nergens ter wereld heb ik de metrowagons zo goor en mishandeld gezien als op de paar miserabele lijnen die enkele wijken in Rotterdam (1968) en Amsterdam (1977)  met elkaar verbinden. En nergens heb ik me zo unheimisch gevoeld als op sommige stations of op bepaalde uren van de dag (avond) in de twee Nederlandse metro’s.

Zelfs met de kinderen ooit op weg naar de dierentuin van de Bronx in New York, met ons als enige blanken in de wagon, voelde ik me veiliger dan bij het naderen van station Wibautstraat in A’dam. Het verbaast me niet dat de ingewanden van de oude stad zelf zich met water en bewegende gronden verzetten tegen de Noord-Zuidlijn.

Marathon langs monumenten

maraton

Er was een tijd dat ik een beetje hardliep. We waren in topvorm, dronken nog niet zo veel bier en als we als verslaggever bij een groot atletiek- of zwemtoernooi toernooi waren liepen we er met een groepje altijd wat rondjes door een park, de straten of over een atletiekbaan. Vlak voor het WK Atletiek in Rome, 1987, ontdekte ik dat de Vivicittà werd gehouden, een populaire loop van 10 kilometer door de stad, langs zijn mooiste monumenten. De afstand bleek uiteindelijk iets van 12 km te zijn, maar het was meer dan de moeite waard. Door een Rome zonder auto’s renden we vanaf de start in Villa Borghese langs de Spaanse Trappen, de Fontona di Trevi, over het Piazza Navona, langs het paleis van Vittorio Emanuelle en het Coliseum, langs het historische Circo Massimo en via het Vaticaan naar de finish bij het Olympisch Stadion. Een wonderbaarlijke ervaring.

Barcelona heeft nu ook zoiets. De stad heeft sinds ruim 30 jaar zijn marathon, maar die begon altijd in Mataró, een stadje aan de kust, en liep in één rechte saaie lijn langs het strand en het spoor richting Barcelona, waar soms ook nog eens bovenop de Montjuïc moest worden gefinished. Slopend voor de benen en funest voor een goede tijd. Er was voor de lopers niets aan. Dus werd enkele jaren geleden besloten de marathon naar de stad te halen. Sindsdien is het aantal deelnemers sterk gegroeid, ook vanuit het buitenland. Morgen, zondag 1 maart, doen er 9.702 lopers mee. Dat is nog lang geen Rotterdam natuurlijk, maar ze krijgen wel iets anders dan de Erasmusbrug en de kubuswoningen te zien: het parkoers loopt langs het Camp Nou, de huizen Battló en Milà van Gaudí, de onvermijdelijke Sagrada Familia, de moderne Torre Agbar, de Olympische Haven, de Arc de Triomf en over de Rambla richting de finish bij de magische fonteinen van Montjuïc. Een grote winnaar is er bijna nooit, een goede tijd ook niet, maar voor de lopers is het een race vol afleiding. Ik doe niet mee.