Tagarchief: strand

Spaanse feestdag aan het strand (in oktober)

Is dit normaal? vragen ook de mensen hier. Nee, dit is niet normaal. Elke dag dat oktober verstrijkt breken de thermometers in Catalonië hun record voor deze periode van het jaar. In Barcelona, sinds er in 1913 met de metingen werd begonnen in het Observatori Fabra, een koepel halverwege de Tibidabo, was het tot nu toe ooit eens 30 graden geweest (in 1997). Maandag ging dat record eraan, met 31,4º, maar vandaag knalde het kwik door naar 32,5º. En dan was het op andere plaatsen, vooral aan of in de buurt van de kust, nog warmer. In Girona kwamen de vandaag tot 34,7º.

Dus kregen we vandaag een zeldzaam beeld te zien: redelijk gevulde stranden op de dag van de Pilar, of de Hispanidad, de nationale feestdag van Spanje die in Catalonië alleen door extreem rechts wordt gevierd, maar die óók de Catalanen een vrije dag oplevert. Een prachtdag in de bergen ook trouwens – bijna nergens is het onder de 25º – maar een heerlijke duik in de zee, die nog iets van 23º is, was vandaag wel uniek. Ik kon het niet laten, al moest ik daarna wél gewoon werken.

Tot zover het jaloersmakende weerbericht uit Spanje, dat dankzij een krachtig hogedrukgebied in ieder geval tot zondag nog mooi weer voorspelt:

 

Gegrilde vis met je voeten in het zand

Laten we bij het belangrijkste beginnen: het eten zelf. De plaats is natuurlijk fabuleus, daarover straks meer, maar ze kunnen het dan natuurlijk nog verpesten als het geboden voedsel niet te eten is. Op één van de meest eenvoudige terrasjes waar ik ooit heb gezeten, deze chiringuito op het strand van Cala Torta, prachtig baaitje in het noordoosten van Mallorca, was de parrillada de pescado één om niet te vergeten. Ik vroeg het aardige meisje – het is een familiezaak, moeder stond in de keuken – welke vis we hadden gegeten, behalve de de garnalen, mosselen en inktvis die wél herkenbaar waren. Van de grill, in die heerlijke combinatie van olijfolie met knoflook, peterselie en uitgeperste citroen, kwamen de cap roig, gallo en sargo. Internet moet de vertaling geven. De eerste is een rode schorpioenvis, die net zo lekker als lelijk is: een vreselijk dier op de foto, maar heerlijk op het bord. De tweede is een platvis, een klein broertje van de turbot en de sargo is een zilveren zeebrasem, een blauwis, al lijkt hij in vorm veel op de dorade. Een koude fles witte wijn erbij, een Monopole uit de Rioja, en het leven is mooi, aan de blauwe zee.

En dan de plaats natuurlijk. De tip kreeg ik van Catalina, mijn collega die morgen in het hart van Mallorca, Sant Joan, trouwt met haar Richard uit Brighton. Cala Torta is 10 kilometer van de hoofdweg verwijderd, je kunt er een parasol huren als je die vergeten bent, en je hoeft niet weg om te eten, wat toch heel belangrijk is. Half drie ’s middags, heel even met een biertje in de hand wachten op een plaatsje aan één van de lange tafels, eten tussen en praten met Andalusiërs, Duitsers en Engelsen (geen Nederlands gehoord; vakantie voorbij?), en dan wordt duidelijk dat je helemaal geen hypermodieuze strandtent in Bloemendaal nodig hebt om te genieten…

 

 

Het verboden strand van Barcelona

Burgerlijke ongehoorzaamheid aan de Mediterranee. Het strandbeeld van Barcelona is nogal veranderd, aan de uiterste zuidkant van de Barceloneta, sinds daar het fabuleuze W-hotel (geleid door de Nederlandse directeur Richard Brekelmans) zijn luxe deuren opende. Vroeger hield het strand er een stuk eerder op, vlak voor de beroemde, historische zwem- en sportclubs Barceloneta en Catalunya, met hun prachtige zwembaden aan de rand van het strand. De uithoek daar werd een klein nudistenstrandje en tegelijk een populaire ontmoetingsplek van zonnende homo’s. Nu loopt er een brede boulevard richting hotel W en verbiedt de politie er het nudisme, omdat er zoveel gezinnen lopen én de gasten van hotel W er weleens aanstoot aan zouden kunnen nemen.

Maar er is nóg een nieuw verbod gekomen in deze nieuwe omgeving: de golfbreker waarop het hotel is gebouwd (officieel mogen er volgens de Kustwet geen bebouwingen dichtbij het water zijn, maar omdat dit gebied eigendom is van het havenbedrijf mocht het hier wel…) is niet meer toegankelijk voor vissers noch badgasten. Er is een groot hek neergezet en een verbodsbord, maar de meeste mensen blijken daar gewoon lak aan te hebben. De verleiding om de handdoek te spreiden over die enorme basaltblokken, waar je geen zand tussen je natte tenen krijgt, is veel te groot. Bovendien is de ‘hindernis’ eenvoudig te nemen. Om de haverklap zie je er mensen door het water waden of, zonder de schoenen uit te willen doen, om het hek heen klauteren naar de andere, verboden kant. Officieel zou de veiligheid de reden voor dat verbod zijn -de zee kan hier flink tekeer gaan-, maar het algemene vermoeden is dat het hotel er geen ongewenste badgasten wil. Nu komt om de zoveel tijd de havenpolitie even langs om mensen weg te sturen; net zo nutteloos als water naar de zee dragen.

Augustus, en geen trein naar strand noch vliegveld…

Als er in Spanje iets ingrijpends moet worden gedaan, iets wat de dagelijkse gang van zaken behoorlijk dwarsboomt, dan doen ze dat vooral in augustus. Al zullen er met deze diepe crisis steeds minder mensen op vakantie gaan, augustus blijft de maand waarin het in en rond Barcelona ineens een stuk stiller is. Niet zo stil als 20 jaar geleden, toen echt álles dichtging en de metropool bijna plat lag en er nog niet zoveel toeristen kwamen, maar wél stiller dan de andere maanden van het jaar. Wij, degenen die in augustus meestal doorwerken, krijgen dus de grootste onderhoudswerkzaamheden aan weg en spoor voor onze kiezen.

Informatie voor degenen die komende maand met de trein naar het vliegveld of (het strand van) mijn Sitges of andere dorpen aan de zuidkant van Barcelona willen: dat kan niet. Nou, het kan wél, maar niet zo eenvoudig en rechtstreeks als het normaal kan. Vanaf 4 augustus wordt net ten zuiden van het station van Sants eindelijk het spoor overdekt, over een kilometer lang. En dus kunnen de treinen (behalve de AVE naar Madrid, die al overdekt de stad uit rijdt) bijna een maand lang niet rijden.

Gisteren probeerde ik al even het alternatief uit dat spoorwegmaatschappij Renfe ons aanbiedt. In tijd kostte het me niet heel veel meer (zo’n 15 minuten extra), maar in beslommeringen en obstakels wel. Om nu met Rodalíes/Cercanías naar het zuiden te reizen moet je niet naar Passeig de Gràcia of Sants, maar naar Plaça Espanya. Daar beginnen verschillende lijnen van de Ferrocarrils de la Generalitat (FFGG). Uitstappen bij het derde station (Gornal), waar op 100 meter het Renfe-station van Bellvitge ligt. Alle treinen starten of eindigen in augustus in Bellvitge.

Alle? Nee, de regionale treinen doen het weer anders. Dat zijn de treinen die, bijvoorbeeld, uit Salou en Tarragona komen. Hun traject loopt door het binnenland (via Vilafranca del Penedès) en eindigt in Hospitalet Centre. daar voor de deur is het station van de rode metrolijn (L1), Rambla Just Oliveras – zo’n 20 minuten later sta je op de Plaça de Catalunya.

Om van en naar het vliegveld van El Prat te reizen kun je de trein beter helemaal niet nemen. Gewoon de Aerobus die vanaf Plaça de Catalunya, Sants en Plaça Espanya naar het vliegveld gaat. Dat scheelt een hoop gedoe in overstappen.

En ik? Misschien toch maar de auto pakken, in augustus, wanneer Barcelona een beetje stiller wordt: 

De erfenis van Akzo in El Prat

Jarenlang werd je bij aankomst in Barcelona, op de korte weg van het vliegveld naar de stad, verwelkomd door een smerige lucht van rotte eieren. Heerlijke stad, dacht je dan altijd; net geland, en nu al zo’n stank. De schuldige was een Nederlands bedrijf, La Seda, gelegen aan de Autovía de Castelldefels, eigendom van Akzo. La Seda (Het Zijde) werd al in 1925 opgericht en begon met het maken van draad, bijna altijd onder de multinationale leiding van Akzo, of vroeger AKU/HKI. Ik kan me nog herinneren, kort na mijn komst in Barcelona, hoe boos de werknemers, de vakbonden, maar ook heel het stadje El Prat de Llobregat waren op die Nederlandse broodheer toen het wat slechter ging en Akzo besloot met de staart tussen de benen te vertrekken en het bedrijf als een wees te dumpen – zo voelden ze dat hier.

Vandaag, tijdens een ochtend in het overigens aangename El Prat, ontdekte ik een ander deel van de erfenis van Akzo, behalve die fabriek die overigens allang niet meer stinkt. Aan de andere kant van het stadje ligt een wijk die ‘Les cases de la Seda’ heet, de huisjes die er voor de arbeiders werden gebouwd toen in de jaren 50 een grote, nieuwe fabriek werd neergezet. Opvallende huisjes, zeker voor Spanje, met die tuintjes en luiken voor de ruimen; meer Noord-Europees dan Spaans. Nog altijd wonen er die (gepensioneerde) werknemers van toen, of hun kinderen.

Achter El Prat ligt trouwens één van de mooiste natuurgebieden in de buurt van Barcelona, rond de delta van de Llobregat-rivier, el Remolar. Een lange, langs rotondes slingerende weg leidt je er naar toe, waarbij je vlak onder de landende vliegtuigen doorrijdt – een belevenis; er staan zelfs stenen banken om op te liggen en de vliegtuigen op 50 meter hoogte oorverdovend over te zien komen -. In het moerasachtige gebied ligt ook het gloednieuwe centrum CRAM, waar gewonde zeedieren worden verpleegd voordat ze weer in de natuur worden teruggezet, de Catalaanse versie van het zeehondencentrum in Pieterburen. Een helemaal aan het einde van de weg kom je bij het opgeknapte strand van El Prat, met zijn brede duinen; één van de meest ongerepte stranden bij Barcelona, maar met het nadeel dat die delta van de Llobregat toch ook smerig water de zee in spuugt…

Strandloop

Ik heb het misschien wel vaker gezegd, maar één van de dingen die Barcelona van de meeste wereldsteden onderscheidt is dat je er zo vanuit het oude centrum naar het strand toe loopt. Rio de Janeiro, Sydney… er zijn weinig grote metropolen met een heus strand aan een ook nog blauwe zee. Een strand om te flaneren, om op een terrasje te eten maar ook om hard te lopen, wat hier steeds massaler gebeurt. Je hoeft maar even ergens tussen de Barceloneta en Diagonal Mar te gaan staan en de joggers snellen je voorbij, veel van hen op het oog ook toeristen die niet alleen door de stad willen slenteren.

Zelf loop ik al jaren niet meer hard, de foto is uit vervlogen, slanke tijden waarin ik ooit het snelst van mijn leven liep. Zal de 25 rondjes op een atletiekbaan in Straatsburg in 1987, met de helaas veel te vroeg overleden Volkskrant-collega Hans van Wissen in het kielzog, nooit meer vergeten. We liepen elke kilometer exact in 4.15, een voor ons bierdrinkers wonderbaarlijke tijd, met de regelmaat van een klok, tien kilometer lang, en een kleine eindsprint als toetje.

Maar dit klimaat hier (vandaag weer bijna 20º), die stralende zon en zee aan één kant van je gezicht nodigen volgens mij méér uit tot dit soort lichamelijke oefening dan een snijdende kou door je toch al door inspanning geteisterde longen. (Ik heb het natuurlijk even niet over een te hete zomer…) Laatst was de marathon van Barcelona, nu populairder dan ooit, sinds hij langs vele monumenten door het centrum voert: 15.000 deelnemers met vaak persoonlijke records. Een tip voor de liefhebbers voor volgend jaar, eind maart. Na New York, Londen en Rotterdam begint Barcelona ook onweerstaanbaar te worden om een marathon te lopen. En dan vooral twee weken eerder komen om langs het strand te trainen.

De zomer van de crisis

Het is weer voorbij. Althans, over een week begint volgens de kalender de herfst. En op de stranden hier in de buurt zijn ze met het afbreken begonnen, de concessies lopen eind van deze maand af, niet alleen voor de ligstoelverhuurders, maar voor complete chiringuitos, de strandtentjes die ergens in mei zijn opgebouwd en nu weer zullen verdwijnen. Steeds meer hebben trouwens behalve de gebruikelijke aluminium stoeltjes een lounge-achtige ruimte met banken en kussens; die Bloemendaalse mode is hier pas heel laat overgewaaid.

Even met wat mensen gesproken, op het immense strand van Castelldefels. Een slechte zomer, zeggen ze allemaal. Ondernemers klagen graag, maar Abdo, een stoelverhuurder, staaft het met zijn eigen cijfers: vorig jaar werd een omzet van 60.000 euro gedraaid, nu staat hij op 38.000. En daar moet de 20.000 die aan de gemeente moet worden afgedragen nog af. Ik dacht dat juist deze zomer de Spanjaarden, vanwege de crisis, dichter bij huis bleven. Maar Castelldefels is net iets té dicht bij Barcelona, lijkt het. Plus: gaven de strandgangers vroeger zonder nadenken die vijf euro voor een ligstoel uit, en twee euro voor een fris biertje, nu besparen ze op alles, moet een dagje aan het strand vooral niets kosten.

Zelfs de weekeinden zijn niet meer wat ze waren. Kan me eind jaren tachtig nog herinneren, toen we elk zomerse weekeinde zo snel mogelijk uit ons flatje in l’Hospitalet wilden verdwijnen en op weg gingen naar de stranden van Castelldefels en Sitges. Nog niet buiten de stad, bij het ziekenhuis van Bellvitge, kwam je al in een vierbaansfile te staan die aanhield tot de stranden, 20 of 30 kilometer lang. Die file’s bestaan niet meer, en niet alleen omdat naast de fameuze Autovía de Castelldfels (de C-31) nu ook een snelweg, de C-32, is aangelegd. Je kunt nu overal weer redelijk dichtbij het strand parkeren. En de buitenlandse toeristen, zei Abdo nog, die had hij deze zomer ook nauwelijks gezien.

’t Is weer voorbij, de zomer. Althans, volgens de kalender, de sterren en de maan. Maar de zon heeft er nog geen genoeg van. En het water is nog dik boven de 20 graden. Voldoende voor een dagelijkse duik, in een stille Mediterranee.

Een namaakstrand

Twee foto’s van ongeveer dezelfde plaats: deze is van gisteren…

en deze van zo’n 50 jaar geleden…

Ik heb er al eens eerder over geschreven, maar omdat het één van mijn allereerste berichten was, met toen ongeveer acht lezers van mijn blog, volgt nu een wat uitgebreidere, actuelere uitleg. Op de foto boven zijn ze bezig de stranden van Barcelona te verrijken met 45.000 kuub vers zand, ergens anders voor de kust van de zeebodem gehaald. Het moet zo ongeveer de definitieve zandinjectie zijn, nu er in de zee, vlak voor de kust, enkele dammen onder water zijn aangelegd die de grootste golven tijdens de herfst- en voorjaarsstormen moeten afremmen, waardoor het water niet al dat zand weer teruggeeft aan de zee.

Al dat extra zand is nodig omdat de stranden van Barcelona niet echt zijn. Eigenlijk ligt er voor de stad aan de Middellandse Zee een schrale strook van kiezelstenen waar vroeger slechts vissersbootjes lagen en één van de grootste krottenwijken van de stad, Somorrostro. Die verdween pas eind jaren zestig, maar nog bijna 20 jaar lang bleef de kust, van de stad gescheiden door een muur en het spoor, een plaats waar bijna niemand kwam, behalve het stukje strand en de restaurantjes, de chiringuitos, net voor de Barceloneta. Bij de Olympische Spelen van 1992 kon de atleten een heus ‘privéstrand’ worden geboden en sindsdien ligt er zes kilometer zand waar de stad en zijn toeristen zich kunnen verbranden (het is deze dagen goed te zien dat het warm is: de helft van de toeristen loopt met verbrande benen en hoofden…)

Baden in de olie

Het strand van de Almadrava (of Almadraba, op z’n Spaans) is een mooie plek. Meestal redelijk rustig, een leuke camping met de in/uitgang op het strand zelf, een rustige zee, een motorcircuit (Calafat) waar slechts sporadisch gebrom vandaan komt, wat bars en restaurantjes… Ideaal om een dagje op het strand door te brengen, lijkt het. Veel mensen doen het ook. Maar het heeft een probleem: als je naar links kijkt zie je er de reactor van de kerncentrale Vandellós liggen. Niet zomaar een reactor: geen centrale in Spanje die de laatste decennia zoveel incidenten heeft gekend als die van Vandellós; vooral de oudere van de twee centrale’s die hier liggen, net onder l’Hospitalet de l’Infant, en die is inmiddels ook gesloten. Was té onbetrouwbaar. Oké, radioactieve rampen als die van Tsjernobyl moet je hier niet verwachten, maar toch… ga je hier vrolijk het water in?

Ik moest aan Vandellós denken toen ik helemaal alleen op het weidse strand van Port Fourchon stond, de meest zuidelijke haven van Louisiana, op zo’n tweeëneenhalf uur rijden van New Orleans. Een vissersstrand ook, omdat je er de auto bijna op het zand kunt neerzetten. Er stond nu een politiewagen die de weg belemmerde; de in de auto met lopende motor (de airco moest aan) slapende (en dus wakker geklopte) jonge agent liet de verre bezoeker wel even door, maar het strand was gesloten, dat-ie dat maar wist.

Volgens de voorspellingen moest hier de olie van het ontplofte platform Deepwater Horizon op zo’n vier mijl uit de kust liggen. Vissen en zwemmen verboden, beschermende barrières werden aangelegd. Maar ook hier: vind je zwemmen zo wel lekker? Oké, natuur genoeg, mooie vogels vliegen voortdurend voorbij, de zee zit er bomvol met vis, maar al die olieplatforms, zo dichtbij, en in je rug een haven vol opslagplaatsen, een strand dat naar olie ruikt zonder dat het ermee besmeurd is. Geen plezante plek om te zwemmen.

In USA Today stond vandaag een ingezonden brief van een boze mevrouw uit Massachusetts; daar wordt na jaren van politieke gevechten een windmolenpark in zee gebouwd, voor het strand van Cape Cod. De krant illustreerde het met een foto van de turbine’s in zee bij Dronten, Flevoland. Vreselijk voor het uitzicht, vond de schrijfster. Is ook zo. Maar liever honderd keer dat dan een kernreactor of een olieplatform.

Zon op het strand, twee meter sneeuw in de bergen

Vorige week donderdag liepen de treinen rond Barcelona drie keer flinke vertragingen op. De reden was drie keer hetzelfde, atropellamiento, wat letterlijk wil zeggen dat er iemand is overreden/aangereden, en wat ik werkelijkheid wil zeggen dat drie mensen zich die dag voor de trein wierpen. Berichten die we nog altijd niet in de krant zetten en die het spoorbedrijf als ‘aanrijding’ bekendmaakt om niet nóg meer mensen op verkeerde gedachten te brengen. Het was een lange, natte, te donkere winter voor de Middellandse Zee, dus dat zal het aantal zelfmoorden ook wel beïnvloed hebben. Maar eindelijk is er licht in die duisternis gekomen. Sterker nog: in Barcelona is officieel het strandseizoen begonnen, met meer politie, mensen van het Rode Kruis en prullenbakken op het strand.

Het zijn misschien de mooiste dagen van het jaar: het strand, zoals vanochtend in Sitges (foto hierboven) is nog aangenaam rustig maar al wel lekker warm, al is het water voor de meesten nog te koud, tussen de 13 en 15º aan de oppervlakte, waar het door de neerslag van de afgelopen weken zelfs iets kouder is dan op grotere diepte. De wilgen zijn net geknot, het gras is gemaaid, de straten schoongewaaid door een stevig voorjaarsbriesje. Nadeel is wel dat de lucht volhangt met pollen: een groene deken ligt over de auto’s en benauwt mensen met allergie. Het dreigt, na een zo vochtige winter en straks dus enorme bloei, één van de ergste lente’s voor allergiepatiënten te worden.

En tegelijkertijd zullen deze Paasvakantie de Pyreneeën vrijwel helemaal volgeboekt zitten, want in de meeste skistations ligt er nog altijd tussen de één en twee meter sneeuw op de piste’s. Keus genoeg dus, voor zij dit het geluk hebben niet te hoeven werken, waartoe ik mezelf helaas niet mag rekenen. Wat nog geen reden is me voor de trein te werpen.