Tagarchief: trein

Niet meer de wagons van goederentreinen tellen

Nooit zie je nog een goederentrein door Barcelona rijden. Zelfs een gewone trein is al moeilijk te zien, maar van die prachtige, lange goederenkonvooien waarvan je als klein kind altijd het aantal wagons begon te tellen als de dreunende locomotief voorbij stampte, die zie je echt nooit meer, of je moet op wel heel verlaten of onaangename plaatsen gaan staan, zoals op de foto hierboven, ergens op de grens van de Zona Franca en de haven van de stad.

Decennialang stoomden de goederentreinen door Barcelona. Vooral over het beruchte spoor in Poblenou, dat de stad van de zee scheidde tot de olympische opknapbeurt 20 jaar geleden. Daar waren ook de bekendste spoorwegovergangen van de stad, aan een avenida Icaria die nu de centrale straat van het Vila Olímpica is, en ter hoogte van Pere IV. Een ook die overgangen met toeters en bellen heb je nog nauwelijks, althans niet meer tussen de huizen. De laatste in een woonwijk lag ergens op de grens tussen l’Hospitalet en Esplugues. In 1985 viel daar nog een dode.

Nog wat jaren eerder reden de goederentreinen zelfs dwars door wat nu de oude haven (Port Vell) is, zoals op deze foto, op de plaats waar nu dagelijks duizenden toeristen van de Rambla naar het Maremagnum lopen. Ik kan me nog wel de rails herinneren die hier tot een jaar of 10 geleden nog lagen, geloof ik. Maar nu maken de treinen uit de haven een grote omweg om naar het noorden te kunnen rijden. Ze worden geladen in het station van Morrot, vlak onder de Montjuïc, en vertrekken dan eerst richting zuiden, om via Molins de Rei en Castellbisbal het binnenland in te trekken en via Sant celoni richting Frankrijk. En het zijn er niet eens zo veel. In de toekomst moet het goederenverkeer daar een stuk drukker worden nu de Europese Commissie o.a. Barcelona via de Corredor Mediterráneo (die begint in het verre Algeciras en langs Cartagena en Valencia loopt) beter op het Europese netwerk wil aansluiten.

Passagierstreinen zie je trouwens ook nog weinig door de stad rijden. Bijna overal is het treinverkeer hier onder de grond gestopt, om slechts aan de einders van de stad weer uit de tunnels in de openlucht te komen. In L’Hospitalet, la Sagrera en een klein stukje tussen het olympisch dorp en het Estació de França.  Voor de treingekken: de plaats het dichtst bij het centrum waar je nog treinen voorbij kunt zien trekken zijn de korte, steile viaducten boven het spoor in de straten Pujades en Pallars, dichtbij Marina:

Augustus, en geen trein naar strand noch vliegveld…

Als er in Spanje iets ingrijpends moet worden gedaan, iets wat de dagelijkse gang van zaken behoorlijk dwarsboomt, dan doen ze dat vooral in augustus. Al zullen er met deze diepe crisis steeds minder mensen op vakantie gaan, augustus blijft de maand waarin het in en rond Barcelona ineens een stuk stiller is. Niet zo stil als 20 jaar geleden, toen echt álles dichtging en de metropool bijna plat lag en er nog niet zoveel toeristen kwamen, maar wél stiller dan de andere maanden van het jaar. Wij, degenen die in augustus meestal doorwerken, krijgen dus de grootste onderhoudswerkzaamheden aan weg en spoor voor onze kiezen.

Informatie voor degenen die komende maand met de trein naar het vliegveld of (het strand van) mijn Sitges of andere dorpen aan de zuidkant van Barcelona willen: dat kan niet. Nou, het kan wél, maar niet zo eenvoudig en rechtstreeks als het normaal kan. Vanaf 4 augustus wordt net ten zuiden van het station van Sants eindelijk het spoor overdekt, over een kilometer lang. En dus kunnen de treinen (behalve de AVE naar Madrid, die al overdekt de stad uit rijdt) bijna een maand lang niet rijden.

Gisteren probeerde ik al even het alternatief uit dat spoorwegmaatschappij Renfe ons aanbiedt. In tijd kostte het me niet heel veel meer (zo’n 15 minuten extra), maar in beslommeringen en obstakels wel. Om nu met Rodalíes/Cercanías naar het zuiden te reizen moet je niet naar Passeig de Gràcia of Sants, maar naar Plaça Espanya. Daar beginnen verschillende lijnen van de Ferrocarrils de la Generalitat (FFGG). Uitstappen bij het derde station (Gornal), waar op 100 meter het Renfe-station van Bellvitge ligt. Alle treinen starten of eindigen in augustus in Bellvitge.

Alle? Nee, de regionale treinen doen het weer anders. Dat zijn de treinen die, bijvoorbeeld, uit Salou en Tarragona komen. Hun traject loopt door het binnenland (via Vilafranca del Penedès) en eindigt in Hospitalet Centre. daar voor de deur is het station van de rode metrolijn (L1), Rambla Just Oliveras – zo’n 20 minuten later sta je op de Plaça de Catalunya.

Om van en naar het vliegveld van El Prat te reizen kun je de trein beter helemaal niet nemen. Gewoon de Aerobus die vanaf Plaça de Catalunya, Sants en Plaça Espanya naar het vliegveld gaat. Dat scheelt een hoop gedoe in overstappen.

En ik? Misschien toch maar de auto pakken, in augustus, wanneer Barcelona een beetje stiller wordt: 

Muzikanten in de trein

Soms zijn ze een terreur, op de dagelijkse tocht in de trein (die trouwens steeds modernere treinstellen heeft, en dat met 21 euro voor een 10-rittenkaart voor mijn 45 km/3 zones; dat zijn 3 ritjes A’dam-Utrecht met de NS à €6,70…): de muzikanten. Ik weet niet hoe ik het doe, maar één tref ik er altijd, mijn persoonlijke Gheorghe Zamfir. Hij speelt niet alleen op zo’n panfluit en is vrijwel zeker een Roemeen, hij líjkt ook op die illustere voorganger die ons in de jaren zevntig het hoofd met zoetsappige melodietjes volblies. Zou deze treinfluiter een aan lager wal geraakte Zamfir zijn?

Meestal zit ik met mijn iPod op en haal ik een stevige hit van Muse of de Stones tevoorschijn om die muzikanten niet te horen. Maar vorige week, op een rustige tijd in een zeer lege trein, deed ik de oortelefoontjes direct uit toen ik de eerste tonen van drie tot dan onbekende jonge onbekende muzikanten hoorde. Vriendelijk gingen ze vlak voor me zitten, Patricio op de gitaar, Gonzalo op de dwarsfluit en Raúl met de cajón, de ‘percussiekist’ die in de flamenco wordt gebruikt. Ze speelden geen troep, zoals gebruikelijk is in de trein, en hun kwaliteiten stonden voor mijn verder ongeoefende oor buiten kijf, maar wat me pakte waren de herkenbare tonen van de die door de coupé sijpelden. Ik heb al eens eerder over mijn passie dat prachtige nummer, ooit samen door Paco de Lucía, Al di Meola en John McLaughlin geschreven: bekijk en beluister hier enkele video’s.

Ze traden in de trein op (iédereen gaf hen geld trouwens, kwaiteit loont), zeiden de drie me (de drie jongens, niet Paco, Al en John) omdat ze op straat steeds meer werden vervolgd. Door nieuwe regels van de gemeente Barcelona mag je niet zomaar overal muziek maken, anders worden je instrumenten in beslag genomen. Dat heeft tot enige opluchting geleid tijdens etentjes op terrassen bij het strand, waar nu niet meer elke tien minuten een andere zogenaamde muzikant voor je staat. Maar van mij mogen ze sommigen altijd en overal laten spelen.

Binnen een uur bij Dalí in Figueres

Het type passagiers in de trein valt direct op. Op de lijn Barcelona-Port Bou, de grensplaats met Frankrijk, zitten steeds minder rugzaktoeristen die aan hun treintocht door Europa bezig zijn, maar wel steeds meer Japanners. En je hoort ook Engels met Amerikaans accent praten. In Girona stappen de meeste passagiers uit, forensen die tussen deze stad en Barcelona pendelen. En in Figueres gaan die Japanners en Amerikanen van boord. Figueres, stadje van 43.000 inwoners, zou waarschijnlijk helemaal niets voorstellen als Salvador Dalí niet in 1967 besloten had daar in het oude theater zijn collectie ten toon te stellen. Nu – ik was er een eeuwigheid niet geweest – is er bijna het hele jaar door activiteit, zitten de terrasjes gezellig vol (ja, ook eind oktober nog; het is heerlijk weer, met een beetje meteorologisch geluk een mooie tijd om hier te zijn) en is het oude centrum mooi opgeknapt. Zou allemaal veel moeilijker zijn geweest zonder de economische inbreng van de toeristen. Aparte cijfers zijn er niet, maar vorig jaar werden de drie musea van Dalí (Figueres en zijn vroegere huizen in Pubol en Portlligat) door 1,23 miljoen mensen bezocht, wat er toch zo’n 4.000 per dag zijn (op maandag zijn de meeste musea gesloten).

Probleem is dat, ook al ligt Figueres maar iets meer dan 100 kilometer van Barcelona, je er met die trein zo lang over doet om er te komen, zeker als je de pech hebt de oude, oranjegekleurde Regional te pakken. Die stopt op de meest onooglijke, verlaten stations en doet er bijna tweeëneenhalf uur over. De modernere, snelle treinen leggen het traject in net iets meer dan twee uur af. Maar daar moet, als alles goed is, in 2012 verandering in komen. Dan gaat ook de hogesnelheidstrein tussen Barcelona en de Franse grens rijden en komt Figueres op iets minder dan een uur te liggen. Ideaal voor al die toeristen, die niet wakker zullen liggen van de iets hogere prijs voor het treinkaartje; het huidige retourtje kost €17,10.

Er is echter één probleem, vindt de gemeente. Het nieuwe station van de AVE (Alta Velocidad Española) ligt aan de westrand van de stad. Kom je nu aan in Figueres, dan stap je uit in het centrum en loop je door de oude stad naar het museum-theater. Straks gaat de wandeling door de wijk Sant Joan, eentje waar je niet vrolijk van wordt. Gebouwd in de jaren zeventig om de zigeuners uit de krotten een huis te geven. Velen wonen daar nog steeds, maar ze klagen erover dat er al jaren een slechte groep gitanos is neergestreken, die de wijk zo’n slechte naam bezorgen. Mensen komen er liever niet. Dus wil de gemeente nu de helft van de wijk slopen en de rest opknappen. En de bewoners over Figueres verspreiden, zodat de Dalí-bezoekers geen slechte indruk van het stadje krijgen.

Sommigen leren het nooit…

The day after. Bijna alle sporen van de tragedie zijn uitgewist, de lichamen verdwenen, het bloed weggespoten. Op een dag als deze kun je verwachten dat een stationnetje als Platja de Castelldefels vol staat met cameraploegen. Nog één keer een blik op de perrons van de tragedie, die uiteindelijk 13 mensen het leven kostte, zo bleek na bestudering van de lichaamsdelen. Nauwelijks treinen; er is staking vandaag. Enkele die niet stoppen gaan met 140 km/h afschrikwekkend hard, zo lijkt het. En ze fluiten, heel lang en heel luid. En uit de luidsprekers komt de mededeling dat je niet over het spoor moet lopen. Een mededeling die niet nodig lijkt, na 13 doden die het land hebben doen schrikken. Maar dan komt er een trein uit Barcelona, stappen veel passagiers uit (bijna allemaal strandgangers), en zie je een meisje naar links en rechts kijken en ja hoor, ze springt van het perron af het spoor op. “Ik heb haast,” zegt ze later, als ze door twee bewakers wordt ondervraagd. En nee, ze had niets over dat ongeluk gehoord of gelezen.

Of het misschien in haar land gewoonte is, vraag ik haar. Ze is Russische. Nee, zegt ze, “bij ons zijn de perrons veel hoger, dan doe je dat niet.” In Spanje – en dat kan voor haar niet als excuus gelden – hebben veel mensen die gewoonte van vroeger geërfd. Op talloze kleine stations, vooral in toeristenplaatsen als Salou (hier op de foto, in 2000) en Calafell, kon je alleen naar de andere kant komen door het spoor over te steken; met hout of bielzen was er een pad aangelegd. Geen slagbomen verder, helemaal niets. Gewoon goed uitkijken. Inmiddels zijn er bijna overal voetgangerstunnels of -bruggen aangelegd, zijn de stations moderner. Maar de gevaarlijke gewoonte van vroeger is bij sommige mensen blijven hangen.

Tragedie op 50 meter van het feest

Nog altijd een gewoonte op veel kleine Spaanse stations: het spoor oversteken en zo niet door het ondergrondse gangetje tijd verliezen. In Castelldefels Platja bestaat die gang pas sinds enkele maanden; iedereen ging er altijd over een voetgangersbrug om bij het strand te komen. Een brug die honderden feestgangers gisteravond laat gesloten aantroffen. Dus staken ze maar het spoor over, tientallen gelijk. Ze zagen de Altaris, een hogesnelheidstrein, niet eens aankomen. Twaalf mensen, bijna allemaal jongeren, verloren het leven, veertien raakten zwaar gewond.

Ben er de hele nacht geweest, bij het kleine stationnetje en het wijkgebouw waar familieleden werden opgevangen. Urenlang is er naar delen van lichamen gezocht, terwijl ouders wanhopig op zoek waren naar hun kinderen. Misschien was er niets met ze aan de hand en waren ze op het grote strandfeest, de verbena van Sant Joan, op nog geen 50 meter van het station, zonder zelfs te weten welke tragedie zich er achter hun rug had afgespeeld. De foto hieronder is van zeven uur vanochtend; het feest ging nog altijd door… 

Inmiddels zijn alle mogelijke ministers, directeuren etcetera bijeen geweest, zijn er persconferenties gehouden en wordt er natuurlijk een onderzoek gehouden naar de veiligheidsmaatregelen rond het station. Te laat voor 12 jongelui, zoals zo vaak, al zullen hun vrienden, die het voor hun ogen zagen gebeuren, de les nooit meer vergeten. Ze zullen nooit meer het spoor oversteken.

Conducteurs als marsmannetjes

Toevallig dacht ik vorige week nog aan ze, toen ik enkele dagen door Nederland treinde en op een bepaald moment tijdens de reis steeds het opgeruimde en luidkeelse ‘goedemorgen, dames en heren, mogen wij uw plaatsbewijs even zien?’ hoorde. Ondanks die vriendelijkheid schijnen die mannen regelmatig in elkaar geslagen te worden; soms snap je het land niet meer.

Vanochtend was ik in de trein van Sitges naar Barcelona aan de beurt. Mijn verbazing, en die van de medereizigers, was groot. Conducteurs!? En nog wel vijf tegelijk!? We dachten dat die helemaal niet bestonden. Het was de, denk ik, tweede keer in de laatste acht jaar, ongeveer, dat ik in de trein mijn plaatsbewijs moest laten zien, en dat terwijl ik er toch minimaal drie tot vier dagen per week gebruik van maak.

Om op conducteurs te sparen staan op de meeste stations speciale poortjes die je slechts met een geldig kaartje kunt passeren, maar regelmatig probeert een slimmerik kort achter je in dezelfde flits naar binnen te glippen. En op grote stations als dat van Sants staan ook weer poortjes waar je, net als in de metro van Parijs of Madrid, slechts naar buiten kan als je er nogmaals je plaatsbewijs doorheen roetst.

Dat voorkomt het zwartrijden natuurlijk niet. Naar schatting één op de tien reizigers van de Cercanías of Rodalíes, het netwerk rond Barcelona (en andere grote steden) reist zonder kaartje. Maar een heleboel anderen passen een andere truc toe: ze reizen op een kaartje waar minder zones op staan – en dat dus goedkoper is – dan die ze in werkelijkheid afleggen. En dat terwijl de trein hier niet echt duur is: Sitges-Barcelona is vier zones; een 10-rittenkaart kost 21,40 euro. Slechts 2,14 per rit, dus. Stukken goedkoper dan de 7,80 die ik vorige week betaalde voor Schiphol-Utrecht CS, ongeveer dezelfde afstand van 45 kilometer.