Tagarchief: madrid

De Spaanse lente is uit Egypte overgewaaid

Het is nog niet zo massaal als in de Arabische wereld, maar met de dag lopen centrale pleinen in Spaanse steden voller met vooral jonge demonstranten die er dagelijks én ‘s nachts protesteren tegen het huidige politieke systeem, de torenhoge werkloosheid, de miljarden aan bezuinigingen. Zondag zijn er verkiezingen.

Alsof de vonk de Middellandse Zee is overgeslagen, vanuit Tunesië, Egypte en Libië naar een democratisch, Europees land. Het doel is niet hetzelfde, Spanje is geen dictatuur meer sinds generaal Franco in 1975 overleed en de machthebbers kunnen sindsdien via een stembiljet worden benoemd en weggestuurd. Maar de protesten van vooral jongeren in de Arabische wereld vormen wel een inspiratie voor de steeds wanhopiger Spaanse jeugd, waarvan ruim 40% werkloos is.

Ook het succesvolle, 60 pagina’s korte pamflet van de 93-jarige Fransman Stéphane Hessel, Indignez-vous! (‘Wees verontwaardigd!’, in Nederland in de boekwinkel als Neem het niet!) ligt ten grondslag aan de protesten die zondag bijna spontaan ontstonden en nu onder de naam 15-M een heuse beweging vormen. Hessel roept vooral de jeugd in westerse landen op te ageren tegen het huidige systeem, tegen de banken, tegen de politici die nauwelijks met oplossingen komen.

De Spaanse politieke partijen weten niet goed wat ze met de spontane, via internet gegroeide protestbeweging aanmoeten. Zondag zijn er regionale en lokale verkiezingen, waarbij de socialistische partij van premier Zapatero (PSOE) grote klappen zal krijgen en in bijna alle regio’s en grote steden de macht naar de conservatieve Volkspartij (PP) zal gaan. De demonstranten roepen juist op op geen van de traditionele grote partijen te stemmen, al vinden zij juist weinig gehoor bij de traditionele aanhang van de PP.

Regionale kiesraden hebben de demonstraties verboden, omdat zij de stemmen van komende zondag kunnen beïnvloeden, maar dat verbod heeft juist meer mensen naar de grote pleinen gelokt, zoals het centrale Puerta del Sol in Madrid en de Plaça de Catalunya in Barcelona, Daar zijn inmiddels hele tentenkampen opgezet waar honderden jongeren de nacht doorbrengen. De politie is vooralsnog niet tot ontruimen overgegaan.

“Het is niet tegen het systeem, mensen moeten ook gewoon hun stemrecht uitoefenen, maar wij zijn vooral gewone mensen die de hele politieke en economische situatie in het land zat zijn,” herhalen deze dagen Jon Aguirre en Fabio Gándara, die zondag onder de noemer Democracia Real Ya (Werkelijke democratie, nu!) via internet (met inmiddels 170.000 ‘vrienden’ op Facebook) en zonder de steun van vakbonden en politieke partijen 20.000 mensen in Madrid op de been kregen.

“We móeten wel de straat op, want de politici doen maar wat ze willen, terwijl het volk het steeds moeilijker krijgt. De situatie is voor velen wanhopig”, zegt Davinia, een demonstrante inBarcelona. Spanje heeft inmiddels bijna vijf miljoen werklozen (ruim 21% van de beroepsbevolking), en de jongeren worden het zwaarst geteisterd. Maar ook de 1,4 miljoen gezinnen waarbij geen van de ouders werk heeft. Bij veel daarvan wordt WW-uitkering noch de bijslag van 420 euro per maand nog uitbetaald omdat ze al zo lang zonder werk zitten.

Het antwoord van de regering van Zapatero, die lang ontkende in een diepe economische crisis te verkeren, is een groot pakket aan bezuinigingen geweest om zowel de internationale financiële markt als de Europese bondgenoten gerust te stellen. Maar in Spanje is de verontwaardiging groot omdat de banken extra staatssteun krijgen en beschermd of zelfs beloond worden voor hun twijfelachtige beleid in de laatste jaren. Tijdens de boom van de bouwsector kon bijna iedereen zonder problemen hypotheken tot 120% op veel te dure woningen krijgen, nu worden 200.000 eigenaren met uitzetting bedreigd omdat zij die hyptoheek niet meer kunnen betalen.

Al die wanhoop en verontwaardiging begon deze week op de pleinen in de steden in heel Spanje samen te komen, volgens sommigen nog een vrij late reactie in een land dat het al zo lang meilijk heeft. En sinds gisteren zijn het niet alleen maar jongeren, ook mensen van middelbare leeftijd en gepensioneerden hebben zich bij de demonstranten gevoegd. “Ik ben gekomen omdat de jongeren volledig gelijk hebben. Ik heb er vertrouwen in dat de jeugd eindelijk ontwaakt en de dingen kan veranderen,” zegt de 67-jarige Jacinto, die de schuld geeft aan het ‘kapitalistische systeem’ waarin ‘banken en multinationals hoge winsten opstrijken maar wel werknemers blijven ontslaan’.

Advertenties

Het Broadway van Madrid

Madrid viert feest, deed het gisteren zelfs samen met koning Juan Carlos. Diens grootvader, Alfonso XIII, symboliseerde op 4 april 1910, een eeuw geleden dus, met een enorme hamer het begin van de sloop van een groot aantal gebouwen in het centrum van Madrid. Dat deel van de stad was overvol en het was verdomd moeilijk van het oosten van het centrum, het gebied rond de musea en het Retiro-park, naar de westkant te komen, daar waar de Plaza España ligt. Er moest een verkeersader komen, lekker breed, net zoals Barcelona met de Via Laietana zo’n straat dwars voor de bestaande woningen aanlegde.

De Gran Vía werd geboren, en zou in de decennia erna uitgroeien tot hét centrum van Madrid, een embleem waar enorme posters en borden met films en theater de straat verlichtten. Iedereen flaneerde over de Gran Vía en mensen showden er hun nieuwe auto. Ik was er voor het eerst in 1983, denk ik, en toen keek je naar de Gran Vía met  bewondering, een straat die was zoals een centrale straat in een grote stad moet zijn. Groot, groter, groots. 

Alle verleden tijden waren vaak beter, waar het de steden betreft. Ook op de Gran Vía. Bijna alle bioscopen zijn verdwenen, de theaters ook. Daarvoor in de plaats: de grote winkelketens die je overal in Spanje, Europa, de wereld inmiddels aantreft. Allemaal hetzelfde. Veel monumentale gebouwen, de meeste, zijn gelukkig bewaard gebleven, veel in die typische gebroken witte kleur van Madrid, zoals het karakteristieke gebouw om de hoek bij nummer 1, het Metrópolis, dat officeel trouwens de ingang aan de Calle Alcalá heeft. Het gebouw was geïnspireerd op de barokke Franse bouwstijl en kwam op de plaats van het eerste gebouw dat gesloopt was, het Edificio del Ataúd, ofwel het gebouw van de doodskist. Niet omdat er een begrafenisondernemer zat, maar omdat het stukje grond zo smal als een doodskist leek. Het was vanaf het begin van de verzekeraar La Unión y el Fénix, die bij zijn vertrek het beeld op het dak, de Fénix, meenam naar het nieuwe hoofdkantoor. De nieuwe eigenaar, verzekeraar Metrópolis, liet er in de jaren zeventig het huidige beeld neerzetten, de Gevleugelde Overwinning genaamd.  

Het oude spoor is dood

nonaspe

Nonaspe, heet dit gat. Einde van de wereld, zoals er zoveel plaatsen zijn waar de wereld eindigt. Provincie Teruel, die zich promoot met ‘Teruel bestaat!’, omdat er nooit iemand heen gaat. Een half verlaten spoorlijn, ondanks dat dit de vaste route tussen Madrid en Barcelona was, al sinds 1894. Maar daar kwam dus een einde aan, nu al weer anderhalf jaar terug, met de komst van de AVE, die in 2 uur en 38 minuten tussen beide metropolen vliegt, over een ander spoor, natuurlijk.

Hij stopt niet in Nonaspe, een bijna verlaten station waar het leven nooit meer zal terugkeren. Twee, drie keer per dag stopt er nog een oude, trage trein. Zoals in zoveel stations op deze lijn, Madrid-Barcelona. En praat je er met de oudere mensen, dan hebben ze het over vroegere tijden, waarin het spoor bijna de enige verbinding met de bewoonde wereld was, met de grote stad 100 kilometer verderop. Rondom de stations verrezen levendige dorpjes, zoals dat van Claudia Cardinale in Once upon a time in the west. Dat is voorgoed voorbij. Eerst kwamen er de wegen, nu de hogesnelheidstreinen. Het ouderwetse spoor is dood.

mora de ebro

arce

guadalajaraIMG_1753

 

 

 

 

 

 

 

 

 

nonaspe2

roda de bara

De metro als meter van de beschaving

metro-barcelona

Vandaag regende het weer eens, en omdat ik er hier toch nooit op ben voorbereid en dús nooit een regenjasje bij me heb, de fiets maar laten staan en met de metro richting Barceloneta, voor een leuke lunchafspraak. Vind nog altijd dat, waar je ter wereld ook bent, de metro het beste vervoermiddel is om een (grote) stad te doorkruisen en bekijken. Oké, je zit onder de grond en je ziet niets, maar tegelijk zie je een heleboel, de mensen, de inwoners, het dagelijkse leven onder de stad. Ook kun je aan de metro de beschaving van de stad aflezen. Jarenlang, tot de fiets kwam bovendrijven, is de metro mijn dagelijkse drug in Barcelona geweest.

metro1Natuurlijk hadden Londen (1863) en New York (1868) als eerste een ondergronds netwerk van openbaar vervoer, maar mediterrane steden als Athene (1869) en Istanboel (1874) zaten die metropolen op hun hielen. Een lange reeks steden volgde, waaronder Parijs (1900), Madrid (1919) en Barcelona (1924). Ik weet niet of het komt doordat al die steden al zolang gewend zijn zich ondergronds te verplaatsen dat de bewoners hun metro redelijk respecteren. Natuurlijk bestaan er overal graffiti’s en vandalisme, maar nergens ter wereld heb ik de metrowagons zo goor en mishandeld gezien als op de paar miserabele lijnen die enkele wijken in Rotterdam (1968) en Amsterdam (1977)  met elkaar verbinden. En nergens heb ik me zo unheimisch gevoeld als op sommige stations of op bepaalde uren van de dag (avond) in de twee Nederlandse metro’s.

Zelfs met de kinderen ooit op weg naar de dierentuin van de Bronx in New York, met ons als enige blanken in de wagon, voelde ik me veiliger dan bij het naderen van station Wibautstraat in A’dam. Het verbaast me niet dat de ingewanden van de oude stad zelf zich met water en bewegende gronden verzetten tegen de Noord-Zuidlijn.

De file’s rond Madrid

TRAFICO-ATASCO

We wisten het natuurlijk allang, maar het is nu ook semi-wetenschappelijk onderzocht en bevestigd: de Madrileense automobilisten staan bijna twee keer zo lang in de file als die in en rond Barcelona. Ondanks de aanleg van de ene na de andere rondweg (M-30, M-40, etcetera) blijft de Spaanse hoofdstad een ramp; historisch zijn de file’s in de stad zelf, maar groot zijn ze ook op de N-I tot en met N-VI, de nationale hoofdwegen die, natuurlijk, in het centralistische Spanje hun kilometer 0 in Madrid hebben, op de centrale Puerta del Sol.

Volgens de RACC (de Catalaanse ANWB, zeg maar) staan de Madrilenen in de ochtendspits 33 minuten in de file om de stad in te komen; in Barcelona kunnen ze al na 18 minuten weer het gaspedaal indrukken. Ook het aantal auto’s dat stil staat is groter in de hoofdstad: 87.000 tegen 51.500.

De trein wint van het vliegtuig

ave1

Net een jaar rijdt de AVE, de Spaanse hogesnelheidstrein, met een maximum van 300 km/h tussen Madrid en Barcelona heen en weer. De eerste dag deden we bij El Periódico wat elke krant en elk radio- en TV-station toen deed: persoonlijk meten wat nou het snelste vervoersmiddel was tussen de twee metropolen, nu het monopolie van de puente aéreo, de drukke luchtbrug, over land werd gebroken. De reis moest, vanzelfsprekend, van centrum naar centrum gaan. We – ik en collega Xavi – startten op de Plaça de Catalunya in Barcelona en spraken af op de Plaza Mayor in Madrid. Na een totale reistijd van van 3 uur en 23 minuten (waarvan 2.40 in de trein zelf) kon ik zeven minuten eerder dan Xavi (55 minuten in de lucht) op een terrasje plaatsnemen. ave2Op de terugreis deden we het omgekeerd en kwam ik, met het vliegtuig, ietsje eerder aan. Maar wie of welk transportmiddel het nou won met nipt verschil, daar ging het eigenlijk niet om. De vraag was meer: welk van de twee, AVE of luchtbrug, zouden de reizigers gaan kiezen?

Een jaar later zijn de verwachtingen waargemaakt: een groot deel van de vliegtuigpassagiers is overgestapt op de trein. Was tot februari 2008 het aandeel van de toen vrij trage treinen (minstens 6 uur per traject) slechts 11% tegen de 89% van het vliegtuig (auto en bus werden niet meegeteld), in januari dit jaar was dat bijna een gelijkspel: 48% tegen 52%. De redenen van veel mensen om voor de trein te kiezen mogen duidelijk zijn: meer comfort, geen hinderlijke controles – schoenen uit, riemen af -, vrijwel zeker op tijd komen (de punctualiteit van de AVE is 99,18%) en reizen van centrum (station Barcelona-Sants) naar centrum (Madrid-Atocha), in plaats van El Prat naar Barajas, beide zo’n 12 kilometer buiten de stad. En omdat de meeste passagiers zakenmensen zijn, kunnen ze ook nog die tweeëneenhalf uur in de trein benutten om te werken.

De vliegroute Madrid-Barcelona (Iberia, Spanair, Air Europa, Vueling en Clickair) verloor daardoor in één jaar tijd 24% van zijn passagiers, waardoor beide vliegvelden voor het eerst in de geschiedenis een daling van het totale aantal reizigers laten zien. Niettemin bleef de route in 2008 verreweg de drukste in Europa, zo liet Eurocontrol gisteren weten:

1. Madrid-Barcelona        39.388 vluchten

2. Milaan Linate- Rome  25.316

3. Toulouse-Paris Orly    19.482

4. Jersey-Guernsey          18.764

5. Barcelona-Mallorca    17.840