Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Onbekende wijn

 

ribeira-sacra1

Heb al veel, heel veel Spaanse wijnen gedronken. Maar deze kende ik nog niet. Galicië is voor mij vooral de albariño, de delicate witte wijn die het best smaakt in de haven van La Coruña of in een restaurant bij Finisterre (letterlijk: Finaes Terrea, het einde van de wereld) bij een bord inktvis, pulpo a la gallega. In het hart van het land, ver van de kust, aan de oevers van de rivieren Miño en Sil, liggen de terrassen van de Ribeira Sacra, de heilige wijngrond die pas in de laatste 10, 15 jaar echt populair is geworden.

De produktie is er moeizaam en kostbaar, het gelaagde terrein staat geen machines toe: alles gebeurt handmatig. We waren op bezoek bij Adega da Cova, met zijn vijftig jaar één van de oudste bodega’s van de Ribeira Sacra. Ze maken daar vooral een jonge, maar volle rode wijn, 13 procent alcohol van de mencia-druiven. Later bij het eten van de grote lap vlees in het naburige Monforte de Lemos natuurlijk een fles besteld: hij smaakte uitstekend.

Deze bodega produceert maar 300.000 flessen per oogstjaar. De voorraad is snel op, zei José Manuel Moure, de zoon van de oprichter. Nu willen ze wat meer gaan exporteren, dus houd het in de gaten: er is veel meer dan de Rioja, Penedés, Ribera de Duero of Priorat. En de streek, op de foto nog verstopt onder de ochtendmist, is ook nog eens prachtig.

Zeven jaar na de olieramp

mexero2

De eerste van drie dagen in Galicië. Een vriend komt in juni over, in Barcelona, en dacht daarna een auto te huren om voor een congres ‘even naar La Coruña te rijden’. Even? Ik vroeg hem hoe ver hij dacht dat dat was. ‘Een uurtje of drie, vier rijden’. Van noordoost-Spanje naar noordwest-Spanje, dat doe je even. Tja. Het zijn meer dan 1.100 kilometer, tegenwoordig over snelwegen, maar niet in één rechte lijn. Naar Galicië zijn we vandaag dus, ik en een fotograaf, met het vliegtuig gegaan.

Volgende week zijn er regionale verkiezingen. We maken een grote reportage over de mensen, de Galiciërs. Een rechte lijn door het prachtige land, met zijn eigen taal, de meeste boerse streek van Spanje. We zijn begonnen in Muxia, dorp dat beroemd werd omdat het het meest getroffen was door de ramp met de olietanker Prestige in 2002. Stranden, mosselen en vogels besmeurd met gitzwarte olie. Er kwamen 4.000 vrijwilligers om alles schoon te maken. De koning kwam een kijkje nemen. De regering verzaakte, maar kwam later met geld, heel veel geld over de brug.

Laat er nog maar eens zo’n ramp gebeuren, zeggen de vissers nu. Dat was een lot uit de loterij. Er zijn mensen rijk geworden van de schadevergoedingen. Vissers openden restaurants. En al die troep van toen? De ecologische ramp, de gevolgen op de lange termijn? ‘De zee is een grote wasmachine’, zegt een visser.

De man op de foto boven kweekt uien in Merexo, net buiten Muxia. Hij heeft andere problemen. Kwam terug uit Zwitserland, kocht grond aan zee en dat wordt nu onteigend om er een viskwekerij te bouwen. Een klein dorpje strijdt tegen de regering én een Noorse viskweekgigant. Oude mensen die hun land én idyllische uitzicht verloren zien gaan. Ze kunnen veel geld voor hun land krijgen, maar dat willen zij  niet. Ze zijn niet zoals hun buren in Muxia.

I’m from Barcelona

manuel

Vanavond les geven op een universiteit. English for sportsjournalists. Een Master voor mensen die zich willen specialiseren in een wereld, de journalistiek, waar in Spanje elk jaar duizenden universitaire afgestudeerden een baan proberen te vinden na een opleiding van vijf, zes jaar. En omdat er geen werk is, gaan ze post-doctorale opleidingen doen. Deze vijf lessen Engels zijn onderdeel van een groter programma. En dat Engels praten, begrijpen of schrijven is nog altijd een ramp in Spanje. Zoals in elk groot land de mensen denken dat ze met hun eigen taal ver genoeg kunnen komen in de wereld. Weet niet wat het niveau van de 22 studenten is, maar meestal houdt het niet over. Het I’m from Barcelona van Manuel uit Fawlty Towers. Komt omdat hier op televisie alles nagesynchroniseerd wordt, tot het journaal aan toe. (Manuel was in de Spaanse versie een Mexicaan, bijvoorbeeld.) George Bush is na acht jaar vertrokken als president van de VS, maar bijna niemand in Spanje heeft hem ooit horen praten. Altijd kwam er een voice-over met de Spaanse vertaling. Eén opdracht aan de leerlingen: luister naar Barack Obama, het liefst zijn speech na de Caucus-overwinning in Iowa, en je merkt dat Engels luisteren en leren heel eenvoudig een aangenaam is.

De opening van de les zal een fragment zijn uit het programma van José María García, twee decennia lang de omstreden maar ook populaire presentator van het best beluisterde sportprogramma op de radio. Twee miljoen mannen lagen na middernacht, van 12 tot 2, in bed naar hem te luisteren. Op een dag wilde hij Lorenzo Sanz bellen, toen de voorzitter van Real Madrid. Die zat in het Hilton-hotel in Amsterdam, toen zijn ploeg de Champions League-finale in de Arena speelde, maar García belde waarschijnlijk een verkeerd nummer. Het geduld van de recepcioniste van het kleine Amsterdamse hotelletje met vier kamers is bewonderenswaardig. En dan nog moet ze, helemaal op het einde, die drie ongelooflijke beledigende woorden aanhoren: http://www.youtube.com/watch?v=AcBHggkUDRE

Authentieke tapas

tapas1

Tapas heb je overal in Spanje. En in Nederland. Overal ter wereld, van Tokio tot San Francisco. Sinds een jaar of tien is het eenvoudige woordje synoniem aan lekker eten. Vroeger was paella hét Spaanse gastronomische product, nu zijn dat de tapas geworden. Zet in Amsterdam tapas op de deur (of tapa’s) en je hebt kans op een vrij grote groep potentiële klanten. Net zoals de Chinezen in plaats van Babi Pangang nu hun Dim Sum promoten. Staat moderner.

Maar in die overvloed aan tapas moet je wel de juiste weg vinden. Zoals iedereen heb ik een favoriet in Barcelona. Geen geheim barretje, want er staat elke dag een flinke rij voor de deur, dus mag ik hem eenvoudig op een (dank jullie allemaal) steeds beter gelezen weblog zetten. Ben er zojuist weer een keer geweest, met een Spaanse vriendin uit Nederland.

Tapas24 ligt centraal, op Diputació, bijna op de hoek met Paseo de Gràcia. Aanvankelijk heette het Tapaç24, maar die ç deed het waarschijnlijk slecht op internet, want op veel toetsenborden buiten Spanje en Frankrijk bestaat de ç niet. De naam is een knipoog naar het moederrestaurant, Comerç24, straatnaam- en nummer van de zaak met 1 Michelin-ster.

tapas1-1Beide zijn van Carles Abellán, een leerling van meester Ferran Adrià. Tevreden met het succes van Comerç24 vond Abellán het tijd de authentieke tapa opnieuw uit te vinden. Geen moderne hapjes, maar veel klassiekers op de best mogelijke manier bereid. De netten hangen er vol met de meest verse en grote scharreleieren. Zoals de kenners zeggen: het belangrijkste in de goede keuken is het basisproduct.

Vandaag: alcachofas fritas (gefrituurde artisjokken), pinxos de alhucema (Marokkaanse spiesjes), biquini Tapaç24 (een dure tosti met eikeltjesham), patatas bravas (fijn gesneden, zachte saus) en calçots (een soort lente-ui, typisch Catalaans). Daar moest een foto bij en het meisje uit de bediening wilde even poseren, want ze staat ook op alle foto’s van de Japanners die in de zaak komen, zei ze.

Zo klein en knus is de zaak, dat je met andere mensen aan de bar of een tafel zit. Wij zaten met vijf mannen/vrouwen die een klein prijsje uit de toto aan het verzilveren waren. De twee mannen zagen dat ik onze rekening betaalde en zeiden dat ik stom was. Ik zei dat een echte heer geen toto nodig heeft om een dame te tracteren. De vrouwen lachten, één van de mannen werd boos. Spaanse macho in een klassiek overhemd. Weet niet of-ie het eten nog lekker vond.

Foute mannen

Ik weet het, je mag iemand niet op zijn uiterlijk beoordelen. Maar toch: ook al had ik niet geweten wat de laatste dagen in Spanje is ontdekt, dan nóg had ik gedacht, bij het zien van deze twee heren: te glad, te veel ouderwetse brillantine in het haar, te… Te alles.

corruptie21

corruptie1

 

 

 

 

 

 

Correa en Pérez heten ze. Netwerkers pur sang. Jarenlang organiseerden ze alle mogelijke feesten, partijen en congressen voor de PP, de conservatieve oppositiepartij van Spanje. Oud-premier Aznar en vooral diens schoonzoon waren goed bevriend met hen. Correa was één van de 25 (!) getuigen op het huwelijk van Aznars dochter met ondernemer én netwerker Agag.

In een grootscheepse operatie heeft de beroemde onderzoeksrechter Baltasar Garzón deze twee mannen plus nog een veertigtal andere heren en dames op laten pakken en of aangeklaagd. Corruptie is de voornaamste beschuldiging. Samen met hoge ambtenaren, burgemeesters en andere prominenten van de PP deden ze van alles wat fout was: smeergeld voor bouwprojecten betalen of innen, bestemmingsplannen laten wijzigen, geld uit de overheidskas van de regionale besturen van Madrid en Valencia (waar de PP een absolute meerderheid heeft) aanwenden voor het kopen van dure pakken of betalen van vreemde facturen.

Het schandaal is net losgebarsten en het duel heeft zich al verplaatst naar de kranten. Het progressieve El País pakt dagelijks uit met zes tot acht pagina’s over de conservatieve massacorruptie, het conservatieve El Mundo opende gisteren vol de aanval op rechter Garzón en de socialistische minister van Justitie, omdat ze afgelopen weekeinde samen zijn gaan jagen.

Wordt vervolgd.

Op bezoek bij God

muntanerVanmiddag een interview met Johan Cruijff gehad, voor het Audi-magazine. Behalve die ene prachtige Citroën-Maserati waar Cruijff ooit als jonge speler mee reed, ken ik hem alleen van zijn Mercedes-stationwagen, zijn halve leven lang. Maar in Nederland heeft hij een Audi staan, zegt hij.

Nu ging het gesprek niet over auto’s, maar over foto’s, beelden uit zijn leven. Onder anderen van zijn huis in Barcelona, op de flanken van de Tibidabo, een berg van ruim 500 meter hoog. Een luxe-wijk waar ook zijn Foundation huist. Daar hadden we afgesproken. Met de fiets omhoog: het is te doen, al denken veel mensen in Barcelona van niet. Het leukste is dan weer terug te fietsen, zo’n zeven kilometer bergaf door Muntaner, één van die ellenlange straten die van boven naar beneden lopen. (In Barcelona zeg je niet linksaf of rechtsaf, maar naar boven en naar beneden.) Jammer dat er stoplichten zijn onderweg.

En terwijl de nederige interviewer/fietser zich weer de stad in stortte, bleef God tevreden achter op zijn berg. Hij zag er goed uit, trouwens. Net terug van zijn jaarlijkse wintervakantie op Mauritius.

Ook journalisten worden ontslagen (2)

asamblea) De protesten zijn voorbij, net als de massale vergaderingen (zie boven) de dreiging van een staking ook. De uitgeverij (Grupo Zeta) van mijn krant (El Periódico) en de ondernemingsraden van de liefst 26 verschillende bedrijfsonderdelen (dagblad, sportkrant, boekenuitgeverij, drukkerij, tijdschriften, radio, etc) kwamen ergens diep in de nacht tot een akkoord dat de werknemers inmiddels via een stemming hebben bekrachtigd. Uiteindelijk zijn het bijna 100 minder ontslagen dan gepland (442 worden het nu), waarvan 56 bij El Periódico, minimaal 36 journalisten.

Vanaf 57 jaar val je onder een regeling voor vervroegde uittreding (maar we hebben een vrij jonge redactie, hooguit tien man/vrouw zijn zo oud) en de rest kan zich als vrijwilliger aanmelden als hij of zij de afkoopsom voldoende vindt: bij een jaarsalaris van 65.000 euro of meer (wat het geval is bij vrijwel alle redacteuren) krijgt de vertrekkende 31 dagen loon mee. Ter vergelijking: degenen die veel minder verdienen (tot 25.000 bijvoorbeeld) mogen op 48 dagen per jaar rekenen. Dus de rekenmachine pakken (de eerste 20 dagen zijn belastingvrij) en jezelf afvragen of het verstandig is in tijden van crisis met ongeveer een ton je vaste baan van de laatste 18 jaar op te geven.

Zijn er niet genoeg vrijwilligers, dan worden de ‘slachtoffers’ aangewezen. Neem aan dat dat in een persoonlijk gesprek gebeurt en niet zoals ooit bij Het Parool (zo las ik vorige week in het Dagboek van een Werkloze van Frans van Deijl in HP/De Tijd): daar kwam een koerier op D-Day tussen zes en acht ’s avonds de ontslagbrief voor de 20 ‘overtalligen’ thuisbrengen, nadat iedereen overdag gewoon had gewerkt…

Blue moon en rollators

rollator1

Zondagmiddag in Sitges. De zon is nog niet onder, de volle maan staat al ver boven de kerk van San Bortomeu en Santa Tecla. Eerste weekeinde sinds lange tijd dat het droog is gebleven. Restauranthouders dus weer even blij, net als de wandelaars zoals wij. Twee kilometer heen over de boulevard, naar bar Picnic voor een biertje, koffie of Martini, twee kilometer terug. Zo kun je wel oud worden, ook al heb je daar soms een rollator bij nodig. Een apparaat, trouwens, dat je in Spanje lang niet zoveel ziet als in Nederland. Staan de ouderen in Spanje steviger op hun benen? Of komt het omdat het toestel in NL in het ziekenfonds of zoiets zit? Of dat we onze ouderen te veel verwennen? Of in tegendeel: misschien komen in Spanje veel hoogbejaarden de deur niet uit omdat ze moeilijk lopen én geen rollator hebben.

boom-boulevardBlue Moon is ineens het liedje dat in me opkomt, bij het zien van de foto. Liedje uit 1934, van Richard Rodgers en Lorenz Hart. Een klassieker voor mensen met een rollator.

Cursus voor paspoortfoto’s

fotopaspoortp3Foto’s laten maken voor een nieuw paspoort. Zo ongelooflijk ingewikkeld zijn de regels voor het maken van een portretje, dat er in héél Barcelona maar één fotozaakje is die dat kan. Althans, de baas, Agustí, is voldoende door de mensen van het Consulaat geïnstrueerd om die foto’s direkt goed te maken zonder dat we keer op keer terugmoeten omdat ons portretje is afgewezen.

Hierboven een paar voorbeeldfoto’s: niet één ervan voldoet aan de eisen voor het paspoort. Zelfs een beetje reflectie op het kale voorhoofd is al uit den boze.
Het moet wel het állermooiste paspoort van de hele wereld zijn, was de cynische opmerking van Agustí. Gelukkig is zijn fotostudio dicht in de buurt van het Consulaat. Om 13.15 was ik bij hem klaar. Nee, zei hij, je kunt nu niet meer naar het Consulaat. Dat is om één uur dicht. En gaat de hele verdere dag niet meer open voor het publiek.

Regen, regen, regen

Twintig jaar in Barcelona en nog nooit zo’n natte winter meegemaakt. Dat merk ik aan de dagen dat ik niet op de fiets kan zitten. Zo’n stadsfiets zonder spatbord, dus op beregende straten zouden mijn rug en kont drijfnat en modderachtig vies worden. Dan laat ik hem staan en pak de metro, of ga lopen. Vandaag weer zo’n dag, een Hollandse dag. Van die zeikerige dagen die nooit op lijken te houden.

Het is, inderdaad, de natste winter in een jaar of dertig. Een jaar geleden hadden we het nog over de grootste droogte ooit, waren we bang dat we nu zonder water hadden gezeten. De stuwmeren waren bijna leeg, het drinkwater raakte op. Nu lopen ze weer bijna over, stromen de rivieren vrolijker dan ooit en ligt er in de Pyreneeën een pak sneeuw zoals nooit tevoren. De skistations blij, de winkeliers en restauranthouders in de badplaatsjes in paniek. En volgendregen jaar is het weer andersom.