
Heb al veel, heel veel Spaanse wijnen gedronken. Maar deze kende ik nog niet. Galicië is voor mij vooral de albariño, de delicate witte wijn die het best smaakt in de haven van La Coruña of in een restaurant bij Finisterre (letterlijk: Finaes Terrea, het einde van de wereld) bij een bord inktvis, pulpo a la gallega. In het hart van het land, ver van de kust, aan de oevers van de rivieren Miño en Sil, liggen de terrassen van de Ribeira Sacra, de heilige wijngrond die pas in de laatste 10, 15 jaar echt populair is geworden.
De produktie is er moeizaam en kostbaar, het gelaagde terrein staat geen machines toe: alles gebeurt handmatig. We waren op bezoek bij Adega da Cova, met zijn vijftig jaar één van de oudste bodega’s van de Ribeira Sacra. Ze maken daar vooral een jonge, maar volle rode wijn, 13 procent alcohol van de mencia-druiven. Later bij het eten van de grote lap vlees in het naburige Monforte de Lemos natuurlijk een fles besteld: hij smaakte uitstekend.
Deze bodega produceert maar 300.000 flessen per oogstjaar. De voorraad is snel op, zei José Manuel Moure, de zoon van de oprichter. Nu willen ze wat meer gaan exporteren, dus houd het in de gaten: er is veel meer dan de Rioja, Penedés, Ribera de Duero of Priorat. En de streek, op de foto nog verstopt onder de ochtendmist, is ook nog eens prachtig.



Beide zijn van Carles Abellán, een leerling van meester Ferran Adrià. Tevreden met het succes van Comerç24 vond Abellán het tijd de authentieke tapa opnieuw uit te vinden. Geen moderne hapjes, maar veel klassiekers op de best mogelijke manier bereid. De netten hangen er vol met de meest verse en grote scharreleieren. Zoals de kenners zeggen: het belangrijkste in de goede keuken is het basisproduct.

Vanmiddag een interview met Johan Cruijff gehad, voor het Audi-magazine. Behalve die ene prachtige Citroën-Maserati waar Cruijff ooit als jonge speler mee reed, ken ik hem alleen van zijn Mercedes-stationwagen, zijn halve leven lang. Maar in Nederland heeft hij een Audi staan, zegt hij.
) De protesten zijn voorbij, net als de massale vergaderingen (zie boven) de dreiging van een staking ook. De uitgeverij (Grupo Zeta) van mijn krant (El Periódico) en de ondernemingsraden van de liefst 26 verschillende bedrijfsonderdelen (dagblad, sportkrant, boekenuitgeverij, drukkerij, tijdschriften, radio, etc) kwamen ergens diep in de nacht tot een akkoord dat de werknemers inmiddels via een stemming hebben bekrachtigd. Uiteindelijk zijn het bijna 100 minder ontslagen dan gepland (442 worden het nu), waarvan 56 bij El Periódico, minimaal 36 journalisten.
Blue Moon is ineens het liedje dat in me opkomt, bij het zien van de foto. Liedje uit 1934, van Richard Rodgers en Lorenz Hart. Een klassieker voor mensen met een rollator.
Foto’s laten maken voor een nieuw paspoort. Zo ongelooflijk ingewikkeld zijn de regels voor het maken van een portretje, dat er in héél Barcelona maar één fotozaakje is die dat kan. Althans, de baas, Agustí, is voldoende door de mensen van het Consulaat geïnstrueerd om die foto’s direkt goed te maken zonder dat we keer op keer terugmoeten omdat ons portretje is afgewezen.
jaar is het weer andersom.