Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Een piepklein gourmet-paradijsje

Hij is er maar één keer geweest en het leek in niets op de restaurants, vaak luxueus of in ieder geval prijzig, waar hij elke maand wel eens uit ging eten. Het was een vriend die Frank de Boer meenam. “Dit restaurantje móet je eens proberen.” De oud-voetballer weet nog precies uit te leggen waarheen hij werd meegenomen. “Granja Elena, aan de Gran Via. Daar bij die grote rotonde waar je links naar de Ronda General Mitre gaat en rechts naar de Zona Franca. Na 100 meter aan de linkerkant. Het ziet er niet uit van buiten, je moet goed kijken om te ontdekken dat er wel een restaurantje zit, zo klein is het.”

Er binnentreden was een openbaring. Een eenvoudige granja, die barretjes waar iedereen uit de buurt in de loop van de dag wel iets komt eten of drinken. Kantoormensen die er hun ontbijt nemen, tussen zeven en acht uur ‘s morgens. Daarna de moeders die hun kinderen net naar school hebben gebracht, voor een koffie en vooral een babbeltje met andere moeders. En als zij weg zijn, rond een uur of half tien, de bouwvakkers van een dichtbijzijnd kantoor in aanbouw, voor hun stevige almuerzo, een maal dat tussen hun vroege ontbijt en latere middageten in zit. Dan gaan ook de eerste flesjes bier open en komt er na het broodje omelet of ham een carajillo, een stevige zwarte koffie met een scheut brandy of whisky erin. En dan, vanaf half twee, de mensen voor het middageten. “Ongelooflijk leuk en lekker. Een familietentje, de ouders met hun kinderen, de zoon die aan het koken is, de vader en moeder achter de bar. Zo gezellig, zo’n warme uitstraling…”

Dit is de rotonde, de Plaza Cerdà, waar Frank de Boer het over had, toen ik hem sprak voor mijn boek Het Barcelona-gevoel, waaruit bovenstaand fragment afkomstig is. Ik kom vaak over dit deel van de Gran Vía, met auto en met fiets, en keek af en toe links en rechts, op zoek naar die Granja Elena. Nooit gevonden. Tot het barretje deze week opeens in de krant stond, beroemd om zijn heerlijke broodjes. Dus gisteren, bij het maken van mijn kroniek over de Plaza Cerdà (de enige plek in de stad ter ere van Ildefons Cerdà, dé uitvinder van Barcelona, van het magistrale stadsplan van de Eixample), ben ik er even langsgegaan. Zit dus niet op de Gran Vía, maar op de Passeig de la Zona Franca, op 100 meter van deze rotonde, nummer 228.

Eigenaar en familiehoofd Abel Sierra vertelde me dat De Boer er nog wel eens komt, met zijn familie, als hij in Barcelona is. Net als de oud-directeur van Philips, wiens fabriek vroeger aan de overkant zat. Plus enkele Nederlandse ondernemers. ’s Middags zijn alle tafeltjes gereserveerd, iedereen wil er wel lunchen. Iets duurder dan de omringende zaakjes, want geen echt menu maar ‘losse’ gerechten, maar door de kwaliteit loopt het altijd makkelijk vol. ’s Avonds rust de familie trouwens uit, kun je er niet terecht. Op de kaart, gisteren, onder anderen: Tartar de langostinos con sorbete de tomate y gazpachito de pepino en als hoofdgerecht, bijvoorbeeld, lobarro salvatge rostit amb pesto de rovellons. Nieuwsgierig? De laatste is een wilde zeebaars uit de oven met een pesto van paddestoelen; typisch voor het begin van de herfst.

Drie jaar cel voor een voetbalrel

Zo, die hakt erin. Niet het stoplicht van de foto, maar het vonnis van een rechter vandaag in Barcelona. Kom in Spanje niet aan een politie-agent; dat was vroeger al zo, toen de paramilitaire Guardia Civil en de nationale politie, de grises, van Franco je al angst inboezemden, maar het geldt nu nog steeds. Twee jonge relschoppers (niet die van de foto) zijn vandaag veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf omdat zij bij de rellen op de Rambla na de ongelooflijke overwinning van FC Barcelona vorig jaar op Chelsea (goal van Iniesta in blessuretijd) met ‘gevaarlijke voorwerpen’ (flessen, volle blikjes drank, stenen) naar de agenten van de Mossos d’Esquadra hadden gegooid. De voorwerpen raakten niemand, er waren ook geen gewonden onder de agenten en juist daarom is dat vonnis van de rechter vandaag zo groot nieuws in Barcelona.

Ik heb het al vaker gezegd, in en rond het Camp Nou zijn er vrijwel nooit meer problemen met geweld en hooligans. Maar elke historische zege van Barça wordt wel met de nodige rellen gevierd op en rond de Rambla, waar rotzooischoppers in de anonimiteit van de massa etalages vernielen, brommers omgooien en de politie uitdagen. Deze rechter schijnt daar met een voorbeeld-vonnis een einde aan te willen maken. Een voetbalzege met geweld vieren? Stenen gooien naar de politie? Drie jaar de cel in. Dat verwacht je dus niet, als je stoer staat te doen in een misschien dronken bui. De twee waren bovendien met ‘een groep mensen’, maar de rest kon niet geïdintificeerd worden. Met zijn tweeën moeten ze boeten, heel lang boeten… Genoeg voer voor discussie, de komende dagen. En in afwachting van een hoger beroep, natuurlijk.

De zomer van de crisis

Het is weer voorbij. Althans, over een week begint volgens de kalender de herfst. En op de stranden hier in de buurt zijn ze met het afbreken begonnen, de concessies lopen eind van deze maand af, niet alleen voor de ligstoelverhuurders, maar voor complete chiringuitos, de strandtentjes die ergens in mei zijn opgebouwd en nu weer zullen verdwijnen. Steeds meer hebben trouwens behalve de gebruikelijke aluminium stoeltjes een lounge-achtige ruimte met banken en kussens; die Bloemendaalse mode is hier pas heel laat overgewaaid.

Even met wat mensen gesproken, op het immense strand van Castelldefels. Een slechte zomer, zeggen ze allemaal. Ondernemers klagen graag, maar Abdo, een stoelverhuurder, staaft het met zijn eigen cijfers: vorig jaar werd een omzet van 60.000 euro gedraaid, nu staat hij op 38.000. En daar moet de 20.000 die aan de gemeente moet worden afgedragen nog af. Ik dacht dat juist deze zomer de Spanjaarden, vanwege de crisis, dichter bij huis bleven. Maar Castelldefels is net iets té dicht bij Barcelona, lijkt het. Plus: gaven de strandgangers vroeger zonder nadenken die vijf euro voor een ligstoel uit, en twee euro voor een fris biertje, nu besparen ze op alles, moet een dagje aan het strand vooral niets kosten.

Zelfs de weekeinden zijn niet meer wat ze waren. Kan me eind jaren tachtig nog herinneren, toen we elk zomerse weekeinde zo snel mogelijk uit ons flatje in l’Hospitalet wilden verdwijnen en op weg gingen naar de stranden van Castelldefels en Sitges. Nog niet buiten de stad, bij het ziekenhuis van Bellvitge, kwam je al in een vierbaansfile te staan die aanhield tot de stranden, 20 of 30 kilometer lang. Die file’s bestaan niet meer, en niet alleen omdat naast de fameuze Autovía de Castelldfels (de C-31) nu ook een snelweg, de C-32, is aangelegd. Je kunt nu overal weer redelijk dichtbij het strand parkeren. En de buitenlandse toeristen, zei Abdo nog, die had hij deze zomer ook nauwelijks gezien.

’t Is weer voorbij, de zomer. Althans, volgens de kalender, de sterren en de maan. Maar de zon heeft er nog geen genoeg van. En het water is nog dik boven de 20 graden. Voldoende voor een dagelijkse duik, in een stille Mediterranee.

Alles dicht, en dat op zaterdag

Ja, daar sta je dan met zijn allen. Een dagje Barcelona, over de Rambla slenteren – of strompelen – en natuurlijk even de straat oversteken om een kijkje in La Boqueria te nemen. De grote markt halverwege de boulevard is inmiddels uitgegroeid tot één van de grootste toeristische attracties van de stad: kijken hoe ze er verse groente, vlees en vis verkopen die thuis nooit in zoveel frisse hoeveelheden te vinden is (vooral de vis, natuurlijk, want van groente en fruit hebben we in Nederland ook genoeg). Kom je dus bij de Boqueria en is het er donker en stil. Mensen komen er verbijsterd tot silstand, kijken naar boven of daar de redding vandaan moet komen en een enkeling waagt zich tot bij het hek om in het donker naar het niets te kijken, slechts gesloten marktkramen waar de ritsen knoflook en ñoras (gedroogde paprika’s, waarvan je na een uurtje weken het laagje resterende ‘vlees’ onder het vel in sauzen gebruikt, zeg maar een natuurlijke vorm van parpikapoeder) nog wel buiten hangen.

Het gebeurde gisteren overal in de stad. Toeristen die nog even op zaterdag wat inkopen wilden doen voor zij huiswaarts zouden keren maar bijna overal gesloten deuren aantroffen. Het was de Diada, de nationale feestdag van Catalonië, en dan is er nauwelijks iets te beleven in de stad. Zelfs geen feest, slechts een enkele demonstratie voor onafhankelijkheid en allemaal officieel gedoe in het Ciutadella-park.

“Op zaterdag, en dan alles dicht?” vroegen drie verbijsterde Zweedse vrouwen me voor de gesloten ingang van El Corte Inglés op de Plaça de Catalunya. Ja, en als de Corte Inglés dicht is, dan is alles dicht. De Zara natuurlijk ook. Alleen wat kleine zaakjes in de Barri Gòtic gingen (soms stiekem) open, net als de souvernirwinkels op de Rambla, die daar wel toestemming voor hebben. Blijkt dat het toch raadzaam is in je stadsgids te kijken naar ‘feestdagen’, typisch zo’n hoofdstukje dat je altijd overslaat maar dat je voor dit soort onaangename verrassingen kan behoeden. Denk bijvoorbeeld niet op 29 juni in Rome iets te kunnen kopen, zeiden teleurgestelde Italiaanse toeristen me gisteren; dan is het San Pietro i San Paolo, de beschermheilige van de stad, die die dag leegloopt. Net als met Ferragosto.

Ik weet dat deze post een dag te laat komt, of enkele dagen te laat. Heb de mensen niet gewaarschuwd. En voor volgend jaar is het niet nodig. Dan valt de Diada op zondag, en is in Barcelona altijd bijna alles dicht, al vragen steeds meer winkeliers om toestemming om toch open te gaan.

Nu dan een tweede huis in Spanje kopen?

Een vorige post hierover, precies een half jaar geleden, leverde nogal wat reacties op. Veel mensen denken er nog altijd aan, het kopen van een huis in de zon (zéker na zo’n waterige augustus in Nederland), én er zijn veel Nederlandse makelaars door heel Spanje actief, zo merkte ik wel aan een oproep via de LinkedIn groepen waar Nederlanders in Spanje zich ophouden. Vandaag kwam de Spaanse regering met de laatste cijfers over de woningmarkt. Optimistische cijfers, maar ik vraag me altijd af hoe serieus je die moet nemen.

Eén ding lijkt echter wel duidelijk: de negatieve tendens is voorbij, het diepste van de put lijkt bereikt en langzaam, héél langzaam worden er weer meer huizen verkocht. Als vergelijking wordt dezelfde periode van een jaar geleden genomen, en dát is nou een beetje het verneukeratieve eraan; de verkoop lag toen bijna stil, dus alles wat nu wordt verkocht is al snel meer dan in 2009. In getallen: tussen april en juni zijn bijna 25% meer woningen verkocht dan in hetzelfde trimester van 2009, met wel een heel groot verschil tussen de type woningen. De nieuwbouw steeg slechts met 4% en de ‘tweedehandswoningen’ gingen met bijna 50% omhoog.

Misschien dus hét moment om te gaan kopen, nu? Geen idee. Weet dat er nog heel veel leeg staat, dat de prijzen daardoor nog wel lager zullen blijven dan ze drie, vier jaar geleden waren (hoewel, één van de huisjes hierboven, in Barcelona, uit 1837, staat voor 360.000 euro te koop; wel 180 vierkante meter, maar van binnen volledig gesloopt door krakers). Maar ik weet ook dat de hypotheekrente, voor het eerst sinds twee jaar, weer een klein beetje aan het stijgen is, al zijn de verschillen minimaal en staat de Euribor (hier rechts) nog altijd belachelijk laag in vergelijking met de ruim 5% van oktober 2008.

Onder de 149.500 huizenkopers van het genoemde trimester waren trouwens 8.700 buitenlanders die al in Spanje woonden, liefst 46% méér dan in 2009. Emigranten zijn nog wat huiveriger, want er waren slechts 700 kopers van over de grenzen. Misschien dat de mensen deze zomer tijdens de vakantie hun ideale plekje hebben ontdekt en op koopjesjacht gaan. Hoor je daar bij, vergeet dan niet de producenten van het TV-programma Ik vertrek te tippen, vooral als je het idee hebt dat de emigratie één grote ramp gaat worden of als je zo naïef bent dat je denkt je in een vreemd land te kunnen vestigen zonder ook maar één woord van de taal te beheersen en nul kom nul van de lokale gewoontes te kennen. Zielige TV en hoge kijkcijfers gegarandeerd.

Oneindige verkiezingscampagne

Nog tweeëneenhalve maand te gaan en ben er nu al moe van. Premier José Montilla van Catalonië heeft vandaag de verkiezingen voor 28 november uitgeschreven en al mag de campagne officieel pas twee weken daarvoor beginnen, de strijd is al vier jaar lang bezig. Zo is Spanje, zo is ook Catalonië, een uiterst gepolitiseerde samenleving. In Nederland hebben de kranten ‘binnenlandpagina’s’ waarop o.a. het politieke nieuws komt te staan. In Spanje hebben ze allemaal aparte pagina’s política; het andere binnenlandse nieuws komt op de maatschappij-pagina’s. Dus zijn we hier elke dag in staat om vijf, zes, zeven pagina’s alleen met binnenlandse politiek te vullen. De radiozenders hetzelfde: de ochtendprogramma’s beginnen altijd met een politieke tertulia (een gesprek van wijsneuzen) en daarna een interview met een politicus, bijna alle werkdagen van het jaar. Geen ontkomen aan.

En dan nu nog eens de verkiezingen eroverheen. Met direct al protesten, geschreeuw, aandachttrekkerij. Die datum is niet goed, vindt de oppositie, omdat dat weekeinde ook Barça-Real Madrid wordt gespeeld. Dat kan op zaterdag zijn, maar dus ook de zondag van de verkiezingen. Schande, vindt de CiU, nu al acht jaar in de oppositie. Dat doet aan Franco denken, zei vandaag iemand van die partij. Wat het uitmaakt, verkiezingen en voetbal op dezelfde dag? “Om de aandacht van de economische problemen af te leiden,” aldus CiU. Maar dat is het niet. Die partij gaat op 28-N dik winnen, aan de linkse coalitie PSC-ERC-ICV komt dan een einde. Lijsttrekker Artur Mas van CiU ziet eindelijk zijn droom bewaarheid, hij wordt de nieuwe president. Normaal zouden dan alle voorpagina’s van 29 november exclusief voor hem zijn. Maar als Barça die zondag schittert tegen Real? Dan zal Mas die ruimte in het nieuws moeten delen met Messi. En dat vindt-ie niet leuk.

Nog tweeëneenhalve maand te gaan met de allang overbekende argumenten. Enig voordeel is dat hier een regering vrij snel gevormd is, dat we niet daarna nog eens maanden met een formatie bezig zijn.

Weer naar school na 10 weken vakantie

Ouders haalden opgelucht adem, vanochtend. ’t Is weer voorbij, die lange zomer. De derde week van juni waren de kinderen van de lagere- en middelbare school al vrij, vandaag zijn ze weer begonnen. Hele ophef, in Catalonië, omdat het schooljaar een week eerder dan gebruikelijk is begonnen. Leraren boos, maar veel ouders ook een beetje: die ene week vrij wordt straks ‘ingehaald’ in februari en maart; een soort skivakantie. En waar moeten ze de kinderen dán weer laten, vragen ze zich af, want pa en ma werken dan gewoon.

En waar moesten ze hen de afgelopen 10 (!) weken laten; is elke zomer ook altijd zo’n gedoe. Wekenlang zie je vooral veel opa’s en oma’s met het grut over straat banjeren. Het zal altijd wel een discussie blijven, of de vakantie niet te lang is, of ze hier niet te veel vrije dagen hebben, of het onderwijs gewoon waardeloos is… Zo’n 30% maakt niet eens de middelbare school af.

Een krant publiceerde een graphic, vergeleek vakanties en vrije dagen in verschillende Europese landen met elkaar. En ja, de Catalaanse en Spaanse kinderen zijn héél vaak vrij, niet alleen deze tweeëneenhalve maand in de zomer. Neem de losse vrije dagen buiten de vakantie’s om; in Nederland zijn er slechts drie (volgens die graphic), in Catalonië liefst 13. De eerste eigenlijk al over vier dagen, de 11e september, de nationale feestdag van Catalonië. Maar die valt dit keer op een zaterdag… Misschien dat de kinderen daarom gewoon vrijdag al weer vrij krijgen…

De natuur op drie kilometer

Mode in Barcelona: van die enorme groente- en fruithallen, soms op nog geen 50 meter van elkaar, waar je goedkoop groente en fruit kunt kopen. Peren voor 59 cent per kilo, een meloen voor 69 cent de kilo, etcetera. Vraag je de verkoper waar de tomaten vandaan komen (de kassen in Almería, meestal), dan zegt hij geen idee te hebben. Ik hou daar niet van, van die anonieme hangars waar ze je toch belangrijk voedsel verkopen zonde rook maar iets van de herkomst te weten. Kom liever bij de groenteman die liefst zes tot acht verschillende soorten tomaten heeft, allemaal op hun manier lekker: de mooie Montserrat, de Cor de Bou, de donkere Kumato, de gerimpelde Raf, de ‘tomaquet de penjar’ die ideaal is voor het uitsmeren op het brood, de peertomaat (of pomodoro) of de gewone ‘groene’ tomaat voor de salade.

Was gisteren in Vallvidrera, de vreemdste wijk van Barcelona omdat het eigenlijk een dorp is, bovenop de Tibidabo, om er voor mijn eerste stadskroniek de Fira Agrícola te bezoeken. Boeren en buitenlui op nog geen drie kilometer rijden van de stad, met hun strohoedjes op en mooie verhalen over de mandarijntjes, courgettes en tomaten die zij in de Collserola, de oneindige ‘sierra’ tussen Barcelona, Sant Cugat en Molins de Rei, verbouwen. Of de man die de vruchten van een cactus langs de weg plukt, ze opent en laat proeven.

Barcelona zelf heeft nog nauwelijks van deze tuinbouw, alles is verdrongen door het asfalt en beton. Volkstuintjes, zoals in Nederland, heb je hier ook, maar ze zijn schaars, want de ruimte is schaars. En dat terwijl één grote wijk Horta heet, Catalaans voor een tuin waar groente en fruit wordt gekweekt. Ook rondom de stad is het meeste onder en tussen de grote wegen verdwenen, op de artisjokken bij het vliegveld na.

Man op de maan

Een andere Edwin, Buzz Aldrin, was ooit de tweede man op de maan (erg moet dat zijn, net niet de eerste mogen zijn, Neil Armstrong voor eeuwig beroemd en jij veel minder – Aldrin heeft er altijd last van gehad, hoewel het nóg erger was voor de derde man, Michael Collins, die in de Apollo moest blijven), ik mag komende week vijf dagen als eerste van dit seizoen ‘man op de maan’ spelen bij De Wereld Draait Door. Stelt natuurlijk niks voor, vijf keer 20 seconds of fame, de tijd waarin ik vanuit het snikhete Olympisch stadion van Montjuïc mijn aankondiging moest doen voor de vijf mooiste, leukste en/of beste sportmomenten uit de Spaanse geschiedenis na wéér een Spaanse sportzomer.

Kies die maar even. Redacteur Bas Schurink kwam ook met suggesties en zo hebben we uiteindelijk een top-8 kunnen samenstellen, want je moet ook wat reserve’s hebben. Twee gaan er in ieder geval niet mee, waaronder bovenstaande Wimbledon-finale van 2008, de mooiste en langste finale ooit op dat gras, tussen Nadal en Federer. Noch een zege van Seve Ballesteros in de British Open van 1978, de eerste internationale Spaanse sportheld ná Franco. Heeft o.a. te maken met de (dure) rechten van die fragmenten. Wat wél mee gaat, ga ik niet zeggen, natuurlijk, maar het zijn niet alleen mooie overwinningen… Het moet, voor een programma als DWDD, vooral in een minuutje (20 seconden lullen, 40 seconden kijken) flítsend blijven, een kleine apotheose hebben. En een mooi verhaal erachter.

Vier gangen voor 13€

In het binnenland zullen ze altijd wel meer hebben gegeten in de stad. Omdat ze daarvoor meer hebben gewerkt en bewogen, dus meer trek hebben. Want anders is het niet te verklaren dat het traditionele lunchmenu -middagmaaltijdmenu, zeg ik liever, want lunch klinkt altijd zo licht, en dat is dit niet – dat we in de stad voor 9 of 10 euro krijgen voorgeschoteld uit drie gangen bestaat terwijl dat in de comarcas del interior, de overwegend agrarische Catalaanse binnenlanden steevast een viergangenmenu is. Soms ook voor 10 euro, maar vaak, zoals gisteren in Masies de Voltregà, net ietsje duurder: 13€. Vier gangen! Nou klinkt dat zo heel sjiek, terwijl het dat nooit is. Hoewel, je kunt kiezen: restaurant Cal Peiu in dit vroegere textieldorpje heeft twee verschillende zalen, één om snel dat menu weg te werken en naar de TV te kijken – daarom zitten alle mannen met hun gezicht  naar dezelfde kant; weinig vrouwen inderdaad – en een tweede, rustiger zaal met gedekte tafels, zonder TV en dezelfde prijzen.

Anders dan bij de drie gangen in de stad is hier de eerste gang altijd light: een vruchtensap, een gazpacho of een salade, maar wel een enorme groene salade… Daarna bestelde ik de altijd goede fideos a la cazuela, een gerecht dat bijna niet te verpesten is. Eigenlijk zit je daarna al vol, dus is de derde gang al overbodig. Was hij ook wel, want het taaie biefstukje en de blanke frietjes waren net zo onsmakelijk als ze er op de foto uitzien. Geen dessert meer genomen, zou te veel van het goede zijn. Gewoon een kleine koffie.

En binnen 40 minuten weer buiten, als je wilt, want tussen de borden door op adem komen is er niet bij, zo weten alle ervaren Spanje-gangers en -eters. Heb je bij zo’n maal ook nog wat wijn gedronken – ik hield het bij water en een cola -, dan overvalt de siësta je vanzelf. Toch is het niet slecht, zo’n stevig middagmaal. Het geeft je benzine voor uren. Dit was om twee uur op, en tot elf uur ’s avonds zou ik niet meer aan eten toekomen. Geen chips tussendoor, of gebakjes,of kroketten of andere dikmakende hapjes. Gewoon teren op die 13 euro uit het binnenland, ergens boven Vic.