Tagarchief: verkiezingen

Barcelona is niet socialistisch meer

Barcelona was één van de laatste ‘rode’ bolwerken in heel Spanje. Ging Madrid al eind jaren tachtig over naar een conservatieve gemeenteraad en burgemeester (die wordt hier via de stembus gekozen) kort nadat de immens populaire socialistische burgemeester Tierno Galván in 1986 was overleden, nu heeft de hoofdstad van Catalonië een kleine ruk naar rechts gemaakt. Liefst 32 jaar – sinds de eerste verkiezingen na Franco (die natuurlijk zelf de burgemeesters benoemde) – was de PSC aan de macht in Barcelona, met als populairste burgemeester Pasqual Maragall, die voor zijn stad de Olympische Spelen van 1992 binnenhaalde,  later president van de Generalitat werd en nu vooral bekedn is als Alzheimer-patiënt.

Vandaag moest de synpathieke, maar weinig charismatische veertiger Jordi Hereu het stokje overgeven aan de goedige opa Xavier Trias van de Catalaanse nationalisten van CiU: liefst zes voorgangers van de 65-jarige Trias hadden zich in de verkiezingsstrijd stukgebeten op de socialistische rivaal, dus was de dag van vandaag een ongelooflijke triomf voor de nationalisten, die net als de Partido Popular in de rest van Spanje vooral profiteerden van de diepe economische malaise waarin het land verkeert en waar de socialisten van premier Zapatero voor verantwoordelijk worden gehouden.

Geen idee wat het nieuwe stadsbestuur ons gaat brengen. Hereu, die gisteren zijn laatste spullen inpakte, heeft het niet slecht gedaan. Vreemd echter dat je als burgemeester van een stad als Barcelona zo redelijk anoniem kunt blijven. Lijkt mij een heerlijke stad om te besturen, om faam in de hele wereld op te bouwen, maar dat was aan Hereu niet besteed. Aan opvolger Trias lijkt me trouwens ook niet.

 

Advertenties

De socialistische dominostenen

Spanje en Catalonië zijn geen landen voor coalities. Veel kiezers vonden het maar vreemd, de laatste zeven jaar, de tripartito die in Catalunya regeerde: de gematigde nationalisten van CiU hadden twee keer de meeste stemmen, maar socialisten (PSC), republikeinse nationalisten (ERC) en groenen (IC-V) vormden twee keer een meerderheidsregering waarin zij het nooit echt goed met elkaar konden vinden. De crisis heeft definitief een einde aan het experiment gemaakt, de drie verloren gisteren samen 20 zetels in het parlement en de regio keert terug naar de tijden van de gaullistische premier Jordi Pujol; zijn ‘dolfijn’ Artur Mas mag voor CiU gaan regeren, met 62 zetels iets minder dan de absolute meerderheid (68), maar met voldoende voorsprong op de verslagen rivalen. En het hele apparaat kan zo weer op de kop, want op honderden departementen, van ministeries tot de nationale TV3 en Catalunya Ràdio, heersen en presenteren mensen die door de socialisten en hun partners zijn benoemd en nu weer voor beschermelingen van CiU moeten plaatsmaken…

Catalonië was één van de laatste socialistische, progressieve bolwerken in Spanje, maar diezelfde crisis betekent het begin van een val van linkse dominostenen. In maart volgend jaar zal de PSC voor het eerst in de democratie ook het gemeentebestuur van Barcelona aan CiU verliezen en de enquetes voorspellen tevens een flinke nederlaag voor premier Zapatero in de algemene verkiezingen voor heel Spanje. Maar die zijn nog twee jaar weg, tijd waarin Zapatero hoopt dat die crisis afneemt én dat hij het defiitieve einde van de ETA kan bewerkstelligen en bekrachtigen, wat weer flink wat stemmen zou opleveren.

In het Catalaanse parlement komen nu meer partijen dan ooit, zeven in totaal. Opvallendste nieuwkomer is de oud-voorzitter van FC Barcelona, Joan Laporta, die met zijn partij voor de onafhankelijkheid (SI) vier zetels binnenhaalde. Net níet genoeg stemmen behaalde de extreem-rechtste PxC (Plataforma per Catalunya), die in enkele gemeenten waar een groot aantal immigranten woont ruim 4% van de stemmen behaalde en bij de komende gemeenteraadsverkiezingen wél eens zijn macht buiten plaatsen als El Vendrell, Vic en Salt zal kunnen uitbreiden.

Oneindige verkiezingscampagne

Nog tweeëneenhalve maand te gaan en ben er nu al moe van. Premier José Montilla van Catalonië heeft vandaag de verkiezingen voor 28 november uitgeschreven en al mag de campagne officieel pas twee weken daarvoor beginnen, de strijd is al vier jaar lang bezig. Zo is Spanje, zo is ook Catalonië, een uiterst gepolitiseerde samenleving. In Nederland hebben de kranten ‘binnenlandpagina’s’ waarop o.a. het politieke nieuws komt te staan. In Spanje hebben ze allemaal aparte pagina’s política; het andere binnenlandse nieuws komt op de maatschappij-pagina’s. Dus zijn we hier elke dag in staat om vijf, zes, zeven pagina’s alleen met binnenlandse politiek te vullen. De radiozenders hetzelfde: de ochtendprogramma’s beginnen altijd met een politieke tertulia (een gesprek van wijsneuzen) en daarna een interview met een politicus, bijna alle werkdagen van het jaar. Geen ontkomen aan.

En dan nu nog eens de verkiezingen eroverheen. Met direct al protesten, geschreeuw, aandachttrekkerij. Die datum is niet goed, vindt de oppositie, omdat dat weekeinde ook Barça-Real Madrid wordt gespeeld. Dat kan op zaterdag zijn, maar dus ook de zondag van de verkiezingen. Schande, vindt de CiU, nu al acht jaar in de oppositie. Dat doet aan Franco denken, zei vandaag iemand van die partij. Wat het uitmaakt, verkiezingen en voetbal op dezelfde dag? “Om de aandacht van de economische problemen af te leiden,” aldus CiU. Maar dat is het niet. Die partij gaat op 28-N dik winnen, aan de linkse coalitie PSC-ERC-ICV komt dan een einde. Lijsttrekker Artur Mas van CiU ziet eindelijk zijn droom bewaarheid, hij wordt de nieuwe president. Normaal zouden dan alle voorpagina’s van 29 november exclusief voor hem zijn. Maar als Barça die zondag schittert tegen Real? Dan zal Mas die ruimte in het nieuws moeten delen met Messi. En dat vindt-ie niet leuk.

Nog tweeëneenhalve maand te gaan met de allang overbekende argumenten. Enig voordeel is dat hier een regering vrij snel gevormd is, dat we niet daarna nog eens maanden met een formatie bezig zijn.

Verkiezingen in het Oude Noorden

Dit zijn Ali, Hussein, Kazim en Naim, vóór het Turkse café van de eerste, in het Rotterdamse Oude Noorden. Ze zaten een eigen versie van rummikub te spelen, maar wilden wel even naar buiten komen voor de foto. Ali, links, heeft namelijk zijn café versierd met Oranje vlaggen en zo, voor het WK. “Ik voel me Nederlander,” zegt hij.

Dit is Arnold. Geboren Utrechter, getogen Rotterdammer. Hij zit voor zijn sleutelmakerij in het Oude Noorden, 50 meter van het Turkse café vandaan. Arnold heeft zijn hele leven PvdA gestemd, maar gaat woensdag voor Wilders. In het Oude Noorden is 65% van de bewoners allochtoon. Arnold is het zat.

Een dagje Rotterdam, dus, dichtbij het Crooswijk waar ik woonde. Hier, in het Oude Noorden, speelden we biljart bij  cafe Faas, hoek Zwaanshals-Zaagmolenweg. Toen woonden er al heel wat immigranten, maar was Faas nog geen Marokkaans theehuis geworden. Er is veel veranderd, niet altijd ten goede, maar volgens sommige bewoners is de wijk weer iets aan de beterende hand.

Toch is dat hele immigratie- of allochtonendebat, door Wilders steevast gemaakt tot een islamdebat, door de economische crisis naar de achtergrond verdrongen. Toevallig stonden 5 km van het Oude Noorden vandaan, in de Erasmus Universiteit, zes lijsttrekkers tegenover elkaar. Wilders en Cohen mochten bekvechten over die allochtonen; helemaal niks nieuws onder de zon, iedereen valt in herhalingen en, nu iedereen vooral last heeft van zijn eigen portemonnee, lijken die buitenlanders ineens niet zo interessant meer. Heb vandaag niemand zelfs niemand gehoord die ze ervan beschuldigt ‘onze banen af te pikken’.

Wilders zijn ‘momentum’ is voorbij, zo schreef NRC Handelsblad laatst al. Een half jaar terug zat hij in de enquêtes bijna aan de 30 zetels, was hij bijna premier, nu is hij teruggevallen naar de helft, slechts zes meer dan hij nu heeft. Wil iemand een veelbetekenende foto? Bij deze: zelfs op rechts is Wilders, mét kogelvest onder het colbert, eenzaam.

Wees bang voor rechts

In Spanje ben je links of rechts, een middenweg bestaat er niet. Misschien een erfenis uit de tijd dat de Nationalen en de Republikeinen in een Burgeroorlog terechtkwamen. Kort nadat de overwinnaar, generaal Franco, vier decennia later in 1975 overleed, maakte Spanje zijn fameuze transición van dictatuur naar democratie aan de hand van de gematigde centrum(-rechtse) partij UCD van premier Adolfo Suárez, een memorabele politicus die nu overigens door Alzheimer vrijwel geveld is. Maar al in 1982 namen de socialisten van Felipe González het over en sindsdien, met het aan de overzijde groeien van de Alianza Popular en de latere Partido Popular, is de tweedeling van het land steeds groter geworden.

Dat oude gevecht tussen links en rechts wordt in deze campagne voor de verkiezingen voor het Europees parlement door de PSOE van premier Zapatero weer uit de kast gehaald. Wees bang voor rechts, is de boodschap van de spot die in Spanje de meest bekeken op You Tube is. Achtereenvolgens verschijnen een ober (“De immigranten beroven ons van ons werk”), een priester (“In Europa is plaats voor maar één godsdienst”), een netjes geklede en gekamde mevrouw (“De gezondheidszorg zou geprivatiseerd moeten worden”), een wijnboer (“De klimaatverandering is een grote leugen”), een skinheid (“Homosexualiteit is een ziekte”), een ondernemer (“Ik geloof in het vrije ontslag”) en een wat oudere dame (“Ik ben voor de doodstraf”). Daarna de tekst van de PSOE: ‘het probleem is niet wat ze denken…. maar wat ze gaan stemmen’.

Lijfwachten bij verkiezingen

lazkao

De drie mannen zijn militanten van de socialistische partij. Ze plakken posters op van hun leider Patxi López, zondag één van de twee grote kanshebbers bij de verkiezingen in het Baskenland. Naast deze mannen, net buiten de foto, staan twee lijfwachten. Toen ik naar hen toeliep om wat te vragen, sloegen ze alarm. Geen probleem! riep ik, ik ben journalist (wat voor sommigen dan wel juist weer een probleem is.) Ze vertelden dat ze zo door heel Baskenland rijden, in een busje zonder reclame van de partij, om overal in enkele minuten snel wat posters op te plakken voordat de aanhangers van de ‘gewapende strijd van de ETA’ hen opmerken, of gewoon nationalisten die niets moeten hebben van de ‘landelijke’ Spaanse partijen, de socialisten en de conservatieven van de Partido Popular. (Ze wilden trouwens geen foto’s, maar deze had ik daarvoor al van afstand genomen, en herkenbaar zijn ze niet…)

En nou was Lazkao, waar ik deze foto heb genomen, wel zeer ‘heet terrein’ voor de mannen. Maandag blies de ETA er hun net gerenoveerde partijkantoor op, waarbij geen gewonden vielen. Een jongeman die boven het kantoor woonde en wiens vader een socialistische wethouder was geweest, zag zijn flat behoorlijk beschadigd worden. lazkao2Woedend was hij, en hij toog een dag later met een grote hamer naar de plaatselijke Herriko Taberna, de bar waar de links radicale aberzales bijeenkomen en waarvan er zich één in elke stad en dorp bevindt. Hij sloopte het interieur, werd gearresteerd en moest uit het dorp vluchten om aan de wraak van zijn ‘politieke’ tegenstanders te ontsnappen. Leuk, verkiezingen.

Hommage aan ETA-leden

baskenland2

Het is het opvallende, maar tegelijk gebruikelijke beeld in veel kleine steden en dorpen in het Baskenland. Op het meest centrale plein van het plaatsje hangt een meestal lange rij foto’s; al jarenlang. Het zijn inwoners van het betreffende dorp die veroordeeld zijn voor het plegen van aanslagen of het toebehoren aan commando’s van de ETA. De burgemeester van die stadjes is dan meestal iemand van de links radicale aberzales, die beschouwd worden als de politieke arm van de ETA; daarom worden de foto’s niet verwijderd.

Eén avond per week is er een optocht om die ‘politieke gevangenen’ te eren. Maar vooral ook om te pleiten voor hun terugkeer naar het Baskenland. Het is altijd de politiek van de Spaanse staat geweest om veroordeelde ETA-leden zo ver weg mogelijk in gevangenissen te plaatsen. Aanvankelijk was dat op de Canarische Eilanden, later Zuid- en Midden-Spanje. Dat was een extra straf, zodat familieleden hen niet zo vaak konden bezoeken.

Deze foto maakte ik dinsdag (laatste dag van het carnaval) in Mondragón, het stadje waar precies een jaar geleden een socialistische wethouder door de ETA werd vermoord. ‘Van hem kunnen we geen foto op straat hangen,’ beklaagt een partijgenoot zich. Het is de schizofrene situatie van het Baskenland, waar de meerderheid tegen het geweld is en hoopt op een definitieve wapenstilstand. (Het meer volledige verhaal hierover, zaterdag in het AD: Baskenland stemt tegen angst)

En ondanks alles blijft Baskenland een prachtige land, natuurlijk, met onder anderen het prachtige Guggenheim-museum dat het straatbeeld van Bilbao beheerst en gisteren in de avondzon prachtig schitterde:

baskenland6