
Heb er eigenlijk nooit zo op gelet, maar kan me het niet herinneren noch voorstellen: een drukke straat in Amsterdam, het Damrak bijvoorbeeld (niet de mooiste, ik weet het), overspoeld door horde’s toeristen, een graad of dertig, mooie zomer: lopen die gasten in bikini (de vrouwen) en blote bast (de mannen) door de stad?
In Barcelona wordt al jarenlang geklaagd over het sterk gedaalde (culturele) niveau van de gemiddelde toerist die de stad bezoekt. Dat gaat deze zomer, meer dan ooit, ook nog gepaard met de totale afwezigheid van schaamte of smaak op het moment van zich aan- of ontkleden. Konden we vroeger nog grapjes maken over de schreeuwerige kleurcombinaties van de strandbroeken waarmee mannen door de stad liepen, nu vinden veel toeristen het doodnormaal bijna helemaal niets meer aan te doen, zoals deze meneer van de foto bij de drukke ingang van de Boquería-markt.
De hitte kan toch niet het enige argument zijn om je tussen andere wandelaars op de Rambla te bewegen en hen te storen met je kleverige lijf dat op het strand thuishoort maar niet op een wandelpromenade. En helemaal niet in winkels, bars en restaurants, maar ook daar stappen sommigen gewoon halfbloot binnen, tot ze er door een medewerker op worden geattendeerd dat het zo toch echt niet hoort.
Barcelona schijnt er, qua regelgeving, niets aan te kunnen doen. In principe is zelfs het volldige blootlopen door de stad geoorloofd en er is één oudere man die er elke dag met genoegen van gebruik maakt, van die toestemming. In Sitges hebben ze wel de gemeentwet aangepast. Er hangen ook affiches om de toeristen erop te attenderen: buiten het strand, t-shirt aan. Degene die halfbloot door het dorp loopt wordt er door agenten op gewezen toch maar iets iets aan te trekken. Degene die dan alsnog weigert, kan een boete van 350 euro tegemoet zien. Is misschien, en helaas, de enige manier om een heel klein beetje beschaving bij te brengen.


Maar waarom doen ze het eigenlijk? De oorsprong is, zoals met veel feesten en tradities, religieus. Het is Corpus Christi, ofwel Sacramentszondag. Wikipedia moet de agnost verlossing bieden: “Sacramentszondag wordt gevierd op de tweede zondag na Pinksteren. Op dit feest wordt gevierd dat Jezus Christus zich in de gedaante van brood en wijn aan de gelovigen wil geven als voedsel en voortdurend onder de mensen wil blijven door middel van zijn waarachtige tegenwoordigheid (Sua realis praesentia) in de geconsacreerde offergaven. De eerbied die in de Rooms-katholieke Kerk voor de geconsacreerde hostie bestaat, wordt op deze feestdag benadrukt.” Tja. (In het Spaans is de hostia trouwens niet alleen dat koekje uit de kerk, maar ook een flinke klap én een kreet van verbazing. Hostia!)




De roodpaarse kleur in de zaal, de sfeer, het gevarieerde publiek, van kleine kinderen tot toevallige buitenlandse passanten, van vrienden van de artiest tot modieuze lokale bevolking, zijn iets rauwe stem en die akoestische gitaar. Natuurlijk was het Cobain niet tijdens dat historische MTV-Unplugged-optreden, en heeft Sandor geen enkele reden de passen van de Nirvana-legende te volgen, maar het was meer dan voldoende om bijna twee uur lang even ergens anders te zijn.
De buurt, Terramar, is een zogeheten ciudad jardin, een tuinstad zonder flatgebouwen direkt aan de boulevard die zelfs onder de bouw- en toerismewoede van het Franco-regime in de zestiger en zeventiger jaren (zie het resultaat in, onder anderen, Benidorm, op de foto hiernaast) geheel werd gerespecteerd. Deze huizen zijn nu ook allemaal beschermd door een soort monumentenzorg.
De kop boven dit stukje is niet helemaal waar. Het voetbal, het onvolprezen jeugdvoetbal houdt de jongens (en steeds meer meiden) wel bezig, maar naast de drie trainingen van anderhalf uur per week én de wedstrijd in het weekeinde kunnen mijn zoon en zijn (voetbal)vrienden ook nog eens urenlang op straat rondhangen of met hun brommertjes rondtouren. En toch zou ik ze geen hangjongeren willen noemen, want voor problemen lijken ze nauwelijks te zorgen. Vandaag was de presentatie van alle teams van voetbalvereniging UE Sitges, die pas sinds vier jaar ook een jeugdopleiding heeft. Het blijft het mooiste: jochies die op hun zesde voor het eerst tegen een bal gaan trappen op een écht veld (van kunstgras dan) en die dat 10 jaar later, ondanks alle verleidingen van het leven, nog steeds doen. Hulde aan al die trainers en vrijwilligers die het leuk vinden tientallen kinderen te instrueren en tegelijk een beetje discpline en solidariteit bij te brengen. Nu ontaarden de wedstrijden van Ferran – zij zijn al de oudsten, de A-junioren – nogal eens in opstootjes, maar dat zal mede door de opvliegende hormonen komen. Daar hebben de allerkleinsten, hiernaast onderaan de foto, nog geen last van. Soms hebben zij nog moeite te beseffen wie de tegenstander en wie de medespeler is. Kwaad zullen ze elkaar nooit doen.

vaak gewone huismoeders van een jaar of 40, 50 en zelfs oma’s van 60 en 70, voortdurend werden betast. De vrouwen waren het zat, de gemeente zette hoge dranghekken neer en de politie stuurde tientallen extra manschappen.