Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

De terugkeer van de tijgermug

tijgermug

Een paar jaar geleden leek het nog een exotisch verschijnsel dat slechts voor enkele mensen in het stadje Sant Cugat del Vallès een plaag was. De exotische, uit Azië en Afrika afkomstige tijgermug  (Aedes albopictus), was vermoedelijk met een stapel autobanden waarin een laagje water stond Spanje binnengekomen. Het beestje is iets kleiner dan een gewone mug (hoewel dat op deze foto niet lijkt), heeft witte strepen op z’n poten en lijf en zorgt voor steken die pijnlijker zijn dan die van een gewone mug. Sommige mensen blijken er bijzonder gevoelig voor en moeten naar de huisarts.

Vanuit Sant Cugat heeft het beest sinds 2004 een enorme opmars gemaakt en vandaag werd bekend dat hij eind vorig jaar al 87 Catalaanse gemeenten had bereikt. Sinds vorige zomer heb ik ‘m ook in mijn tuin… Het beestje vliegt veel trager dan een gewone mug, maar is een hinderlijke prikker, vooral omdat hij door de fijne zomerkleren heen kan steken. Bovendien hoor je hem niet, hij zoemt nauwelijks.

De wijze raad van de overheid is dat je nergens in en rond het huis water moet laten staan in borden, bloempotten, gieters of nooit gebruikte putjes, omdat ze daarin de eitjes leggen en de larven tot volwassen muggen uitgroeien. Ze bereiken maar een maximale vliegafstand van 450 meter, dus heb je ze bijna altijd in de buurt als ze bij je in de tuin een comfortabele broedplaats hebben gevonden.

In Nederland schijnt hij ook sporadisch te zijn gesignaleerd (hij zou soms in het water van die lucky bamboo-potjes te hebben gezeten), maar in tegenstelling tot wat er op de NL’se versie van Wikipedia staat draagt de tijgermug geen (ernstige) ziektes over.

De ontdekking van een oude ‘fonda’

P1010631

Zo ontdek je nog eens dingen. In de eerste plaats dat er in (en rond) Barcelona Nederlanders zijn die de 50 of 60 zijn gepasseerd en elkaar maandelijks ontmoeten in wat zijzelf een seniorenlunch noemen. Ze bestaan uit (oud-)ondernemers, expats die al 45 jaar in Spanje wonen, een vroegere consul-generaal in Barcelona plus de huidige consul die de laatste weetjes uitwisselen. (Eén is buurman aan de Costa Daurada van Joop Wildbret, een naam die velen niets zal zeggen, maar voor een vroegere FC Utrecht-supporter als ik gelijkstaat aan de roemruchte periode eind jaren tachtig in de oude Galgenwaard waarin wij op de Bunnikzijde helden als Leo van Veen, Joop van Maurik, Ton du Chatinier en vele, vele anderen toejuichten; ook Wildbret speelde in dat team.) Om de boel op te leuken nodigen ze een spreker uit, en dat kan dus ook een journalist zijn die over zijn Barcelona-gevoel komt praten.

In de tweede plaats ontdek je het restaurant waar zoiets gehouden wordt. Op de foto ziet het er misschien iets sinister uit, maar het is een historische plaats waar ik al vaak was langsgefietst maar nooit was binnengegaan. In 1850 richtten de broers Joan en Pau Riba in de Carrer Sant Pau, om de hoek bij de Rambla aan de achterkant van het Liceu-operatheater, de Fonda España op. In die jaren waren de fonda’s pleisterplaatsen voor reizigers waar ze konden slapen maar vooral goed konden eten. (De beroemdste is de Fonda Europa in Granollers, fameus om zijn keuken.) caspunxesTien jaar later toverden de broers hun fonda om tot een heus hotel, dat werd ontworpen door de na Gaudí bekendste modernistische architect, Lluís Domènech i Muntaner, o.a. auteur van het wonderbaarlijke Casa de les Punxes aan de Diagonal (links). Binnenin leefde de architect zich flink uit, al is het restaurantdeel van wat nu Hotel España of Espanya heet het meest sobere van de constructie. Een restaurant dat nog altijd de naam Fonda draagt.

Ik weet niet hoe de kamers zijn, maar dit eenvoudige 2-sterrenhotel is met een schappelijke prijs misschien een goede tip voor reizigers die niet méér dan 100 euro voor een 2-persoonskamer willen uitgeven en tóch om de hoek bij de Rambla willen zitten.

Terrassen met uitzicht

claris1

Een inwoner van de stad zelf komt er niet zo snel, de toegangsdeur plus de receptie van het vier- of vijfsterrenhotel blijkt meestal een te grote psychologische barriëre. Maar ze zijn meer dan welkom, de Barcelonezen, op de luxe terrassen met fantastisch uitzicht op de hoogste daken van de stad, zeker nu de (buitenlandse) toeristen het laten afweten.

Toevallig, of niet, maar de twee grootste kranten van de stad, El Periódico en La Vanguardia, openden vandaag beide hun stadspagina’s met een reportage over die hotelterrassen, waarvan de meesten overigens pas in juni werkelijk opengaan. Jaren geleden is Hotel Claris, in Pau Claris achter de Passeig de Gràcia, er als eerste mee begonnen en nog altijd is de jaarlijkse opening van zijn terras een sociale gebeurtenis waar alle (semi-)beroemdheden op afkomen. De hotels die daarna werden gebouwd zorgden er allemaal voor een groot terras, meestal met zwembad, op hun bovenste verdieping te hebben en die open te stellen voor meer mensen dan alleen de hotelgasten.

hotelmeNu zijn ze bijna niet te tellen, de hotelterrassen in vooral het centrum van de stad, bovenop, onder anderen, Hotel Pulitzer naast het Plaça de Catalunya, Hotel 1898 aan de Rambla, het prachtig gerestaureerde maar peperdure Hotel Casa Fuster helemaal aan de bovenkant van de Passeig de Gràcia of het gloednieuwe Hotel Me, hier rechts op de foto, aan het saaie nieuwe stuk van de Diagonal.

Dat laatste hotel heeft eveneens een club geopend op één van zijn verdiepingen, ook iets wat mode is sinds het hypermoderne Hotel Omm in de Carrer Roselló, vlak achter de Pedrera van Gaudí, zijn receptie-lounge transformeerde tot een bedevaartsoord voor de mooiste en hipste mensen van Barcelona. Je kunt er genieten, als je er van houdt, van de nieuwste modetrends, om mooie lijven gewikkeld. En als er per ongeluk een grote man met een schreeuwerig roze polo en witte broek doorheen loopt weet je gelijk dat er ook andere Nederlanders aanwezig zijn.

Danone werd geboren in de Raval

FRANCE-RETAIL-FOOD-DANONE

De koperen herdenkingsplaat naast de de voordeur van nummer 16 van de Carrer dels Angels, in de wijk Raval schuin tegenover de verblindend witte gevel van het Macba, is verdwenen. In 1994 kwam Daniel Carasso naar Barcelona om de plaat samen met de burgemeester te onthullen: “In dit gebouw fabriceerde Isaac Carasso de eerste Danone-yoghurt van de wereld.” Daniel was erbij, vertelde hij. Hij was toen 14 jaar, herinnerde zich een laboratorium vol grote flessen melk en veel rook. Daniel overleed deze week in Parijs. Hij werd 103 jaar.

danoneDanone is officieel een Franse gigant in de voedingsmiddelenindustrie. Nummer één van de wereld in verse melkproducten. Maar zijn wortels liggen op de benedenverdieping van dat oude Barcelonese huis uit 1878. De Carasso’s waren joden die in de vijftiende eeuw door de Reyes Católicos uit Spanje waren verdreven. Isaac Carasso keerde vier eeuwen later vanuit Thessaloniki in Barcelona terug en ging daar de yoghurt produceren die hij op een reis in Bulgarije had ontdekt. In West-Europa bestond het goedje nog niet.

Nobelprijs-winnaar Ilia Metchnikoff van het Pasteur Instituut uit Parijs hielp hem te bewijzen dat twee bacterieën uit gefermenteerde melk een heilzame werking in maag en darmen hadden. Toen Carasso in 1919 het eerste potje yoghurt produceerde werd het door artsen aanbevolen en slechts in apotheken in Barcelona verkocht. De merknaam die hij ervoor verzon kwam van het verkleinwoord van de naam van zijn zoon: Danon.

Isaac stuurde Daniel vervolgens naar Marseille en Parijs om te studeren. In de Franse hoofdstad richtte Daniel op 25-jarige leeftijd de Société Parisienne du Yoghourt Danone op, wat later het moederbedrijf zou worden.

De top-10 van de Spaanse gastronomie

jamoniberico

gambaroja

Leuke ranglijst die vandaag de krant El Mundo publiceert naar aanleiding van een boek, Las estrellas de la gastronomía española anchoacantabricovan voedingsdeskundige Ismael Días Yubero over aceite-olivade grote sterren van de Spaanse gastronomie. Het werd een ranking van de 10 producten die je ooit eens geproefd móet hebben.guisante lagrima 

Nummer 1 is natuurlijk de jamón ibérico de bellota,esparrago2 onze favoriete eikeltjesham, nergens anders ter wereld op deze manier gemaakt. De koploper wordt gevolgd door andere lekkernijen waar sommigevino jerez van mijn vrienden verslaafd aan raken als ze een paar dagen hier zijn: op 2 staat de rode garnaal uit de Middellandse Zee (vooral die van Palamós is beroemdpercebesatunrojo), op 3 de ansjovis uit de Cantabrische Zee, die wij eigenlijk kennen als Golf van Biskaje, op 4 de olijfolie virgen extra (de kenner prijst vooral die van de Picual-olijf aan, ook míjn lechazo churrofavoriet), op 5 de piepkleine ‘traanerwten’ uit Guipuzkoa (ze zijn net niet rond, vandaar die naam), op 6 de witte asperges uit Navarra, op 7 de wijnen uit Jerez, die wij natuurlijk als sherry kennen, op 8 de ongelooflijke percebes, die in de woordenboeken vertaald worden als eendemosselen en groeien aan de rotsen langs de kust van Galicië, op 9 de rode tonijn die bij de almadraba, de artesanale tonijnjacht bij Cádiz (NRC-correspondent Steven Adolf beschrijft die in zijn net verschenen boek Reuzentonijn), wordt gevangen en bijna massaal door de Japanners wordt opgekocht en op 10 de lechazo churro, het lamsvlees van een bepaald ras uit Castilla y León; de rug uit de oven of de ribbetjes zijn voortreffelijk (uit goede bron heb ik vernomen dat je daarbij een Merlot van Merlust moet drinken), al moet je bij dit soort gerechten eigenlijk niet denken waar ze vandaan komen: één foto dan van dat churro-lam… Eet smakelijk.

Lechazo_churro

Wees bang voor rechts

In Spanje ben je links of rechts, een middenweg bestaat er niet. Misschien een erfenis uit de tijd dat de Nationalen en de Republikeinen in een Burgeroorlog terechtkwamen. Kort nadat de overwinnaar, generaal Franco, vier decennia later in 1975 overleed, maakte Spanje zijn fameuze transición van dictatuur naar democratie aan de hand van de gematigde centrum(-rechtse) partij UCD van premier Adolfo Suárez, een memorabele politicus die nu overigens door Alzheimer vrijwel geveld is. Maar al in 1982 namen de socialisten van Felipe González het over en sindsdien, met het aan de overzijde groeien van de Alianza Popular en de latere Partido Popular, is de tweedeling van het land steeds groter geworden.

Dat oude gevecht tussen links en rechts wordt in deze campagne voor de verkiezingen voor het Europees parlement door de PSOE van premier Zapatero weer uit de kast gehaald. Wees bang voor rechts, is de boodschap van de spot die in Spanje de meest bekeken op You Tube is. Achtereenvolgens verschijnen een ober (“De immigranten beroven ons van ons werk”), een priester (“In Europa is plaats voor maar één godsdienst”), een netjes geklede en gekamde mevrouw (“De gezondheidszorg zou geprivatiseerd moeten worden”), een wijnboer (“De klimaatverandering is een grote leugen”), een skinheid (“Homosexualiteit is een ziekte”), een ondernemer (“Ik geloof in het vrije ontslag”) en een wat oudere dame (“Ik ben voor de doodstraf”). Daarna de tekst van de PSOE: ‘het probleem is niet wat ze denken…. maar wat ze gaan stemmen’.

Opgroeien aan zee

P1010619

Een meisje van de radio wilde vanochtend een wandeling maken door Sitges. Daarvoor kiezen ze dan een min of meer bekende inwoner. Met een microfoon onder de neus door het dorp lopen, anecdotes vertellen, mooie plekjes laten zien en vragen beantwoorden. Hoe dat is, wonen in een dorp, vroeg het meisje uit de grote stad. Ze was 25 en dit was de tweede keer dat ze in Sitges, op 40 kilometer van haar Barcelona, terechtkwam.

Het antwoord was eenvoudig, in één foto te vatten: enkele klasjes van de lagere school, op bezoek geweest in een museum in het oude deel van het dorp en daarna nog even naar het strand. De rugzakjes, met ongetwijfeld een broodje erin, netjes op een rij op de boulevard, de schoenen uit en het strand op, een uur lang onbedorven spelen. In een dorp aan het strand, zei ik, wil je dat je kinderen opgroeien. En zelf willen ze dat natuurlijk ook. Die zee zullen ze nooit van hun leven meer vergeten.

Dertig doden in de verkeerde kist

SPAIN TURKEY CRASH

Het is één van die schandalen waarover je je jarenlang – zo lang als de langzamze rechtsgang in Spanje duurt – kunt opwinden, omdat je wéét dat enkele mensen opzéttelijk iets héél fout hebben gedaan, maar dat zij te máchtig lijken om aan te pakken. Vandaag werd een Spaanse generaal uiteindelijk wel veroordeeld, maar hogere verantwoordelijken als de toenmalige minister van Defensie, Federico Trillo, en misschien wel premier Aznar zijn buiten schot gebleven.

Op 26 mei 2003 stortte bij Trabzon (Turkije) een verwaarloosde YAK-42 neer. Aan boord waren, behalve de Oekraïense bemanning, 62 Spaanse militairen die op de terugweg waren van hun missie in Afghanistan. Niemand overleefde de crash.

TURKEY CRASH

TURKEY CRASH SPAIN UKRAINEMinister Trillo, door een paraplu beschermd tegen de motregen, ging de dag erna poolshoogte nemen en droeg de meegevlogen forensen van het leger op om zo snel mogelijk alle bijna onherkenbare lijken te identificeren, omdat de regering drie dagen later een mooie staatsbegrafenis in Madrid wilde organiseren. Zo gezegd, zo gedaan. Turkse patholoog-anatomen hadden al 32 van de 62 kadavers van de soldaten geïntificeerd, maar de moeilijkste gevallen bleven over. Die werden door hun Spaanse collega’s willekeurig in lijkzakken en -kisten gestopt met een al even willekeurige naam erop.

Familie’s van de overleden soldaten voelden al nattigheid omdat die toch moeilijke identificatie zo snel was gedaan. Hun vrees werd bewaarheid toen één familie zag dat het hen toegewezen lijk van hun Spaanse, blanke zoon de onmiskenbare kenmerken van een zwart persoon hadden. Er kwam een aanklacht en de daaropvolgende DNA-tests wezen uit dat met de identificatie van 30 lijken was gerotzooid.

Tijdens het proces zei generaal Vicent Navarro dat hij uit goede wil had gehandeld. Tja. Hij moet nu voor drie jaar de cel in wegens valsheid in geschrifte. Twee militaire forensen werden wegens medeplichtigheid tot 18 maanden veroordeeld. Minister Trillo – nu parlementslid – heeft nooit enige politieke verantwoordelijkheid hoeven te nemen.

Truc tegen relschoppers

mossos

Ver na de viering door tienduizenden mensen van een prijs van FC Barcelona komen, meestal vanaf een uur of drie ’s nachts, de notoire relschoppers uit hun schulp kruipen om wat etalages in te gooien, auto’s te slopen en stadsmeubilair om zeep te helpen. Meer dan 50 arrestanten, zeggen de persbureau’s dan, en dat lijkt heel veel. Het valt allemaal wel mee: er worden er zo veel mogelijk opgepakt om elk indicent in de kiem te smoren. De Catalaanse politie, de Mossos, heeft daar zijn eigen secretas voor, zoals we ze noemen: de geheime agenten, mannen in burger die zo veel mogelijk op de mogelijke relschoppers moeten lijken. En wat is makkelijker om bij een Barça-feestje óók een blauwpaars shirt aan te doen?

(Voor de goede orde: op de foto staat de mogelijke relschopper in het midden; de twee agenten hebben een balkje voor hun hoofd, iets wat in Spanje alle kranten doen om latere herkenning van de ‘geheim agenten’ te voorkomen. Dus laten we die gewoonte, precies het tegenovergestelde van het Nederlandse gebruik om de verdachte onherkenbaar te maken, maar in stand houden, met excuus voor de wat primitieve zwarte balkjes.)

Dag van cosmopolitische gezinnen

P1010606

Tegen een Engelsman die even uit Londen was en ook aanzat voor de picknick op het gras zei ik dat het wel een beetje op een vrolijke zonnige dag in Hyde Park leek, de overvolle grasvelden van het Ciutadella. Ik heb er al eens over geschreven, maar het blijft dan ook één van de leukste plekjes van Barcelona. Zondag was er de ‘Dag van de Familie’, al weet ik niet waar die dag nou voor diende; vooral om duizenden gezinnen met vooral jonge kinderen naar het park te trekken. Wij deden er dus een picknick met o.a. enkele Catalanen en Spanjaarden, een Algerijnse, een Duitse Brit, een echte Brit, een Cubaan, twee Argentijnen, een Belgische en twee Nederlanders; ook dat is Barcelona, de laatste 20 jaar: één van de meest cosmopolitische steden van de wereld.

Over die Ciutadella, die in zijn huidige vorm het resultaat is van de wereldtentoonstelling die Barcelona in 1888 organiseerde en mooi beschreven is in de klassieker Stad der Wonderen van Eduardo Mendoza: in 1715 liet koning Philips V de grootste burcht van Europa bouwen nadat hij het weerbarstige Barcelona had veroverd. Om die Ciutadella neer te kunnen zetten, liet hij de helft van de wijk La Ribera slopen (de andere helft, beter bekend als de Born, ligt nu tussen het park en de haven). Voor de mensen die hun huizen kwijtraakten werd een landtong in zee aangelegd: de geboorte van de visserswijk Barceloneta. En om snel van de Ciutadella bij de regeringsgebouwen op de Plaça Sant Jaume te kunnen komen werd in een rechte lijn een straat aangelegd, de huidigde Carrer Princesa, waar je sommige huizen kunt zien die door het trekken van die rechte lijn op sommige plaatsen nog maar twee meter breed zijn.

Vanaf 1869 werd de defintieve sloop van de grote burcht verordend, nadat hij door generaal Prim aan de stad was geschonken. Burgemeester Rius i Taulet liet er vervolgens een park aanleggen om er die Expo te organiseren. Vraag is hoeveel van de verliefde, etende, spelende en slapende zonaanbidders van zondag die geschiedenis óók weten…

P1010612