Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

De socialistische dominostenen

Spanje en Catalonië zijn geen landen voor coalities. Veel kiezers vonden het maar vreemd, de laatste zeven jaar, de tripartito die in Catalunya regeerde: de gematigde nationalisten van CiU hadden twee keer de meeste stemmen, maar socialisten (PSC), republikeinse nationalisten (ERC) en groenen (IC-V) vormden twee keer een meerderheidsregering waarin zij het nooit echt goed met elkaar konden vinden. De crisis heeft definitief een einde aan het experiment gemaakt, de drie verloren gisteren samen 20 zetels in het parlement en de regio keert terug naar de tijden van de gaullistische premier Jordi Pujol; zijn ‘dolfijn’ Artur Mas mag voor CiU gaan regeren, met 62 zetels iets minder dan de absolute meerderheid (68), maar met voldoende voorsprong op de verslagen rivalen. En het hele apparaat kan zo weer op de kop, want op honderden departementen, van ministeries tot de nationale TV3 en Catalunya Ràdio, heersen en presenteren mensen die door de socialisten en hun partners zijn benoemd en nu weer voor beschermelingen van CiU moeten plaatsmaken…

Catalonië was één van de laatste socialistische, progressieve bolwerken in Spanje, maar diezelfde crisis betekent het begin van een val van linkse dominostenen. In maart volgend jaar zal de PSC voor het eerst in de democratie ook het gemeentebestuur van Barcelona aan CiU verliezen en de enquetes voorspellen tevens een flinke nederlaag voor premier Zapatero in de algemene verkiezingen voor heel Spanje. Maar die zijn nog twee jaar weg, tijd waarin Zapatero hoopt dat die crisis afneemt én dat hij het defiitieve einde van de ETA kan bewerkstelligen en bekrachtigen, wat weer flink wat stemmen zou opleveren.

In het Catalaanse parlement komen nu meer partijen dan ooit, zeven in totaal. Opvallendste nieuwkomer is de oud-voorzitter van FC Barcelona, Joan Laporta, die met zijn partij voor de onafhankelijkheid (SI) vier zetels binnenhaalde. Net níet genoeg stemmen behaalde de extreem-rechtste PxC (Plataforma per Catalunya), die in enkele gemeenten waar een groot aantal immigranten woont ruim 4% van de stemmen behaalde en bij de komende gemeenteraadsverkiezingen wél eens zijn macht buiten plaatsen als El Vendrell, Vic en Salt zal kunnen uitbreiden.

Een kleine regen van Michelin-sterren

Terwijl ik zat te lunchen (de eerste artisjokken van het seizoen en daarna cazón, een soort kleine haai) in een aardig restaurant dat ik nog niet kende, La Vaquería in de buurt van winkelcentrum l’Illa aan de Diagonal, daalde een kleine regen van nieuwe Michelin-sterren op andere restaurants in Barcelona neer. Maar eerst over die Vaquería, geen aspirant voor zo’n ster, maar dat hoeft ook niet. Een iets duurder dan gebruikelijk middagmenu (€20, de ambassade betaalde), maar vooral een typisch Catalaanse familiezaak in een oude koeienstal (één van de laatste stallen die er in een verstedelijkend Barcelona nog bestond, vandaar de naam) waar oude mannen nog domino spelen onder een schemerlamp en veel zakenmensen hun lunch komen nuttigen.

Ik kom er liever dan in enkele van de restaurants die hun eerste Michelin-ster hebben gekregen. Ze zullen wel goed zijn, maar drie van de vier die bekroond zijn zitten in een hotel: Dos Cielos op de 24ste verdieping van het vrij nieuwe hotel Me aan de noordkant van de Diagonal, Moments in het nóg nieuwere en nog veel meer luxueuze hotel Mandarin aan de Passeig de Gràcia en Caelis in het heropende hotel Palace, het vroegere Ritz. Heb er toch altijd wat tegen gehad, eten in ‘hotelrestaurants’, al mag je deze en anderen (Drolma in het Majestic, Evo in Hesperia Tower, Enoteca in het Arts, Moo in het Omm, allemaal één ster; Lasarte in het Condes de Barcelona, twee sterren) eigenlijk niet meer zo noemen, want juist die hotels contracteren de bekendste en beste chefs van het land om een mogelijk Michelin-restaurant te herbergen. De vierde nieuwkomer is Hisop, waardoor Barcelona nu een inmiddels aardige lijst van restaurants met één ster heeft: Abac (die er één heeft verloren), Alkimia, Cinc Sentits, Comerç24, Gaig, Hofmann, Lluçanés, Manairó, Neichel, Saüc, Via Veneto, plus die vier nieuwelingen en nog eentje op een onverwachte plek, voorstad Terrassa, Capritx waar Arthur Martínez net zoals veel jonge Catalaanse koks probeert zoveel mogelijk producten uit de omgeving te gebruiken.

En dan zie ik het lijstje en ontdek ik dat ik er ooit maar bij twee heb gegeten, waarschijnlijk vooral omdat je op zo ongelooflijk veel plaatsen in en rond Barcelona goed kunt eten zonder dat die Franse bandenmakers er een ster voor hoeven te geven en de prijs omhoogdrijven.

Een foto voor elke vermoorde vrouw

Op, vandaag, de internationale dag van het geweld tegen de vrouw komen natuurlijk weer de gebruikelijke, trieste lijstjes in de krant: de teller van door hun (ex-)partner vermoorde vrouwen in Spanje staat dit jaar op 64, bijna hetzelfde als de laatste zeven jaar. Er zijn er die zeggen dat je dit soort getallen niet moet publiceren, dat de krant er zelfs niet over moet publiceren, om zo de gewelddadige mannen niet op gekke gedachten te brengen – een ethische code die, bijvoorbeld, met zelfmoorden wel wordt gehanteerd. Onzin, natuurlijk, om niets over huiselijk geweld te publiceren; het doodzwijgen zou het ergst zijn, al heb ik het idee dat er in Nederland bijvoorbeeld heel weinig van die gevallen in de krant komen. Pas als óók de kinderen worden vermoord gaat het over een heus ‘familiedrama’ en komt dat (groot) in de krant. En, gek genoeg, lijken die vaders (en soms moeders) dat in Nederland eerder te doen, ook de kinderen in de dood meenemen.

Spanje houdt voortdurend campagnes tegen het macho-geweld, vooral om vrouwen ervan te overtuigen dat zij een aanklacht moeten indienen. Dat is in de laatste 3,5 jaar liefst 470.000 keer gebeurd, maar 58.000 vrouwen hebben die aanklacht daarna weer ingetrokken. Uit angst, meestal. Of omdat hun vent ineens weer zo lief doet. Hoe dat geweld, vaak ook psychologisch, in elkaar steekt werd goed geschetst in de huiveringwekkende film Te doy mis ojos uit 2007, waarvan de bovenste foto is.

Nu komt er ook een ambitieuze Nederlandse bijdrage aan dit soort campagnes in Spanje. Naomi Williams, hier aan het werk bij de Barceloneta waar ze woont, heeft vandaag met twee vriendinnen de website La próxima eres tu gelanceerd, het voorschot op een fotografisch project en een expositie volgend jaar. Naomi maakt één foto voor elke dit jaar vermoorde vrouw. Helaas, schrijft ze me, moet ze al 64 van dat soort foto’s maken…

Aanslagen die je nooit vergeet

Het zal Amsterdammers nog wel overkomen wanneer ze langs de bewuste plaats op de Linneausstraat lopen, fietsen of rijden: je ziet, in een herinnering die zich nooit lijkt te wissen, Theo van Gogh daar nog steeds liggen, ook al is het alweer zes jaar geleden. Mij overkomt het op twee plaatsen in Barcelona: op de Avinguda Meridiana, in de bocht waar de grote supermarkt Hipercor ligt, eentje die van buiten nooit zijn jaren zeventig-aspect heeft gewijzigd, zodat je nog altijd eenvoudig wordt teruggebracht in de tijd, naar de foto’s en TV-beelden uit 1987, toen de ETA er een bom in de parkeergarage liet ontploffen en 21 mensen die er hun boodschappen deden of kaas en groenten verkochten om het leven kwamen. Dat was ruim een jaar voordat ik in Barcelona kwam wonen en staat iets minder scherp in mijn geheugen gegrift dan de ETA-aanslag die nu precies tien jaar geleden in de wijk Les Corts het leven kostte aan de aimabele socialistische oud-minister Ernest Lluch.

Ik parkeerde er vaak mijn auto, op de Avinguda de Xile, aan de rand van de stad, om daarvandaan verder op de fiets te gaan die op de achterbank lag. Plaats genoeg toen, maar inmiddels moet je bijna overal in Barcelona betalen om je auto ergens neer te zetten. Lluch werd ’s avonds om tien uur met twee schoten vermoord in de parkeergarage onder het grote flatgebouw waar hij woonde. Even verderop bliezen de terroristen de auto op die zij gebruikten om te vluchten. Sindsdien moet ik altijd weer aan Lluch denken als ik de deur van die garage zie, vanwege het totaal onopvallende van de plaats ook, gewoon een keurige buitenwijk waar nooit iets gebeurde. ,,Hij wandelde gewoon elke dag naar de universiteit en soms dachten we, kan dat wel? Want toen waren we allemaal doelwit, en iemand als hij vooral…” zei een buurvrouw me deze week.

Ik ben er even gaan buurten, vanwege die 10 jaar (wat vliegt de tijd, trouwens), en het wordt je er ook moeilijk gemaakt om Lluch te vergeten: de tramhalte heeft zijn naam gekregen, net als het parkje dat tussen de flats ligt. Even verderop, in l’Hospitalet, liggen de Carrer en Plaça Ernest Lluch, en is er ook een standbeeld van hem. In totaal zijn er in heel Spanje inmiddels zo’n 50 straten en pleinen naar hem vernoemd, en bijna dertig bibliotheken, sociale centra, scholen etcetera. Een mooi eerbetoon. Jammer alleen, dat dat nodig is. Anders zou Ernest Lluch geen straten en pleinen hebben gehad maar nu wel gewoon 72 jaar oud zijn.

Vijftig…

Ze is vijftig geworden vandaag. Wilde het ver weg vieren. Het blijft nooit makkelijk, deze leeftijd, voor vrouwen, ook al zien ze er tien jaar jonger uit. Ook al zijn ze mooi, vrijgevochten, zelfstandig en gelukkig. Ook al hoeven ze geen hoofddoek om, zoals de duizenden vrouwen die we deze dagen in Istanbul tegenkomen. Ook al kunnen ze een stevig broodje makreel eten, en mezzes, en een Turkse pizza, en heel veel aubergine in olijfolie, en nóg meer rode wijn erbij, zonder een kilo bij te komen. Nou ja, één klein kilootje, maar dat zie je niet.

Soms is de dood van moeder nog te dichtbij om écht feest te vieren, maar zal dochterlief tegelijkertijd blij zijn als zijzelf straks die extra 33 jaar na haar vijftigste nog kan meepikken. Dat is niet iedereen gegund. Drieëndertig jaar… hoeveel kun je daarin nog doen, behalve werken? Soms is het onuitstaanbaar dat je eigen dochter je niet op je verjaardag mag bellen. Een vorm van eerwraak van narcistische (ex-)mannen. Dat maakt het allemaal niet eenvoudig, vijftig worden…

Het zal ook wel een leeftijd zijn om nóg meer na te gaan denken, over leven en dood, over wat je gedaan hebt en nog wilt doen. Wél een voorrecht om dat te kunnen doen, dat peinzen, op een drukke brug over de Gouden Hoorn of op de trappen van een onbekende stad, tussen duizenden Turken in, genietend van dat broodje makreel met ui en sla dat ze niet snel zal vergeten, ook al omdat het nog regelmatig via de slokdarm terugkeert in een klein briesje dat ontsnapt. En vanavond de gedachtes misschien verzetten in een restaurant dat 360 heet, om de graden die je om je heen kan kijken, over de hele stad. Daar wil ik ook wel vijftig worden, ietsje dichterbij een mooie hemel.

Broodje makreel

Ga zelf niet naar de Nederlandse komedie (zie vorige post), want laaf me deze dagen aan Istambul, opnieuw zo’n stad die bewijst dat we aan de Middellandse Zee het leven toch een stuk aangenamer kunnen maken dan aan de Noordzee, en niet alleen het weer speelt daarbij mee. Ook de natuur, of wat we daar uit halen. Vis, bijvoorbeeld, die honderden amateurvissers op de Galata-brug die urenlang alleen maar beet hebben.

Vandaag was het een feestdag, trouwens, ik denk de laatste dag van het offerfeest, en waar ik een zeer toeristische stad verwachtte hebben we de hele dag alleen maar tussen de Turkse families gelopen, alsof we in het Utrechtse Lombok waren, maar dan authentieker. Extra druk, ook bij de bijzondere kraampjes – waaronder drie schommelende bootjes – die bij het vallen van de avond, om een uur of vijf, in een noodtempo broodjes makreel verkopen, met veel ui ertussen. En als drankje erbij iets heel zuurs, met augurk en kool, waarschijnlijk om de vette smaak van de overigens zeer gezonde blauwe vis te compenseren.

Duizenden mensen die leven op straat, ook als de zon al lang weg is. Kleine kinderen die zich vermaken, hele gezinnen die zich aan iets heel simpels, voor 4 lire (2 euro) tegoed doen: het leven is wel heel gemakkelijk heel mooi te maken, zo lijkt het.

En als je de vis zelf liever klaarmaakt, dan koop je hem op de markt onder de brug, met enkele ook in Spanje bekende vissen, de dorada en de lubina (zeebaars), plus kleine exemplaren van de bonito (een soort mini-tonijn), de makreel, kleine visjes als de boquerones die in een barretje tussen de kraampjes voor je worden gefrituurd, of de salmonetes (die in het Frans rouget heet en in het Nederlands rode mul, denk ik – veel graat, maar heel smakelijk). Sommige leven nog als je ze koopt…

Weer Nederlandse comedy in Barcelona

Een jaar geleden zaten we met tientallen Nederlanderse uit Barcelona en omgeving gul te lachen bij Lebbis in een klein theater in Gràcia. Deze vrijdag, 19 november, gaat een nieuwe editie van het internationale Comedy Festival van Barcelona van start, allemaal buitenlandse cabaretiers en stand up-comedians die een voorstelling geven in hun eigen taal (dus eigenlijk niet voor het lokale publiek bedoeld, of voor de zes Catalanen die Nederlands studeren). Het feest start met een Nederlander, Jeffrey Spalburg, in de zaal Fahrenheit, aan Aribau met Roselló. Het is, opvallend, met klein verschil ook de duurste voorstelling van dit festival; toch iets Nederlands?

Zijn komst blijkt reden geweest om er continuïteit aan te geven, dat van het laten lachen van Nederlanders in Barcelona, die vaak niet veel op hebben met de humor op de Spaanse televisie of in de theaters, en al helemaal niet sinds de grootste van allen, Pepe Rubianes, dit jaar is overleden. Er gaat een Comedy Lounge ontstaan, zeg maar de Barcelonese versie van de Comedy Train die jaren geleden onder in het Amsterdamse Hilton werd geboren, met voorlopig optredens in januari, maart en mei van mannen die Henry van Loon, Roué Verveer en Jandino Asporaat heten. Ik ken/kende ze niet, maar misschien verandert dat…

Mijn kustweg zonder auto’s

We waren met bijna 3.000 man en vrouw vandaag, de zestiende editie van de Pedalada Popular Ecológica Barcelona-Sitges. Op de racefiets, mountainbike en een enkele stadfiets (die bestaan hier nauwelijks, 80% van de Catalanen die een fiets heeft heeft een mountainbike) van het Camp Nou naar mijn dorp, zo ongeveer de omgekeerde weg die ik enkele keren per week op de fiets afleg. Ik heb er (nog) geen foto’s van, maar elk jaar weer op een mooie dag in november (het heeft nog nooit geregend sinds ik meedoe) is het indrukwekkend, die lange sliert van fietsers (el serpiente multicolor, is het vreselijke Spaanse cliché, ‘de veelkleurige slang’) die, op de laatste 15 kilometer van de route, over mijn mooie kustweg van de Garraf rijdt, tussen Castelldefels en Sitges.

En moet je normaal het gebrom van auto’s en vooral vrachtwagens van de steengroeves achter je horen, het genot van deze toertocht is dat de Costas del Garraf volledig is afgesloten voor de rest van het verkeer. Heerlijk zwoegen naar boven (twee korte klimmetjes, de tweede zelfs op het grote blad -waarom moeten mountainbikers altijd zo belachelijk licht omhoog?) en over de twee rijbanen met een aangename snelheid de lange daling, bochten afsnijdend en geen getoeter van achter.

Vreemd in een land dat de beste profrenners te wereld heeft, maar het blijft hier vechten voor erkenning en begrip voor de fietsers. Alsof je gestoord bent op je fiets te stappen en door de stad, het dorp of over de wegen te rijden met een fragiele tweewieler. Oppassen ook: vooral niet zaterdag- of zondagmorgen heel vroeg op pad gaan, grote kans dat dronken automobilisten je te laat opmerken.

Er is nog veel educatief werk te doen, zoals (applaus!) met dit bord dat sinds kort op enkele plaatsen langs mijn vaste route staat: de Spaanse verkeerswet schrijft voor dat een automobilist een fietser op minimaal 1,5 meter afstand moet inhalen. Ja maar, hebben veel mensen me gezegd de laatste weken, deze weg is te smal om die afstand in acht te nemen. Ze weten niet dat je, bij het inhalen van fietsers, de doorgetrokken streep mag overschrijden, mits er natuurlijk geen auto van de andere kant komt…

Overbodige luxe: een jacht van drie ton

Voor de liefhebbers: dit (13/14 november) is het tweede en laatste weekeinde van de Salón Náutico in Barcelona, de grote watersportbeurs die in de Fira-Gran Vía wordt gehouden maar sinds enkele jaren ook een village in de de haven heeft. Een middagje langsgeweest (het is prachtig herfstweer in Barcelona) om me een beetje vergapen aan de ruim 120 jachten die er aangemeerd liggen en te bezichtigen cq te koop zijn. Op bordjes de prijzen van tweedehandsboten bekeken, van 7.900 euro voor een Glastron-sloep van 6,9 meter tot 2.990.000 voor een Sunseeker, de Princesa de Troya III, van 25,15 meter, inclusief twee kluizen met slot (tja, wat zou een kluis zonder slot zijn), 5 halogeenlampen, twee electrische barbecues en een lang etctera. Daartussenin, tientallen, honderden jachten van tussen de twee en zeven ton, of zoiets.

Typisch zo’n branche die heel erg veel last van de crisis heeft. De titel boven deze post is niet van mijzelf, maar van de commercieel directeur van een grote scheepsbouwer, Astondoa. “We zijn een totaal overbodig segment. Een huis of een auto heeft iedereen nodig, een jacht absoluut niet.” Dus zijn de verkopen van zijn bedrijf de laatste drie jaar met 70% gedaald en moeten sommige werven het zelfs met 90% minder productie doen. Zwaar weer, terwijl de lucht zo mooi blauw is.

Geniet Nederland vooral met de bootjes massaal op zijn binnenwateren – er schijnen heuse file’s voor bruggen en sluizen te ontstaan als het even mooi weer is – Spanje is natuurlijk een land van de open zee. Aan de costa’s zijn een totaal van bijna 130.000 ligplaatsen – wél een aantal dat alleen maar blijft stijgen -, waarvan hier in Catalonië verrweg het grootste deel, liefst 23,5%. Op enige afstand volgen de Balearen (17%) en de kusten van Valencia en Alicante (15%). Van de 355 jachthavens ligt 61% aan de Middellandse Zee.

Voor de goede orde: ik woon aan zee maar heb geen jacht. Behalve duur schijnt het ook nog enorm veel (onderhouds)werk te zijn. Een gevleugelde uitspraak hier is dat het mooiste jacht dat van een goede vriend is.

Luisteren naar Johan Cruijff

Vanaf deze week in de winkel: nóg een kadootje voor zowel Spaanse als Catalaanse vrienden, als ze La Cena / El Sopar van Herman Koch al uit hebben, ze van voetbal houden én interesse hebben in onze eeuwige strijd met de talen, zowel het Nederlands als het Spaans, in dit geval. Want van de vijf hoofdstukken met 150 zinnen die ik voor de uitgeverijen Cossetànie en Lectio over Johan Cruijff heb geschreven in Escuchando a Cruyff / Escoltant Cruyff is natuurlijk één deel gewijd aan de zowel Nederlandse als Spaanse taalvondsten van de man die ook deze week weer, vooral bij Ajax, het nieuws blijft bezighouden. Van de vertalingen in het Spaans en Catalaans van Hollandse klassiekers als ‘elk nadeel heb zijn voordeel’, ‘utopieën wie nooit gebeuren’ en ‘die verdediging was een geitenkaas’ (ja, ik heb vaak de Spanjaarden moeten zeggen dat Johan in het Nederlands ook niet feilloos was) heb ik natuurlijk ook zijn Spaanse hoogtepunten verzameld, zinnen die de meeste van de Spanje-gangers wel kennen, denk ik. Ik noem niet alleen de zin, maar kom ook met een uitgebreide ‘taalkundige analyse’, in dit geval, of met talloze anecdotes en details uit Cruijff’s leven en carrière.

Een paar voorbeelden van dat Cruijffiaanse Spaans: “Ha escuchado las campanas del reloj, pero no sabe qué hora es.” (Hij heeft de klok horen luiden, maar weet niet hoe laat het is.) Halverwege de zin kwam Johan erachter dat hij echt niet wist wat klepel in het Spaans was (ik wist het ook niet, het is badajo), dus kwam hij met deze variant.

Un paloma no hace verano. De beroemde mannelijke duif die nog geen zomer maakt. Cruijff wist niet dat dat een golondrina (zwaluw) moest zijn.

Gallina de piel. Vellekip in plaats van kippevel. Zo ingeburgerd dat je op google inmiddels 320.000 hits krijgt.

En un momento dado. Niet fout, wel heel Cruijffs. Net als de eeuwige: Este es uno. Dít is één (een versimpeling van ‘in de eerste plaats’)… maar er volgde nooit een twee.

En een hele mooie, tot slot: En el mundo de los ciegos el tuerto esel rey, pero sigue siendo tuerto. Ofwel: in het land van de blinden is eenoog koning, maar het blijft wel een eenoog.

Het boek gaat natuurlijk niet alleen over die taalvondsten, maar ook over Cruijff’s genialiteiten op voetbalgebied, over zijn familie, het geld, het roken, etcetera, met een heleboel anecdotes en verhalen die, heb ik al gemerkt, veel Spanjaarden en Catalanen (nog) niet kenden.

Volgende week presenteren we het boek aan de pers, samen met schrijver Sergi Pàmies, die in 2002 het laatste Cruijff-boek in Spanje schreef. Johan zelf, die niet bij het schrijven betrokken is geweest maar ons wel toestemming gaf zijn foto voor de cover te gebruiken, is ook uitgenodigd, maar houdt niet zo van presentaties.