Tagarchief: fietsen

Waarom Barcelona een fietsstad is…

Afgelopen zaterdag in AD Reiswereld, nu hier: nog eens een verhaal over onze fietsstad Barcelona…

Toen de toenmalige burgemeester van Barcelona 20 jaar geleden het eerste stuk fietspad van de stad opende, verklaarden velen hem voor gek. Er zouden nooit fietsers op rijden. Inmiddels liggen er181 kilometer en is het de beste en drukste fietsstad van Zuid-Europa geworden.

EDWIN WINKELS

WAAROM NU?

In Spanje bestaat de uitdrukking ‘de fietsen zijn er slechts voor de zomer’.  Maar dan is het op veel plaatsen in het land soms wel erg heet om op de fiets te gaan zitten. Mei en juni, met zo’n 20 tot 25 graden als middagtemperatuur, zijn vooral in Barcelona, voorloper in Spanje in het promoten van de fiets als dagelijks vervoermiddel, ideale maanden om de stad op de tweewieler te verkennen.

De fiets heeft met een explosieve groei zijn plaats veroverd in de stad. Durfden in het jaar 2000 nog geen 10.000 mensen dagelijks op de fiets te stappen om naar school, werk of de winkel te gaan, vorig jaar waren dat er inmiddels 118.000. De fietsenrekken staan vol en soms is het spitsuur op de fietspaden. Het lijkt nog lang niet op Nederland, maar ten zuiden van Brussel is er geen stad in Europa waar zoveel mensen zich op de fiets verplaatsen. De 6.000 gemeentelijke ‘leenfietsen’ van Bicing (420 ‘stations’, 120.000 abonnee’s) zijn er trouwens, anders dan de Vélib in Parijs, niet voor toeristen.

HOE ERHEEN?

Liefts 13 vluchten (KLM, Transavia, Vueling, Easyjet) verbinden dagelijks Amsterdam met Barcelona. Transavia vliegt ook vanaf Rotterdam en Eindhoven en Vueling sinds kort twee keer per week vanaf Groningen-Eelde. Ryanair zet je vanaf Eindhoven en Maastricht af in Girona of Reus, beide op een uur van Barcelona. Een fiets meenemen hoeft niet; eentje huren in Barcelona is goedkoper.

OVERNACHTEN

Er zijn nog maar weinig hotels in Barcelona die zijn ingesprongen op de populariteit van de fiets, maar het begint langzaam te komen. Terwijl de meeste nog verwijzen naar fietsverhuurbedrijven, biedt het centrale hotel Catedral (1) gratis vier fietsen aan.  Het Catalonia Plaza Cataluña (2) heeft een eigen fietsenstalling, iets wat in de stad steeds meer nodig is: fietsen worden bij de vleet gestolen. Op de Rambla heeft het hotel Aive (3), vooral gericht op jonge gasten, eigen fietsen te huur.

FIETS HUREN

,,Toen ik hier kwam was er bijna niets. Bepaalde onderdelen voor een fiets kon je nauwelijks krijgen, er waren weinig gespecialiseerde winkels,” herinnert Koos Kroon zich.  Hij begon 12 jaar geleden een fietswinkel, BikeTech (4), in de aangename wijk Gràcia, één van de eerste delen van de stad waar de ‘zone 30’(met een lagere maximumsnelheid) werd ingevoerd en fietsers altijd voorrang op de auto’s hebben. Niet dat hij natuurlijk de eerste fietswinkel was: de oudste, één van de grootste en meest centrale is, sinds 1926, Castells (5), al moest de zaak het lange tijd van de verkoop van Norton-motoren hebben; geen Barcelonees zag wat in een fiets.

De bloeiende toerisme-industrie kon natuurlijk niet achterblijven bij de populariteit van het fietsen, met enkele Nederlanders, vanzelfsprekend bijna, als voorlopers. Inmiddels zijn er tientallen bedrijfjes die fietstochten door Barcelona organiseren of die de fietsen verhuren, zonder gids. Journalist Eric Castien was met zijn BajaBikes één van de eersten.  De fietsen voor zijn tochten betrekt hij bij een andere Nederlander, oud-antiquair Ron van Melick, bij één van diens vier filialen van BudgetBikes (6). De oranje fietsen zijn voortdurend in het stadsbeeld te zien. Kleiner van schaal is, óók in Gràcia, het Cruising Barcelona (7) van Mahrou Raisani en Dirk Dijkhuis, die op hun opvallende beachcruisers ook ‘privétochten’ op maat organiseren.  Nóg een Nederlander, Victor de Koning, combineert met zijn BarnaTravelBarnaTravel (8) kleine fietstochten met verhuur van appartementen; een goed alternatief voor gezinnen die niet in een hotel willen overnachten.  

FIETSPADEN

En wat de Nederlanders allang wisten, hebben de Catalanen vooral de laatste tien jaar ontdekt: het rijwiel blijkt een ideaal vervoermiddel om in enkele uren tijd een groot deel van de stad op een ‘andere’ manier te zien dan lopend, in de metro of met de toeristische bussen. Je kunt bovendien overal komen; Barcelona heeft de vreemde en sterk bekritiseerde regel dat fietsers ook op voetpaden en in voetgangersgebieden mogen rijden, mits zij dat voorzichtig doen. Alleen het centrale promenade-deel van de Rambla is verboden gebied. De 181 kilometeraan fietspaden verbinden inmiddels de grootste delen van de stad met elkaar. De gemeente heeft er een uitgebreide kaart van.

OP PAD

Omdat de Barri Gòtic te druk is voor fietsen gaat de tocht snel noordwaarts, het centrum uit, maar niet zonder eerst de beroemdste fiets van Barcelona te hebben aanschouwd: de tandem waarmee schilder Ramon Casas in 1897 een muur van restaurant Els Quatre Gats (9) decoreerde.  Omdat Barcelona één van de weinige wereldsteden is met een eigen strand, is een tocht op de fiets langs de kustlijn een must. Van de stokoude visserswijk Barceloneta, waar de familie Solé het goed verstopte restaurantje Cova Fumada (10) sinds de opening in 1944 niet meer veranderd lijkt te hebben, over de boulevard naar de nieuwere Olympische haven.

 Net daarachter begint de Poblenou, één van de dorpen en wijken die vroeger ‘ver’ van het oude Barcelona lagen en sinds ruim een eeuw met de stad verenigd zijn. Een verdiende pauze wacht op één van de mooiste pleintjes van de stad, de Plaça del Prim (11), waar drie oude olifantenbomen voor de schaduw zorgen en het echtpaar Maulini voor fantastische vis op het terras van Els PescadorsEls Pescadors. Poblenou, met het bezienswaardige oudste kerkhof van de stad (12), was vroeger een grote industriewijk en moet nu de nieuw I+D-wijk 22@ worden, met architectonische moderniteiten als de Torre Agbar (13) van Jean Nouvel.

Terug richting centrum is een korte route door het stadspark Ciutadella (14) bijna verplicht; weg van het lawaai van de auto’s en vooral brommers en motoren, waarvan er in Barcelona meer dan 200.000 zijn. Dichtbij wacht een koffie of biertje bij Joanet op het pleintje Sant Agustí Vell (15), het meest oorspronkelijke Barcelona. Hier liggen ook de laatste straatjes met klinkers, en dat voel je op de fiets.

DE ANDERE KANT OP

Fietsen door Barcelona gaat sneller dan je denkt; in weinig tijd kun je opvallend ver komen. Dus is het eenvoudig over het lange fietspad van de Carrer Diputació (16) naar de andere kant van het centrum te fietsen, voor een bezoek aan het spectaculaire winkelcentrum Las Arenas (17) dat in een oude stierenvechtarena aan de Plaça d’Espanya is gebouwd.  Die ene euro voor een trip in de lift naar het dak is te besparen; de roltrappen binnen zijn gratis. En dichtbij, aan de voet van de Montjuïc-berg, ligt één van de leukste musea van de stad, het CaixaForum (18), dat nog gratis is ook en waar tot 24 juni een geweldige expositie van 100 schilderijen van Goya te zien is.

De vroegere, nu iets vergane uitgaansboulevard Parallel, óók met fietspad, is de ideale weg terug naar de oude stad om de fietsen weer in te leveren. Maar niet na het rijwiel even voor één van de twee klassieke ‘tasca’s’ van de stad geparkeerd te hebben, waar je staand kleine, originele en verre van dure hapjes kunt nuttigen. Quimet (19) heeft bovendien een indrukwekkende wijncollectie.La Plata (20) is eenvoudiger, als voormalige eettent van vissers en havenarbeiders.

Mijn kustweg zonder auto’s

We waren met bijna 3.000 man en vrouw vandaag, de zestiende editie van de Pedalada Popular Ecológica Barcelona-Sitges. Op de racefiets, mountainbike en een enkele stadfiets (die bestaan hier nauwelijks, 80% van de Catalanen die een fiets heeft heeft een mountainbike) van het Camp Nou naar mijn dorp, zo ongeveer de omgekeerde weg die ik enkele keren per week op de fiets afleg. Ik heb er (nog) geen foto’s van, maar elk jaar weer op een mooie dag in november (het heeft nog nooit geregend sinds ik meedoe) is het indrukwekkend, die lange sliert van fietsers (el serpiente multicolor, is het vreselijke Spaanse cliché, ‘de veelkleurige slang’) die, op de laatste 15 kilometer van de route, over mijn mooie kustweg van de Garraf rijdt, tussen Castelldefels en Sitges.

En moet je normaal het gebrom van auto’s en vooral vrachtwagens van de steengroeves achter je horen, het genot van deze toertocht is dat de Costas del Garraf volledig is afgesloten voor de rest van het verkeer. Heerlijk zwoegen naar boven (twee korte klimmetjes, de tweede zelfs op het grote blad -waarom moeten mountainbikers altijd zo belachelijk licht omhoog?) en over de twee rijbanen met een aangename snelheid de lange daling, bochten afsnijdend en geen getoeter van achter.

Vreemd in een land dat de beste profrenners te wereld heeft, maar het blijft hier vechten voor erkenning en begrip voor de fietsers. Alsof je gestoord bent op je fiets te stappen en door de stad, het dorp of over de wegen te rijden met een fragiele tweewieler. Oppassen ook: vooral niet zaterdag- of zondagmorgen heel vroeg op pad gaan, grote kans dat dronken automobilisten je te laat opmerken.

Er is nog veel educatief werk te doen, zoals (applaus!) met dit bord dat sinds kort op enkele plaatsen langs mijn vaste route staat: de Spaanse verkeerswet schrijft voor dat een automobilist een fietser op minimaal 1,5 meter afstand moet inhalen. Ja maar, hebben veel mensen me gezegd de laatste weken, deze weg is te smal om die afstand in acht te nemen. Ze weten niet dat je, bij het inhalen van fietsers, de doorgetrokken streep mag overschrijden, mits er natuurlijk geen auto van de andere kant komt…

File om 0.53 uur

Afgelopen week in Nederland weer eens kunnen ontdekken hoe eenvoudig kilometerslange file’s kunnen ontstaan: een paar regendruppels, een kleine kop-staart botsing op de A-2 bij Maarssen, één rijbaan gesperd en een file tot Abcoude; moet meer dan 20 kilometer zijn geweest. Even verderop, hetzelfde op de A-9 bij Amstelveen; 10 kilometer. Gelukkig reed ik aan de overkant en was ik redelijk snel op Schiphol.

Maar ik mag niet meer zeiken over Nederland. Schrijf je een keer dat het in Rotterdam om negen uur ’s avonds wel érg leeg en eenzaam is, krijg je allemaal bewijzen dat het op andere plaatsen in het land wél een levendige maandagavond was. Toch, zoals gisteren in Barcelona heb ik het in Nederland nooit gezien. Het was niet eens zo’n zwoele avond, hoewel de thermometer 23º aangaf, en op de Moll de la Fusta, langs de oude haven, stond van de kruising met Laietana tot Colon één lange rij zwijgende auto’s. Het was, zo bewijst de foto, even voor één uur ’s nachts.

Waar ze allemaal heen gingen of vandaan kwamen? Geen idee. Misschien kwamen ze van het grote feest dat 36 uur lang op de Parallel is gevierd, de oude theaterboulevard van Barcelona die veel van zijn charme van vroeger heeft verloren; het feest was bedoeld om de straat en zijn bewoners weer wat zelfvertrouwen te geven.

Of misschien gingen de automobilisten naar één van de feestjes op het strand van Barceloneta. Wij waren er op de gezamenlijke verjaardag van Karin, Josefina en Naomi. Een soort botellón van twintigers, dertigers en veertigers (wordt wel een beetje erg zo, één van de oudsten op de party te zijn) en zo te zien waren wij niet de enigen. Het strand blijkt een geliefde plek een biertje of wijntje open te trekken en zelfs wat te eten, ook ver nadat de zon is ondergegaan. Nu moet het alleen nog écht warm worden, ook ’s nachts.

Trouwens, niets zo lekker om na middernacht op je fiets door de Barceloneta, over die Moll de la Fusta en door een enorm levendig Raval te rijden…

Op grote hoogte met Contador

Een topsporter hoeft niet per se heel aardig te zijn. Maar bij mij winnen ze heel wat punten als ze nog in staat zijn zich als een normaal, toegankelijk persoon op te stellen. De halve wereld gaat het over een maand, als het WK vol onbereikbare vedetten is afgelopen, hebben over het nieuwe duel tussen Lance Armstrong en Alberto Contador. Geen kleur, dat heeft de Spanjaard bij vooraf al gewonnen. Om te beginnen in sympathie. In Nederland kennen we hem te weinig, heeft Mart Smeets van de kijkers Armstrong-devoten gemaakt. Dat fanatieke Amerikaanse, eigenlijk mogen we dat wel.

Niet als je al lang in Spanje woont. Dan ben je al snel op de hand van de Spaanse sporter. Die je trouwens eigenlijk alleen maar goed kent vanuit de kranten, want dieptereportages op TV over de sterren zijn ver te zoeken. Wij zouden ‘onze’ reportage van gisteren zomaar aan die domme, archaïsche TVE kunnen verkopen, maar laten we beginnen om Contador in Nederland wat bekender te maken. ‘Wij van de NOS’ trokken een dag op met de tweevoudige winnaar van de Tour de France. Met Anquetil, Gimondi, Merckx en Hinault de enige renner ook die de drie grote rondes heeft gewonden. Cameraman Dennis achterin mijn auto en Contador en zijn companen van dichtbij volgen op de prachtige Pyreneeënklim van de Palhières.

Contador verkent er deze dagen de vier Pyreneeënetappes. Geen probleem dat een TV-ploeg hem een dag op de hielen zit en hem na het avondeten, in een oud hotelletje in Foix, ook nog eens een interview afneemt. Mooie woorden van een prachtig coureur, maar vooral een heel leuk mens. Waarom hij zo gebleven is? Een tipje van de sluier: “Als je eenmaal een hersenbloeding hebt gehad, voor je leven hebt gevochten en op je 20ste dacht dat je misschien nooit meer zou kunnen fietsen, dan kun je alles veel beter relativeren?”

Meer weten? Over dik een maand pas, in principe de vrijdagavond voor de start van de Tour in Rotterdam, bij de NOS. En beelden zeggen soms nog veel meer dan woorden.

De renner, 32 jaar later

Duurde het 51 jaar om De donkere kamer van Damocles van WF Hermans in het Spaans vertaald te krijgen, Tim Krabbé zal zich er net zo over verwonderen dat hij deze week in Madrid de presentatie houdt van de Spaanse versie van zijn historische De Renner, volgens velen van ons nog altijd het beste boek in het Nederlands dat ooit over wielrennen, of de fiets, is geschreven. En dat was in 1978…

Een kleine uitgeverij, Los Libros del Lince, die geen geld heeft om Krabbé ook nog naar Barcelona op promotietour te sturen, heeft het aangedurfd de kleine roman – 157 pagina’s in het Spaans – in dit wielergekke land uit te brengen. Wéér een leuk kado erbij voor onze Spaanse en Catalaanse relaties die ook nog een beetje van fietsen houden.

Spaanse trots

Dit technologische wonder moet me iets sneller in Barcelona brengen. Misschien ouderwets, maar ik vind het wel wat hebben, het kopen van lokale of nationale produkten die niet voor de internationale concurrentie hoeven onder te doen. Dus waarom een modieuze Trek, of Cannondale, of Cervélo aanschaffen als Spanje zijn Orbea heeft? Bovendien geeft dat nog een extra voordeel: ik kocht hem in Vilanova i la Geltrú in de winkel van Celestino Prieto, een oud-wielrenner van historische ploegen als Kas (met Sean Kelly) en Reynolds (Delgado, Indurain). Hij stopte net met fietsen toen ik de Tour de France ging verslaan. We kenden elkaar niet, maar hebben wederzijdse vrienden. En dát is Spanje: “Oh, ken je hem ook? Dan krijg je de fiets voor zoveel mee.” En dan gaat er ineens 500 euro van de officiële verkoopprijs af, bijna 25%. Zou met een buitenlands merk niet kunnen, daarop is de winstmarge voor de winkelier veel kleiner. (Wat? Zóveel voor een fietsje, hoor ik de leken al zeggen. Tja; diepte-investering in de eigen gezondheid, en toch stukken goedkoper dan een Picasso.)

Dus ik dolblij met mijn Orbea Onix van 57 cm, 8,8 kilo, Shimano Ultegra-‘versnellingsbak’, wielen van hetzelfde merk. Vannacht staat hij (of zij, la bicicleta) in de slaapkamer, vind het zonde haar nu al in de vochtige garage te zetten. Nu nog zelf wat kilo’s eraf en het carbonfiber vliegt ongeremd over de heuvels langs de Middellandse Zee.

Vanuit een klein karretje naar het ziekenhuis

Het plaatje ziet er prachtig uit: vrolijk en romantisch stel in een grappig wagentje op een rustige straat op de Montjuïc, met de in de zon blakende stad op de achtergrond. Het plaatje wat ik zojuist zag – helaas geen foto kunnen maken – was minder idyllisch: een bestuurder van zo’n GoCar in een ambulance getild en zijn wagentje verfrommeld op de hoek van Passeig de Gràcia met Consell de Cent op een toch qua verkeer rustige zaterdag. Het lijkt me een onding, deze uitvinding om de stad te ontdekken. Het autootje heeft een GPS-systeem dat je automatisch langs de belangrijkste monumenten leidt, maar je moet dat doen tussen het gewone verkeer. De GoCar is echter zó laag, komt nog geen meter boven de straat uit, dat automobilisten en vooral buschauffeurs het ding soms amper zien. En als de bestuurder ook nog onbekend is met Barcelona en de instructies van zijn TomTom op het laatste moment opvolgt, krijg je gevaarlijk slingerende taferelen door de stad.

Nee, geef mij de fiets dan maar – ik heb het al vaker gezegd en geschreven. Er zijn inmiddels talloze bedrijfjes die toeristische fietstochten door Barcelona organiseren en dat blijkt zo’n succes dat één van de pioniers, Baja Bikes, die meestal op de opvallend oranje fietsen van Budget Bikes zijn tours uitvoert, inmiddels een heuse ‘multinational’ is geworden: Eric en Rigtmar hebben filialen in Madrid, Valencia, Sevilla, Londen en Rome geopend.

De vraag naar fietstours is in de zomer het laagst, waarschijnlijk omdat de meeste mensen het te warm vinden om drie uur lang te fietsen. Dan is de grappige, ook in Amsterdam rijdende Trixi een aardig alternatief. Redelijk nieuw in het straatbeeld zijn de steps, ogenschijnlijk ook al in georganiseerde tochten. Maar voor wie zich het minst wil vermoeien en in één dag zo véél mogelijk van Barcelona wil zien blijft de Bus Turístic de beste optie; het is ook de duurste, dat wel, én je moet op de Plaça de Catalunya soms in een lange rij gaan staan – pak die bus dus op allerlei plaatsen behalve daar…