Categorie archief: politiek

Photoshoppen in Franco’s tijd

franco4

Vanaf vandaag is hij geen ereburgemeester van Madrid meer, noch adoptiefzoon van de Spaanse hoofdstad en ook de gouden- en eremedaille zullen hem, postuum, worden ontnomen. Beter laat dan nooit, maar er zijn zaken in Spanje die nog zo gevoelig liggen dat ze zich héél langzaam moeten voltrekken. Zeker als het Francisco Franco betreft, de kleine dictator (hier vrolijk op de foto met de besnorde collega Hitler) die in staat bleek een heel land in zijn ijzeren greep te houden zonder dat iemand er iets tegen deed. Nóg hebben sommige Spanjaarden spijt dat het land lijdzaam de dood van de generalísimo afwachtte en pas tóen de weg naar de democratie insloeg.

Op voorstel van Izquierda Unida (Verenigd Links), wiste het gemeentebestuur van Madrid vandaag de sporen van Franco in de eregalerij uit. Maar niet iedereen was het er mee eens. Enkele wethouders van de Partido Popular kwamen niet opdagen voor de stemming en hun partij, die overigens wel vóór stemde, klaagde erover dat het nou maar eens moet zijn afgelopen met het schoppen tegen het verleden.

Het besluit van de Madrileense gemeenteraad past een beetje in de tendens van de laatste jaren om de nalatenschap van Franco in het openbare leven te wissen. Zijn laatste standbeelden, in Madrid en Santander, zijn inmiddels verdwenen en eindigden in anonieme opslagplaatsen. franco2Andere sporen zijn iets moeilijker uit te wissen: er bestaan in het centrum van Spanje nog kleine dorpjes met opvallende namen, zoals Villanueva de Franco (Nieuwedorp van Franco) en, nóg mooier, Llanos del Caudillo, de Vlaktes van de Führer (Caudillo betekent Leider, maar Führer past in dit opzicht wat beter). Enkele jaren geleden stemden de 700 bewoners van dit laatste gat, ergens in de provincie Ciudad Real op de weg van Madrid naar het zuiden, tegen een naamswijziging van het oord, dat in 1956 met financiële steun van de dictator werd gesticht.

Overigens bestond het ‘photoshoppen’ ook al eind jaren dertig, een uitvinding die vanzelfsprekend door de dictaturen het best en meest is toegepast. Het persbureau Efe vond in zijn archieven twee dezelfde foto’s van dat bezoek van Hitler aan Franco, op het Frans-Baskische treinstation van Hendaye. Op de originele foto staat Franco met zijn ogen dicht; dat schoonheidsfoutje werd later met een ander hoofd van hem, geplakt op de eerste foto, hersteld.

franco photoshop

De doden, 70 jaar later (2)

En de beloofde reportage, van oktober 2008 (met excuses voor de lengte)

Spanje begint deze maand met het openen van 19 massagraven uit de tijd van de Burgeroorlog (1936-’39) en de jaren erna. Behalve de duizenden republikeinse soldaten die tijdens gevechten omkwamen liggen in die graven talloze mensen die door het regime met of zonder rechtszaak werden gefusilleerd. In totaal gaat het om zo’n 150.000 doden.

Tekst: Edwin Winkels

Op de onmenselijke ochtend van 17 april 1938 verloor het kleine dorpje Isavarre, twaalf huizen verstopt in één van de vele valleien van de Pyreneeën, bijna al zijn vaders en echtgenoten. Bij zes huizen stonden ineens de soldaten van de nationalen voor de deur, het leger van de opstandige generaal Francisco Franco dat na wekenlange zware gevechten het ene bergdal na het andere op de republikeinen veroverde. Soldaten van de verslagen vijand waren er niet meer in het dorp, die waren dood of de volgende bergkam over gevlucht. Boeren, een onderwijzer en een pastoor, dat waren de mannen in Isavarre. Zes van hen werden door de overwinnaars van Franco meegenomen. Uit nabijgelegen dorpen moesten er ook nog eens vier mee. Ze waren tussen de 31 en 59 jaar.

            Nadal Paulet was net elf jaar geworden toen zijn vader, vredesrechter Joan Paulet van 51 jaar, de bevelen van de militairen opvolgde. Vader kleedde zich aan, nam afscheid van zijn vrouw en vijf kinderen en ging met hen mee. Zeventig lange jaren hebben de herinnering van dat jochie van toen niet uitgewist. ,,Eerst brachten ze hem met de anderen naar het kerkje van het dorp en vandaar naar een stal in Sorpe, daar aan de overkant, de berg op. De soldaten hadden de namen op een papiertje staan, ze wisten precies voor wie ze kwamen. Omdat er geen soldaten meer waren in de vallei moesten ze zich waarschijnlijk wreken op wie dan ook.”

            Natuurlijk was de vallei zo rood als wat, in het fascistische oog van Franco. Spaans werd er nooit gesproken, slechts Catalaans met een loodzwaar accent uit ver verleden tijden. Nadal Paulet is zo’n oer-Catalaan. Nu, anno 2008, is hij nog de enige inwoner van Isavarre. Hij, zijn hond en de honderd geiten die aan zijn voeten grazen. Met een vriendje was hij die middag in 1938 zijn vader en de anderen nog eten gaan brengen in de stal. Toen ze waren vertrokken volgde er een nacht van martelingen. De ochtend erop werden de tien mannen op een rij tegen een muur gezet, gefusilleerd en op dezelfde plaats begraven in een anoniem gat in de grond.

Spanje ligt vol met dat soort graven. Exacte cijfers zijn er niet, zullen er ook nooit komen. De schattingen lopen uiteen van 120.000 tot 180.000 mensen die tijdens maar ook nog na de Burgeroorlog (1936-’39) aan de rand van een weg, in een boomgaard of in een afgelegen boerderij om het leven werden gebracht. Vaak zonder rechtszaak, of die rechtszaak was een pantomime. Het was de bloedige en wraaklustige hand van Franco. Nu pas, na ruim dertig jaar democratie, is er een massaal proces op gang gekomen om te gaan onderzoeken wat Spanje precies onder de grond verbergt. Rechter Baltasar Garzón heeft de bestanden opgevraagd van de verschillende regionale stichtingen en overheden die zich de laatste jaren intensief met het lokaliseren van Franco-vermisten hebben beziggehouden.

Een commissie van zeven experts zal een zo volledig mogelijke index van graven samenstellen. Historica Queralt Solé is één van hen en als specialist van de Catalaanse regering in Barcelona helpt ze families al jaren met het zoeken van het graf van hun vaders, ooms of opa’s – vrouwelijke slachtoffers waren er veel minder. ,,Er zijn drie soorten graven,” vertelt ze. ,,De mensen die ná de Burgeroorlog zijn omgebracht, en die zijn het eenvoudigst te vinden, omdat er altijd wel dorpsbewoners of familieleden zijn geweest die verteld hebben wáár zij precies werden gefusilleerd en wie het waren. Daarnaast zijn er op de officiële kerkhoven de massagraven van soldaten die in de ziekenhuizen in de achterhoede overleden en met tientallen of zelfs honderden begraven werden. Ook daarvan hebben we veel gegevens. Het moeilijkst zijn die van de soldaten die aan het front stierven en overal verspreid liggen.”

Het front van de Ebro, waar de grootste slag plaatsvond en die de definitieve overwinning van Franco inluidde, brengt nog regelmatig nieuwe lugubere ontdekkingen als landbouwers hun grond omspitten en botten aantreffen. (Dat er over gevallen Franco-soldaten nu nauwelijks wordt gerept komt omdat die al na de Burgeroorlog hun eerbetoon hebben gekregen als strijders voor Spanje. Zij hebben hun pompeuze monument in de Valle de los Caídos, waar ook nog het graf van Franco zelf ligt.)

,,Drie, vier dagen later wisten we dat mijn vader en de anderen vermoord waren,” zegt Nadal Paulet nu. ,,We zagen de soldaten over straat lopen met nieuwe broeken die van de boeren waren geweest. De generaal die het offensief had geleid, Sagardia, die had het al gezegd: voor elke dode soldaat zou hij tien Catalanen doden.”

De moeder van Nadal vluchtte ook, naar Frankrijk, waarvan de grens slechts tien kilometer verderop ligt. Ze was bang voor haar leven en liet haar vijf kinderen alleen achter in Casa Miqueu, hun boerenhuis. De oudste was vijftien. Ze werkten op het land en speelden met de soldaten die hun vader hadden gedood en het dorp hadden bezet. Wat konden ze anders, zegt Nadal, ze waren kinderen en probeerden te overleven met het eten dat ze van die soldaten kregen. Eigenlijk sprak niemand meer in de vallei over wat er gebeurd was. Een zwijgen dat 65 jaar zou duren. Pas vijf jaar geleden vertelde Paulet voor het eerst waar de tien mannen begraven lagen en wat er die dag in 1938 precies was gebeurd.

In Sorpe, aan de rand van een weiland, onder een heel grote boom, staat nu een kleine monoliet met daarop de tien namen, de leeftijd en de gezamenlijke sterfdag. ,,Er kwam eens een Duitser die me zei dat met geld van de Europese Unie het graf geopend kon worden en ze allen een waardige plaats op het kerkhof zouden krijgen,” zegt Paulet. ,, Dat hoeft van mij niet. Daar is mijn vader gestorven, daar ligt hij al zeventig jaar, laat hem daar maar met rust.”

Veel nabestaanden denken als Paulet. Het doel van de meesten is slechts om precies te weten wáár hun dierbaren begraven liggen. Vaak zijn het de kleinkinderen, de dertigers en veertigers van nu, die de zoektocht zijn gestart, zoals Antoni Guevara. Zijn opa, Francesc Guevara, was 27 jaar toen hij bij de Ebro streed. ,,Mijn oma kreeg een telegram dat hij erg ziek was. Dat is het laatste dat ze ooit van hem heeft gehoord. ‘Hij zal wel ergens onder een boom begraven liggen,’ heeft ze altijd gezegd. Ze wilde dat liever zo houden.”

Via Memoria Democràtica, de organisatie van historica Queralt Solé, ontdekte de familie een overlijdensacte van 26 december 1938 in een klein dorpje in het binnenland. Daar ligt opa Francesc in één van de twee massagraven van twee bij twintig meter met meer dan 100 lichamen. ,,De emotie was enorm toen we dat te weten kwamen,” zegt Antoni. ,,Alsof van een heel lang verhaal eindelijk het einde geschreven werd. We laten hem liever in dat graf liggen, maar zouden er wel graag een soort monument voor al die mannen hebben.”

Op nog zo’n massagraf, in het stadje Cervera, één waar je gewoon overheen kunt lopen, staat slechts één eenzaam kruis van hout, aangetast door de tijd. De initialen JMF staan erin gekerfd, en de datum 21-7-1938. ,,Er moeten meer dan 400 lijken liggen,” zegt Joaquim Bagué, de opzichter van het kerkhof. ,,Het heeft geen zin het te openen en de meeste mensen die komen zijn al blij dat ze het graf van hun vader of opa hebben gevonden. Hebben ze in ieder geval de plek gevonden om bloemen te leggen.”

Op de begraafplaats van het bisdom van Tarragona liggen zelfs 770 mensen in een massagraf, waarvan er 657 in de vijf jaar na de oorlog, tussen 1939 en 1944, berecht en gefusilleerd werden. Montse Giné weet al sinds ze heel klein dat haar opa Josep daar begraven ligt. Ze heeft een stichting opgericht om er in ieder geval een monument neer te laten zetten. ,,Tot voor kort wilden de gemeente en het bisdom van niets weten. We moeten geen oude wonden openrijten, zeiden ze. Maar het is het tegenovergestelde: met zo’n monument worden de wonden eindelijk definitief gedicht.”

De doden, 70 jaar later

 

kruis cervera

De foto maakte ik op het kerkhof van Cervera, in het Catalaanse binnenland. Het kruis staat er eenzaam, op een droge grasgrond, temidden van de gebruikelijke nissen met doden. Hier, onder de grond, ligt ene JMF, overleden op 21 juli 1938. Hij ligt er niet alleen. Naast, op en onder hem moeten nog eens zo’n 400 doden liggen, aldus de opzichter van de begraafplaats. Net als JMF slachtoffers van de Burgeroorlog, republikeinse soldaten die zich aan één van de Catalaanse fronten verzetten tegen de oprukkende Nationalen van generaal Franco. Ze raakten gewond, werden naar het ziekenhuis van Cervera achter de linies gebracht en als ze overleden gingen ze naar hetzelfde grote graf op deze begraafplaats. Zonder naam, zonder steen, zonder eigen nis. Daar was allemaal geen tijd voor.

De Catalaanse regering besloot gisteren het openen van dit soort massagraven uit de Burgeroorlog te bekostigen. De experts hebben 179 massagraven gelokaliseerd, maar niet allemaal zullen ze worden geopend. In sommigen liggen niet meer dan vier soldaten of burgers, overleden in de strijd of geëxecuteerd langs de weg of tegen een muur. Nabestaanden weten of vermoeden waar hun opa of vader omkwam en zouden hem graag een goede laatste rustplaats gunnen. Anderen geven er de voorkeur aan de doden met rust te laten en er slechts een kruis of herdenkingsteken te plaatsen. En op een begraafplaats als die van Cervera, of die van het bisdom in Tarragona, is er geen beginnen aan: je gaat niet 400 of zelfs 700 mensen ineens opgraven.

 

cervera2In heel Spanje zouden zo nog tussen de 120.000 en 160.000 doden anoniem onder de grond liggen. Het beroemdste massagraf ligt in de buurt van Granada, met daarin een schoolmeester, twee stierenvechters en dichter Federico García Lorca. Samen gefusilleerd door de Franco-aanhangers op 18 augustus 1936. De familie van de meester wil zijn botten laten opgraven, die van García Lorca liever niet. Het tekent, 70 jaar na dato, de tweestrijd in Spanje over zijn eigen, pijnlijke geschiedenis.

Voor het AD en El Periódico schreef ik er een grote reportage over. Zal proberen de tekst te achterhalen, zodat het leesbaar is. massagraven1

Het extreem-rechtse Nederland

P1010754

Wat is er met je land aan de hand? Het was de meest gehoorde vraag vorige week in Barcelona, nadat Nederland al de voorlopige resultaten van de Europese verkiezingen bekend had gemaakt. “Extreem rechts wint in Nederland,” kopten de Spaanse krant en het TV-journaal. In Nederland werd er, op zijn beurt, weer lacherig om gedaan. Hoe konden de Spanjaarden ons nou als extreem-rechts beschouwen?

Of Geert Wilders nou extreem-rechts of héél erg rechts is, dat maakt nauwelijks iets uit. Zijn denkbeelden, waarvoor dus 20% van de bevolking iets voelt, zouden door ons, Nederlanders, gewoon als extreem-rechts, xenofoob en zelfs fascistisch worden bestempeld als Wilders geen Limburger maar een Italiaan, Spanjool, Brit of Fransman was geweest. Om maar niet van een Duitse versie van ‘onze Geert’ te spreken.

P1010767

Maar die PVV-overwinning is niet wat mij zo verwondert. Het is die totale onvolwassenheid of willekeur wat stemgedrag betreft. Wat drie jaar terug nog massaal op Ossenaar Marijnissen en zijn SP stemt heult nu met de volledige overkant van het politieke bestel. De wekelijkse peilingen die worden gepubliceerd geven dat beeld ook weer. Een partij kan in twee weken tien zetels winnen of verliezen, alles en iedereen schommelt heen en weer, afhankelijk van wat die op televisie heeft gezegd, van wat de ander in het parlement heeft geroepen en van wat de derde voor een luchtbel als wetsvoorstel heeft gepresenteerd.

Anderen zullen het een volwassen democratie noemen. Voor mij, en de buitenwereld, lijken de stembriefjes in Nederland vluchtiger dan WC-papier.

Bij dageraad zal ik zegevieren

plazacatalunya

Een miljoen mensen op straat is veel, héél erg veel. Urenlang stonden velen al te wachten op de niet eens zo vluchtige passage van de bus vol Barça-helden. Bijna vier uur duurde donderdagavond de rit over 8 kilometer vanuit de haven, over de Via Laietana, langs de Plaça de Catalunya (hierboven, op de foto van mijn collega Albert Bertran), via Aribau naar Còrsega, Avinguda de Sarrià en de lange Travessera de les Corts.

Het was de dag ook dat sommige journalisten ontdekten waarom FC Barcelona woensdagavond in het Stadio Olimpico in Rome een opmerkelijk korte warming-up van 10 minuten hield: de andere 10 had Guardiola in de kleedkamer nodig.

crowe

Toen alle spelers en assistenten binnen waren, ging het licht uit en een groot scherm aan. Daarop verscheen een indrukwekkende video van zeven minuten. De DVD, op verzoek van de trainer gemaakt door een vriend bij de Catalaanse TV, wisselde beelden van de film Gladiator af met die van álle spelers van de selectie. Het ene moment Russel Crowe vechtend in het Coliseum, het volgende moment Iniesta bezig aan zijn herstel van een blessure, Eto’o die scoort, Messi die dribbelt en Valdés die een bal miraculeus stopt.

Woorden, gesproken door de spelers, uit de laatste Nike-campagne voor Barça: ,,Wij zijn het middenveld, wij zijn onze precisie, wij zijn onze inspanning, wij zijn aanvallers die verdedigen…” etcétera, tot de slotzin: ,,Wij zijn één!” 

Keiharde muziek schalde door de kleedkamer, eerst van Gladiator zelf en als  slot het ontroerende Nessun dorma uit de opera Turandot. De tekst, de allerlaatste woorden, in het Italiaans, waren voor de spelers goed te volgen. All’alba vinceré! Bij dageraad zal ik zegevieren. Sommigen kwamen met tranen in de ogen uit de kleedkamer. Toen moesten ze nog voetballen.

Wees bang voor rechts

In Spanje ben je links of rechts, een middenweg bestaat er niet. Misschien een erfenis uit de tijd dat de Nationalen en de Republikeinen in een Burgeroorlog terechtkwamen. Kort nadat de overwinnaar, generaal Franco, vier decennia later in 1975 overleed, maakte Spanje zijn fameuze transición van dictatuur naar democratie aan de hand van de gematigde centrum(-rechtse) partij UCD van premier Adolfo Suárez, een memorabele politicus die nu overigens door Alzheimer vrijwel geveld is. Maar al in 1982 namen de socialisten van Felipe González het over en sindsdien, met het aan de overzijde groeien van de Alianza Popular en de latere Partido Popular, is de tweedeling van het land steeds groter geworden.

Dat oude gevecht tussen links en rechts wordt in deze campagne voor de verkiezingen voor het Europees parlement door de PSOE van premier Zapatero weer uit de kast gehaald. Wees bang voor rechts, is de boodschap van de spot die in Spanje de meest bekeken op You Tube is. Achtereenvolgens verschijnen een ober (“De immigranten beroven ons van ons werk”), een priester (“In Europa is plaats voor maar één godsdienst”), een netjes geklede en gekamde mevrouw (“De gezondheidszorg zou geprivatiseerd moeten worden”), een wijnboer (“De klimaatverandering is een grote leugen”), een skinheid (“Homosexualiteit is een ziekte”), een ondernemer (“Ik geloof in het vrije ontslag”) en een wat oudere dame (“Ik ben voor de doodstraf”). Daarna de tekst van de PSOE: ‘het probleem is niet wat ze denken…. maar wat ze gaan stemmen’.

Dertig doden in de verkeerde kist

SPAIN TURKEY CRASH

Het is één van die schandalen waarover je je jarenlang – zo lang als de langzamze rechtsgang in Spanje duurt – kunt opwinden, omdat je wéét dat enkele mensen opzéttelijk iets héél fout hebben gedaan, maar dat zij te máchtig lijken om aan te pakken. Vandaag werd een Spaanse generaal uiteindelijk wel veroordeeld, maar hogere verantwoordelijken als de toenmalige minister van Defensie, Federico Trillo, en misschien wel premier Aznar zijn buiten schot gebleven.

Op 26 mei 2003 stortte bij Trabzon (Turkije) een verwaarloosde YAK-42 neer. Aan boord waren, behalve de Oekraïense bemanning, 62 Spaanse militairen die op de terugweg waren van hun missie in Afghanistan. Niemand overleefde de crash.

TURKEY CRASH

TURKEY CRASH SPAIN UKRAINEMinister Trillo, door een paraplu beschermd tegen de motregen, ging de dag erna poolshoogte nemen en droeg de meegevlogen forensen van het leger op om zo snel mogelijk alle bijna onherkenbare lijken te identificeren, omdat de regering drie dagen later een mooie staatsbegrafenis in Madrid wilde organiseren. Zo gezegd, zo gedaan. Turkse patholoog-anatomen hadden al 32 van de 62 kadavers van de soldaten geïntificeerd, maar de moeilijkste gevallen bleven over. Die werden door hun Spaanse collega’s willekeurig in lijkzakken en -kisten gestopt met een al even willekeurige naam erop.

Familie’s van de overleden soldaten voelden al nattigheid omdat die toch moeilijke identificatie zo snel was gedaan. Hun vrees werd bewaarheid toen één familie zag dat het hen toegewezen lijk van hun Spaanse, blanke zoon de onmiskenbare kenmerken van een zwart persoon hadden. Er kwam een aanklacht en de daaropvolgende DNA-tests wezen uit dat met de identificatie van 30 lijken was gerotzooid.

Tijdens het proces zei generaal Vicent Navarro dat hij uit goede wil had gehandeld. Tja. Hij moet nu voor drie jaar de cel in wegens valsheid in geschrifte. Twee militaire forensen werden wegens medeplichtigheid tot 18 maanden veroordeeld. Minister Trillo – nu parlementslid – heeft nooit enige politieke verantwoordelijkheid hoeven te nemen.

Handboeien in het Catalaans

poster pp

De foto komt van een poster van de Partido Popular, in een campagne tegen het onderwijssysteem in Catalonië, één van de favoriete stokpaardjes van de conservatieven. De kinderen (of hun ouders, vooral) mogen niet vrij kiezen hoeveel uur Spaans en hoeveel uur Catalaans zij op school krijgen. In principe moeten álle lessen op de publieke scholen in Catalonië in het Catalaans worden gegeven, van wiskunde tot geschiedenis, van gym tot biologie. Daarnaast zijn er natuurlijk de taalvakken Catalaans, Spaans en Engels. De uren Spaans zouden veel te weinig zijn, volgens de PP, waardoor de kinderen een taalachterstand zouden oplopen in vergelijking met de kleintjes in de rest van Spanje. Statistieken wijzen echter uit dat de ‘Catalaanse’ leerlingen over het algemeen zelfs een iets hoger cijfer voor Spaans hebben dan die in de rest van Spanje.

De ouders die er het meeste moeite mee hebben dat het onderwijs verplicht in het Catalaans plaatsvindt komen meestal uit andere delen van Spanje. Ikzelf heb er nooit enkele moeite mee gehad: het is juist een ongelooflijk voordeel dat kinderen van zo jongsafaan al tenminste twee talen met de paplepel krijgen ingegoten. Kinderen van Spaanse ouders hebben juist een groot voordeel: op school horen ze veel Catalaans, thuis veel Spaans. (Groter vind ik juist het probleem voor kinderen van volledige Catalaanse echtparen; die horen bijna nooit Spaans praten, ook al omdat ze vaak in zeer Catlaanse dorpjes wonen, en hebben er meer moeite mee.) Mijn kinderen, in Barcelona geboren, hebben altijd in het Catalaans les gehad, al ‘smokkelen’ sommige leraren ook wel eens met het Spaans, en praten thuis en met hun vriendjes en vriendinnen vooral Spaans, maar soms ook Catalaans. Deze zomer willen ze werken, en de vermelding van vier talen (ook nog Nederlands en Engels) op hun CV maakt het hen, hoop ik, alleen maar iets gemakkelijker…

Amerikanen in Cuba

cuba-13

Bij het betreden van Cuba, maar vorig jaar, wilden de kinderen per se een stempel in hun paspoort. Ze hadden er al één van de US Immigration op JFK, drie jaar eerder, en moesten die van het Aeropuerto José Martí natuurlijk ook hebben. De aardige beambte zei eerst dat het beter was dat niet te doen. De kinderen drongen aan. “Maar als ik hier een stempel zet, komen jullie de Verenigde Staten niet meer in,” waarschuwde hij. Amerikaanse collega’s van hem zouden bijna op tilt springen als ze dat stempel in een paspoort zagen, wist hij. Het maakte de kinderen niet uit. p1010442Ik kon het ook niet erg vinden; het zag er niet naar uit dat we binnenkort weer naar de VS zouden reizen en paspoorten verlopen om de vijf jaar. Straks een nieuw document, nieuwe stempels.

Nu heeft Barack Obama aangekondigd dat de Amerikanen gewoon weer naar Cuba kunnen reizen. Dus zou dit stempel hiernaast óók geen probleem meer moeten zijn bij aankomst op een Amerikaans vliegveld, maar ik zou de gok toch nog niet nemen. De kans is groot dat een verstokte Bush-adept je toch weer op het vliegtuig terug naar huis zet, alleen maar omdat je een ‘besmet’ land hebt bezocht.

En vanzelfsprekend juicht Fidel Castro deze maatregel van Obama niet van harte toe; hij vermoedt slechts een propagandastunt, zo schrijft hij vandaag in een column in Reflexiones. De teruggetrokken leider (leeft hij echt nog wel?) betreurt het dat cuba-2221Obama met geen enkel woord over de algemene blokkade rept en slechts het reizen en het overmaken van geld zal toestaan. Waarna hij met zijn gebruikelijke retoriek komt: “Cuba heeft zich altijd verzet en zal zich blijven verzetten. We gaan niet op de knieën zitten om om een aalmoes te vragen.” Volgens hem is die blokkade, waardoor veel landen geen goederen naar Cuba mogen transporteren, “een genocide.”

Nu maar hopen dat de twee landen toch wat dichter bij elkaar komen. Na de tornado’s van vorig jaar schijnt de armoede in de binnenlanden van Cuba, zoals in Cárdenas (foto hiernaast) alleen maar groter te zijn geworden.

Een absurde aanslag

lluch

Geen moord is te rechtvaardigen, maar sommige aanslagen zijn nóg absurder en zinlozer dan anderen. Ernest Lluch was één van Spanje’s grootste, verstandige én meest aimabele intellectuelen. Geboren in 1937 in de buurt van Barcelona werd hij als docent aan de universiteit van Valencia herhaaldelijk gearresteerd in de tijd van Franco vanwege zijn anti-dictatoriale ideeën. Eenmaal in de democratie koos de charismatische eerste socialistische premier, Felipe González, hem als minister van Gezondheid en Consumptie in die eerste linkse regering, in 1982. Maar Lluch – spreek uit: Joek – was vooral een man van doceren, betrokken bij veel grote universiteiten in het land, en verliet de regering weer in 1986. Als Catalaan probeerde hij Spanje te verenigen zonder ook maar één moment het bestaan van die verschillende volken (Catalanen, Basken, Galiciërs) binnen het land te ontkennen. Hij veroordeelde alleen het feit dat sommigen, terroristen in dit geval, de autonomie via geweld probeerden te bewerkstelligen. Zó gematigd én overtuigend was Lluch, dat hij een pacifistische bedreiging voor die terroristen vormde.

Een vroege ochtend op 21 november 2000 liep Lluch in het halfduister naar zijn auto in de parkeergarage onder zijn flatgebouw aan de Avinguda de Xile, op 100 meter van het Camp Nou, het stadion van FC Barcelona, club waarvan hij een fanatiek supporter was (opvallend op de bovenstaande collage van de expositie: een plaatje van Johan Cruijff als aanvoerder van Barça). Twee pistoolschoten in zijn hoofd maakten een einde aan zijn leven. De ETA eiste de aanslag op. Niet vaak was de verontwaardiging over een aanslag in Spanje zó groot.

Deze week werd in Barcelona een expositie geopend over het leven en het werk van Lluch, te bezichtigen in het Palau Robert, een strak gebouw uit 1905 op de hoek van de Passeig de Gràcia en de Diagonal.