Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Welke Spaanse wijn?

marzo2008-terra-alta1

Een vervolg op de vorige post. Nu geen cijfers, maar smaken, want daar gaat het bij wijn toch om. Al zijn die smaken natuurlijk weer heel persoonlijk. Bij deze dan, die van mij, een kleine selectie van mijn voorkeuren. Ik zal het niet over concrete bodega’s hebben, want dan blijkt het weer onmogelijk die ergens te kopen, noch in een Nederlandse slijterij noch in een Spaanse supermarkt.

Waarom Spaanse wijn? Tja, als je hier woont is de keus enorm, zie je nog altijd weinig flessen uit andere landen voorbij komen en kun je binnen die uitgebreide keus genoeg goed materiaal vinden. Nou blijkt mijn smaak, ontdekte ik veel later, grensoverschreidend. Toen ik voor de krant jarenlang de Tour de France versloeg ging er ’s avonds, na een lange dag werken, natuurlijk altijd een flesje rode wijn open. Maar collega Sergi en ik wilden de krant niet al te veel op kosten jagen, dus een Bourgogne zat er bijna nooit in. Zo ontdekten we, in een heel goede prijs-kwaliteit verhouding, de Crôzes-Hermitage uit de Rhône-streek. Moet ik eerlijk bekennen dat ik toen niet eens naar de druif keek, maar later kwam ik er dus achter dat die van dezelfde druif is gemaakt die ik altijd al lekker heb gevonden, de syrah-shiraz.

poda-penedes-pere-diciembre3Syrah-wijnen in Spanje vinden is overigens niet zo eenvoudig; hij wordt pas sinds enkele jaren geplant. Bij een wijnboer hier in Sitges heb ik nou een paar bodega’s uit de Montsant-streek gevonden die die druif gebruiken en er heerlijke, maar geen goedkope wijnen van brouwen: hun prijs ligt tussen de 9 en 18 euro. En dat terwijl de Montsant eigenlijk iets goedkopere varianten biedt van de D.O. (Denominación de Origen) die ernaast ligt, of eigenlijk overlappen ze elkaar gewoon: de Priorat. De bijzondere wijnen uit deze laatste streek, waar ook beroemdheden als Gerard Depardieu eens een wijngaard zijn begonnen, doen het met hun kleine, exclusieve produkties goed in de meest luxueuze restaurants ter wereld.

Een andere favoriet van me is de D.O. Costers del Segre, aan de oevers van de rivier Segre. Hier in Catalonië is de Raimat de beroemdste wijnboer uit die streek dichtbij Lleida, waar ook een groot deel van de olijfteelt plaatsvindt. Ietsje verder weg was de Toro, bij Valladolid, een grote ontdekking van een jaar of tien geleden. Laatst in het voortreffelijke Vinya-roel, een wijnrestaurant in Barcelona, met enkele Hollandse heren die héél veel van wijn weten – één ervan is, heel dom, weer in Nederland gaan werken om daar de topsport in goede banen te leiden –  een magnum-fles Toro opengetrokken. Wil je je bij de overbekende Rioja houden, dan breng ik de tip van de fotograaf over met wie ik ook die Tour altijd deed: je hebt drie soorten Rioja’s, de Rioja Alta, Rioja Baja en Rioja Alavesa. Die laatste is, naar zijn en ook mijn smaak, meestal de lekkerste. (Staat het op het etiket niet aangegeven, meestal komt de bodega uit de plaats Laguardia.)

En bij de witte wijn heb ik het al vaak over mijn favoriet, de albariño uit de Rías Baixas gehad, hoewel in het verre zuiden, aan de Costa del Sol, de eenvoudige Barbadillo uit Cadiz bij gefrituurde tapa’s ook een belevenis is. Rueda is, door een veel steviger smaak, de witte wijn die in het buitenland erg in de mode is, maar mijn vriend Jaap, die nooit rood drinkt, zweert bij de witte wijn uit de Costa Brava (de Empordà), van het kasteel van Perallada.

Meer Spaanse wijn dan Franse

januari

img_2892

Toen nog niet zoveel Nederlanders wijn dronken als nu, kozen zij bijna altijd voor een Franse fles. Dat was de enige, goede wijn die je kon krijgen, was het algemene idee. (Hoewel de meeste tieners wijn leerden drinken op zijn Italiaans, met de prikkelend zoete Lambrusco.) Naarmate wijn steeds meer een volksdrank werd – nou ja, volksdrank is ook overdreven, in vergelijking met de Fransen zelf drinken we nauwelijks wijn -, maar naarmate het dus in ieder geval populairder werd, vroegen de mensen ook om meer variëteit en, heel belangrijk in Nederland, lagere prijzen.

Al jaren ondervindt Frankrijk steeds heftiger concurrentie uit varia-023andere landen. In de eerste plaats de overige klassieke wijnproducenten, Italië en Spanje. Ondanks een sterke terugval in crisis-2008, bleef Italië vorig jaar met 17,2 miljoen hectoliter de grootste exporteur. Opvallend is dat Spanje, dat wél een lichte vooruitgang boekte, voor het eerst Frankrijk voorbij streefde: met 16,5 miljoen hectoliter tegen 13,6 miljoen. Gezamenlijk hebben de drie landen trouwens nog altijd 53% van de totale exportmarkt in handen.

Overigens blijft Frankrijk wel het land dat het meeste aan die export verdient: de duurdere wijnen blijven uit de immense wijngaarden van de Bourgogne, Bordeaux, Côtes du Rhone en Elzas komen. Maar img_4771het land had, net als de Europese buren, wel last van minder goed weer en een, in kwantiteit, veel mindere oogst: met 4,6 miljoen hectoliter minder produceerde Frankrijk het minst sinds 1991.

Niet alleen het weer is daar schuldig aan: de EU probeert het aantal hectares wijnranken te verminderen (0,35% minder vorig jaar) om overproductie te voorkomen. Waarschijnlijk zijn ze nog niet begonnen bij mij om de hoek: op één kilometer van mijn huis kan ik het hele jaar door de vooruitgang van de wijnranken volgen, een perfect kunststukje van de natuur waarvan ik altijd weer versteld sta. En het aantal wijngaarden hier lijkt alleen maar te groeien; stukje land dat vrijkomt, stukje land waar druiven worden geplant.

De laatste artisjokken

p1010447Ik moet erkennen dat ze er nou niet ongelooflijk smakelijk uitzien op deze foto (de lens besloeg boven de hete pan), maar het is voor mij één van de lekkerste manieren, en in ieder geval de eenvoudigste en snelste, om artisjokken klaar te maken. De boven- en onderkant erafsnijden, pellen tot de eetbare blaadjes uit het hart tevoorschijn komen, in dunne schijfjes snijden even in bloem dompelen en daarna in de hete olie. Een minuutje aan beide kanten, wat zout erover en je hebt heerlijk krokante artisjokkenschijfjes. Deze manier van bereiden is de laatste jaren populair, zelfs in de sjiekere restaurants. Maar schiet op: in oktober begon de oogst van deze wintergroente en hier aan de Middellandse Zee loopt die oogstperiode in het voorjaar af. Nu zijn ze nog lekker, in de zomer niet meer. Ze worden trouwens heel dichtbij de grote stad verbouwd: in de treinvan het vliegveld El Prat naar Barcelona-Sants rijd je door grote velden met alcachofas (Spaans) of carxofes (Catalaans) in El Prat en Sant Boi.

Minder slachtpartijen op de weg

p10003701

Er was een tijd dat rijden over de Spaanse wegen een Russische roulette was. In 1989 vielen er bijna 6.000 doden in het verkeer, bijna 20 per dag. Om over de tienduizenden zwaargewonden maar niet te spreken. Inmiddels is dat met bijna de helft gedaald, vooral door toedoen van talloze maatregelen van de regering-Zapatero. (De oppositie erkende, tandenknarsend, dat als de socialist iéts goed heeft gedaan, dan is dat het verkeer veiliger maken.) Honderden radars, hogere boete’s, een puntenrijbewijs en, ook niet belangrijk, een beter wegennet, het heeft allemaal geholpen. Nog niet zo lang geleden zat bijna elke automobilist met een glaasje te veel op achter het stuur, zélfs chauffeurs van volle touringcars na het uitgebreide middageten. Inmiddels weet iedereen dat de kans groot is in een stad als Barcelona op vrijdag- of zaterdagnacht in een fuik van een grootscheepse alcoholcontrole te rijden.

p1010444De korte Paasvakantie – Semana Santa heet dat hier – was altijd zo’n zwarte periode op de weg. Iedereen die op hetzelfde moment de weg op gaat (donderdagmiddag- of avond) en iedereen die op dezelfde dag en tijdstip weer terugkeert. Talloze mensen reden zichzelf of elkaar dood, meestal door gevaarlijk in te halen, uit de bocht te vliegen of in slaap te vallen. Maar de cijfers van deze laatste dagen zijn ook hoopgevend, zo is op de grafiek uit El Periódico te zien: kwamen in 1999 nog 176 mensen in slechts vijf dagen om het leven, dit jaar staat de Paas-teller op 45. Nog altijd 45 te veel natuurlijk, maar de nul zal wel altijd een utopie blijven (hoewel het Spanje dit jaar al enkele keren is gelukt een weekeinde zónder verkeersdoden af te sluiten).

Amerikanen in Cuba

cuba-13

Bij het betreden van Cuba, maar vorig jaar, wilden de kinderen per se een stempel in hun paspoort. Ze hadden er al één van de US Immigration op JFK, drie jaar eerder, en moesten die van het Aeropuerto José Martí natuurlijk ook hebben. De aardige beambte zei eerst dat het beter was dat niet te doen. De kinderen drongen aan. “Maar als ik hier een stempel zet, komen jullie de Verenigde Staten niet meer in,” waarschuwde hij. Amerikaanse collega’s van hem zouden bijna op tilt springen als ze dat stempel in een paspoort zagen, wist hij. Het maakte de kinderen niet uit. p1010442Ik kon het ook niet erg vinden; het zag er niet naar uit dat we binnenkort weer naar de VS zouden reizen en paspoorten verlopen om de vijf jaar. Straks een nieuw document, nieuwe stempels.

Nu heeft Barack Obama aangekondigd dat de Amerikanen gewoon weer naar Cuba kunnen reizen. Dus zou dit stempel hiernaast óók geen probleem meer moeten zijn bij aankomst op een Amerikaans vliegveld, maar ik zou de gok toch nog niet nemen. De kans is groot dat een verstokte Bush-adept je toch weer op het vliegtuig terug naar huis zet, alleen maar omdat je een ‘besmet’ land hebt bezocht.

En vanzelfsprekend juicht Fidel Castro deze maatregel van Obama niet van harte toe; hij vermoedt slechts een propagandastunt, zo schrijft hij vandaag in een column in Reflexiones. De teruggetrokken leider (leeft hij echt nog wel?) betreurt het dat cuba-2221Obama met geen enkel woord over de algemene blokkade rept en slechts het reizen en het overmaken van geld zal toestaan. Waarna hij met zijn gebruikelijke retoriek komt: “Cuba heeft zich altijd verzet en zal zich blijven verzetten. We gaan niet op de knieën zitten om om een aalmoes te vragen.” Volgens hem is die blokkade, waardoor veel landen geen goederen naar Cuba mogen transporteren, “een genocide.”

Nu maar hopen dat de twee landen toch wat dichter bij elkaar komen. Na de tornado’s van vorig jaar schijnt de armoede in de binnenlanden van Cuba, zoals in Cárdenas (foto hiernaast) alleen maar groter te zijn geworden.

Beroemde paashazen

mona2

Vakantiespreiding kennen ze in Spanje niet – nog altijd gaan heel veel bedrijven gewoon op slot van 1 t/m 31 augustus, hoewel ook dat steeds minder wordt – maar er zijn van die dagen dat het ergens in het land een feestdag is en op andere plaatsen niet. Vandaag, lunes de Pascua of gewoon Tweede Paasdag in Nederland, wordt er in Madrid en verreweg het grootste deel van Spanje alweer keihard (nou ja, hard) gewerkt en hebben ze aan de Middellandse Zee een vrije dag: in Catalonië, Valencia en Murcia is het de dag van de mona de pascua, een speciale taart die aanvankelijk vooral uit eieren bestond (in Valencia is dat nog altijd zo), maar in Catalonië door de chocolade is verdrongen. Volgens de traditie geeft de peetvader die taart aan zijn peetzoon of -dochter, een mooi argument om weer eens met verschillende familie’s bij elkaar te komen.

ESPAÑA-SEMANA SANTA-TRADICIONESHet is de dag dat er daarom ellenlange rijen voor de bakkerijen staan, om die peperdure taarten nog op het allerlaatste moment te kopen en niet met de traditie te breken. De banketbakkers, op hun beurt, doen altijd hun best de aandacht te trekken, dus spenderen zij hun dagen vooraf aan Pasen om bijzondere monas te maken, het liefst met bekende figuren. Eén in Barcelona (foto boven) zag daarom al Barça-trainer Pep Guardiola een titel vieren op het Sant Jaume-plein, terwijl een andere in Lleida tennisser Rafa Nadal in witte chocola portretteerde. Dat de mona oorspronkelijk een religieuze betekenis heeft, met een lekker hapje het einde van de quaresma vieren, dat is bijna iedereen natuurlijk vergeten.

Kurt Cobain in Sitges

p1010438

Mag ik natuurlijk nooit van ‘m zeggen, wat in de kop hierboven staat, en het klopt ook niet, maar het was nou eenmaal de sfeer die ontstond, althans in mijn hoofd, een niet zo late zaterdagavond in Sitges. Zo’n avond vol toeval, of juist niet? We liepen langs de talloze overvolle barretjes in Sitges om even wat de drinken en stonden ineens voor Il Piacere, een diepe bar met een ouderwets podium waar je vrijwel elke vrijdag- en zaterdagavond naar live muziek kunt luisteren. Sandor, stond er op het aanplakbiljet, en dat kan er in en rond Sitges maar één zijn. Haarlemmer, ook al 20 jaar in en rond Sitges, behalve een kort uitstapje naar Thailand waar hij duikend op zee de tsunami oveleefde en bijna alles behalve zijn leven verloor. Muzikant en componist. Daar zat-ie, zijn wilde haren al lang kwijt, met zijn gitaar, zijn eigen liedjes en enkele covers zingend.

p1010435De roodpaarse kleur in de zaal, de sfeer, het gevarieerde publiek, van kleine kinderen tot toevallige buitenlandse passanten, van vrienden van de artiest tot modieuze lokale bevolking, zijn iets rauwe stem en die akoestische gitaar. Natuurlijk was het Cobain niet tijdens dat historische MTV-Unplugged-optreden, en heeft Sandor geen enkele reden de passen van de Nirvana-legende te volgen, maar het was meer dan voldoende om bijna twee uur lang even ergens anders te zijn.

Buiten, op de stille straat, kon je de klanken van binnenuit een beetje horen. Geen buur klaagde over overlast. Dit hoort er gewoon bij, in een dorp dat iets meer is dan alleen 25.000 inwoners, een badplaatsje dat ruimte heeft voor andere, mooie dingen van het leven. Muziek, maestro. We hadden ook de avond ervoor moeten komen, zei de eigenaar ons, een grijzende Italiaan. Toen was er een band die de zaal op zijn kop zette. Maar ze komen nog wel eens terug, net als Sandor. Net als wij.

Scheermessen bij Can Flores

blanes2

Na het korte verblijf in Lloret de Mar (zie de post hieronder) was het tijd voor een bezoek aan één van mijn favoriete restaurantjes, 10 kilometer zuidelijker in Blanes. Can Flores ligt op hooguit 50 meter van de visafslag in de haven en dat is natuurlijk van de kaart af te zien, maar vooral te proeven. Tussen de talloze koelwagens van vishandels en andere restaurants uit de streek staat er altijd een klein karretje van Can Flores voor de deur van de loods, waar vanaf een uur of vier ’s middags de vangst van de plaatselijke vissersboten wordt binnengebracht. Een goede vangst vandaag, te zien aan de grote hoeveelheid én verscheidenheid aan vissen, schelpen en garnalen,blanes1 waaronder de peperdure kleine rode garnalen, die op de markt niet minder dan 30 euro de kilo doen. Hier in Spanje noemen ze het ook wel een ‘Hollandse veiling’: je koopt per afslag en niet per opbod (dat is hoe  je bijvoorbeeld voor miljoenen een schilderij bij Christie’s koopt). De verkoop begint ergens op een hogere prijs die razendsnel daalt en de eerste visboer of kok die de knop van zijn speciale apparaatje indrukt koopt de bak met vis voor de prijs die dan op het scherm staat.

Bij Can Flores aten we onder anderen voortreffelijke navajas, één van die produkten die met overvloed in Nederland te vinden is, maar die we daar niet op ons bord blieven. (Een ander fenomeen zijn de berberechos, de kleine schelpdieren die in Spanje met miljoenen blikjes over de toonbank gaan en bijna allemaal uit de Zeeuwse wateren afkomstig blijken te zijn.) Navajas kennen we als scheermessen en al zien ze er niet écht appetijtelijk uit, als ze vers zijn (zoals die vandaag in Blanes) en goed ontdaan van het zand, zijn de lekkerste beestjes om de pure zee te proeven. In Nederland schijnt vooral het strand van Noordwijk er mee vol te liggen, zo was al eens op de Nederlandse televisie en in de kranten te zien. De kenners proberen de scheermessen dus al jarenlang te promoten, maar een echt resultaat heeft dat nooit gehad. Bovendien smaken ze ook alleen maar lekker op een zonnig terras met, in de koeler, een onovertroffen albariño, mijn favoriete witte wijn uit Galicië. Is weer eens wat anders dan die massa-chardonnay.

Een paradijs in Lloret de Mar, echt waar

lloret1

Geheime plekjes die je op onverwachte plaatsen vindt moet je eigenlijk nooit verraden aan het grote publiek, maar zoveel lezers heeft dit blog ook niet dat er nu ineens duizenden vanuit Nederland naar dit kleine baaitje zullen trekken. Vanzelfsprekend ligt het aan de Costa Brava, die dit jaar officieel 100 jaar bestaat; de kust is al veel ouder, natuurlijk, maar in 1909 was er een plaatselijke journalist die deze ruige streek de Woeste Kust noemde. (Om de Costa Brava dit jaar te promoten liet het regionale toeristenbureau foto’s van mooie stranden afdrukken, maar al snel werd ontdekt dat dat prachtige zandstranden uit de Caribe en Australië waren; beetje dom, de Costa Brava kan het best met zijn eigen foto’s af.)

lloret2Dit hierboven en hiernaast is Cala Banys, dat middenin één van de ergste oorden, zoniet het ergste, van de kust ligt. Lloret de Mar is vooral bekend als het paradijs van de dronken jeugd, en ach, we zijn allemaal 17 en 18 geweest en hebben de straten in dit soort vakantieplaatsjes met ons gelal onveilig gemaakt. Wat heel weinig bezoekers in Lloret echter weten (ze kijken meestal niet verder dan het strand en de bodem van een glas) is dat je vanaf het grote strand voor het dorp maar een paar trapjes hoeft op te lopen en een grote rotspartij omzeilen om dit tegen te komen. Cala Banys is eigendom van een Catalaanse familie en is beschermd gebied; er mag niet méér gebouwd worden dan de fabuleuze bar die er al staat en van die familie is. Vroeger was het een restaurant, nu wordt er slechts drank geschonken, met een opvallend verbod: na 10 uur ’s avonds is het verboden gebied voor jongeren onder 16 jaar.

Overdag heerst er vooral rust. Het blauwe water is in deze tijd van het jaar nog te koud, behalve voor de Britten, maar het genot van een biertje of rode Martini in een bamboe-stoel midden tussen de twee grootste stranden van Lloret is er niet minder om. Je kunt er ook met de auto komen, maar omdat er maar parkeerruimte voor zes wagens is, ga ik dié route niet verklappen.

Machtige reclame

p1010417

Het fenomeen is al jaren oud, maar trekt nog altijd de aandacht in de straten van Barcelona: enorme doeken, soms acht verdiepingen hoog, waarop duizelingwekkend grote reclame staat. Vervuiling van het straatbeeld? Ze zijn inderdaad niet allemaal even mooi, en het is voor sommigen nogal een shock om, zoals op deze foto op de achtergrond, náást het Casa Batlló van Gaudí het diepe decolleté van een langharige dame te zien, maar niets is toeval. Er zit een verhaal achter, gemeentepolitiek zelfs, plus natuurlijk veel geld en de belangen van fabrikanten en hun reclamebureau’s.

Zo’n doek mag je natuurlijk niet zomaar ophangen. Er is toestemming nodig van het gemeentelijke Institut de Paisatge Urbà, een bureau dat bepaalt wat wel en wat niet op straat te zien mag zijn, van neon-reclames tot de kleur van de prullebakken. Dat Institut vraagt ook geld, dat besteed wordt aan het renoveren van de gevel van een monumentaal gebouw ergens anders in de stad. (Op een witte strook onderaan het grote reclamedoek staat altijd waar het geld aan wordt besteed.) In 2006 haalde de gemeente op die manier 1,6 miljoen euro op.

fachadaDeze reclamedoeken hangen ook niet zomaar op elke willekeurige gevel. Het zijn altijd gebouwen in aanbouw of, liever nog, die waarvan de façade wordt gerestaureerd. Sterker nog: er zijn reclamebureau’s gespecialiseerd in het zoeken naar gevels in de stad die wel een opknapbeurt nodig hebben. Vervolgens komen zij met een voorstel bij de eigenaren van dat gebouw – wat ook verschillende bewoners kunnen zijn. Het bureau betaalt de volledige renovatie als het er de maanden dat de werkzaamheden duren er zo’n doek mag ophangen; en dat bureau wordt dan weer door de adverteerder betaald. Vanzelfsprekend zoeken ze niet een flatgebouw ergens in een achterafstraatje: het doek moet voor zoveel mogelijk mensen te zien zijn, zoals deze (helemaal bovenaan) op de hoek van de drukke calle Aragó en de Passeig de Gràcia, of op de kleine foto bij de haven van Barcelona.