
Een vervolg op de vorige post. Nu geen cijfers, maar smaken, want daar gaat het bij wijn toch om. Al zijn die smaken natuurlijk weer heel persoonlijk. Bij deze dan, die van mij, een kleine selectie van mijn voorkeuren. Ik zal het niet over concrete bodega’s hebben, want dan blijkt het weer onmogelijk die ergens te kopen, noch in een Nederlandse slijterij noch in een Spaanse supermarkt.
Waarom Spaanse wijn? Tja, als je hier woont is de keus enorm, zie je nog altijd weinig flessen uit andere landen voorbij komen en kun je binnen die uitgebreide keus genoeg goed materiaal vinden. Nou blijkt mijn smaak, ontdekte ik veel later, grensoverschreidend. Toen ik voor de krant jarenlang de Tour de France versloeg ging er ’s avonds, na een lange dag werken, natuurlijk altijd een flesje rode wijn open. Maar collega Sergi en ik wilden de krant niet al te veel op kosten jagen, dus een Bourgogne zat er bijna nooit in. Zo ontdekten we, in een heel goede prijs-kwaliteit verhouding, de Crôzes-Hermitage uit de Rhône-streek. Moet ik eerlijk bekennen dat ik toen niet eens naar de druif keek, maar later kwam ik er dus achter dat die van dezelfde druif is gemaakt die ik altijd al lekker heb gevonden, de syrah-shiraz.
Syrah-wijnen in Spanje vinden is overigens niet zo eenvoudig; hij wordt pas sinds enkele jaren geplant. Bij een wijnboer hier in Sitges heb ik nou een paar bodega’s uit de Montsant-streek gevonden die die druif gebruiken en er heerlijke, maar geen goedkope wijnen van brouwen: hun prijs ligt tussen de 9 en 18 euro. En dat terwijl de Montsant eigenlijk iets goedkopere varianten biedt van de D.O. (Denominación de Origen) die ernaast ligt, of eigenlijk overlappen ze elkaar gewoon: de Priorat. De bijzondere wijnen uit deze laatste streek, waar ook beroemdheden als Gerard Depardieu eens een wijngaard zijn begonnen, doen het met hun kleine, exclusieve produkties goed in de meest luxueuze restaurants ter wereld.
Een andere favoriet van me is de D.O. Costers del Segre, aan de oevers van de rivier Segre. Hier in Catalonië is de Raimat de beroemdste wijnboer uit die streek dichtbij Lleida, waar ook een groot deel van de olijfteelt plaatsvindt. Ietsje verder weg was de Toro, bij Valladolid, een grote ontdekking van een jaar of tien geleden. Laatst in het voortreffelijke Vinya-roel, een wijnrestaurant in Barcelona, met enkele Hollandse heren die héél veel van wijn weten – één ervan is, heel dom, weer in Nederland gaan werken om daar de topsport in goede banen te leiden – een magnum-fles Toro opengetrokken. Wil je je bij de overbekende Rioja houden, dan breng ik de tip van de fotograaf over met wie ik ook die Tour altijd deed: je hebt drie soorten Rioja’s, de Rioja Alta, Rioja Baja en Rioja Alavesa. Die laatste is, naar zijn en ook mijn smaak, meestal de lekkerste. (Staat het op het etiket niet aangegeven, meestal komt de bodega uit de plaats Laguardia.)
En bij de witte wijn heb ik het al vaak over mijn favoriet, de albariño uit de Rías Baixas gehad, hoewel in het verre zuiden, aan de Costa del Sol, de eenvoudige Barbadillo uit Cadiz bij gefrituurde tapa’s ook een belevenis is. Rueda is, door een veel steviger smaak, de witte wijn die in het buitenland erg in de mode is, maar mijn vriend Jaap, die nooit rood drinkt, zweert bij de witte wijn uit de Costa Brava (de Empordà), van het kasteel van Perallada.


andere landen. In de eerste plaats de overige klassieke wijnproducenten, Italië en Spanje. Ondanks een sterke terugval in crisis-2008, bleef Italië vorig jaar met 17,2 miljoen hectoliter de grootste exporteur. Opvallend is dat Spanje, dat wél een lichte vooruitgang boekte, voor het eerst Frankrijk voorbij streefde: met 16,5 miljoen hectoliter tegen 13,6 miljoen. Gezamenlijk hebben de drie landen trouwens nog altijd 53% van de totale exportmarkt in handen.
het land had, net als de Europese buren, wel last van minder goed weer en een, in kwantiteit, veel mindere oogst: met 4,6 miljoen hectoliter minder produceerde Frankrijk het minst sinds 1991.
Ik moet erkennen dat ze er nou niet ongelooflijk smakelijk uitzien op deze foto (de lens besloeg boven de hete pan), maar het is voor mij één van de lekkerste manieren, en in ieder geval de eenvoudigste en snelste, om artisjokken klaar te maken. De boven- en onderkant erafsnijden, pellen tot de eetbare blaadjes uit het hart tevoorschijn komen, in dunne schijfjes snijden even in bloem dompelen en daarna in de hete olie. Een minuutje aan beide kanten, wat zout erover en je hebt heerlijk krokante artisjokkenschijfjes. Deze manier van bereiden is de laatste jaren populair, zelfs in de sjiekere restaurants. Maar schiet op: in oktober begon de oogst van deze wintergroente en hier aan de Middellandse Zee loopt die oogstperiode in het voorjaar af. Nu zijn ze nog lekker, in de zomer niet meer. Ze worden trouwens heel dichtbij de grote stad verbouwd: in de treinvan het vliegveld El Prat naar Barcelona-Sants rijd je door grote velden met alcachofas (Spaans) of carxofes (Catalaans) in El Prat en Sant Boi.
De korte Paasvakantie – Semana Santa heet dat hier – was altijd zo’n zwarte periode op de weg. Iedereen die op hetzelfde moment de weg op gaat (donderdagmiddag- of avond) en iedereen die op dezelfde dag en tijdstip weer terugkeert. Talloze mensen reden zichzelf of elkaar dood, meestal door gevaarlijk in te halen, uit de bocht te vliegen of in slaap te vallen. Maar de cijfers van deze laatste dagen zijn ook hoopgevend, zo is op de grafiek uit El Periódico te zien: kwamen in 1999 nog 176 mensen in slechts vijf dagen om het leven, dit jaar staat de Paas-teller op 45. Nog altijd 45 te veel natuurlijk, maar de nul zal wel altijd een utopie blijven (hoewel het Spanje dit jaar al enkele keren is gelukt een weekeinde zónder verkeersdoden af te sluiten).
Ik kon het ook niet erg vinden; het zag er niet naar uit dat we binnenkort weer naar de VS zouden reizen en paspoorten verlopen om de vijf jaar. Straks een nieuw document, nieuwe stempels.
Obama met geen enkel woord over de algemene blokkade rept en slechts het reizen en het overmaken van geld zal toestaan. Waarna hij met zijn gebruikelijke retoriek komt: “Cuba heeft zich altijd verzet en zal zich blijven verzetten. We gaan niet op de knieën zitten om om een aalmoes te vragen.” Volgens hem is die blokkade, waardoor veel landen geen goederen naar Cuba mogen transporteren, “een genocide.”
Het is de dag dat er daarom ellenlange rijen voor de bakkerijen staan, om die peperdure taarten nog op het allerlaatste moment te kopen en niet met de traditie te breken. De banketbakkers, op hun beurt, doen altijd hun best de aandacht te trekken, dus spenderen zij hun dagen vooraf aan Pasen om bijzondere monas te maken, het liefst met bekende figuren. Eén in Barcelona (foto boven) zag daarom al Barça-trainer Pep Guardiola een titel vieren op het Sant Jaume-plein, terwijl een andere in Lleida tennisser Rafa Nadal in witte chocola portretteerde. Dat de mona oorspronkelijk een religieuze betekenis heeft, met een lekker hapje het einde van de quaresma vieren, dat is bijna iedereen natuurlijk vergeten.
De roodpaarse kleur in de zaal, de sfeer, het gevarieerde publiek, van kleine kinderen tot toevallige buitenlandse passanten, van vrienden van de artiest tot modieuze lokale bevolking, zijn iets rauwe stem en die akoestische gitaar. Natuurlijk was het Cobain niet tijdens dat historische MTV-Unplugged-optreden, en heeft Sandor geen enkele reden de passen van de Nirvana-legende te volgen, maar het was meer dan voldoende om bijna twee uur lang even ergens anders te zijn.
waaronder de peperdure kleine rode garnalen, die op de markt niet minder dan 30 euro de kilo doen. Hier in Spanje noemen ze het ook wel een ‘Hollandse veiling’: je koopt per afslag en niet per opbod (dat is hoe je bijvoorbeeld voor miljoenen een schilderij bij Christie’s koopt). De verkoop begint ergens op een hogere prijs die razendsnel daalt en de eerste visboer of kok die de knop van zijn speciale apparaatje indrukt koopt de bak met vis voor de prijs die dan op het scherm staat.
Dit hierboven en hiernaast is Cala Banys, dat middenin één van de ergste oorden, zoniet het ergste, van de kust ligt. Lloret de Mar is vooral bekend als het paradijs van de dronken jeugd, en ach, we zijn allemaal 17 en 18 geweest en hebben de straten in dit soort vakantieplaatsjes met ons gelal onveilig gemaakt. Wat heel weinig bezoekers in Lloret echter weten (ze kijken meestal niet verder dan het strand en de bodem van een glas) is dat je vanaf het grote strand voor het dorp maar een paar trapjes hoeft op te lopen en een grote rotspartij omzeilen om dit tegen te komen. Cala Banys is eigendom van een Catalaanse familie en is beschermd gebied; er mag niet méér gebouwd worden dan de fabuleuze bar die er al staat en van die familie is. Vroeger was het een restaurant, nu wordt er slechts drank geschonken, met een opvallend verbod: na 10 uur ’s avonds is het verboden gebied voor jongeren onder 16 jaar.
Deze reclamedoeken hangen ook niet zomaar op elke willekeurige gevel. Het zijn altijd gebouwen in aanbouw of, liever nog, die waarvan de façade wordt gerestaureerd. Sterker nog: er zijn reclamebureau’s gespecialiseerd in het zoeken naar gevels in de stad die wel een opknapbeurt nodig hebben. Vervolgens komen zij met een voorstel bij de eigenaren van dat gebouw – wat ook verschillende bewoners kunnen zijn. Het bureau betaalt de volledige renovatie als het er de maanden dat de werkzaamheden duren er zo’n doek mag ophangen; en dat bureau wordt dan weer door de adverteerder betaald. Vanzelfsprekend zoeken ze niet een flatgebouw ergens in een achterafstraatje: het doek moet voor zoveel mogelijk mensen te zien zijn, zoals deze (helemaal bovenaan) op de hoek van de drukke calle Aragó en de Passeig de Gràcia, of op de kleine foto bij de haven van Barcelona.