Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Stukkie fietsen?

P1010685

Ze voetballen, of hebben gevoetbald, voor Hercules, maar daar kunnen ze ook niets aan doen. Vroeger waren wij, mijn broer en ik, van VV Utrecht, historische club op het Kanaleneiland met prachtig Milanese roodzwarte shirts die helaas niet meer bestaat; gefuseerd met de buren van Zwaluwen Vooruit, iets wat toen, in de jaren zeventig, totaal ondenkbaar was. Ze waren onze grootste vijanden, daar ga je niet samen mee in één bed liggen.

Wij waren van de arbeiders, Hercules was van de slimme studenten. Nog steeds. Maar het schijnt juist daarom wel een gezellige club te zijn, zegt mijn broer, die op zijn 45ste ontdekt heeft dat sommige bollebozen ook kunnen voetballen en die zelf nog altijd voetbalt en minder buik heeft dan sommige (oud-)collega’s.

Hercules kwam naar Barcelona. We hebben door de stad gefietst, misschien toch de beste manier om Barcelona te ontdekken. Je ziet meer dan wanneer je loopt of in een auto rijdt. Je kunt stoppen wanneer je wilt, de smalste straatjes en best verborgen pleintjes ontdekken en de Rambla afrijden – op het asfalt en tussen de auto’s – zonder gehinderd te worden door de hordes toeristen, de levende standbeelden, de zakkenrollers en de dierenverkopers op het centrale voetgangersdeel. P1010689Je doet in drie uur de Raval, Barri Gòtic, Born, Eixample, Olympische haven en Barceloneta, je rijdt voorbij de hoertjes zonder dat een zwarte Nigeriaanse hand in je kruis tast, je stopt twee keer (Plaça del Pi en aan het strand) voor een biertje of koffie (tien stevige consumpties, in het centrum, 19,80 euro, daar heb je in Amsterdam nog geen zeven smerige espresso’s voor), en doet nog een beetje aan lichamelijke oefening ook.

Het enige probleempje is dat wanneer je de avond ervoor in het pension/huis van acteur Alfred van den Heuvel bij Girona ’s nachts dorst had en een glaasje water van het nachtkastje dronk, niet in de gaten had dat dat de lensvloeistof inclusief twee dure lenzen van je kamergenoot was en je de volgende dag bij elke WC-gang in vaak toch gore WC-potten in Barcelona moet gaan zitten peuteren om te kijken of die lenzen nog eens tevoorschijn komen.

De koningin vliegt lowcost

sofiaEerste vraag die bij een Nederlander opkomt, natuurlijk: zou Beatrix dat ook doen?

Koningin Sofía van Spanje in ieder geval wél. Ze was afgelopen weekeinde in Londen waar haar broer, de Griekse koning Constantijn zonder koninkrijk, geopereerd moest worden. Ze moest alleen even terug naar het Noordspaanse Santander voor een défilé van de strijdmachten. Na afloop wilde ze niet terug naar huis, het Zarzuela-paleis in Madrid, maar weer naar haar herstellende broer. De enige vlucht uit Santander naar Londen was van prijsstunter Ryanair; Sofía had er geen moeite mee.

Vandaag kwam de Ierse low cost-carrier met een advertentie: ‘Vlieg als een monarch’ met 1   miljoen stoelen voor tien euro, de bekende prijzen. Het koningshuis was echter not amused, en niet om het gebruik van een vrij lelijke foto van de koningin… Toestemming was er gevraagd noch gegeven. Als ‘smartegeld’ biedt Ryanair nu aan 5.000 euro aan een door de koningin te kiezen goed doel over te maken. Een bedrag van niks, natuurlijk, met de publiciteit die Ryanair nu overal krijgt, óók op dit blog.

Marsmannetjes (en-vrouwtjes) uit Polen

P1010681

Tja, dan zit je de hele dag ergens bij Brussel opgesloten in een oud klooster, zonder nieuws uit de buitenwereld, kom je terug op Zaventem – een vliegveld waar je niet vrolijk van wordt, al weet ik niet waarom niet – en kom je dit tegen. Tweehonderd mensen, vrouwen, mannen, kinderen en zelfs een baby in een wagentje – in goudkleurige pakken, met goudkleurige tassen en op de bovenarm een blauwe sticker die aan die van een heuse astronaut doet denken.

Je vraagt ze waar ze vandaan komen. Uit Polen, zeggen ze. Je vraagt ze wat ze aan het doen zijn. Herdenken dat in Polen de val van het communisme begon, in 1989, kort voor het neerhalen van de Muur, zeggen ze. Je denkt aan Jaruzelski, zo heette die generaal met de zonnebril, en je vraagt ze waarom ze zo gekleed zijn. Omdat ze buitenaardse wezens zijn, op het punt terug te keren naar hun planeet, zeggen ze. Je vraagt ze of je mee mag. Nee, zeggen ze, dat is slechts voor de uitverkorenen. Je vraagt ze hoe het daar is, op hun planeet. Heel optimistisch, zeggen ze.

Gelukkig delen even later twee goudkleurige negenjarige meisjes stickers uit met onder anderen het adres www.3989.pl van een website erop. ’s Avonds laat thuis, geprikt door de nieuwsgierigheid, zoek je het op. Ja, dat wist je al, ze herdachten het einde van het communisme en het gevaar van het nazisme, dat in 1939 Polen binnenviel. P1010683Maar die gouden pakken dan? Gelukkig staat er een link naar Wspolna sprawa, wat Gemeenschappelijke taak in het Pools is. De link is in het Nederlands, het zijn wereldburgers die Polen, schijnen zelfs in ‘onze’ beekjes op voorntjes en baarsjes te vissen. Die gouden pakken blijken een project van een artiest, Paweł Althamer. Ze vlogen in een gouden LOT-vliegtuig. Ik ga het hele verhaal hier niet herhalen, het wordt uitgebreid uitgelegd op een website die de moeite waard is. En ik denk terug aan de mensen op Zaventem: bejaarden en baby’s samen, met één sticker: 1989, It all began in Poland. Zo vergeten we niet, en dat is goed.

Een andere wereld

P1010677

Zes uur op, tien voor zeven op het vliegveld (een voordeel, zo dichtbij wonen zonder ooit de vliegtuigen te horen), acht uur vliegen en na een korte rit na aankomst ng vóór elf uur ergens in de buurt van Brussel, precies op de grens van Vlaanderen en Wallonië. Vanavond weer terug. Retourtje van 110 euro, geloof ik (hoef het zelf niet te betalen): het voordeel van vliegen door Europa. Voor weinig geld en in korte tijd in een andere wereld, in dit geval een prachtig omgebouwde abdij.

P1010679Een andere wereld in alle opzichten. Eén dagje Brussel om aan epidemiologen (is dat goed?) uit heel Europa – interessant, nu zij met het Mexicaanse varkensvirus te maken hebben – mediatraining te geven. Betaald door de EU, die huurt een organisatiebureau uit Nederland in, die weer een BBC-presentatrice voor de grote lijnen, en terzijde een bureautje uit Barcelona die óns, Norbert en mij, weer inhuurt om mensen te leren op camera te leren praten. Ben benieuwd, of niet, hoeveel geld er overal onderweg blijft hangen, maar vooral bij de EU (goeie dag voor deze post, verkiezingen vandaag in NL en UK) is nog steeds van alles mogelijk.

Misschien dus ook wel een mooie trip om dat ‘verenigde’ Europa op zo’n manier mee te maken: een snelle reis en je zit als verspaanste Nederlander tussen artsen uit Bulgarije, Zweden, Portugal en Slovenië, onder anderen. Sommigen zijn bang voor de camera, hebben ze al gezegd, vooral omdat ze slecht Engels spreken. Want helemáál dezelfde taal zullen we nooit allemaal spreken. Maar goed ook.

Praatradio, vijf uur lang, zonder muziek

P1010676

Vanmiddag een interview bij de radio gehad, in één van de leukste studio’s trouwens, die van Catalunya Ràdio aan de Diagonal. Begane grond, op een hoek bij de straat, en al zo normaal in het straatbeeld dat er vrijwel nooit meer iemand door de ook van buiten transparante ruiten gaat staan loeren. Heb er vroeger vaak ’s nachts gezeten om over voetbal te praten: een programma dat om middernacht begon en tot half twee duurde. Eén keer werden we opgeschrikt door een grote knal, de ruiten en hele studio trilden: de ETA had 3 kilometer verderop een kantoorgebouw geprobeerd op te blazen. Nog nooit zo snel, en op de fiets natuurlijk, op de plaats van een aanslag geweest…

Maar daar ging het niet over. Radio. Een fenomeen in Spanje, veel beter beluisterd dan in Nederland. Een ándere radio ook. Je hebt muziekzenders, met, je raadt het al, alleen maar muziek en af en toe een stemmetje ertussendoor. En je hebt de traditionele zenders, de praatzenders. Letterlijk, want er wordt nooit ook maar één plaatje opgezet, hooguit tien seconden muziek van een jingle. Radio is hier praten en luisteren, zoals vanmiddag. De twee meiden van Hem de parlar (We moeten praten) praten elke werkdag drie uur aan elkaar, mét verschillende gasten natuurlijk. Vorige week was ik bij het ochtendprogramma van dezelfde zender: van 6 tot 11 uur, aan één stuk door (dat programma, ik niet), slechts onderbroken door de reclame en nieuwsbulletins.

Muziekje erbij? Doen ze hier niet aan. Ook niet bij de sportuitzendingen. Bij Langs de Lijn werd de muziekkeus en -samensteller beroemd, in Spanje moet je het niet in je hoofd halen de wedstrijdverslagen van de verschillende velden te onderbreken; de luisteraar zapt direkt naar de concurrent die wél het misschien nakende doelpunt live zal verslaan.

Populair om de tijd te vullen zijn de tertulias: de rondetafelgesprekken van zogenaamde én échte deskundigen, meestal óók journalisten. Ze praten over van alles en nog wat. De voetbalvariant van die tertulia werd ooit door m’n vrienden Leo Verheul, die het fenomeen uit Spanje kende, en Hugo Borst in Nederland op televisie geïntroduceerd; het was de voorloper van het huidige Studio Voetbal en die speciale praatprogramma’s tijdens EK’s of WK’s voetbal.

De ‘geheime’ video van Guardiola

De Catalaanse TV-3, waarvan een redacteur op verzoek van Barça-trainer Pep Guardiola een video maakte om zijn spelers vlak voor de finale van de Champions League te motiveren, zond gisteravond de inmiddels beroemd geworden beelden uit. Zeven minuten die de opkomst van Russel Crowe en zijn gladiatoren in het Coliseum mengen met de spelers van Barça. Toeval of niet, maar de video eindigt met Nessun dorma uit Tarandot, dezelfde aria die Andrea Bocelli zong toen de spelers even later het veld opkwamen. Toen wisten ze bij Braça dat het wel goed zat.

Een paella van de barbecue

P1010650

Hoop dat de paella aan de Herengracht gelukt is! Een vriend kreeg dit Pinksterweekeinde bezoek, en z’n dochter had ‘m bij het laatste reisje naar Spanje een mooie grote paellapan kado gedaan. Tijd dus om ‘m eens in gebruik te nemen. Op zijn verzoek stuurde ik ‘m mijn eigen recept en dacht ik, waarom ga ik ’t zelf niet eens uitvoeren; was al lang geleden, vooral omdat-ie niet altijd even goed lukte.

Probleem van deze paellapan op de foto, met een diameter van zo’n 60 centimeter, dat een pitje van een gasfornuis niet alles even goed verwarmt. Goede tip is om hem in de oven te bakken, maar zo’n diepe oven heb ik ook al niet. Dus eindelijk maar eens gedaan wat hier heel gebruikelijk is: de paella op open vuur of, in dit geval, de barbecue zetten. In nog geen twintig minuten was-ie klaar (op de foto is hij nog in volle bereiding), een paella voor zeven man, met een kilo optimale Valenciaanse rijst, de arroz bomba, een hele korte dikke korrel.

Nou zijn er zoveel paella-recepten als er (thuis)koks zijn, maar laat ik die van mij toch maar rondsturen, geïnspireerd op de wijze raad van Quim Marqués, kok van El Suquet del Almirall in de Barceloneta.

Je maakt een visbouillon naar smaak klaar: eerst de groente (ui, prei, wortel, etc) even in olie aanbakken, dan flink wat rode pommodori (met vel) erbij en even laten intrekken. (De tomaten zijn nodig voor de donkere kleur van de paella, die je krijgt samen met wat saffraandraadjes; in veel restaurants wordt voor de gele kleur een potje smaakloze kleurpoeder gebruikt). Dan de soepvis (krabbetjes, rotsvissen en de graten en kop van bijvoorbeeld de zeeduivel die we later gebruiken)  en het water,  niet veel langer dan 20/30 minuten laten koken. 

Tegelijk kun je een picada voorbereiden: een uitje, teentje knoflook en twee geraspte tomaten een tijdje in olie laten sudderen. (Sommigen gebruiken geen ui, zeggen dat de rijst daar heel zach tvan wordt.)

Is dit allemaal klaar, dan de paella, die van mij zonder kip of konijn, alleen maar vis en schaaldieren. (Het beste is wat gesneden inktvis, die zeeduivel in stukjes, schelpjes, mosselen en garnalen, plus wat reepjes rode paprika. De garnalen kun je eerst in de paellapan even aanbakken, daarna eruit halen.)
 
In je mooie paella-pan even een half uitje bakken en snel de inktvis en paprika erbij. Na 2 minuten de picada erbij doen en de rijst erdoor roeren, zodat-ie met alles doordrenkt is.
 
Dan de hete bouillon eroverheen, plus de rest van de vis/schaaldieren. (meestal is het iets meer water (3 op 1) dan wanneer je gewoon rijst kookt, want er verdampt veel.)

Nadat je het vuur hebt uitgedaan (als-ie bijna droog is) nog even afgedekt laten staan en rest van het vocht laten opnemen. De rijst moet al dente zijn.

Eet smakelijk.

De bijna-dood van een ‘torero’

Discussie deze dagen op de kranten in Spanje: hoeveel bloed kun je op de voorpagina afdrukken? Het was geen debat naar aanleiding van een aanslag of een verkeersongeluk, maar van één van de spectaculairste cogidas van de laatste jaren in het stierenvechten. Normaal wordt een torero door de laag inkomende stier in het dijbeen, de schaamstreek of de lies geraakt, maar Israel Lancho had deze week in Madrid de pech dat hijzelf al het dodelijke zwaard halverwege tussen de schouderbladen van de laatste stier van de middag had gestoken toen deze hem in de buik op de horens nam.

 De scherpe punt kwam onder de ribbenkast binnen en verwoestte alles onderweg, tot binnen de linkerlong aan toe. Dramatisch lange seconden bleef hij op de spits hangen en volgens de arts was het een wonder dat zijn hart niet werd geraakt. Hoewel hij zwaargewond werd afgevoerd zal de matador herstellen.

De meeste kranten drukten de plaat op de voorpagina af. Waarom ook niet? Het enige bloed zit op de rug van de stier en zoiets hoort bij het stierenvechten: soms wint de stier, al is dat altijd een Pyrrus-overwinning. En als Lancho was overleden? Zou het beeld nóg dramatischer maken, maar ook dát hoort er bij. Zo zijn er nooit beelden geweest van het moment van de dood van de historische Manolete in de arena van Linares, 62 jaar geleden. Een dood die misschien opnieuw beleefd zou kunnen worden in fictie, maar de al twee jaar geleden gedraaide film van de Nederlandse regisseur Menno Meyjes, met Adrian Brody als Manolete en penelope Cruz als diens verloofde, is door problemen van de producent nog altijd niet in première gegaan.

Bij dageraad zal ik zegevieren

plazacatalunya

Een miljoen mensen op straat is veel, héél erg veel. Urenlang stonden velen al te wachten op de niet eens zo vluchtige passage van de bus vol Barça-helden. Bijna vier uur duurde donderdagavond de rit over 8 kilometer vanuit de haven, over de Via Laietana, langs de Plaça de Catalunya (hierboven, op de foto van mijn collega Albert Bertran), via Aribau naar Còrsega, Avinguda de Sarrià en de lange Travessera de les Corts.

Het was de dag ook dat sommige journalisten ontdekten waarom FC Barcelona woensdagavond in het Stadio Olimpico in Rome een opmerkelijk korte warming-up van 10 minuten hield: de andere 10 had Guardiola in de kleedkamer nodig.

crowe

Toen alle spelers en assistenten binnen waren, ging het licht uit en een groot scherm aan. Daarop verscheen een indrukwekkende video van zeven minuten. De DVD, op verzoek van de trainer gemaakt door een vriend bij de Catalaanse TV, wisselde beelden van de film Gladiator af met die van álle spelers van de selectie. Het ene moment Russel Crowe vechtend in het Coliseum, het volgende moment Iniesta bezig aan zijn herstel van een blessure, Eto’o die scoort, Messi die dribbelt en Valdés die een bal miraculeus stopt.

Woorden, gesproken door de spelers, uit de laatste Nike-campagne voor Barça: ,,Wij zijn het middenveld, wij zijn onze precisie, wij zijn onze inspanning, wij zijn aanvallers die verdedigen…” etcétera, tot de slotzin: ,,Wij zijn één!” 

Keiharde muziek schalde door de kleedkamer, eerst van Gladiator zelf en als  slot het ontroerende Nessun dorma uit de opera Turandot. De tekst, de allerlaatste woorden, in het Italiaans, waren voor de spelers goed te volgen. All’alba vinceré! Bij dageraad zal ik zegevieren. Sommigen kwamen met tranen in de ogen uit de kleedkamer. Toen moesten ze nog voetballen.

Barça: Viva la vida!

portada

Belachelijk drukke dag vandaag, waarop we bovendien héél vroeg met de rest van de kant klaar moeten zijn, vóórdat de Champions League-finale tussen Barça en Manchester United begint. Dus sta ik het me vandaag toe gewoon het verhaal te reproduceren dat ik vandaag voor het AD heb geschreven. Maar daarvóór even de voorpagina van El Periódico vandaag. We zijn een beetje gestoord, in deze voetbalgekke dagen, en als inspiratie diende een opmerking van Pep Guardiola over dit Barcelona: ‘Johan Cruijff schilderde de Sixtijnse kapel en Rijkaard restaureerde hem…’

Als de UEFA het zou toestaan zou vanavond tijdens de warming-up voor de finale van de Champions League keihard Viva la vida van de Britse groep Coldplay uit de luidsprekers van het Olimpico in Rome klinken. ,,Ik placht de wereld te regeren, de angst in mijn vijands ogen te voelen,’’ zingt de groep. Niet op verzoek van de 67-jarige Sir Alex Ferguson, man uit de tijd van Bill Haley en Elvis Presley, maar van zijn drie decennia jongere collega Josep Guardiola.

Voetbal, kunst, muziek, literatuur, film, poëzie. Het komt allemaal samen in het hoofd van de Catalaan, 38 jaar geleden geboren in het dorpje Santpedor in het binnenland. De mythe, noemden zijn cynische criticasters hem vroeger. Het voetbal van zijn Barcelona, zonder enige twijfel het beste Barça ooit, heeft dit seizoen alle aan de kunst gerelateerde metaforen al uitgeput. Prachtige symfonie, meesterwerk, poëtisch samenspel. Et cetera.

Klik HIER voor de opstellingen.

Het gehele seizoen lang al laat Guardiola zijn spelers in de kleedkamer, vlak voor de wedstrijd, luisteren naar Viva la vida. Leef het leven, pluk de dag, geniet, want straks, zo zingt Coldplays Chris Martin later in het liedje, ontdek je ‘hoe mijn kastelen stonden op pilaren van zout en zand’.

Viva la vida. Het tekent een beetje de vrolijke ambiance die er dit seizoen in en rond Barcelona heerst. Frank Rijkaard hield ook van Coldplay, ging zelfs naar een concert in Barcelona, en Guardiola heeft altijd benadrukt dat hij voor een deel heeft voortgeborduurd op de erfenis van zijn mystieke voorganger. ,,Met de aanvallers beginnen te verdedigen, druk uitoefenen op de defensie van de tegenstander, dat heb ik van Frank overgenomen.’’

Van Louis van Gaal, de koppige trainer die Guardiola in zijn laatste Barça-jaren als speler meemaakte voordat hij naar Italië vertrok, erfde hij de tactische discipline. En van Johan Cruijff het romantisch verlangen naar aantrekkelijk voetbal.

,,Wij leken als speler al op elkaar,’’ zei Cruijff zondag in een interview in El Periódico. ,,Fysiek stelden we niet zoveel voor, maar we hadden allebei het geluk in teams te spelen die van de bal hielden. Zónder bal was het nooit wat met ons geworden.’’

Als trainer zijn beiden altijd van die bal blijven houden. Maar Pep is wat dat betreft nog extremer dan Johan. Moediger ook. In zijn tijd als Barça-trainer paste Cruijff zijn elftal altijd aan als hij tegen Real Madrid moest spelen. Guardiola niet, nooit. Ook morgen tegen het grootse ManUnited niet.

Of je nou een speler van een vroeger sterrenteam bent, of een journalist die Barça in zijn beste tijdperk, van 1990 tot nu, van dichtbij heeft meegemaakt, of de ervaren trainer van een tegenstander, voor iedereen staat het buiten kijf: het voetbal van dit Barça is het beste dat de club heeft laten zien. De twee duels tegen Chelsea waren geen getrouwe afspiegeling van het hele seizoen. In zeventien wedstrijden maakte de ploeg vier, vijf of zes doelpunten. Barça is sneller, gevarieerder, dodelijker maar ook defensief geslotener dan Cruijffs Dream Team.

Radio- en tv-stations hebben prijsvragen uitgeschreven om een bijnaam voor het team van Guardiola te bedenken. Dream Team II zou dit elftal tekort doen. Een ‘tweede deel’ was slechts bij de Godfather goed.

Guardiola doet altijd zijn best zijn spelers alle eer te geven. Geen grootspraak uit zijn mond. ,,Iedereen zou met deze ploeg triomferen,’’ roept hij steeds. Valse bescheidenheid. ,,Een 10 voor de trainer,’’ roepen zijn spelers.

Guardiola is vooral moderner dan Cruijff als trainer was. Hij combineert zijn intuïtie, die hij als speler al toonde en waarvan de veel snellere en nóg betere Xavi en Iniesta de natuurlijke erfgenamen zijn, aan een gedegen voorbereiding. Cruijff vertrouwde op de analyses van zijn trouwe assistent Tonny Bruins Slot, Guardiola heeft een enorm team achter zich: hij bereidt wedstrijden voor met uitgebreide video’s, samengevat door twee assistenten.

Hij laat zijn spelers zelfs vrije trappen en hoekschoppen instuderen, iets wat bij Barça nooit gebruikelijk was. En dan nog weet hij zijn eigen spelers te verrassen, zoals bij de 1-2 die zijn ploeg in Madrid scoorde. Bij een hoekschop stak de nemer ervan, Xavi, zijn hand op, met vijf vingers wijd in de lucht. Slechts twee andere spelers wisten wat dat betekende: Piqué zette het blok, aanvoerder Puyol, met rugnummer 5, scoorde met het hoofd zijn eerste doelpunt van het seizoen.