Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Schaatsen in Barcelona met Gómez

Oké, ik krijg er van alle kanten van langs, via mails en andere blogs: er is géén hysterie op de bevroren Nederlandse wateren en je kunt nog áltijd bijna alleen op het ijs schaatsen, als in een rustige oase, en in het midden van niets een charmante koek en zopie tegenkomen. Natuurlijk, mijn geschriften zijn ingegeven door een onuitstaanbare jaloezie: ik zou zo graag zelf willen schaatsen en weer eens een Elfstedentocht van dichtbij meemaken. Tuurlijk, lijkt me wel eens leuk, weer de Molentocht voltooien; misschien komt het er eens van. En ben tegelijk blij voor m’n vriendjes dat zij het nu wél kunnen, schaatsen, ook met hun jonge kinderen, waarvan sommige voor het eerst zoiets meemaken.

Als ik zou willen, zou ik in Barcelona ook kunnen schaatsen. De stad is twee piste’s rijk, eentje op slechts één straat van mijn werk vandaan, de Skating Club aan de Carrer Roger de Flor, hoek Diputació. De andere bestaat al sinds 1971 naast het Camp Nou, en is de officiële schaatsbaan van FC Barcelona, dat vroeger zelfs een heus ijshockeyteam had.

Maar schaatsen houdt natuurlijk niet over, op van die kleine binnenbanen, waar je niet eens een volwaardig rondje kunt draaien zonder tegen iemand op te botsen. Ben er eens geweest met Antonio Gómez. Antonio wie? We kenden ‘m in Nederland eind jaren zeventig als Speedy Gómez. Nóg wordt hij thuis in Sant Boi de Llobregat boos als hij leest – hij kent een beetje Nederlands – dat wij hem een krabbelaar noemden, in zijn gele of rode pak waarin hij altijd laatste was. Aan zijn persoonlijke records records te zien moesten vooral de 5.000 meter (9.06.55) en de 10.000 meter (21.47,6) een lijdensweg voor hem zijn; de laatste afstand mocht hij trouwens nooit meedoen, omdat hij na drie afstanden niet bij de eerste zoveel stond. Prachtige fotofinish trouwens, op deze video, tegen een tegenstander die wél eerst gevallen was:

Toen het ijs nog een oase was

Oké. Als je (lang) in het buitenland woont, mis je de hagelslag (kun je op Schiphol kopen), de drop (idem dito) en het schaatsen op natuurijs. Dat laatste, daar gaat het natuurlijk om, ook deze dagen weer, want een bevroren sloot kun je niet op Schiphol kopen, of bij Albert Heijn. Deze post is een beetje geïnspireerd op de Nederlandse winter van vorig jaar. Toen vroor het even, lag er prachtig ijs, en stonden er direct files, zowel op de weg en de dijken als op het ijs. Mensen werden agressief. Schaatsen leek me even niet leuk meer, want tegenwoordig moet iedereen alles tegelijk doen. Dus ga ik nostalgisch doen, en het hebben over de winter van 1984-’85, met deze voor mij unieke foto’s.

Op 21 februari 1985 vond de Elfstedentocht plaats. Nou en? Nou, heel veel. Nu wordt er ieder jaar over gezeurd, maar dat was wél de eerste tocht der tochten in 22 jaar, de eerste sinds de historische lijdensweg van Reinier Paping en companen in 1963 (de winter waarin ik werd geboren, trouwens, met vijf meter sneeuw voor de boerderij van pake en beppe in Morra, Oostdongeradeel, Friesland). Zó lang zonder Elfstedentocht, we werden dus een beetje gek, maar lang niet zo hysterisch als iedereen nu wordt zodra het enkele nachten een beetje vriest.

De foto’s zeggen, denk ik, genoeg. Dit was de ploeg verslaggevers van Het Vrije Volk, in de jaren zestig de grootste krant van Nederland, nog groter dan De Telegraaf, de jaren dat Nederland nog wakker én rood was, en wij trokken twee dagen vóór die historische dag in februari naar Leeuwarden/Ljouwert om het gebeuren te verslaan. Maar wat zien we op de foto’s? Henk Blanken (nu al jaren in de hoofdredactie van het Dagblad van het Noorden; was die dag één van voorbestemming?), oud-Spanje- en Duitsland-correspondent Aly Knol (historische journalistieke dame; ze gooide ooit een typemachine op de Rotterdamse Witte de Withstraat van vier hoog door de enorme ruit naar buiten), fotograaf Niels van der Hoeven (waar is Niels? Niels, waar ben je?) en kunstredacteur Louis du Moulin (ja, de elf steden waren kunst, zeldzaam mooi) en mijzelf (sorry voor de snowboots en de joggingbroek óver een spijkerbroek, waarmee ik tevergeefs dacht de kou buiten de ballen te kunnen houden), wij allen dus op volledig verlaten ijs in een dorp waarvan ik de naam niet meer weet (Henk zal het wel weten, móet het weten).

Een plaatje dat nu totaal onmogelijk zou zijn. Drie centimeter ijs, en we moeten er met zijn allen tegelijk op. Nee, dan in 1985, zegt de nostalgicus, toen was het écht lang geleden dat er heus ijs had gelegen. We schaatsten voor het eerst de tocht over de Rottemeren, direct vanuit ons flatje in Crooswijk, en daarna de Molentocht in de Alblasserwaard, en toen mochten we ineens naar de Elfstedentocht, de eerste in 22 jaar. Dát was pas bijzonder. (Foto’s heb ik er niet van; digitale camera’s bestonden niet, een mobiele telefoon was onwaarschijnlijke toekomstmuziek). Sindsdien is er elk decennium wel een Elfstedentocht geweest, dus wanhoop niet; hij komt eraan. Maar hij zal nooit meer zijn als in 1963, natuurlijk, maar zelfs niet als in 1985. We zijn te groot, te veel geworden, met zijn allen. De media, de TV-stations, de schaatsers… Iedereen wil er nu bijhoren, iedereen wil het ijs op. Omdat het zo zeldzaam is. Vriendjes proberen me van afstand gek te maken, met de verhalen over het schaatsen op natuurijs, zo leuk vanuit hun huis in Oegstgeest of Breda. Het zal wel. Ik koester de dagen toen dat ijs nog een stille oase was.

Wat doe je als het regent in Barcelona?

Net twee verzopen Japanse toeristen tegengekomen – of waren het Koreanen? – die met een halfnatte plattegrond onder de paraplu op zoek waren naar het metrostation Girona. Het is vandaag – en al vaker, deze natte winter – één van de weinige plaatsen waar het droog is in Barcelona (als het tenminste niet ineens te hard regent, want dan lekken sommige stations ook). Wat te doen als je als toerist de sneeuw in de rest van Europa dacht te ontvluchten en nu aan de Mediterranee ook herfstachtig Hollands weer aantreft?

De musea in, naar Picasso, Miró, Tàpies of andere kunstenaars kijken, is de meest gehanteerde optie. Of winkelen. Maar als je kinderen hebt? Direkt naar Cosmocaixa! Is voor ouders met grut vanaf een jaar of acht één van de beste uitwegen om de regenachtige dag in Barcelona te redden, want je brengt er veel meer tijd door dan, bijvoorbeeld, het Aquarium aan de oude haven.

Cosmocaixa is het imposante Museum van de Wetenschap, op een steenworp afstand van het huis van Johan Cruijff, aan de sjieke ‘bovenkant’ van de stad dus, dat enkele jaren geleden grondig is verbouwd en enorm is uitgebreid. Er zijn tijdelijke tentoonstellingen, zoals nu Abracadabra, over de wereld van magie. En zoals bij alle tentoonstellingen is deze vooral interactief: zie de dames op de foto, even lang, maar in deze speciale kamer bedriegelijk verschillend.

Eén van de hoogtepunten in Cosmocaixa is het Bosque inundado, de reproductie van een ondergelopen stuk bos uit het Amazone-gebied, met een deel van de plaatselijke flora en fauna. Een bos van 1.000 vierkante meter groot. Een planetarium en het grote deel geweid aan de wetenschap, waar kinderen uren met experimenten bezig kunnen zijn, completeren het museum.

Enige nadeel is dat de Cosmocaixa een beetje uit de route ligt; de metro komt er niet eens in de buurt, maar de ondergrondse Ferrocarrils de la Generalitat, die hun centrale station onder de Plaça de Catalunya hebben, zijn een goed alternatief. Uitstappen op Avinguda Tibidabo en een stukje omhoog lopen langs prachtige woningen, waaronder het mysterieuze herenhuis uit bestseller De Schaduw van de wind en het fenomenale gebouw waarin het restaurant Asador de Aranda is gevestigd. Met de auto is het nog eenvoudiger: het museum ligt aan de Ronda de Dalt, afslag Avda Tibidabo.

Hoofdprijs voor de schatkist

De hoofdprijs viel héél dichtbij, in Castelldefels, dus waren we er dit keer snel bij. Geen autoreis van drie uur naar Sort, bijvoorbeeld – het ‘geluksdorp’ dat nu al weer enkele jaren droog staat bij de grote loterijen, die van Kerst en, vandaag, El Niño, de dag van Driekoningen – maar in een kwartier op de plaats van massale vreugde. Een grote man kwam, stil huilend achter zijn zonnebril, even het loterijkantoor binnenlopen. Hij bedankt de verkoopster en liep weer naar buiten. Daar stond zijn vriendin of vrouw te wachten, óók met tranen in de ogen. Ze liepen weer weg, weg van de gebruikelijke mediagekte. “Zeker gewonnen?” vroeg ik ze. Ja, fluisterden ze, en de rest van de camera’s stond al om ons heen. Daniel, de man met zonnebril, had het nummer gisteravond laat, vlak voor sluitingstijd, gekocht. En nee, hij had het nummer niet zelf uitgezocht; vandaar dat bedankje aan de verkoopster.

Het moet maar weer eens de laatste post over de Spaanse loterijgekte zijn. Maar het blijft vertederend, al die mensen dolblij zien zijn met 200.000 euro of, zoals María, de vrouw op de foto boven, met 400.000, want ze had twee loten gekocht van het ‘lelijke’ nummer 58.588. Liefst 53 van de 60 series (elk met tien tiende loten) waren niet verkocht. Dus bleef de teller van het prijzengeld van de hoofdprijs dit keer steken op ‘slechts’ 14 miljoen euro voor ongeveer 70 gelukkigen. De overige 106 miljoen gaat naar de schatkist van de staat; toch jammer.

Explosieve smeltkroes in Vic

Een regenachtige ochtend in Vic. Ooit, nog niet eens zo lang geleden, was het de meest Catalaanse middelgrote stad in het binnenland, niet eens zo ver van Barcelona. Gesloten Catalaans spraken ze daar, en spreken de oorspronkelijke bewoners nog steeds. Maar die laatsten voelen zich inmiddels een minderheid tussen de 39.000 inwoners. Vic is één van de gemeentes met het grootste percentage niet-Europese immigranten onder zijn inwoners, dat wat wij vroeger gastarbeiders noemden. Officieel komt 23% van ver weg (cijfers uit 2008), vooral uit Marokko en Ghana, maar volgens het straatbeeld zijn het er al meer. Andere ‘gaten’ met nóg hogere percentages allochtonen zijn Guissona (met liefst 45%, bijna allemaal Roemenen die in de vleesfabriek met dezelfde naam, Guissona, werken) en Salt (38%, een voorstadje van Girona).

Vooral de duizelingwekkende snelheid van die toeloop van de buitenlanders levert in Vic spanningen op. De zo autochtoon Catalaanse stad had in 1991 nog maar 1% buitenlanders, in 2001 was dat 10% en nu dus die 23% of meer. De klachten zijn de typische, overbekende: ze pakken onze baan af (zeker in een periode van crisis en 20% werkloosheid een populair argument) en ze maken de boel onveilig. Een ideale voedingsbodem voor de enige xenofobische partij in heel Spanje, Platform per Catalunya, in de laatste gemeenteraadsverkiezingen met 18% van de stemmen de tweede partij.

Boeiend om te zien blijft het wel, zo’n multiculturele markt op de Plaça Mayor die je bijna nergens in Spanje aantreft. Die immigranten zijn allemaal op de varkensindustrie (en vooral de vleesverwerking) in de streek Osona afgekomen. Hier staan o.a. honderdduizenden varkens die uit Nederland worden gestuurd om, ongetwijfeld goedkoper dan thuis, vet te laten mesten.

Een oer-Catalaan naast een Ghanees bij een marktkraam; ze zullen waarschijnlijk nooit een woord met elkaar wisselen. De rest van Catalonië en Spanje probeert les te trekken uit de ervaringen van Vic, al hebben sommige gemeentes dat niet echt nodig. In Lloret de Mar, Salou, Empuriabrava en Sitges is het aantal buitenlanders ook boven de 25%; maar dat zijn anderen, westerlingen met geld en een blanke huidskleur.

Winkelgekte

In Nederland kun je, net na Nieuwjaar, een beetje bijkomen van de december-gekte, die begon met Sinterklaas. Hier begint de absolute koopdwaasheid nu pas, in een zich opeenvolgende reeks van dolle dagen. Morgenavond, 5 januari, is er overal de intocht van de Drie Koningen, de mannen die in Spanje, in plaats van de ‘Spaanse’ Sinterklaas, de kinderen met kadootjes verblijden. En natuurlijk kopen de meeste mensen die presentjes in de allerlaatste dagen. Dus ziet een koopzondag 3 januari rond zeven uur ’s avonds er uit als op de foto hierboven, een mensenzee op de Portal del Àngel van Barcelona.

Een nog grotere drukte zal er op dinsdagavond bij de intocht zijn, een in Barcelona uren durende processie waarop honderdduizenden ouders met hun (kleine) kinderen afkomen. Sommige straten zijn gewoon niet over te steken; niet écht een dag om het centrum van de stad op te zoeken, of je wilt ook wat gratis snoepjes door de pajes, de jonge hulpjes van de koningen, zeg maar de ‘witte pieten’, toegeworpen krijgen. Laatst sprak ik met Severino, de Guineaanse 60-plusser die voor de 50ste keer Rey Baltasar zal zijn, de zwarte koning. Het mooiste, zei hij, elke jaar weer, is die enorme illusie in de duizenden kindergezichtjes te zien.

En dan is Driekoningen voorbij, zijn op de ochtend van 6 januari de kadootjes uitgepakt, en dan komt op de 7e een nieuwe golf van gekte los: de uitverkoop. Alsof we deze dagen nog niet voldoende in te drukke winkels hebben vertoefd – historisch zijn de lange rijen voor de 20 kassa’s in de Fnac – storten we ons met opnieuw duizenden tegelijk op de koopjes. We? Nee, bedankt. (Maar ik moet nu nog wel wat kadootjes kopen.)

Boer zocht vrouw, in de Pyreneeën

Prachtig nostalgisch bericht, vandaag in de krant, over zo’n gebeurtenis die je, zodra ze het er weer over hebben, nooit vergeten bent. Vandaag werd een beeld onthuld in Plan, een gehucht hoog in de Pyreneeën, in de provincie Huesca, de laatste doodlopende vallei voordat de grens met Frankrijk op de berg is getrokken. Het is een herinnering aan de caravana de mujeres, de vrouwenkaravaan die 25 jaar geleden, in mei 1985, wereldnieuws werd. Het was een soort boer zoekt vrouw in originele versie.

Plan was een gehucht met enkele tientallen inwoners waar op de school nog maar vijf kinderen zaten. Bijna iedereen was er man, en die jonge mannen konden in de hele vallei geen vrouw vinden. Er waren 40 vrijgezellen, en maar één deerne zonder vent. Toch ging zelfs het bordeel beneden in het dal dicht door een gebrek aan klandizie, ondanks dat de eigenaar er vier exotische Afrikaanse hoertjes aanbood.

Op televisie zagen de vrijgezellen van Plan toen de film Westward the women met Robert Taylor en Denise Darcel, die in het Spaans dus caravana de mujeres heet. Vervolgens kwamen 12 van hen op het idee samen een advertentie in een regionale krant te zetten. Vrouwen gezocht, tussen de 20 en 40 jaar, voor een huwelijk. Om het dorp te redden. Wat de mannen niet wisten is dat hun advertentie over de halve wereld bekend werd. TV-ploegen uit heel Europa togen naar Plan en met de eeuwige rust was het gedaan. Het telefoonnummer dat in de advertentie stond, van de enige bar in het dorp, raakte overbelast. Vrouwen kwamen er ook, 67 in totaal, met drie bussen uit Madrid, Barcelona en Zaragoza, maar ze schrokken van de media-aandacht. Met jassen over hun hoofd maakten ze kennis met de vrijgezellen van Plan.

Drie dagen bleven ze er. Niemand weet precies hoeveel stelletjes het intiatief uiteindelijk opleverde. Maar er kwamen in Plan onder anderen vrouwen wonen die zelf al kinderen uit een vorige relatie hadden; de school was daarmee gered, hoefde niet te sluiten. Twee echtparen van de vrouwenkaravaan wonen er nog altijd, staan hier op de foto. In mei is er groot feest; de initiatiefnemers hopen dat, nu Plan weer in het nieuws is, alle stelletjes van toen zich melden.

Uitwaaien op de dufste dag

Zo’n typisch Nederlands woord, nergens voor een letterlijke vertaling vatbaar, waarschijnlijk omdat vooral wij het doen: uitwaaien. Doet me altijd denken aan het strand van Scheveningen in de herfst, op zondagochtend. Even uitwaaien. Kan hier ook, heel af en toe, in Sitges. Razende storm vanuit het binnenland, lagere temperaturen, onrustiger zee. Zie dezelfde foto, dezelfde plaats, hetzelfde meisje precies een jaar geleden. Toen een dubbel t-shirt en een bijna gladde zee. Nu een dikke jas en jagen schuim op de koppen van lawaaiierige golven. Wat hetzelfde is gebleven is de zon.

Uitwaaien. Hard nodig op de verreweg dufste dag van het jaar. Sommigen lopen hun kater weg te waaien, anderen de te weinige uren slaap, de meesten het idee wat nu te doen, hoe het jaar te beginnen. Zonder te weten hoe het over 366 dagen zal eindigen.

15º in de sneeuw

Sta je in de bergen, aan de noordkant van het Cadí-massief, met de Pyreneeën aan de overkant van de vallei van de sprookjesachtige streek Cerdanya, is het er 9 graden op 2.000 meter hoogte. En 15º in het dal. En net boven de 20º aan de kust… Het weer is van slag, en dan wordt de sneeuw pap. Kunstsneeuw, want de échte sneeuw in Masella was al eerder door de zon en de hoge temperaturen weggebrand. Nou lijkt de kwaliteit van de sneeuw niet écht uit te maken als je nauwelijks kunt skiën en het zo’n zes jaar geleden voor het laatst hebt gedaan, maar kenners zeggen dat het toch écht veel scheelt of je over netgevallen verse sneeuw zoeft of over die grijze pap die duizenden skiërs achter zich hebben gelaten.

Want duizenden waren er. Kun je ook op rekenen als het voor velen vrije dagen zijn. Dus overbodige tip: skiën in de Pyreneeën doe je op een doordeweekse dag, kort nadat er een flinke sneeuwbui is geweest. Het is trouwens wel een voordeel die pistes zo dichtbij te hebben: blijkt de tweede skidag dus minder leuk te zijn dan verwacht, dan pak je in, stap je om half twee in de auto en ben je over héél rustige wegen om drie uur in Barcelona, waar je nog even een onverwacht lekkere pizza eet bij La Piazzenza, een historisch familietentje aan de Avinguda Gaudí, op slechts één blok van de Sagrada Familia, maar met 90% locals aan tafel en slechts enkele toeristen, wat in Barcelona voldoende zegt over de kwaliteit.

Een scheids in het klooster? 1 april!

Ja hoor, de halve wereld trapt erin. Sportkrant AS komt vandaag met een bericht over de Noorse scheidsrechter Henning Ovrebo die afgelopen voorjaar wat foutjes maakte bij Chelsea-FC Barcelona. Barça, zo weten we allemaal, ging dankzij een magistraal schot van de kleine Iniesta in blessuretijd naar de finale. Chelsea werd een enkele strafschop onthouden, maar dat mag ook wel als je met zoveel kwaliteit en zó’n goede trainer, Guus Hiddink, zulk afbraakvoetbal speelt om de finale te halen. De scheids werd vanuit Engeland met de dood bedreigd, na die wedstrijd, en zei zijn carrière te overdenken.

Dus schrijft AS vandaag dat hij zich heeft teruggetrokken in een klooster, waar hij de rust heeft gevonden. Plus de zin van het leven. Mooie foto erbij. Het bericht gaat razendsnel de halve wereld over; zoiets wordt wel gelezen. Is het een correspondent in Madrid die het bericht heeft overgenomen, dan is hij een ongelooflijke nitwit. Vandaag is het 28 december, de dag van de Santos Inocentes. Zeg maar de 1 april van de katholieke landen, dus ook Spanje. De algemene kranten zijn jaren geleden gestopt op deze dag een mooie leugen als nieuws te brengen, maar in de sportkranten blijft het populair. En ik moet zeggen: die van AS is wel heel origineel. Een scheidsrechter in een klooster. Met een mooie gefotoshopte plaat erbij.

Geloofwaardig? Natuurlijk niet. Zoals de dag dat Burger King op 1 april eens bekendmaakte hamburgers alleen voor linkshandigen te hebben gemaakt, met alle ingrediënten omgekeerd in het broodje gelegd. Er was ongelooflijke belangstelling voor. Zoals voor dit bericht over de scheidsrechter. De halve wereld nam het vandaag over. En vertel straks die halve wereld nou maar dat het een grap was. Dat is het gevaar van dit soort grappen, en van internet, dat het allemaal nóg sneller en zónder te checken wereldwijd verspreidt.

(Merkwaardig trouwens, om deze dag voor grappen te gebruiken. Een korte historische uitleg, met excuus voor de agnostische foutjes: de Santos Inocentes waren alle kinderen uit Bethlehem en omgeving  jonger dan 2 jaar, nog zonder zonden dus Heilige Onschuldigen, die volgens de Bijbel in opdracht van koning Herodes werden vermoord; daarmee zou ook de bedreigende en net geboren Jezus worden uitgeschakeld. In de Middeleeuwen waren de dagen tussen Kerst en Nieuwjaar de ‘dagen der zotheid’. De kerk vond die feesten zo uit de hand lopen, dat zij tot één dag werden beperkt, ook die 28ste december. Daaruit werd het gebruik geboren om ‘onschuldigen’ door ‘gekken’ in de maling te laten nemen.)