Tagarchief: driekoningen

Op bezoek bij opa of oma

Het is de dag dat het bijna onmogelijk is, na twee uur ’s middags, te parkeren in één van de straten van de Eixample, 7,5 vierkante kilometer die op de dag van Driekoningen worden overspoeld door auto’s met vaders en kinderen die bij opa en/of oma op bezoek gaan. Je kan een half uur rondjes rijden, maar zelfs alle ‘illegale’, doorgaans verboden parkeerplekjes (voor vuilcontainers, op parkeerplaatsen voor motoren, op de fietspaden) zijn bezet. Dat heeft een reden: die kadootjes, natuurlijk, want de kleinkinderen gaan kijken of de drie koningen ook nog bij opa en oma langs zijn geweest; daar wordt tegelijk het familie-etentje aan verbonden. Én de Eixample is de, in leeftijd, meest verouderde wijk van de stad. Hier wonen liefst 24% van álle inwoners van Barcelona die ouder dan 90 zijn en in totaal heeft de Eixample, op een bevolking van 267.000 -ja, meer dan heel Utrecht dus in één wijk- ruim 55.000 inwoners die 70+ zijn. Het is ook nog eens de wijk met de hoogste bevolkingsdichtheid (bijna 36.000 inw/km2), de meeste voertuigen (172.000) én de hoogste personenautodichtheid, 13.670 wagens/km2… Mooie staaltjes statistiek: in de praktijk betekent dat dat het vandaag, terwijl de straten verder helemaal leeg waren en de toeristen verdwaasd door een stille stad liepen, gewoon moeilijk was te parkeren hier.

Kadootjes op het allerlaatste moment

Een maand na hun Nederlandse leeftijdsgenootjes zijn de Spaanse kinderen aan de beurt. Oké, die hier in Catalonië hebben op Kerstavond al wat gehad van de Tió, een kadootjes-poepende boomstam, en in de rest van Spanje laat ook de Papa Noël wel eens wat achter, maar Driekoningen is toch dé magische avond voor de Spaanse kinderen, of ochtend eigenlijk: ze moeten op 5 januari gewoon naar bed, het liefst zo vroeg mogelijk, want op 6 januari staan ze hypernerveus nóg vroeger dan ooit op om te kijken wat de Reyes voor hen hebben gebracht.

Traditioneel in de dagen voor Driekoningen is in Barcelona al sinds 59 jaar het bezoek aan de grote ‘speelgoedmarkt’ die aan de zijkanten van de Gran Vía wordt gehouden. Veel mensen doen nog altijd op het allerlaatste moment hun inkopen, waardoor deze markt vooral op de avond van 5 januari een groot gekkenhuis is; hij blijft zelfs tot een uur of vier ’s nachts open voor de wel héél late kopers.

Althans, dat was nog niet zo lang geleden, maar alles verandert, ook hier. Niet alleen door de crisis… Het speelgoed wordt steeds meer door grote warenhuizen en speciale ketens verkocht en het trationele bezoek aan deze markt loopt daardoor terug. Zo sterk zelfs, dat van de 300 kraampjes nog geen twintig speelgoed verkopen; daarnaast zijn er nog wat stands met poppen, videospellen en snoep. En de elf churrerías natuurlijk. Maar dan is het wel gedaan met de authentieke kraampjes: kleren, bijouterie en allerlei kado-artikelen, van zout uit de Himalaya tot anti-vlektafelkleden hebben de overhand genomen, van de kinderillusie is weinig meer over.

Je moet er ook maar zin in hebben, twee weken rond Kerst en Nieuwjaar hier gaan staan, vele uren lang niets verkopen en alleen maar wachten op die laatste, magische avond waarop 60% van de totale omzet van die twee weken wordt gedraaid. En het kost ook wat: een nog ouderwetse speelgoedverkoopster vertelde me vandaag dat ze 6.000 euro aan haar stand kwijt is, van vergunning tot en met licht.

Winkelgekte

In Nederland kun je, net na Nieuwjaar, een beetje bijkomen van de december-gekte, die begon met Sinterklaas. Hier begint de absolute koopdwaasheid nu pas, in een zich opeenvolgende reeks van dolle dagen. Morgenavond, 5 januari, is er overal de intocht van de Drie Koningen, de mannen die in Spanje, in plaats van de ‘Spaanse’ Sinterklaas, de kinderen met kadootjes verblijden. En natuurlijk kopen de meeste mensen die presentjes in de allerlaatste dagen. Dus ziet een koopzondag 3 januari rond zeven uur ’s avonds er uit als op de foto hierboven, een mensenzee op de Portal del Àngel van Barcelona.

Een nog grotere drukte zal er op dinsdagavond bij de intocht zijn, een in Barcelona uren durende processie waarop honderdduizenden ouders met hun (kleine) kinderen afkomen. Sommige straten zijn gewoon niet over te steken; niet écht een dag om het centrum van de stad op te zoeken, of je wilt ook wat gratis snoepjes door de pajes, de jonge hulpjes van de koningen, zeg maar de ‘witte pieten’, toegeworpen krijgen. Laatst sprak ik met Severino, de Guineaanse 60-plusser die voor de 50ste keer Rey Baltasar zal zijn, de zwarte koning. Het mooiste, zei hij, elke jaar weer, is die enorme illusie in de duizenden kindergezichtjes te zien.

En dan is Driekoningen voorbij, zijn op de ochtend van 6 januari de kadootjes uitgepakt, en dan komt op de 7e een nieuwe golf van gekte los: de uitverkoop. Alsof we deze dagen nog niet voldoende in te drukke winkels hebben vertoefd – historisch zijn de lange rijen voor de 20 kassa’s in de Fnac – storten we ons met opnieuw duizenden tegelijk op de koopjes. We? Nee, bedankt. (Maar ik moet nu nog wel wat kadootjes kopen.)