Tagarchief: schaatsen

Schaatsen in Barcelona

Moest er als journalist én als Nederlander natuurlijk toch even op, op de schaatsbaan van het Plaça de Catalunya. In de eerste plaats: dat terras waar ik me zo op verheugde, stelt niet veel voor. Alsof je in een sportkantine zit, onder een tent, en niet in het hart van Barcelona. Maar schaatsen is leuk, al zijn het kleine rondjes op een baantje van 30×40 meter waar de meeste mensen dus níet kunnen schaatsen. Vermakelijk. Heerlijk om vaders voor het eerst op het ijs te zien staan en hoe zij zich aan de boarding vasthouden. Elk half uur kun je het ijs op, al zijn de wachttijden op vrije- en feestdagen groot; het is een beetje een gekkenhuis. Maar vanmiddag om drie uur kon ik al na 5 minuten het ijs op. Handschoenen zijn verplicht; heb je die niet, dan krijg je ze voor 1 euro – en je mag ze houden, dus wéér een bezoek aan de Zara bespaard. En niet zeuren over de slechte kwaliteit van het ijs, met diepe groeven… Het was vanmiddag nog steeds zonnig en 17 graden. Geen ijstemperatuur, natuurlijk.

Advertenties

Gevoelstemperatuur (2)

In een nostalgische bui de foto’s gevonden (dia’s eigenlijk, dat was mode toen), van de dag dat we ons helden voelden, februari 1986. Een dag dat er ook al iets van een weeralarm was: kom vooral niet op straat, het is te koud, te gevaarlijk. De moderne maatschappij, altijd maar betutteld. (Laatst een verhaal gemaakt over Oymyakon, in Siberië, 900 inwoners, gemiddelde temperatuur in de winter, die er heel lang duurt, is -42º. Het record was -72º, uit 1926. Je plast er in kristallen, je spuug komt solide op de grond terecht en van de auto’s doe je overdag nooit de motoren uit, anders starten ze niet meer; ’s morgens stook je een houtvuur onder de motor om hem weer op gang te krijgen.)

Die dag dus, dat je binnen moest blijven, gingen we natuurlijk schaatsen. De namen in de buurt van Vlist komen ineens weer bekend voor wanneer ik ze op de kaart zie: Haastrecht, Vlist, Schoonhoven, Bergambacht, Stolwijk en weer terug. De wind tegen, op de foto boven goed te voelen, was dodelijk, ijskoud. Dát was de chillfactor waar ze het over hadden, kou waartegen je je nauwelijks kon beschermen. De vaart was, zo is ook goed te zien, spiegelglad maar ook helemaal leeg; nauwelijks gekken die zich op het ijs waagden. Een paar bevroren ballen, dat moest je er maar voor over hebben. En de schade was niet blijvend, is wel gebleken.

 Enkele dagen later vond  de eerste Elfstedentocht in 22 jaar plaats.

Schaatsen in Barcelona met Gómez

Oké, ik krijg er van alle kanten van langs, via mails en andere blogs: er is géén hysterie op de bevroren Nederlandse wateren en je kunt nog áltijd bijna alleen op het ijs schaatsen, als in een rustige oase, en in het midden van niets een charmante koek en zopie tegenkomen. Natuurlijk, mijn geschriften zijn ingegeven door een onuitstaanbare jaloezie: ik zou zo graag zelf willen schaatsen en weer eens een Elfstedentocht van dichtbij meemaken. Tuurlijk, lijkt me wel eens leuk, weer de Molentocht voltooien; misschien komt het er eens van. En ben tegelijk blij voor m’n vriendjes dat zij het nu wél kunnen, schaatsen, ook met hun jonge kinderen, waarvan sommige voor het eerst zoiets meemaken.

Als ik zou willen, zou ik in Barcelona ook kunnen schaatsen. De stad is twee piste’s rijk, eentje op slechts één straat van mijn werk vandaan, de Skating Club aan de Carrer Roger de Flor, hoek Diputació. De andere bestaat al sinds 1971 naast het Camp Nou, en is de officiële schaatsbaan van FC Barcelona, dat vroeger zelfs een heus ijshockeyteam had.

Maar schaatsen houdt natuurlijk niet over, op van die kleine binnenbanen, waar je niet eens een volwaardig rondje kunt draaien zonder tegen iemand op te botsen. Ben er eens geweest met Antonio Gómez. Antonio wie? We kenden ‘m in Nederland eind jaren zeventig als Speedy Gómez. Nóg wordt hij thuis in Sant Boi de Llobregat boos als hij leest – hij kent een beetje Nederlands – dat wij hem een krabbelaar noemden, in zijn gele of rode pak waarin hij altijd laatste was. Aan zijn persoonlijke records records te zien moesten vooral de 5.000 meter (9.06.55) en de 10.000 meter (21.47,6) een lijdensweg voor hem zijn; de laatste afstand mocht hij trouwens nooit meedoen, omdat hij na drie afstanden niet bij de eerste zoveel stond. Prachtige fotofinish trouwens, op deze video, tegen een tegenstander die wél eerst gevallen was: