Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Guardiola en zijn kritische clowns

Presentatie in het hotel W. (Zo ben je er nog nooit geweest, zo kom je er twee keer in vijf dagen.) Een aardig boekje, Relats del Mundial, verhalen over het wereldkampioenschap. Maar vooral menselijke verhalen. Te koop bij El Corte Inglés, voor 10 euro, en de opbrengst gaat volledig naar een goed doel. Een mooi initiatief, al voor het zesde opeenvolgende jaar. Afkomstig van een groepje sportjournalisten uit Barcelona, inmiddels uitgegroeid tot 36 man/4 vrouw . Elk jaar kiezen zij een goed doel uit, schrijven zij verhalen en vragen ze een speler of trainer van FC  Barcelona het voorwoord te schrijven.

Na o.a. Eto’o, Rijkaard, Messi en Xavi was nu Pep Guardiola de uitverkorene. En al die clownsneuzen dan? Het goede doel is dit jaar Pallassos sense Fronteres, een Catalaans initiatief van clown Tortell Potrona, ook op de cover: deze ‘clowns zender grenzen’ reizen de hele wereld af om kinderen in vooral noodsituaties of heel arme landen nog enkele momenten van plezier te bezorgen, om de lach terug te brengen op gezichtjes die de dood hebben gezien. Congo, Haití na de aardbeving, Rwanda en Pakistan waren de laatste tijd enkele van hun reisdoelen.

Guardiola zette vandaag de clownsneus niet meer op, maar de sportjournalisten die hem normaal met (kritische) vragen bestoken deden dat wel. Clown zijn is ongetwijfeld veel leuker dan journalist.

Hollandse kleur in het grijze Lleida

Over Nederlandse architecten gesproken: Lleida is niet zo’n stad waar je snel wilt wonen. Binnenland, steenkoud in de winter en vaak, middenin in de vallei van de Segre, gehuld in de mist als de lente in de rest van Catalonië al lang is aangebroken en de zon de botten weer verwarmt. Pas sinds kort een eigen, klein vliegveld en sinds een paar jaar met de hogesnelheidstrein op slechts ruim een uur van Barcelona. Enorm gegroeid, trouwens, van 112.000 inwoners in 2000 tot 136.000 vorig jaar.

Lleida wil erbij horen, en bij die aspiraties hoort een heus multifunctioneel theater, de Llotja. Die werd gisteren officieel door koning Juan Carlos geopend. Aan zijn zijde, de Nederlandse architecte Francine Houben, van het bureau Mecanoo. En heel veel andere Nederlandse genodigden, onder wie de ambassadeur. Velen van hen zullen nooit in Lleida zijn geweest, en er ook nooit meer terugkomen, misschien.

Corruptie op Mallorca

Als presidente van de Balearen ben je vooral de koning van Mallorca, paradijs van vakantiegangers, Duitse emigranten, mafiosi uit de hele wereld en beroemdheden als, op de foto, Michael Douglas en en zijn Zeta-Jones. Tussen hen in staan Jaume Matas en zijn vrouw, Maite Areal. Dit was in hun goede tijd, toen hij de gekozen premier van de groep eilanden was. Vandaag staan Matas, die ook nog minister van Milieu in de PP-regering van Aznar was (wrang, een ‘groene’ bewindsman die op Mallorca alle milieuwetten overtrad om huizen in mooie baaitjes te laten bouwen) en zijn vrouw voor de rechter in Palma. Liefst acht delicten worden hen ten laste gelegd, allemaal hebben ze te maken met corruptie.

Mallorca, zo is de laatste jaren uit talloze justitiële onderzoeken gebleken, is één groot corruptienest. Je hebt dat al snel, op zo’n eiland waar iedereen elkaar lijkt te kennen; althans, vooral de mensen die er de macht uitoefenen. Twee zaken springen eruit, in het proces tegen Matas: dit middeleeuwse paleisje in het hartje van Palma dat hij als premier voor 960.000 zwarte euro’s kocht terwijl de waarde minimaal 2,5 miljoen was. En de bouw van de wielerbaan, de Palma Arena, waarvan de kosten via talloze valse en dubbele facturen van 40 tot 110 miljoen euro  werden opgedreven; iedereen snoepte er wat van mee, behalve, zo zegt hij zelf, de Nederlandse architect Sander Douma, die het al vreemd vond hoe onwaarschijnlijk veel arbeiders en opzichters zich met de bouw bezighielden. Hij is in de zaak slechts als getuige gehoord.

Matas woont nu in de Verenigde Staten, adviseert daar grote hotelketens, en is even terug voor het grote proces. De PP heeft hem al in de steek gelaten, beseft ook wel dat er veel stront aan de Mallorcaanse knikker zit, en de toenmalige ‘koning van Mallorca’ wordt nu door zijn eilandgenoten op straat uitgescholden (althans, door het deel dat nog niet zelf door de corruptie is bevangen). Of-ie uiteindelijk ook ooit eens veroordeeld wordt, dat is in Spanje weer een heel andere zaak. Maar zo’n publiek proces tegen iemand die zich altijd onaantastbaar achtte voelt voor hem al als vernedering.

Trouwens, de Balearen zijn natuurlijk méér eilanden. Maar als premier kun je niet ook nog eens de ongekroonde koning van Ibiza worden. Dat is namelijk al sinds mensenheugenis bankier en oud-minister van Buitenlandse Zaken Abel Matutes. Maar dát is weer een heel ander verhaal…

Conducteurs als marsmannetjes

Toevallig dacht ik vorige week nog aan ze, toen ik enkele dagen door Nederland treinde en op een bepaald moment tijdens de reis steeds het opgeruimde en luidkeelse ‘goedemorgen, dames en heren, mogen wij uw plaatsbewijs even zien?’ hoorde. Ondanks die vriendelijkheid schijnen die mannen regelmatig in elkaar geslagen te worden; soms snap je het land niet meer.

Vanochtend was ik in de trein van Sitges naar Barcelona aan de beurt. Mijn verbazing, en die van de medereizigers, was groot. Conducteurs!? En nog wel vijf tegelijk!? We dachten dat die helemaal niet bestonden. Het was de, denk ik, tweede keer in de laatste acht jaar, ongeveer, dat ik in de trein mijn plaatsbewijs moest laten zien, en dat terwijl ik er toch minimaal drie tot vier dagen per week gebruik van maak.

Om op conducteurs te sparen staan op de meeste stations speciale poortjes die je slechts met een geldig kaartje kunt passeren, maar regelmatig probeert een slimmerik kort achter je in dezelfde flits naar binnen te glippen. En op grote stations als dat van Sants staan ook weer poortjes waar je, net als in de metro van Parijs of Madrid, slechts naar buiten kan als je er nogmaals je plaatsbewijs doorheen roetst.

Dat voorkomt het zwartrijden natuurlijk niet. Naar schatting één op de tien reizigers van de Cercanías of Rodalíes, het netwerk rond Barcelona (en andere grote steden) reist zonder kaartje. Maar een heleboel anderen passen een andere truc toe: ze reizen op een kaartje waar minder zones op staan – en dat dus goedkoper is – dan die ze in werkelijkheid afleggen. En dat terwijl de trein hier niet echt duur is: Sitges-Barcelona is vier zones; een 10-rittenkaart kost 21,40 euro. Slechts 2,14 per rit, dus. Stukken goedkoper dan de 7,80 die ik vorige week betaalde voor Schiphol-Utrecht CS, ongeveer dezelfde afstand van 45 kilometer.

Een voetbalgek in de Barceloneta (2)

Nog geen half jaar geleden, in de maand oktober, gedraaid, in mei in première, nu de trailer: Johan I, ofwel Johan Primero, over een voetbalgek in de Barceloneta. Schrik trouwens niet als je het Camp Nou achter zo’n straatje in die visserswijk ziet; filmisch was dit voor regisseur Johan Kramer natuurlijk veel mooier dan in Les Corts.

In de rij voor een plekje in de hemel

Het is nog lang geen weer om op het strand te liggen; sterker, de lente begon met, weer, een nat weekeinde. Miezerige dagen waarop de Barcelonezen de immense lobby van het nieuwe Hotel W hebben ontdekt. Dus toch maar eens gaan kijken, ook al vind ik het niet gepast dat een dergelijk hotel op het strand, bijna in het water is gebouwd, terwijl in de rest van Spanje huizen en appartementen worden gesloopt die ooit te dicht aan de kust zijn neergezet.

De lobby, de bar, was op een luie zondagmiddag rond vijf uur helemaal afgeladen, en dat ondanks het feit dat je er ook 5-sterrenprijzen voor een glaasje wijn of een kopje thee betaalt. Mag de vreugde van veel mensen niet drukken, blijkt.

Architectonisch – ontworpen door Ricardo Bofill – en qua design mag het hotel van de Starwood-keten er zijn. En dan zijn we nog niet boven geweest, in de Eclipse-bar op de bovenste verdieping, die elk weekeinde the place to be is en daarmee de lobby van Hotel Omm een beetje lijkt te hebben verdreven. De bar gaat om zeven uur ’s avonds open en tegen middernacht staat er soms een enorme rij casual geklede mensen voor de lift te wachten op hun beurt om naar de hemel te mogen. Mooi ook, het contrast met de oude, verlaten havengebouwen aan het begin van de vroegere pier.

Trouwens, wil je in het Nederlands worden aangesproken? Natasja en stagiaire Naima aan de welcome-desk doen dat graag. En als je erg belangrijk bent, of een BN-er, dan kun je misschien rechtstreeks bij de directeur terecht, Richard Brekelmans, een Nederlander die jarenlang het Le Meridien aan een zijstraat van de Rambla leidde.

Nu nog wachten op het mooie weer, want sinds het in het najaar opende, hebben de soms beroemde gasten van Hotel W zich op het terras of de enorme explanade nog nauwelijks in de zon kunnen baden.

Een mooie druilerige middag in Amsterdam

Bekend fenomeen als je emigreert: thuis, het land waar je vroeger woonde, is het helemaal niks, alles waardeloos, koud en nat en agressief en dat oervervelende doei! Kom je ook wel overheen; na verloop van tijd ga je sommige dingen weer waarderen. Zelfs een druilerige vrijdagmiddag in Amsterdam, de vochtige vooravond van het begin van de lente, maar tevens het einde, schijnt, van drie maanden snijdende kou. Die mooie blauwe avondlucht, die hebben ze lang niet gezien.

Kreeg van Peter, hier voor zijn deur aan de Herengracht, op 14 nummers van wijlen Hans van Mierlo, op 40 nummers van het partijkantoor van de PvdA, een fiets mee. Heb zelf helaas nooit in Amsterdam gewoond, maar een middag fietsen over grachten, glibberige klinkers en tussen nog altijd verraste toeristen blijkt/blijft een waar genoegen. Kan me ook levendig voorstellen, als sporadisch bezoeker, waarom de stad die buitenlanders zo blijft bekoren. Net een poppenhuis waar alles lieflijk en klein en knus is; over de werkelijke waarheid van Nederland de komende maanden meer, wanneer ik voor de verkiezingen regelmatig naar het ‘land van Wilders moet’.

Een middagje fietsen door Amsterdam, op zo’n prachtig stevige ouderwetse opoefiets met achteruittraprem, leidt je snel langs de dichtbij elkaar gelegen boekhandels van Scheltema en het Atheneaum, naar lunches in De Jaren of Het Land van Walem, naar journalistenborrels in De Pels of Scheltema, naar talloze modernere tenten die ik niet ken, en eindigt met een pilsje, een Koninckje, of twee, of drie, bij Café de Prins van Huisdichter Cornelis, de dichtende kroegbaas die behalve grote wielerfan ook nog eens fanatiek supporter van FC Barcelona is. (Hij vroeg me om kaartjes voor het duel tegen Arsenal; dat gaat niet lukken, vrees ik. De socio’s gaan voor, en dat zijn er inmiddels heel erg veel.) Groot verschil trouwens, tussen de Nederlandse kroegen en die in Spanje: zag in Amsterdam bijna nergens een TV-scherm staan… Heeft Nederland dus tóch nog dingen die je gaat waarderen.

Een (tweede) huis in Spanje?

Vandaag in de weekeindbijlage van het AD: Is dit hét moment een (tweede) huis in Spanje te kopen? Mijn eerste LinkedIn-reportage… Wat? Ja, in plaats van zelf allemaal makelaars in Spanje te zoeken, postte ik een bericht in twee groepen, Dutch in Spain en Ondernemen in Spanje op het LinkedIn-netwerk, en kreeg daar tientallen reacties op. Daarna met enkele van de respondenten nog persoonlijk contact gezocht, om de informatie te verdiepen. Bij deze de reportage, omdat het AD de verhalen niet meer op zijn eigen website publiceert:

In Spanje staan zo’n 3 miljoen woningen leeg. Een groot deel daarvan zijn vakantie- of weekendhuizen van Spanjaarden of buitenlanders die zij niet of nauwelijks gebruiken maar evenmin willen verkopen. Daarnaast staan zo’n 800.000 woningen te koop en zijn er nog 400.000 in aanbouw. Een overweldigend aanbod, maar de vraag is minimaal. Het juiste moment om nú een tweede huis in Spanje te kopen? Of nog een jaartje wachten? Beide opties zijn goed, zeggen de experts.

Door Edwin Winkels

Het halve land, van de grote steden tot bijna alle plaatsen aan de costa’s, geeft hetzelfde beeld. Enorme blokken woningen, zowel flats als rijtjeshuisjes met tuin die er gloednieuw uitzien, één of twee jaar geleden zijn opgeleverd, maar allemaal leeg staan. Of, triester nog, waar één gezin een tijdje terug wel een woning kocht, waarschijnlijk tegen een veel te hoge prijs, en die familie woont nu volledig alleen in een verlaten spookflat. En omdat er geen andere kopers zijn, er dus nauwelijks servicekosten worden betaald en de bouwer misschien op het randje van faillisement zit, of al daar overheen is gevallen, worden gemeenschappelijke tuin en zwembad niet onderhouden.

En venta of se vende staat er op tienduizenden flats te lezen. Geen straat, geen blok ontkomt eraan. Sommige van die affiches hangen er al jaren, maar de eigenaars lijken vaak niet in hun prijs ver omlaag te willen gaan om het kwijt te raken. Vaak is de noodzaak ook niet zo groot: vooral appartementen en tweede huisjes aan de kust uit de jaren tachtig en negentig zijn allang afbetaald. Verhuren voor de zomermaanden blijkt dan een goede optie.

Kust, steden, binnenland… De huizenmarkt is in Spanje onmogelijk onder één noemer of gezamenlijke statistiek te brengen. In februari daalde de gemiddelde prijs per vierkante meter van een woning tot 2.114 euro. Maar dat betekent niet dat overal aan de costa’s een nieuw appartement van 70 vierkante meter iets minder dan 150.000 euro kost. De prijzen verschillen enorm per kust, per dorpje zelfs, per straat, per woning.

Lees verder

Van Chocolateria Mallorquina naar Café de l’Ópera

Kon het niet nalaten, na het bekijken van de expositie van Ballell (zie vorige post hieronder). Een ochtend naar de Rambla geweest, op zoek naar dezelfde plaatsen, en hoe die in 103 jaar zijn veranderd. Of eigenlijk niet.

Veel gevels zijn hetzelfde gebleven, de meeste gebouwen van de Rambla stonden er al aan het einde van de 19e eeuw. Hij is natuurlijk een stuk drukker geworden, rommeliger vooral. Deze plaats boven was het moeilijkst te vinden, maar een kort bezoekje aan het historische Café de l’Ópera bracht direct al uitkomst. “Dat, links op de foto, dat is dit café,” zei een ober direkt. Een eeuw geleden heette de bar namelijk Chocolateria Mallorquina. De bar opende trouwens al rond 1750, toen als een klein pension met barretje, goed bezocht omdat de Rambla het vertrekpunt was van talloze paard- en wagens met levensmiddelen en andere handel richting het binnenland, tot Zaragoza en Madrid aan toe. Toen een eeuw later de trein begon te rijden en precies aan de overkant het Liceu-theater opende, werd de bar de genoemde Chocolateria, en kort daarna een luxe restaurant, La Mallorquina. In 1928 kochten de voorouders van de huidige eigenaars het, verbouwden het in de modernistische stijl en gaven het de huidige naam mee, bekend bij de meeste toeristen. Om 12 uur gistermorgen was het er trouwens erg stil binnen.

Moeilijk trouwens, onmogelijk bijna, om precies dezelfde invalshoek als de fotograaf van toen te vinden. De lenzen zijn anders, het beeld komt anders de camera in. Maar de herkenbaarheid blijft, van de lantaarnpaal, exact dezelfde nog, tot het gebouw op de achtergrond.

Andere dingen zijn wel volledig verdwenen, zoals de barretjes die er toen nog op het middendeel van de Rambla stonden, zoals hier helemaal aan het einde (of het begin), bij het beeld van Columbus.

Geiten op de Ramblas

Nee, die op de foto, dat zijn natuurlijk geen geiten (díe foto staat hieronder ergens, maar is niet zo scherp om deze post te openen). De man met honden op de Rambla dels Caputxins (één van de vijf delen waaruit de Ramblas  bestaat, samen met die van Canaletes, Estudis, Sant Josep en Santa Mónica) is één van de honderd foto’s van Frederic Ballell die tot 22 mei te bewonderen zijn in het fotoarchief van de gemeente, het Arxiu Fotogràfic in de Born.

Ballell, in 1864 geboren in Puerto Rico, was één van de eerste Catalaanse fotojournalisten: fotografen die meer dan alleen maar mooie plaatjes maken, maar hun onderwerpen met journalistiek gevoel uitkiezen en weergeven, die schrijven met het beeld. Als elke Barcelonees liep hij regelmatig op de Rambla, en ‘stal’ er foto’s van de nietsvermoedende wandelaars. Prachtig altijd om te zien, hoe zo’n populaire straat er iets meer dan een eeuw geleden bij lag; de foto’s zijn van 1907 en 1908.

Dat het allemaal van die, zoals ze het noemen, ‘spontane’ foto’s zijn is opvallend, omdat een fotocamera in die tijd geen klein onopvallend apparaatje was, voor veel mensen bovendien nog een bezienswaardigheid en voor de fotograaf dus moeilijk om niet de aandacht te trekken.