Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Het beste hotel van Spanje

Ik kende het hotelletje niet, maakte er tweeëneenhalf jaar geleden eens, van afstand, een verhaaltje over. Of, beter gezegd, het maakte onderdeel uit van een verhaal, typisch één voor de zomerbijlage: de hotel top-10 van Spanje volgens de reizigers in hun internet-recensies op websites als Tripadvisor en Expedia. Reiziger met smaak, kon ik constateren, want die top-10 bestond uit zijn geheel uit kleinere familiehotels, vooral in Andalusië, maar ook twee in Catalonië: het hotel Montecarlo aan de Rambla en Aiguaclara in Begur, één van de mooste plaatsjes aan de Costa Brava.

Clara en Joan, de eigenaren van de 10 kamers van hotel Aiguaclara, stuurden me twee jaar later een e-mail: ze hadden bericht gekregen van Tripadvisor dat zij waren uitgeroepen tot het beste hotel van heel Spanje in 2009, gezien de reacties van de reizende internetters. Ze vertelden me dat ze, vóórdat dat verhaal in El Periódico verscheen, nooit in de gaten hadden gehad dat ze zo populair waren. Nu vragen ze de gasten hóe die bij Aiguaclara terecht zijn gekomen, en zo’n 70% noemt Tripadvisor, vooral de Amerikanen en Aziaten. Nogmaals, over het algemeen is de smaak van die reizigers goed, al moet je erop letten dat er wel een minimaal aantal recensies staan: één iemand die 5-sterren geeft wil niet alles zeggen.

Heb er zelf nog nooit geslapen, dus, maar ben laatst voor een nieuw verhaal wel even langs geweest, en volgens mij heeft Tripadvisor gelijk: het is een heerlijk hotelletje, lekker losjes, alsof je even bij vrienden op bezoek gaat. En dan ook nog, straks als het goede weer eindelijk eens moet komen, op een héél klein stukje rijden van enkele van de mooiste strandjes van de Costa Brava, Sa Riera en Sa Tuna.

Kunst in plaats van windhonden

Het was de laatste hondenrenbaan van heel Spanje. Tot begin 2006 kon je er elke middag, en op vier dagen in de week ook ’s morgens, de snelle rondjes van in totaal zo’n 700 windhonden zien. De entree was gratis, het gebeuren ‘leefde’ van de weddenschappen die de bezoekers, met een meerderheid aan gepensioneerde mannen, voor minimaal 50 cent op de mogelijke winnaars afsloten. Het was de laatste van 18 banen die er ooit in Spanje hadden bestaan en lag op een vreemde plaats, aan de rand van de Meridiana, aan de uitvalsweg naar het noorden, en omgeven door flats.

Dierenbeschermers waren trouwens niet zo blij met deze praktijken, of vooral met wat er ná hun racecarrière met de windhonden gebeurde. De organisatie SOS Galgos (Galgos is het Spaanse woord voor windhonden) heeft zich jarenlang ingespannen (en doet dat nog steeds) om de uitgelopen racehonden een goed leven bij adoptiegezinnen te bezorgen en te voorkomen dat de beesten, zoals regelmatig is gebeurd, dood worden aangetroffen in een bos, opgehangen aan een boom. Ik weet dat er zelfs Spaanse windhonden in Nederland zijn geadopteerd. Enkele van die adoptie-honden waren de laatste weken trouwens de ‘sterren’ van een reclamecampagne in de stad, romantisch gefotografeerd en een letterlijk lichtend voorbeeld.

Die campagne, en nu komen we weer waar we waren, is bedoeld om aandacht te schenken aan de nieuwe bestemming van dat Canódromo: gisteren werd een eerste grote expositie van verschillende kunstenaars geopend in het Canódrom Centre d’Art Contemporáni, een nieuw centrum voor de moderne kunst in Barcelona, ver verwijderd trouwens van de gebruikelijke museumroute. Het gebouw zelf, onder de vroegere avantgarde-tribune – die bij de bouw in 1964 nog een architectuurprijs kreeg – is nog niet helemaal af, maar op en rond de vroegere renbaan zijn al de verschillende kunstwerken te zien. Canódrom 00:00:00 is de naam van de tentoonstelling.

Bijna twee euro per dode duif

Ter vergelijking, om ons te situeren: Amsterdam heeft, net als alle grote steden, altijd last gehad van duiven. Een duiventil op de parkeergarage van de Bijenkorf moest ooit voorkomen dat ze overal op gingen schijten; duiven zijn zo smerig dat ze ook hun eigen nest gewoon onderpoepen. Een laatste officiële telling is alweer van 2001, en toen kwamen de onderzoekers tot 12.000 duiven in A’dam. Omdat sommige delen van de stad (tuinen etc.) niet konden worden meegeteld, werd het werkelijke aantal op 25.000 geschat.

Nu Barcelona. Een telling per duivenkop is moeilijk te maken, maar de gemeente houdt het op zo’n 250.000. Die ene nul meer dan Amsterdam is geen tikfout. 250.000 duiven! Beesten die niet voor niets vleiende bijnamen als ‘patatkippen’ en ‘vliegende ratten’ meekrijgen, ook al omdat ze werkelijk alles vreten. Dat is ook het grote probleem, dat iedereen ze altijd maar te vreten geeft. Maar ja, wie van ons is niet met zijn kleine kinderen, als ze net kunnen lopen, naar de Plaça de Catalunya getogen om de peuter wat zaadjes in z’n handen te stoppen en foto’s te maken wanneer de kleine zich rotschrikt van alle vleugels die ineens rond hem gaan flapperen.

Die beesten zijn natuurlijk een plaag, schijnen per jaar twee kilo gore, alles aanvretende poep te produceren, en Barcelona onderneemt nu de zoveelste poging er iets aan te doen, want je kunt niet verwachten dat de meeuwen (die óók enorm in aantal zijn gegroeid en eveneens een plaag beginnen te vormen) in hun eentje de duiven uitroeien; daarvoor is de vis van zee veel te lekker in vergelijking met dit smerige vlees van een vuilnisvreter. De gemeente heeft daarom gespecialiseerde bedrijven uitgenodigd een offerte te doen voor het wegwerken van liefst 65.000 van deze duiven. Er is daar maximaal 118.000 euro voor begroot. De methode moet geen stress bij de diertjes veroorzaken, niet schadelijk zijn voor het milieu en ‘pijnloos en onomwendbaar’ zijn.

Het is trouwens niet voor het eerst dat zoiets gebeurt; soms waren er mannen met enorme netten te zien die de Plaça de Catalunya een beetje schoonveegden. In 2008 werden er al 20.000 Barcelonese duiven uitgeroeid en vorig jaar 40.000. Nog niets van de Dierenbescherming hier gehoord, trouwens.

Eentje tegen 75.000

Nog eentje dan, de laatste over het wonderkind voorlopig. Messi. Natuurlijk hadden wij het hier al een jaar geleden al over hem, ver vóór de hype van afgelopen week. Toen ook een prachtfoto, Messi in het Bernabéu. Sportkrant Marca doet er vandaag nog een schepje bovenop: de kleine Messi, bijgenaamd De Vlo, helemaal alleen voor de steilste tribunes ter wereld, die zo hoog reiken dat de voetballer op het veld (noch de fotograaf) de hemel bijna niet ziet.

De dikke Tarzan en de kleine Jane

Het is één van die plekken waar je door trotse Catalaanse vrienden of familie naar toe wordt gevoerd als je de rest van de grote trekpleisters in en rond Barcelona al hebt gezien: tijd voor Catalunya en Miniatura in Torrelles de Llobregat, op 15 minuten van Barcelona. Voor mij moet dat iets van 25 jaar geleden zijn geweest en ik probeerde mijn teleurstelling toen maar voor die vrienden en/of familie verborgen te houden: in vergelijking met ons Madurodam was dit parkje maar een slap aftreksel, met vaak slechtgemaakte miniaturen van Cataloniës bekendste gebouwen.

Vanochtend zijn we er weer eens teruggeweest, een grote groep ouders van een Barcelonese school met zes- tot achtjarige kinderen. Het bezoeken van het Catalaanse Madurodam – sterk verbeterd in die tijd – bleek op het einde van het programma te staan, ná het onvermijdelijke eten, want het hoogtepunt van de dag was de ochtend. Miniatuurgebouwtjes alleen blijken allang niet voldoende meer om toeristen te trekken, dus heeft dit park een Bosc Animat toegevoegd; het één heeft totaal niet met het ander te maken, maar allez

Vooral een ijzersterke oefening om je hoogtevrees te overwinnen (ja, écht, ík ben het die hier met Joanna boven op een miniscuul vlonder staat), want draden, kabels en slingerende trappen brengen je steeds hoger de pijnbomen in, met ook nog eens de grote verantwoordelijkheid het kleine kind dat zowel vóór je zit als achter je aan komt voortdurend goed in de veilige klimbeugels te hangen. Je wilt toch niet dat een schoolvriendje dat jouw kind niet is door jouw toedoen die 10 meter hoog uit de boom valt. (Nee, natuurlijk, ook je eigen kind moet er niet uit donderen natuurlijk.

Er waren mensen die halverwege door hulpzame assistenten van een hoog platform moesten worden gehesen omdat ze het toch niet meer zagen zitten, iets wat de papa’s en mama’s voor de ogen van hun kinderen natuurlijk nooit zullen doen… Goed ook om je even weer jonger te voelen dan je eigenlijk bent. Ook hingen de bomen vol met tieners en twintigers trouwens, in groepjes erop uit, met zijn allen in de zwaarste van de drie parkoersen door de takken.

En als de geteisterde longen, de geschaafde armen en het door de hitte bevangen hoofd van de inspanning zijn bijgekomen en het koude biertje met meer genot dan ooit de slokdarm heeft verkoeld, kan zélfs nog dat miniatuur-Catalonië zonder enig risico worden bezocht.

Naar Montjuïc voor het ‘goede doel’

Zo’n veertig jaar geleden durfde bijna niemand uit Barcelona ’s avonds de ‘berg der Joden’, de Montjuïc op omdat een volledige flank van de stadsberg bezaaid lag met chabolas, krotten waar de armsten huisden en waar bovendien een groot deel van de drugsmarkt van Barcelona was. Toen Barcelona in 1986 de Olympische Spelen van 1992 kreeg toegewezen, was al een begin gemaakt met de schoonmaak van de berg en verplaatste de drugshandel en criminaliteit zich naar Can Tunis, de flats aan de achterkant van de berg, aan de haven, die inmiddels ook gesloopt zijn. De Montjuïc is één van de vele voorbeelden van hoe positief die Spelen voor de stad zijn geweest; het is een keurige berg nu, met zijn wonderbaarlijke begraafplaats en de talloze parken en tuinen. Het meest verlaten gebied is nog die van de Olympische sportinstallaties, het stadion, het Palau Sant Jordi, de Picornell-zwembaden, terwijl in het Inefc de studenten van de sportacademie voor leven zorgen.

Toeristen hebben de Montjuïc ook al enige tijd ontdekt, en niet alleen om ’s avonds de Magische Fontein te zien. De opening van het vroegere Palau Nacional als museum, met daarvoor een prachtige uitkijkballustrade over de stad, heeft bijgedragen aan de populariteit en de drukte. En op die drukte komen natuurlijk de ‘kleine’ maar oervervelende boeven af. El Periódico had vandaag een verhaal over de nieuwste methode: allemaal minderjarige Roemeense meisjes die de toeristen aan het einde van de roltrappen met zijn vieren ‘blokkeren’ en geld voor een goed doel vragen. Degene die zijn portemonnee trekt om iets te geven, is die kwijt: snel wordt hij weggerist en de meiden rennen de bosjes in. Zij die niets willen geven worden opgehouden en in de verwarring probeert één van de meiden zakken of tasjes te rollen. En dat elke dag weer, vooral ’s morgens, als er nog geen politie is.

Het blijft het imago van Barcelona beschadigen, die zakkenrollerij, maar de justitie maakt de politieagenten wanhopig. Veel van die meiden zijn al tientallen keren opgepakt, maar zolang ze niet meer dan 400 euro stelen en geen geweld gebruiken, staan ze na hun arrestatie direct weer op straat, klaar om snel aan de slag te gaan…

Op bezoek bij God

En koud terug in Barcelona even op bezoek bij God, zoals de spelers hem bij Barça vroeger noemden. Niet zijn generatiegenoten, die noemden hem in de jaren zeventig El Flaco, zoals Asensi vanmiddag zei. Maar zijn discipelen, de Koemans, Laudrups, Bakero’s en Guardiola’s, die noemden hem gekscherend God omdat hij altijd alles zag en beter wist. Vandaag werd Cruijff beëdigd tot erevoorzitter van FC Barcelona. ‘Hoe noem je deze pin?’ vroeg hij aan voorzitter en vriend Laporta, want hij kende het Spaanse woord voor insigne niet. Een andere mooie Cruijffiaanse zin in het Spaans, die nauwelijks te vertalen is omdat saber zowel weten als kunnen betekent: “Tienes que saber lo que no sabes.” Heerlijk.

Iets van twee jaar geleden schreef ik voor Hard Gras een door collega’s geprezen allegorie over een bezoek aan Cruijff op zijn berg; was naar aanleiding van zijn weigering Ajax verder te helpen. ‘Cruijff gaat terug zijn berg op,’ heette het toen. Hieronder het verhaal van toen, althans een voorlopige versie van toen; kan de definitieve tekst niet meer vinden. Eén tipje van de sluier: botigues betekent winkels in het Catalaans.

Op bezoek bij God / Edwin Winkels

Ergens aan het einde van de derde maand, in bus 22 op weg naar de Paseo de la Bonanova, beseft Moisés Botigues ineens dat hij dezelfde route aflegt als Daniel Sempere, de hoofdpersoon van De schaduw van de wind, wanneer deze op zoek gaat naar het geheim van een spookachtig herenhuis op de flanken van de Tibidabo. Daniel ging met de trein van de Ferrocarrils de la Generalitat, de Catalaanse spoorwegen, en daarna met de later toeristische blauwe tram. Moisés heeft voor de bus gekozen, want hij kan dan 26 minuten lang kijken naar de mensen en gebouwen die voorbijgaan en allemaal langzaam veranderen in de klim vanuit het oude centrum naar de sjiekste wijk van de stad. Barcelona heeft een uitstekend metronetwerk dat de catacomben van de stad van noord naar zuid en van zee naar de berg met buizen doorklieft, maar in de buurt van Bonanova is er geen enkel station. Is ook niet nodig. Rijke mensen gaan niet met de metro, want ze vinden dat die stinkt en dat er te veel bedelaars zijn, al hebben ze er nooit een stap in durven zetten.

            Moisés is op zoek naar God. Naar waar die andere God woont. Niet die van de Nederlandse Portugees Rentes de Carvalho, die een boek zo noemde, maar de God van het voetbalveld. Of van de kleedkamer. Althans, dat was hij. Al weer lang geleden.

            Eerst was er nog het eeuwige misverstand geweest. Vanuit Nederland hadden ze Moisés, voor de zoveelste keer, naar De Verlosser gevraagd. Weer teruggetrokken op zijn berg in Barcelona, na even heel kort over het water in het Amsterdamse IJ te hebben gelopen. Hij had het daar te koud gevonden, zijn tenen waren verkrampt en hij was spoedig weer vertrokken, in mysterieuze rook opgegaan, net zo onverwacht als hij was gekomen, zijn oude en nieuwe volgelingen in verbijstering achterlatend. Lees verder

DWDD achter de schermen

Een goedkope uitzending, zeiden redacteuren Jan en Jacco van De Wereld Draait Door. Ze hadden het over de prijs, trouwens, niet de kwaliteit hoop ik. Mijn vliegticket, 70 euro heen, 100 euro terug, was goedkoper dan menige taxi waarmee een DWDD-gast vanuit Den Haag, Rotterdam of nog verder gehaald en gebracht moet worden. (Weet niet of Jan Mulder ook met taxi helemaal naar Groningen terugging, gisteravond…) Gekkenwerk, natuurlijk, zo’n reis, even heen en weer uit Barcelona voor 9 minuten TV. Maar soms moet je het doen, is het wel eens goed dat anderhalf miljoen mensen (inclusief de nachtelijke herhalingen) je steeds ouder wordende kop eens op TV zien, net kort genoeg om de volgende dag niet herkend te worden, en zeker niet om half zes ’s morgens op Schiphol of in een slapend vliegtuig.

Ik weet dat veel mensen het overdaad vinden/vonden, nóg eens Messi bij DWDD. Ik weet ook dat veel van mijn bloglezers helemaal niet van voetbal houden. De belangrijkste bijzaak van het leven, wie zei het ook alweer? Maar altijd goed voor vermaak, en mooie beelden. Plus de uitdaging binnen 9 minuutjes wat leuks te vertellen en sympathiek brommende stoorzender Jan Mulder te omzeilen…

En zo’n dagelijkse hit als DWDD weer eens, na tweeëneenhalf jaar, van binnenuit zien, een dagje meemaken, blijft een ervaring. Hoe ze het elke keer weer flikken. Matthijs van Nieuwkerk, natuurlijk, altijd snel en scherp – en ongelooflijk slank! word je van witte wijn niet dik? – maar ook die hele ploeg redacteuren en producenten die we nooit op TV zien, maar vanochtend om zeven uur alweer aan het werk gingen om een nieuwe uitzending voor te bereiden.

Wij van de ‘dodebomenjournalistiek’, de ouderwetse kranten, hebben het maar makkelijk. Ben ík toch blij dat ik voor mijn vak nog altijd slechts een blocnote, pen, camera en laptop nodig heb – meer niet.

Messi, Messi, Messi, Messi

Zag ‘m dik een uurtje voor de wedstrijd voorbij komen, één van de mannen van Barça die uit de bus naar de kleedkamer gingen. Een kort knikje als groet. Hij wist nog niet wat hij even later ging doen. Of wel. Zich vermaken, zoals hij als klein jochie altijd heeft gedaan. De straat, het trapveldje, de grasmat van het Camp Nou. Het maakt Lionel Messi allemaal niet uit. Voetbal is gewoon leuk, en tegenstanders, ook die van Arsenal, zijn er om uit te spelen, voorbij te dribbelen. Een memorabele avond. En iedereen heeft het erover. De VARA-radio belde al om 7.10 uur vanochtend, de Belgische Radio 1 volgde wat later. En vanavond eventjes bij De Wereld Draait Door, met de heren Spaan en Mulder. Een vliegreisje voor five minutes of fame.  Voor Messi.

Het Broadway van Madrid

Madrid viert feest, deed het gisteren zelfs samen met koning Juan Carlos. Diens grootvader, Alfonso XIII, symboliseerde op 4 april 1910, een eeuw geleden dus, met een enorme hamer het begin van de sloop van een groot aantal gebouwen in het centrum van Madrid. Dat deel van de stad was overvol en het was verdomd moeilijk van het oosten van het centrum, het gebied rond de musea en het Retiro-park, naar de westkant te komen, daar waar de Plaza España ligt. Er moest een verkeersader komen, lekker breed, net zoals Barcelona met de Via Laietana zo’n straat dwars voor de bestaande woningen aanlegde.

De Gran Vía werd geboren, en zou in de decennia erna uitgroeien tot hét centrum van Madrid, een embleem waar enorme posters en borden met films en theater de straat verlichtten. Iedereen flaneerde over de Gran Vía en mensen showden er hun nieuwe auto. Ik was er voor het eerst in 1983, denk ik, en toen keek je naar de Gran Vía met  bewondering, een straat die was zoals een centrale straat in een grote stad moet zijn. Groot, groter, groots. 

Alle verleden tijden waren vaak beter, waar het de steden betreft. Ook op de Gran Vía. Bijna alle bioscopen zijn verdwenen, de theaters ook. Daarvoor in de plaats: de grote winkelketens die je overal in Spanje, Europa, de wereld inmiddels aantreft. Allemaal hetzelfde. Veel monumentale gebouwen, de meeste, zijn gelukkig bewaard gebleven, veel in die typische gebroken witte kleur van Madrid, zoals het karakteristieke gebouw om de hoek bij nummer 1, het Metrópolis, dat officeel trouwens de ingang aan de Calle Alcalá heeft. Het gebouw was geïnspireerd op de barokke Franse bouwstijl en kwam op de plaats van het eerste gebouw dat gesloopt was, het Edificio del Ataúd, ofwel het gebouw van de doodskist. Niet omdat er een begrafenisondernemer zat, maar omdat het stukje grond zo smal als een doodskist leek. Het was vanaf het begin van de verzekeraar La Unión y el Fénix, die bij zijn vertrek het beeld op het dak, de Fénix, meenam naar het nieuwe hoofdkantoor. De nieuwe eigenaar, verzekeraar Metrópolis, liet er in de jaren zeventig het huidige beeld neerzetten, de Gevleugelde Overwinning genaamd.