Categorie archief: voetbal en sport

De Pyreneeën zijn nu al niet wit meer

In november waren ze dolblij in de skigebieden in de Pyreneeën. Vroeger dan ooit vielen er flinke pakken sneeuw en het skiseizoen kon niet vroeg genoeg beginnen. In La Molina, het bij Barcelonezen zo populaire skistation omdat het maar op anderhalf uur rijden ligt, verheugden ze zich mede op een fantastisch wereld-kampioenschap snowboard, in januari. Dat is het nu, januari, en dat WK is bezig, zonder publiek bijna, maar vooral zonder sneeuw. De enige sneeuw die er is ligt op de piste’s en wordt kunstmatig in leven gehouden. ‘Suikersneeuw’ noemde Nicolien Sauerbreij het vandaag, de Nederlandse sportvrouw van het jaar die in het troosteloze La Molina, als Olympisch kampioene, al in de achste finales werd uitgeschakeld.

Het is een warme winter, in Noord-Spanje. Dat plus wat regen hebben de sneeuw doen verdwijnen, de bergen zijn geel, bruin en een beetje groen. Al zeggen ze dat de komende dagen de temperaturen sterk gaan dalen. Maar sneeuw zal er nauwelijks vallen. Geen seizoenstoerisme dat zo sterk aan het klimaat is gebonden. Nog een wonder dat dankzij de techniek zo’n WK nog doorgang kan vinden… Waardoor ik weer heb geleerd wat een double cork in de half pipe is, of zoiets.

Messi, Iniesta en Xavi: de Barça-jeugd

Leo Messi, Xavi Hernández en Andrés Iniesta staan vanavond op een podium in Zürich waar één van hen tot de beste voetballer van de wereld zal worden uitgeroepen. Alle drie kwamen ze op zeer jeugdige leeftijd in het jeugdinternaat van FC Barcelona terecht. Het geheim van de Masia, een reportage vandaag uit het AD. (En voor wie liever beelden ziet dan een aardig verhaal leest: prachtige highlights van de drie uit de laatste Barça-Real, 5-0. Geeft ook een goed beeld hoe die memorabele afdroger verliep:

EDWIN WINKELS

 Ergens op de muur van één van de WC’s van de Masia heeft een voetballertje een leus geschreven. Of was het misschien één van de trainers? ,,Voetbal is niet te koop,” staat er. Zestig jonge sporters tussen de 11 en 17 jaar, waarvan 48 voetballers, kunnen het elke dag lezen. En dan kijken ze het raam uit, naar de hoge muren van het Camp Nou op nog geen 100 meter afstand, en weten ze dat dat waar kan zijn, dat je goed voetbal zelf kunt maken, en niet alleen kopen.

Acht van de elf basisspelers van FC Barcelona die eind november de bijeen gekochte aartsrivaal Real Madrid met 5-0 verpletterden komen uit de eigen jeugd, net als trainers Pep Guardiola en zijn assistent Tito Vilanova; de meesten brachten zelf jaren op de Masia, het jeugdinternaat in een oude Catalaanse boerderij uit 1702 door. Acht waren ook de jongens uit die Barça-school die in Zuid-Afrika wereldkampioen met Spanje werden.

Soms gaan doelman Victor Valdés en Andrés Iniesta, auteur van het winnende WK-doelpunt en vanavond mogelijk gekozen tot beste voetballer ter wereld, op bezoek bij de Masia. Valdés: ,,Zo kunnen die jochies zien dat ze wel degelijk hun droom kunnen verwezenlijken, net zoals wij dat hebben gedaan.” Iniesta: ,,En zo zien ze tegelijk dat wij helemaal niet van een andere planeet komen, maar dat we zijn zoals zij.”

Alle spelers die er jaren doorbrachten zeggen dat je een verblijf op de Masia nooit meer vergeet, zeker niet als dat uiteindelijk leidt tot een debuut in het grote Barça. Iets wat niet eenvoudig is. Volgens statistieken die Barcelona hanteert komt zo’n 10% van de jeugdspelers ooit in het eerste elftal terecht en 30 tot 40% wordt ergens anders profvoetballer. De rest valt af, op de lange zware weg naar een voetbalcarrière.

Alle illustere Masia-bewoners zeggen ze ook dat ze in de beginperiode vreselijk moesten huilen, jongetjes van 12 die het ouderlijk huis, soms ver weg, verlieten. Iniesta kwam uit Fuentealbilla, in het zuiden, Arsenal-ster Cesc Fàbregas van de Costa Brava, Guardiola en Puyol uit dorpjes in de Catalaanse binnenlanden.

Guillermo Amor kwam uit Benidorm: ,,Ik heb de eerste maanden alleen maar gehuild, miste mijn familie, miste mijn stad, mijn vriendjes. Het was zwaar. Ik weet niet of ik het één van mijn kinderen zou aandoen.” En dat zegt de oud-speler die nu de directeur van het jeugdvoetbal van FC Barcelona is.

Maar hij staat volledig achter hoe de club die jongens opleidt, “niet alleen als voetballers, maar vooral ook als mensen.” ’s Morgens gaan ze allemaal naar school, ’s middags is er de training en eventueel bijles. De trainers van de jeugd beschouwen zich niet als zodanig, zien zich meer als onderwijzers en tweede vaders. Ze leren de jongens te leven, te genieten, te spelen. Ze leren hen niet te winnen.

 Amor is uit de tijd dat de Masia ineens enorm tot bloei kwam, kort na de komst van Johan Cruijff als trainer, in 1988. Voorzitter Josep Lluís Núñez had het internaat in 1979 opgericht, na een grondige verbouwing van de oude boerderij die op het grondgebied van Barça stond. De ervaren Oriol Tort, in 1999 op 70-jarige leeftijd overleden, kreeg er de leiding en liet scouts heel Spanje afstruinen op zoek naar talent. Hijzelf ontdekte Guardiola en Xavi.

De ‘opa’, zoals ze hem op de club noemden, was al negen jaar aan het zwoegen, met veel weerstand van de hoofdtrainers van de club, toen Cruijff zijn redding bleek. De Amsterdammer wilde net als bij Ajax de volledige jeugdopleiding op één lijn hebben. ,,We voetbalden hier al zoals ze bij Ajax ook deden, een 4-3-3, maar onder Cruijff kregen de jongens uit de jeugd eindelijk kans heel vroeg in het eerste te debuteren,” vertelde Tort eens. ,,Het was vroeger triest om te zien dat jongens als Calderé en Rojo pas na hun 25ste in het eerste terechtkwamen. Onder Cruijff was dat nooit gebeurd.”

Cruijff was ook de uitvinder van de ‘vier’, de spelverdeler die het brein van zijn dream team werd. Eerst Milla, daarna Amor, en vervolgens Guardiola, nu de voortzetter van het werk van de Nederlandse ‘profeet’. Beide, Cruijff en Guardiola, vinden ook dat spelers niet groot en sterk hoeven te zijn, net als de oude en wijze Laureano Ruiz, na de dood van Tort de absolute peetvader van de jeugdopleiding van Barça.

 Messi, Xavi en Iniesta, vanavond de drie van Zürich, zijn niet langer dan 170 centimeter. Maar ze zijn snel, in spel en in denkwerk, en ongelooflijk technisch. En vooral goede ploegmakkers, altijd denkend aan het collectief. ,,Ze zijn vooral heel erg goede personen, heerlijke jongens. Gunnen elkaar die Gouden Bal. Met de selectie van talenten kijken we ook daar naar, naar het karakter,” aldus Laureano Ruiz.

 De 73-jarige Ruiz zal vandaag in één van de twee chartervliegtuigen richting Zürich reizen. Het Barça-bestuur beschouwt de gezamenlijke kroning van Messi, Xavi en Iniesta als een erkenning voor een model, een manier van werken, een filosofie en wil de trainers uit de jeudgopleiding bij het feest betrekken.

Volgend jaar gaat de boerderij dicht, opent Barça een moderner internaat op zijn trainingscomplex buiten de stad, met plaats voor 80 talenten. Meer dan 500 voetballertjes hebben in die ruim dertig jaar op de Masia gewoond, hebben er geleefd, zijn er opgegroeid. Mensen geworden. Messi uit Rosario (Argentinië), Xavi uit Terrassa, een voorstad van Barcelona, en Iniesta uit Fuentealbilla, bij Albacete, kwamen er op hun twaalfde, dertiende terecht. Voor Xavi is dat al meer dan 17 jaar geleden, een eeuwigheid.

,,Ik weet nog dat ze me, toen ik twaalf was, thuis opbelden en tegen mijn vader zeiden dat we naar de Masia moesten komen, voor een test. Een droom, alleen al die testwedstrijd. Ik kon de hele nacht niet slapen van de zenuwen,” herinnert Xavi zich nu, aan het voorlopige einde van een lange, soms loodzware en kostbare weg.

De moeder van Afellay

(*Er komen de laatste maanden veel zoekopdrachten binnen met de tekst ‘moeder afellay overleden’. Geen idee waar dat gerucht vandaan komt, maar het is onjuist. Moeder Habiba leeft gewoon nog, gelukkig…)

Vaak presenteren voetballers zich bij hun nieuwe club met hun spectaculaire vrouw, zeg maar de Van der Vaarts en Sneijders. Ibrahim Afellay deed het vanochtend in Barcelona heel anders. De verschijning van zijn moeder, mevrouw Mardore Habiba, was opmerkelijk. Nooit eerder hebben we op het gras van het Camp Nou een vrouw met een hoofddoek gezien. De fotografen vonden het prachtig. En in Nederland was Afellay altijd heel afhoudend geweest, wat zijn familie betreft. Ook broer Ali was erbij. Beide, moeder en broer, zullen voor hem de komende maanden in Barcelona een beetje gaan zorgen.

Moeder Habiba pinkte een traantje weg. Van Al Hoceima naar Overvecht in Utrecht en nu in Barcelona, waar haar man – inmiddels overleden – ooit als matroos en bokser een tijdje woonde. Zoonlief Afellay eert hem nu door te gaan spelen bij die droomclub. Hij is de zoveelste Nederlander bij Barça, maar vooral de eerste Marokkaan in de geschiedenis van de club. Het bestuur is er blij mee; Barcelona is al immens populair in de Maghreb, dat wordt nu alleen maar meer. Een grotere ‘afzetmarkt’ heet dat. Het shirt met nummer 20 zal er binnenkort een gewild item zijn. De eerste tekenen waren vandaag al te zien: nog nooit zoveel Spaans-Marokkaanse jeugd tegelijk bij het Camp Nou gezien. Zonder bontkraagjes trouwens, ook al omdat het weer een prachtige zonnige dag was.

Barça-Real, 5-0… Opnieuw

De 4-0 was mooi, maar die vijfde móest komen. Una manita, noemen ze dat hier. Een handvol doelpunten. Piqué – Piquenbauer voor de Catalanen – stak die hand op, in de 92ste minuut. Het publiek volgde zijn gebaar.

Het was weer een memorabele avond in het Camp Nou. Elke gouden ploeg van Barcelona moet eens zo’n 5-0 tegen Real meemaken. Johan Cruijff en zijn kompanen deden dat in februari 1974, ín Madrid zelfs. Cruijff als trainer deed het 20 jaar later nog eens over, in eigen stadion, met een magistrale Romário in dat dream team. En nu heeft Guardiola ook zijn 5-0, al had hij al de ultieme 2-6 van anderhalf jaar terug in het Bernabéu. “We koesteren de erfenis van Cruijff,” zei Guardiola na afloop.

We waren erbij, natuurlijk, in het Camp Nou, want sommige wedstrijden wil je nooit missen. Bovendien moest er gewerkt worden: een verslag voor het AD, dat 20 minuten voor het einde van de wedstrijd naar de redactie gemaild moest worden, om de deadline te halen en de lezers enkele uren later te informeren. Bij een 4-0 stand, gelukkig, dus eenvoudiger te schrijven dan bij 1-1. Hierbij het originele stuk, dus zónder de 5-0 van Jeffren en de rode kaart voor Ramos wegens een schandalige tackle op Messi… (En om de lezers een idee te geven hoe knap het toch is van al die voetbalverslaggevers van ochtendkranten, om onder een enorme tijdsdruk een stukje te produceren waarin niet al te veel grote fouten staan.) Hoop dat ze op de krant die laatste details keurig hebben toegevoegd, maar dat zal wel.

BARCELONA – Hard, vernederend hard viel Real Madrid gisteren van de troon die het zich al aan de kop van de Primera División had geschapen. Een wonderschone exhibitie in het Camp Nou bracht Barcelona in extase, om een nieuwe historische uitslag aan zijn clásicos toe te voegen: 4-0.

 EDWIN WINKELS

 Wonderdokter José Mourinho heeft wat meer tijd nodig om zijn Real Madrid op het duizelingwekkend hoge niveau van FC Barcelona te krijgen. Op een regenachtige avond stond er gisteren geen maat op de balkunstenaars uit het Camp Nou. In een wervelende voetbalshow maakten de blaugranas van Pep Guardiola duidelijk dat in het duel tussen de twee beste ploegen te wereld er één nog altijd veel beter dan de ander is.

De socio’s geloofden hun ogen niet. Zij hadden gevreesd voor een herboren Real, de trucs van Mourinho, het einde van een reeks van vier overwinningen op de aartsrivaal. Maar na de 2-6 in het Bernabéu van anderhalf jaar geleden mochten de blancos een nieuwe vernedering ondergaan.

Elk seizoen weer wordt de clásico door de hysterische sportkranten en steeds voetbalgekkere TV-journaals in Spanje als ‘de wedstrijd van de eeuw’ bestempeld, maar gisteren had iedereen vooraf het idee dat dit werkelijk een heel bijzondere editie was, met de twee, op dit moment, best voetballende ploegen vol wereldkampioenen en Gouden Bal-kandidaten.

Twee wereldploegen met een eigen stijl. Barça met, in de basis, acht spelers uit de eigen jeugd, Real met een, op Casillas na, bijeengekochte ploeg. Pep Guardiola voorzag een voorspelbare wedstrijd. Niet wat het scoreverloop betreft, wel het spelbeeld. ,,Wij vallen aan, Real speelt op de counter. Er is geen ploeg in de wereld die beter op de counter speelt als Madrid,” zei de Barça-coach vooraf, ongetwijfeld terugdenkend hoe Mourinho hem, via die tegenaanval, vorig seizoen met Inter Milaan te grazen nam.

En zo ging het, maar zonder dat dit Real op Inter leek. De opening gaf precies het beeld dat Guardiola had voorspeld, echter met een veel groter verschil in de krachtsverhoudingen dan verwacht. Zijn ingespeelde Barça stond mijlenver voor op een Real in opbouw. Waar zijn eigen ploeg het eigen spel om een onwaarschijnlijk hoog niveau uitvoerde, kon Real maar sporadisch uit het blauwpaarse web ontsnappen. Het benutte alleen niet de twee kansjes die het via zo’n gevreesde counter kreeg.

Barcelona deed dat wel. Het had aanvankelijk niet eens Messi, die al na vijf minuten de bal uit een onmogelijke hoek op de paal lobde, nodig om de wedstrijd al binnen 18 minuten te beslissen, of in ieder geval een levensgrote stap in de richting van de zege te zetten. De vlijmscherpe passes, prachtige eentweetjes en onwaarschijnlijke driehoeken die op het licht natte veld werden geweven eindigden in twee verdiende doelpunten.

Eerst was het na negen minuten Iniesta die zijn voetballende tweelingbroer Xavi haarscherp en keihard in het strafschopgebied aanspeelde. Na de verbijsterde verdediging had ook Casillas het nakijken. Nog eens negen minuten later ging Villa eenvoudig Ramos aan de achterlijn voorbij en kon Pedro zijn harde voorzet intikken. Zelfs die 2-0 leidde niet onmiddelijk tot een reactie van Real, dat verzoop in de zeeën van ruimte die Barça voor zichzelf creëerde.

Pas toen de bezoekers na een half uur het conflict gingen opzoeken, met een duw van Ronaldo tegen coach Guardiola en een halve elleboog van Carvalho op Messi leken zij Barcelona even van slag te kunnen brengen. Er vielen viif gele kaarten in vijf minuten, maar in de rust kon Guardiola zijn spelers er oogenschijnlijk van overtuigen vooral weer te gaan doen wat zij zo onwaarschijnlijk goed kunnen, voetballen. Dat leidde binnen elf minuten tot de 3-0 en 4-0 van een Villa, die op twee splijtende passes van Messi op het nippertje aan buitenspel ontsnapte en de Real-defensie voor de zoveelste maal belachelijk maakte.

Bloemen van Hesp

Toen ik de naam voor het eerst zag en opschreef, dacht ik: wat een gekke naam voor een bloemist, maar ik stond er verder niet bij stil. Tot ik er deze week even terugkwam. De kruising van de straten Padilla en Mallorca in Barcelona is al maanden een enorme bouwput. Eronder wordt de tunnel gegraven die de hogesnelheidstrein van Sants naar Sagrera, de twee grote stations, moet brengen. De tunnelboor, trouwens, is op 50 meter van de fundamenten van de Sagrada Familia gearriveerd, het meest verwachte en gevreesde moment. Hij is de Paus, die op 7 november komt om van de tempel van Gaudí officieel een basiliek te maken, een maand voor.

In de bouwput van Padilla-Mallorca heeft de 100 meter lange boor, met een diameter van 12 meter, een paar weken uitgerust. De buren zijn er gek van geworden. Amalia, die de bloemen verkoopt, kijkt al acht maanden tegen de dranghekken aan, hoort 24 uur per dag de herrie van een immens bouwproject. In een eerste kroniek schreef ik over haar, had ik het over ‘de bloemen van Hesp’. Vond ze wel mooi, ze gaat de naam Floristeria Hesp veranderen in Flores de Hesp. Maar dat Hesp, vroeg ik haar, waar komt dat vandaan? Nou, zei ze, “FC Barcelona had ooit een Nederlandse keeper die Hesp heette, en dat leek me zo’n aardige jongen dat ik mijn winkel naar hem heb genoemd.” Bloemen van Hesp. Wat een onverwacht eerbetoon voor iemand uit Abcoude die, inderdaad, altijd voor iedereen open stond en ook nog eens drie jaar lang het doel van Barça uitstekend verdedigde. Naar Bogarde, Cocu, Overmars en De Boertjes hebben ze hier nog geen winkel of bar vernoemd.

Drie jaar cel voor een voetbalrel

Zo, die hakt erin. Niet het stoplicht van de foto, maar het vonnis van een rechter vandaag in Barcelona. Kom in Spanje niet aan een politie-agent; dat was vroeger al zo, toen de paramilitaire Guardia Civil en de nationale politie, de grises, van Franco je al angst inboezemden, maar het geldt nu nog steeds. Twee jonge relschoppers (niet die van de foto) zijn vandaag veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf omdat zij bij de rellen op de Rambla na de ongelooflijke overwinning van FC Barcelona vorig jaar op Chelsea (goal van Iniesta in blessuretijd) met ‘gevaarlijke voorwerpen’ (flessen, volle blikjes drank, stenen) naar de agenten van de Mossos d’Esquadra hadden gegooid. De voorwerpen raakten niemand, er waren ook geen gewonden onder de agenten en juist daarom is dat vonnis van de rechter vandaag zo groot nieuws in Barcelona.

Ik heb het al vaker gezegd, in en rond het Camp Nou zijn er vrijwel nooit meer problemen met geweld en hooligans. Maar elke historische zege van Barça wordt wel met de nodige rellen gevierd op en rond de Rambla, waar rotzooischoppers in de anonimiteit van de massa etalages vernielen, brommers omgooien en de politie uitdagen. Deze rechter schijnt daar met een voorbeeld-vonnis een einde aan te willen maken. Een voetbalzege met geweld vieren? Stenen gooien naar de politie? Drie jaar de cel in. Dat verwacht je dus niet, als je stoer staat te doen in een misschien dronken bui. De twee waren bovendien met ‘een groep mensen’, maar de rest kon niet geïdintificeerd worden. Met zijn tweeën moeten ze boeten, heel lang boeten… Genoeg voer voor discussie, de komende dagen. En in afwachting van een hoger beroep, natuurlijk.

Man op de maan

Een andere Edwin, Buzz Aldrin, was ooit de tweede man op de maan (erg moet dat zijn, net niet de eerste mogen zijn, Neil Armstrong voor eeuwig beroemd en jij veel minder – Aldrin heeft er altijd last van gehad, hoewel het nóg erger was voor de derde man, Michael Collins, die in de Apollo moest blijven), ik mag komende week vijf dagen als eerste van dit seizoen ‘man op de maan’ spelen bij De Wereld Draait Door. Stelt natuurlijk niks voor, vijf keer 20 seconds of fame, de tijd waarin ik vanuit het snikhete Olympisch stadion van Montjuïc mijn aankondiging moest doen voor de vijf mooiste, leukste en/of beste sportmomenten uit de Spaanse geschiedenis na wéér een Spaanse sportzomer.

Kies die maar even. Redacteur Bas Schurink kwam ook met suggesties en zo hebben we uiteindelijk een top-8 kunnen samenstellen, want je moet ook wat reserve’s hebben. Twee gaan er in ieder geval niet mee, waaronder bovenstaande Wimbledon-finale van 2008, de mooiste en langste finale ooit op dat gras, tussen Nadal en Federer. Noch een zege van Seve Ballesteros in de British Open van 1978, de eerste internationale Spaanse sportheld ná Franco. Heeft o.a. te maken met de (dure) rechten van die fragmenten. Wat wél mee gaat, ga ik niet zeggen, natuurlijk, maar het zijn niet alleen mooie overwinningen… Het moet, voor een programma als DWDD, vooral in een minuutje (20 seconden lullen, 40 seconden kijken) flítsend blijven, een kleine apotheose hebben. En een mooi verhaal erachter.