Categorie archief: voetbal en sport

Barça-Real, 5-0… Opnieuw

De 4-0 was mooi, maar die vijfde móest komen. Una manita, noemen ze dat hier. Een handvol doelpunten. Piqué – Piquenbauer voor de Catalanen – stak die hand op, in de 92ste minuut. Het publiek volgde zijn gebaar.

Het was weer een memorabele avond in het Camp Nou. Elke gouden ploeg van Barcelona moet eens zo’n 5-0 tegen Real meemaken. Johan Cruijff en zijn kompanen deden dat in februari 1974, ín Madrid zelfs. Cruijff als trainer deed het 20 jaar later nog eens over, in eigen stadion, met een magistrale Romário in dat dream team. En nu heeft Guardiola ook zijn 5-0, al had hij al de ultieme 2-6 van anderhalf jaar terug in het Bernabéu. “We koesteren de erfenis van Cruijff,” zei Guardiola na afloop.

We waren erbij, natuurlijk, in het Camp Nou, want sommige wedstrijden wil je nooit missen. Bovendien moest er gewerkt worden: een verslag voor het AD, dat 20 minuten voor het einde van de wedstrijd naar de redactie gemaild moest worden, om de deadline te halen en de lezers enkele uren later te informeren. Bij een 4-0 stand, gelukkig, dus eenvoudiger te schrijven dan bij 1-1. Hierbij het originele stuk, dus zónder de 5-0 van Jeffren en de rode kaart voor Ramos wegens een schandalige tackle op Messi… (En om de lezers een idee te geven hoe knap het toch is van al die voetbalverslaggevers van ochtendkranten, om onder een enorme tijdsdruk een stukje te produceren waarin niet al te veel grote fouten staan.) Hoop dat ze op de krant die laatste details keurig hebben toegevoegd, maar dat zal wel.

BARCELONA – Hard, vernederend hard viel Real Madrid gisteren van de troon die het zich al aan de kop van de Primera División had geschapen. Een wonderschone exhibitie in het Camp Nou bracht Barcelona in extase, om een nieuwe historische uitslag aan zijn clásicos toe te voegen: 4-0.

 EDWIN WINKELS

 Wonderdokter José Mourinho heeft wat meer tijd nodig om zijn Real Madrid op het duizelingwekkend hoge niveau van FC Barcelona te krijgen. Op een regenachtige avond stond er gisteren geen maat op de balkunstenaars uit het Camp Nou. In een wervelende voetbalshow maakten de blaugranas van Pep Guardiola duidelijk dat in het duel tussen de twee beste ploegen te wereld er één nog altijd veel beter dan de ander is.

De socio’s geloofden hun ogen niet. Zij hadden gevreesd voor een herboren Real, de trucs van Mourinho, het einde van een reeks van vier overwinningen op de aartsrivaal. Maar na de 2-6 in het Bernabéu van anderhalf jaar geleden mochten de blancos een nieuwe vernedering ondergaan.

Elk seizoen weer wordt de clásico door de hysterische sportkranten en steeds voetbalgekkere TV-journaals in Spanje als ‘de wedstrijd van de eeuw’ bestempeld, maar gisteren had iedereen vooraf het idee dat dit werkelijk een heel bijzondere editie was, met de twee, op dit moment, best voetballende ploegen vol wereldkampioenen en Gouden Bal-kandidaten.

Twee wereldploegen met een eigen stijl. Barça met, in de basis, acht spelers uit de eigen jeugd, Real met een, op Casillas na, bijeengekochte ploeg. Pep Guardiola voorzag een voorspelbare wedstrijd. Niet wat het scoreverloop betreft, wel het spelbeeld. ,,Wij vallen aan, Real speelt op de counter. Er is geen ploeg in de wereld die beter op de counter speelt als Madrid,” zei de Barça-coach vooraf, ongetwijfeld terugdenkend hoe Mourinho hem, via die tegenaanval, vorig seizoen met Inter Milaan te grazen nam.

En zo ging het, maar zonder dat dit Real op Inter leek. De opening gaf precies het beeld dat Guardiola had voorspeld, echter met een veel groter verschil in de krachtsverhoudingen dan verwacht. Zijn ingespeelde Barça stond mijlenver voor op een Real in opbouw. Waar zijn eigen ploeg het eigen spel om een onwaarschijnlijk hoog niveau uitvoerde, kon Real maar sporadisch uit het blauwpaarse web ontsnappen. Het benutte alleen niet de twee kansjes die het via zo’n gevreesde counter kreeg.

Barcelona deed dat wel. Het had aanvankelijk niet eens Messi, die al na vijf minuten de bal uit een onmogelijke hoek op de paal lobde, nodig om de wedstrijd al binnen 18 minuten te beslissen, of in ieder geval een levensgrote stap in de richting van de zege te zetten. De vlijmscherpe passes, prachtige eentweetjes en onwaarschijnlijke driehoeken die op het licht natte veld werden geweven eindigden in twee verdiende doelpunten.

Eerst was het na negen minuten Iniesta die zijn voetballende tweelingbroer Xavi haarscherp en keihard in het strafschopgebied aanspeelde. Na de verbijsterde verdediging had ook Casillas het nakijken. Nog eens negen minuten later ging Villa eenvoudig Ramos aan de achterlijn voorbij en kon Pedro zijn harde voorzet intikken. Zelfs die 2-0 leidde niet onmiddelijk tot een reactie van Real, dat verzoop in de zeeën van ruimte die Barça voor zichzelf creëerde.

Pas toen de bezoekers na een half uur het conflict gingen opzoeken, met een duw van Ronaldo tegen coach Guardiola en een halve elleboog van Carvalho op Messi leken zij Barcelona even van slag te kunnen brengen. Er vielen viif gele kaarten in vijf minuten, maar in de rust kon Guardiola zijn spelers er oogenschijnlijk van overtuigen vooral weer te gaan doen wat zij zo onwaarschijnlijk goed kunnen, voetballen. Dat leidde binnen elf minuten tot de 3-0 en 4-0 van een Villa, die op twee splijtende passes van Messi op het nippertje aan buitenspel ontsnapte en de Real-defensie voor de zoveelste maal belachelijk maakte.

Bloemen van Hesp

Toen ik de naam voor het eerst zag en opschreef, dacht ik: wat een gekke naam voor een bloemist, maar ik stond er verder niet bij stil. Tot ik er deze week even terugkwam. De kruising van de straten Padilla en Mallorca in Barcelona is al maanden een enorme bouwput. Eronder wordt de tunnel gegraven die de hogesnelheidstrein van Sants naar Sagrera, de twee grote stations, moet brengen. De tunnelboor, trouwens, is op 50 meter van de fundamenten van de Sagrada Familia gearriveerd, het meest verwachte en gevreesde moment. Hij is de Paus, die op 7 november komt om van de tempel van Gaudí officieel een basiliek te maken, een maand voor.

In de bouwput van Padilla-Mallorca heeft de 100 meter lange boor, met een diameter van 12 meter, een paar weken uitgerust. De buren zijn er gek van geworden. Amalia, die de bloemen verkoopt, kijkt al acht maanden tegen de dranghekken aan, hoort 24 uur per dag de herrie van een immens bouwproject. In een eerste kroniek schreef ik over haar, had ik het over ‘de bloemen van Hesp’. Vond ze wel mooi, ze gaat de naam Floristeria Hesp veranderen in Flores de Hesp. Maar dat Hesp, vroeg ik haar, waar komt dat vandaan? Nou, zei ze, “FC Barcelona had ooit een Nederlandse keeper die Hesp heette, en dat leek me zo’n aardige jongen dat ik mijn winkel naar hem heb genoemd.” Bloemen van Hesp. Wat een onverwacht eerbetoon voor iemand uit Abcoude die, inderdaad, altijd voor iedereen open stond en ook nog eens drie jaar lang het doel van Barça uitstekend verdedigde. Naar Bogarde, Cocu, Overmars en De Boertjes hebben ze hier nog geen winkel of bar vernoemd.

Drie jaar cel voor een voetbalrel

Zo, die hakt erin. Niet het stoplicht van de foto, maar het vonnis van een rechter vandaag in Barcelona. Kom in Spanje niet aan een politie-agent; dat was vroeger al zo, toen de paramilitaire Guardia Civil en de nationale politie, de grises, van Franco je al angst inboezemden, maar het geldt nu nog steeds. Twee jonge relschoppers (niet die van de foto) zijn vandaag veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf omdat zij bij de rellen op de Rambla na de ongelooflijke overwinning van FC Barcelona vorig jaar op Chelsea (goal van Iniesta in blessuretijd) met ‘gevaarlijke voorwerpen’ (flessen, volle blikjes drank, stenen) naar de agenten van de Mossos d’Esquadra hadden gegooid. De voorwerpen raakten niemand, er waren ook geen gewonden onder de agenten en juist daarom is dat vonnis van de rechter vandaag zo groot nieuws in Barcelona.

Ik heb het al vaker gezegd, in en rond het Camp Nou zijn er vrijwel nooit meer problemen met geweld en hooligans. Maar elke historische zege van Barça wordt wel met de nodige rellen gevierd op en rond de Rambla, waar rotzooischoppers in de anonimiteit van de massa etalages vernielen, brommers omgooien en de politie uitdagen. Deze rechter schijnt daar met een voorbeeld-vonnis een einde aan te willen maken. Een voetbalzege met geweld vieren? Stenen gooien naar de politie? Drie jaar de cel in. Dat verwacht je dus niet, als je stoer staat te doen in een misschien dronken bui. De twee waren bovendien met ‘een groep mensen’, maar de rest kon niet geïdintificeerd worden. Met zijn tweeën moeten ze boeten, heel lang boeten… Genoeg voer voor discussie, de komende dagen. En in afwachting van een hoger beroep, natuurlijk.

Man op de maan

Een andere Edwin, Buzz Aldrin, was ooit de tweede man op de maan (erg moet dat zijn, net niet de eerste mogen zijn, Neil Armstrong voor eeuwig beroemd en jij veel minder – Aldrin heeft er altijd last van gehad, hoewel het nóg erger was voor de derde man, Michael Collins, die in de Apollo moest blijven), ik mag komende week vijf dagen als eerste van dit seizoen ‘man op de maan’ spelen bij De Wereld Draait Door. Stelt natuurlijk niks voor, vijf keer 20 seconds of fame, de tijd waarin ik vanuit het snikhete Olympisch stadion van Montjuïc mijn aankondiging moest doen voor de vijf mooiste, leukste en/of beste sportmomenten uit de Spaanse geschiedenis na wéér een Spaanse sportzomer.

Kies die maar even. Redacteur Bas Schurink kwam ook met suggesties en zo hebben we uiteindelijk een top-8 kunnen samenstellen, want je moet ook wat reserve’s hebben. Twee gaan er in ieder geval niet mee, waaronder bovenstaande Wimbledon-finale van 2008, de mooiste en langste finale ooit op dat gras, tussen Nadal en Federer. Noch een zege van Seve Ballesteros in de British Open van 1978, de eerste internationale Spaanse sportheld ná Franco. Heeft o.a. te maken met de (dure) rechten van die fragmenten. Wat wél mee gaat, ga ik niet zeggen, natuurlijk, maar het zijn niet alleen mooie overwinningen… Het moet, voor een programma als DWDD, vooral in een minuutje (20 seconden lullen, 40 seconden kijken) flítsend blijven, een kleine apotheose hebben. En een mooi verhaal erachter.

De moordende klim op de Rat Penat

Kijk goed naar de foto, de diepte op de achtergrond. In die diepte liggen de zee en de jachthaven Port Ginesta, tussen Castelldefels en Sitges. De wielrenner heeft in nog geen drie kilometer dat hoogteverschil moeten overwinnen. Volgende week is de Rat Penat het toneel van een etappe van de Vuelta. Míjn etappe, mag ik trots zeggen. Hieronder het verhaaltje dat ik voor het blad Wielerrevue schreef.

Half december 2009. Verrassend telefoontje van Javier Guillén, de jonge directeur van de Vuelta. Over een week is de officiële presentatie van de ronde van 2010 en hij heeft nog een etappe nodig. Daags voor de tocht naar Andorra zou de karavaan in de buurt van Barcelona moeten neerstrijken. Een etappe nodig? Ja, er is een stadje, een finishplaats weggevallen in de route van de Middellandse-Zeekust naar de Pyreneeën. De crisis heeft hard toegeslagen in Spanje, gemeentes zitten met schulden, er is geen geld meer om de start of finish van de Vuelta te herbergen. “En ze hebben me gezegd dat jij een mooie etappe weet,” zegt Guillén me.

We kennen elkaar niet persoonlijk maar een collega op mijn krant, El Periódico in Barcelona, heeft hem op mijn spoor gezet. Ik loop al twee jaar met een ‘droometappe’ voor Tour of Vuelta in mijn hoofd, in de buurt van mijn woonplaats, Sitges, gelegen aan de kust bij het heuvelachtige natuurpark van Garraf. Een mooi kustweggetje richting Barcelona is mijn bijna dagelijkse trainingsroute op weg naar mijn werk. Aan het einde rij ik dan rechtdoor richting de grote stad en hoef ik gelukkig niet linksaf te slaan, het natuurpark in, met mijn 90 kilo op een Orbea Onyx. Dat weggetje doe ik slechts met de auto, op weg naar een prachtig boeddhistisch klooster op de top.

Daar, dichtbij het stadje Castelldefels, ligt de Rat Penat, Catalaans voor vleermuis. Binnen drie kilometer stijgt de weg van zeeniveau naar 350 meter. Terwijl aan de enke kant de zee en de stranden steeds dieper komen te liggen, lijkt aan de andere kant het asfalt loodrecht omhoog te gaan. Op één stuk is het stijgingspercentage 23%, andere delen houden het bij 18%. Mountainbikers met het allerlichtste verzet slingeren er van links naar rechts over de weg, want rechtdoor omhoog blijkt onmogelijk voor hen.

“Kan er een heel peloton overheen?” vraagt Guillén. Ik denk van wel. De weg is smal, het natuurpark is beschermd gebied, maar er moet wat te regelen zijn. Een echte afdaling is er niet, aan de achterkant golft de weg weer naar beneden. Geen gevaar dus. Bovendien zal het peloton er al flink vernsipperd zijn. Een finish op de boulevard van Sitges, bijna voor mijn huis, lijkt me prachtig, maar de burgemeester zegt geen geld te hebben. Dus wordt Vilanova i la Geltrú, even verderop, de finishplaats, 30 kilometer na de beklimming van de Rat Penat. Misschien iets te ver weg voor de beste klimmers om voorop te blijven, maar het spektakel is gegarandeerd.

Bijna ‘blind’ presenteert Javier Guillén enkele dagen later het Vuelta-parkoers in Sevilla. Hij heeft de Rat Penat opgenomen zonder dat de rit officieel is verkend door zijn technici; die doen dat pas enkele uren vóór die presentatie. Zij geven het fiat. Oud-Rabo-renner Flecha is blij verrast. ,,Dat móet mijn etappe zijn, daar train ik altijd. Spectaculair!”

Dé kus: de Wesley en Yolanthe van Spanje

Wesley Sneijder en Yolanthe Cabau van Kasbergen (de achternamen zijn eigenlijk overbodig), de Utrechter en zijn meissie konden niet feestvieren, gisteravond. Spanje’s aanvoerder Iker Casillas en zijn mooie Sara Carbonero wel. Ze hebben het moeilijk gehad, dit toernooi. Zij was de vaste verslaggeefster van Tele5, zeg maar een Mediterraanse versie van onze Bert Maalderink (ik heb nog op de School voor de Journalistiek gezeten met Bert, niets dan goeds over hem; in dezelfde klas sportjournalistiek zat ook Tom Egbers) en zij moest haar Iker af en toe interviewen, maar deed dat liever niet. Zo dichtbij en toch zo ver weg, want daarna moest hij weer naar zijn geïsoleerde hotel… En de roddelpers zat er bovenop, terwijl de keeper alleen maar wereldkampioen wilde worden. Gisteren was het voorbij, de titel was binnen. Bij de eerste vraag van Sara moet Iker al huilen. Hij draagt de triomf op aan zijn familie, vrienden… wil ook zijn vriendin zeggen. Beide staan even doodstil tegenover elkaar. En dan de kus, eentje die de geschiedenis zal ingaan…

Oranje gaat verliezen

Ja, de grapjes beginnen al binnen te komen. Voor de lezers die het Spaans niet machtig zijn: voor de Spanjaarden beginnen álle Nederlandse achternamen met Van. Een beetje gelijk hebben ze wel, want ook in de Oranje-selectie zitten er een paar: Van Bommel, Van der Vaart, Van der Wiel, Van Bronckhorst… Er bestaat een oud Spaans mopje dat luidt: ‘Hoe noemen ze de Guardia Civil in het Nederlands? Van de Verde’. Van betekent in het Spaans ‘ze gaan, ze lopen, etc’. De Guardia Civil gaat in het groen, dus… (Écht in het Spaans is hij best wel leuk, dit mopje…) Nu komt er een WK-finaleversie op: iemand heeft al een Oranje-shirt laten bedrukken met ‘Van A. Perder’, ofwel: ‘Ze gaan verliezen’. Met rugnummer nul, natuurlijk. De psychologische strijd is losgebarsten.

Nederland-Spanje; we vinden elkaar wel leuk

De Tachtigjarige Oorlog kennen we alleen maar uit de geschiedenisboeken, veel Nederlanders weten niet eens meer wie die Alva nou was en na Frankrijk is het ook nog het populairste vakantieland voor de Nederlanders. Onze enige traumatische ervaring met Spanje is dat je als klein kind vreesde dat Zwarte Piet je wel eens in een zak naar dat verre land kon meenemen. Dat wordt dus puur genieten, zondag, over en weer, van voetballers en teams waaraan we, wederzijds, geen enkele hekel aan hebben.

Gisteren ben ik even op pad geweest om zowel de oranje-koorts in Barcelona als die ‘rivaliteit’ te ontdekken. Kwam ik, onder anderen, terecht op de boulevard Joan de Borbó, waar twee totaal verschillende zaken naast elkaar zitten: El Suquet del Almirall van Quim Marqués, heel aardige en uitmuntende kok waarvan ik thuis een boek over La cuina de la Barceloneta heb staan (heerlijk recept van met prei en paddestoelen gevulde inktvissen!) en die net een nieuw boek over klassieke visgerechten aan de Spaanse kust heeft uitgebracht, en naast hem Foc van Marcus de Pijper. Het zijn buren en Marcus huurt zijn tent ook nog van Quim. Quim is Catalaan maar fanatiek voor Spanje, zondag, want het is gewoon Barça dat speelt. Maar hij vindt die Nederlanders wel aardig, en omgekeerd. Hieronder een deel van het verslag dat ik voor het AD schreef:

Het halve dozijn ‘Nederlandse’ kroegen in Barcelona was bij de laatste wedstrijden van Oranje al te klein. Honderden bezwete, allemaal in het oranje uitgedoste landgenoten, over het algemeen een jong publiek, kwamen bijeen in barretjes met de namen Amsterdam, Rembrandt, Foc, Gran Foc en Nakupenda. Al jaren ontmoetingsplaatsen voor velen, deze maand bedevaartsoorden om de wedstrijden van het Nederlands elftal via de NOS en met het commentaar van Frank Snoeks en Jeroen Gruter te zien en te beluisteren.

Hoewel, luisteren. Het kabaal en de drukte waren meestal zo groot, dat het bij kijken bleef, en juichen, zuchten en vloeken. “Een gekkenhuis. Al vanaf de eerste wedstrijd was het vol, maar per ronde kwamen er nóg meer mensen bij,” zegt Vincent Solleveld, één van de eigenaren van de Bar Amsterdam, die op een gegeven moment zelfs mensen moest weigeren. Vol was vol. (Vincent zit nu zelf in Zuid-Afrika, trouwens, met compaan Dirk…)

Na de winst op Brazilië speelden er zich bovendien ongekende taferelen af: de Oranje-supporters vlogen de kleine kroeg uit en liepen de brede achtbaansstraat Aragó op, waar zij uitzinnig de lokale automobilisten begroetten en vrolijk getoeter als antwoord kregen.

In de genoemde barretjes zijn de beste plaatsen al sinds dagen gereserveerd. ,,Aan elk tafeltje hebben we een TV-scherm en die plaatsen zijn toch vooral voor de vaste gasten, die het hele jaar door komen. Zij dineren dan tijdens de wedstrijd,” zegt Marcus de Pijper van Foc en Gran Foc. Boven de eerste bar, aan de haven, hangt een Nederlandse vlag met ‘Holland House’ erop. Binnen zijn er zeven TV-schermen.

“Dit is natuurlijk een droomfinale voor ons, Spanje-Nederland. We wilden nooit alleen maar Nederlands publiek trekken, maar op avonden als dit is het natuurlijk wel leuk,” aldus De Pijper. “De avonden dat Mexico speelde zat het vol met Mexicanen,” zegt Solleveld, die net als de meeste Nederlanders in Barcelona nog wel voor Oranje is. “Maar mijn zoontje Lucas loopt met een Spaans shirt van Pedro rond…”

Naast Foc zit het bekende visrestaurant El Suquet del Almirall, waar kok en eigenaar Quim Marqués zijn liefde voor het Spaanse team uitspreekt. “Eigenlijk is het FC Barcelona dat speelt, met al die jongens van hier. En zó goed, hè? Nederland heeft geen schijn van kans zondag,” lacht Marqués, die de goede verstandhouding met buurman (en huurder) Marcus benadrukt. “Het is goed volk, die Hollanders. Mijn vader had een camping aan de Costa Brava, 30 jaar geleden, en daar hebben we wat Nederlandse vrienden aan overgehouden. En eigenlijk is het voetbal van Spanje het voetbal dat Nederland vroeger speelde.”

Daarom heeft Oranje wel meer fans onder de Catalanen. Sommigen om politieke redenen, omdat zij Spanje niet als hun land beschouwen, en anderen uit bewondering. “Het voetbal is Nederland iets verschuldigd, sinds 1974,” zegt journalist Joan Domènech. “Dus als Oranje van Spanje wint, dan zal me dat iets minder pijn doen dan wanneer het een andere tegenstander was geweest.”

Groot scherm voor Oranje bij Montjuïc

Het gaat door! Zo begint Pascal Jorritsma zijn persbericht van vandaag. Ik neem het maar letterlijk over. Samengevat: zondag een groot scherm voor de Nederlandse kolonie in het Poble Espanyol, metro Espanya en tien minuten lopen… Vanaf 17 uur, entree 20 euro.

Bij deze de flyer: bavaria-oranje-plaza
En de tekst: “Op 11 juli aanstaande organiseert “Iventions” een grootschalig WK finale feest en heeft daarvoor, met hulp van enkele Nederlandse sponsors, het thema-dorp Poble Espanyol in Barcelona afgehuurd. Een markante openlucht lokatie, in typische Spaanse bouwstijl opgetrokken.
Het centrale plein zal omgedoopt worden tot het “Oranje Bavaria Plaza” en zal circa 2.000 Nederlanders ontvangen die in Barcelona woonachtig zijn of als toerist in Barcelona verblijven. Het zal veruit de grootste concentratie Oranje fans zijn in Spanje gedurende de finale.
Er worden een groot scherm en tribunes opgebouwd en diverse Nederlandse en Spaanse media zullen van de gelegenheid gebruik gaan maken om vanaf het “Oranje Bavaria Plaza” verslag te doen van de WK Oranje-beleving van Nederlanders in Spanje.
Het evenement wordt ondersteund door het Consulaat-Generaal der Nederlanden en diverse sociale Nederlandse verenigingen in Barcelona.
UPDATE: Het wordt druk op de Montjuïc. De gemeente installeert een reuzescherm op de Avda Maria Cristina, bij de fonteinen. Maar Nederlanders dus doorlopen, rechts naar boven…

Spanje-gekte in Barcelona

Sorry voor de niet voetbal-lezers van het blog, maar het zijn niet de dagen om het over een cultureel evenement of mooi pleintje te hebben. Zeker niet in een voor Nederlanders die in Spanje wonen en, omgekeerd, Spanjaarden die in Nederland wonen nu al onvergetelijke week. Iedereen wordt er door vrienden, kennissen en collega’s op aangesproken: voor wie ben je, wie gaat er winnen, waar zal je zondagavond half negen zijn? Zelfs Barcelona begint een beetje te veranderen. Vanavond, kort na de wedstrijd, was er vuurwerk, getoeter op straat, veel Spaanse vlaggen die uit autoruiten wapperden. Geen 40.000 mensen voor een groot scherm als in Madrid; in Barcelona denkt de gemeente er nog niet aan. Zaterdag is er een grote demonstratie voor de zelfbeschikking van Catalonië; dan is een Spaanse triomf, de heersende Spaanse euforie niet echt welkom. Maar ja, dan zien die Catalanen én de rest van Spanje hoe een oer-Catalaan als Carles Puyol, uit La Pobla de Segur, de streek Pallars-Jussà (echt, Cataláánser dan dat kán gewoon niet) de winnende treffer scoort.

Uitzinnige Madrileense verslaggevers op een radio als de cadena SER, in dit geval, gaan dan direct provoceren en beginnen te zingen ‘soy español, español, español’, terwijl ze weten dat Puyol zich nooit van zijn leven een Spanjaard zal voelen, maar nu zijn hang naar onafhankelijkheid ondergeschikt maakt aan een op dit moment groter doel, dat van een voetballer die wereldkampioen wil worden. Makkelijker te verwezenlijken dan de onafhankelijkheid van Catalonië, in ieder geval.

Het zal een mooie zondag worden. Benieuwd wie in Nederland het eerst Alva onder het stof vandaan haalt. Of hebben we gewoon die kennis niet meer? Geen revanche meer voor de 80-jarige oorlog en de wrede Spaanse onderdrukking, die Koning van Hispaniën die we zelfs in ons volkslied nog eren?

Aan de andere kant: bijna alle Nederlanders met bruine ogen, zoals een half-Fries als ik, hebben eeuwenoud Spaans bloed…

PS: Tip aan de Volkskrant: dat Puyol nóóit het Spaanse volkslied meezingt is logisch; niemand doet het, want het volkslied heeft geen tekst…