Tagarchief: sagrada familia

De Sagrada Familia moet je dus van binnen zien

Tot voor kort vertelde ik de meeste bezoekers dat je de Sagrada Familia alleen maar vanbuiten hoefde te zien als je geen tijd, zin of geld (12,50 euro) had om een kaartje voor de entree te kopen: de rij ziet er soms afschrikwekkend lang uit, iets wat bevestigd wordt door de laatste bezoekcijfers: tot nu toe zijn er dit jaar liefst 42% mensen méér binnen geweest dan vorig jaar. Zat de Sagrada Familia de laatste jaren rond de 2 miljoen jaarlijkse bezoekers, voor 2011 worden er ongeveer 3,2 miljoen verwacht, wat dus bijna 9.000 mensen per dag zijn.

Maar die bezoekcijfers zijn niet voor niets zo explosief gestegen, en de laatste bekenden die Barcelona aandeden zeiden me allemaal hetzelfde: je móet naar binnen om de basiliek in zijn volledige schoonheid te aanschouwen. Was de kerk vroeger een leeg omhulsel met een enkele verdwaalde bouwvakker die wat steentjes op elkaar stapelde, nu is het een heuse tempel geworden waarin, sinds het Paus-bezoek vorig jaar,  echte missen kunnen worden gehouden zonder dat de gelovigen nat worden op een regenachtige dag, terwijl de door computers geleide bouw op hoge snelheid doorgaat op voor publiek niet toegankelijke plaatsen.

Natuurlijk, dat inderdaad prachtige schouwspel binnen is niet direkt door ontwerper Gaudí zelf gebouwd, maar wel altijd op zijn geniale originale tekeningen gebaseerd. En wat het natuurlijk mooi maakt: de Sagrada Familia lijkt óók binnen niet op geen enkele andere kathedraal in de wereld – de meeste zijn gothisch, en daar heeft het absurdistische modernisme van Gaudí niets mee van doen.

De man die tot nu toe vanuit het kerkbestuur de bouw leidde, Joan Rigol, is deze week afgetreden en maakte bij zijn afscheid bekend dat er nu echt een datum voor het voltooien van de Sagrada Familia kan worden geprikt: rond 2028 kan de basiliek laar zijn, als precies in het midden de allerhoogste toren is verrezen, de 170 meter die Gaudí aan Jezus wilde wijden. Daarmee zal Barcelona opeens een nieuwe skyline krijgen.

 

 

De Paus reed ‘geneukt’ door de stad

Dit zijn Jeon en Lee uit Changwon, een stad uit Zuid-Korea. Oh, zei ik, ik ben nog in Seoul geweest (niet elke westerling is zomaar even in Seoul geweest), in 1988, bij de Olympische Spelen. Tja, toen waren zij drie jaar, zeiden ze; weten ze niks van. Jeon en Lee kwamen gisteravond in Barcelona aan en gingen vandaag de Sagrada Familia bezoeken, net als de meeste toeristen, maar dichterbij dan op deze foto kwamen ze niet. Ik had het al gezegd: het was vandaag geen dag om Barcelona te bezoeken, met talloze afgesloten straten en de gebieden rond de gothische kathedraal in het centrum en de Sagrada Familia 2,5 kilometer verderop volledige no go areas. Ik hou er niet zo van, wanneer je stad in een soort politiestaat wordt getransformeerd, wanneer je voortdurend door drie helicopters en een vliegtuigje uit de lucht wordt gecontroleerd en wanneer je je op straat nauwelijks kunt bewegen omdat de Catalaanse politie zo’n 3.500 agenten uit de hoed heeft moeten toveren – waaronder veel agenten in opleiding – om om de drie meter de volledige veiligheid van de Paus te waarborgen.

Ja, de Paus op bezoek in Barcelona. Beter beveiligd dan Obama. De laatste keer was in 1982, toen brak de hel boven Catalonië los, in de vorm van een ongelooflijk noodweer dat aan verschillende mensen het leven kostte. De mis van Johannes Paulus II werd toen in het Camp Nou gehouden, niet om te benadrukken dat ook voetbal religie is, maar om zo’n 120.000 mensen ervan getuige te kunnen laten zijn. Barcelona maakte hem socio nummer 100.000. Opvolger Benedictus XVI hield de mis in de Sagrada Familia, om 128 jaar na het begin van de bouw de tempel in te zegenen en er een officiële basiliek van te maken.

Het enthousiasme was nou niet erg groot op straat, misschien omdat de Paus zelf Spanje nogal om zijn ongelovigheid had bekritiseerd. Op de zeer regenachtige dag vorig jaar dat de Tour de France in Barcelona arriveerde stonden er vier keer meer mensen langs de kant van de weg. Het is één van de redenen geweest – niet de Tour, maar dat weinige publiek vandaag – dat de chauffeur van de Pausmobiel besloot zowel op de heen- als de terugweg naar en van de Sagrada Familia met een rotvaart door de stad te rijden: niet de beloofde 9 km/u, maar zo’n 50 km/u, zodat mensen die uren hadden staan wachten nauwelijks een glimp van hun religieuze idool konden opvangen. Dit, op deze foto, is het moment dat de Paus vanochtend om 9.10 uur het bisschoppelijk paleis verliet (ja, we waren er vroeg bij) en nog rustig reed. Maar daarná moest je wel heel scherp zijn om hem op beeld vast te leggen. “Iba follado”, zeiden heel veel kinderen tegen hun ouders, wat niet wil zeggen dat de Paus ‘geneukt ging’ (da’s de letterlijke vertaling), maar dat hij bijna een wegpiraat was.

En Jeon en Lee? Die besloten vandaag maar hun route te wijzigen en naar het Park Güell te gaan, om morgen bij de Sagrada Familia terug te keren.

De slaapplaats van de Paus

Het is voor protestantse, agnostische of atheïstische Nederlanders en Vlamingen een weekeinde om maar beter níet in Barcelona te zijn: 6 november komt ’s avonds de Paus aan, de ochtend van zondag 7 november maakt hij in zijn pausmobiel een tocht door een deel van de stad, een 2,5 kilometer lange route van de oude gothische kathedraal naar de Sagrada Familia, die door de Duitser ingewijd zal worden. Alles afgezet, natuurlijk, en het praktiserende katholieke deel van de natie met honderdduizenden tegelijk de straat op om een glimp van de man op te vangen. Vooral rond de Sagrada Familia zal het drie, vier dagen lang een gekkenhuis zijn, ook al omdat de straten in de buurt worden afgesloten om er tienduizenden stoeltjes en enorme videoschermen te kunnen neerzetten.

Maar ook op één van de bekendste en meest gefotografieerde straatjes van de stad zal een stevig slot zitten: aan de Carrer del Bisbe (foto boven), die van de kathedraal naar het plein van het gemeentehuis loopt, zal de tijdelijke slaapplaats van de illustere bezoeker uit Vaticaanstad liggen. Bisbe betekent bisschop, en aan die straat ligt ook het Palau del Bisbe, of Palacio Episcopal: het stokoude paleis waar altijd de (aarts)bisschoppen van Barcelona hebben gezeteld.

Niet alleen de duizenden toeristen die er elke dag doorheen lopen, ook ikzelf ben altijd zonder nadenken of het zelfs te zien voorbijgelopen aan dit beeld, in een nis van dat bisschoppenpaleis. Geen naamkaartje, niets staat er bij; slechts de eeuwig poepende duiven vergezellen de man. Het blijkt bisschop Manuel Irurita te zijn en het beeld is lang niet zo oud als het Middeleeuwse paleis: het werd er pas kort na de Burgeroorlog neergezet. Sindsdien wacht deze bisschop Irurita op de zaligverklaring door de Paus, maar daar zal het ook tijdens dit bezoek niet van komen.

Het verhaal van deze ‘martelaarsbisschop’ brengt ons weer terug naar de Burgeroorlog. Toen generaal Franco in 1936 met zijn verovering van Spanje begon, keerde de woede van de republikeinen en anarchisten zich onder anderen tegen de conservatieve katholieke wereld. Een groot aantal priesters werd gevangen genomen en gefusilleerd en kerken werden verwoest.

Zo ook bisschop Irurita. Hij zou in december 1936 met zeven andere religieuzen op het kerkhof van het voorstadje Motncada zijn vermoord door anarchistische strijders. Maar in (geheime) papieren van het Vaticaan zou staan dat hij een jaar later kon worden gebruikt in een mogelijke ruil tussen gevangenen van de strijdende partijen; leefde de bisschop dus nog? In 1938, drie dagen nadat de troepen van Franco Barcelona waren binnengevallen, zagen enkele mensen Irurita uit het Palau del Bisbe komen; hij vroeg hen niet verder te vertellen dat ze hem hadden gezien. Vermoord of dus niet? Daarna verdween hij in ieder geval voorgoed en kreeg hij dit beeldje in één van de oudste en meest centrale delen van Barcelona. Maar vanwege de twijfels rond zijn dood wil het Vaticaan hem naar niet zalig verklaren.

De flats die opzij moeten voor de Sagrada Familia

Nóg eentje over de Sagrada Familia, altijd populair thema. Op bezoek geweest bij mensen die in de straat Mallorca op nummer 410-414 wonen. Zo’n 55 flats, gebouwd in 1977. Om hun situatie te schetsen: op de maquette boven ligt, of lag, hun flatgebouw ter hoogte van de trappen die, tussen het gras en twee torens door, naar de nieuwe hoofdingang van de kathedraal van Gaudí leiden. Het is de gevel van de Glòria, waar nu al enkele jaren hard aan wordt gewerkt. (Iedere toerist bewondert nu de linker- en rechterkant van het schip, de twee zij-ingangen zeg maar.) Maar zo’n gevel verliest natuurlijk aan kracht als die aan een drukke straat ligt en er al op 20 meter aan de overkant restaurants en flats een barrière vormen. Geen mooie foto van te maken.

Toen Gaudí in 1882 met de bouw begon, stonden er nog geen blokken huizen om het terrein van de Sagrada Familia heen. En toen oud-Barça-voorzitter Núñez in 1977 dit bewuste flatgebouw liet neerzetten, mét vergunning van de gemeente, wist iedereen dat dat ooit weer gesloopt zou moeten worden als de kerk zou worden afgebouwd. Maar, en daar zit de truc, niemand dacht dat de Sagrada Familia ooit voltooid zóu worden.

“Nee, wij wonen hier nog wel even,” zegt ook bewoonster Antonia, hier op de foto, op het terras van de ático, de hoogste verdieping (op de foto hieronder hetzelfde terras, in het midden, vanaf een toren van de Sagrada Familia gezien). Niet een écht mooi uitzicht trouwens, vanaf het dakterras, want er hangen alleen maar netten voor de kerk en erachter is het voortdurende kabaal van de arbeiders te horen. “Vroeger werd alleen maar een beetje ‘s morgens aan de Sagrada Familia gewerkt, nu tot op zaterdag aan toe,” zei ze me. Toch zien de bewoners voorlopig geen gevaar, rekenen ze niet op een sloop. Achter deze flats liggen nog meer huizen, aan de smalle Passatge de la Font, die ook gesloopt zouden moeten worden om ruimte te maken voor de grote opgang naar de kathedraal.

Eén probleem hebben de eigenaren van de flats wel: ze zijn niet meer te verkopen, niemand durft dat aan. Dat was 20 jaar terug toch wel anders, maar nu is het risico echt te groot. Dus verhuren degenen die vertrekken hun flat maar, in afwachting van een onteigening die tóch eens zal komen; volgens de raad van de Sagrada Familia over 15 à 20 jaar. Iets voor de volgende generatie.

De Sagrada Familia is niet ingestort

Natuurlijk, je weet het nooit met zo’n tunnel. Jaren geleden hoorde ik voor een leek vrij overtuigende verhalen van ingenieurs over de tunnels die in Europese steden onder hun leiding werden gebouwd. Eentje van de TU uit Delft had het over de Noord-Zuidlijn in Amsterdam, met prachtige plaatjes op een powerpoint over hoeveel voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen er waren genomen. Een jaar later begonnen de monumentale huizen aan de Vijzelstraat in te zakken. Tja. Een ander, een Duitser, had het over de metrotunnel onder Köln, dwars onder de binnenstad door. Alles was onder controle, de Dom kwam niet in gevaar. Tot ineens het gehele Rijksarchief instortte en een deel van de onschatbare collectie verloren ging.

En die mannen kwamen hier om de mensen gerust te stellen: er worden zóveel tunnels gebouwd in de wereld, en er gebeurt (bijna) nooit wat. Toch heeft de leiding van de Sagrada Familia tot het einde gevochten om de tunnelboor van de hogesnelheidstrein naar Frankrijk, de AVE, ver van de kathedraal te houden in plaats van onder de straat Mallorca door, die precies loopt voor wat de hoofdingang van de kerk moeten worden, de Porta de la Glòria. De kathedraal kon instorten, zo klonk het alarmerend; iets wat sommige Barcelonezen trouwens zouden toejuichen. Uiteindelijk matigde de kerkleiding de toon: er zou wat Gaudiaans mozaïek in de torens kunnen scheuren.

Maar de route werd natuurlijk niet meer verlegd. Wel werden er allerlei extra maatregelen getroffen, zoals op de uitmuntende bijgaande grafiek van de Sagrada Familia te zien is: een ondergrondse wand van 40 meter diep, honderden meetstations die elke beweging op straat en in gevels zouden constateren, etcetera. Uiteindelijk is het asfalt van de straat Mallorca 1 milimeter verzakt; binnen de verwachtingen.

Afgelopen weekeinde liet de tunnelboor de Sagrada Familia achter zich, op weg naar de Pedrera, een ander monument van Gaudí. De Paus kan rustig komen. Hij wijdt op 7 november de kathedraal officieel in, bijna 130 jaar na het begin van de bouw.

Bloemen van Hesp

Toen ik de naam voor het eerst zag en opschreef, dacht ik: wat een gekke naam voor een bloemist, maar ik stond er verder niet bij stil. Tot ik er deze week even terugkwam. De kruising van de straten Padilla en Mallorca in Barcelona is al maanden een enorme bouwput. Eronder wordt de tunnel gegraven die de hogesnelheidstrein van Sants naar Sagrera, de twee grote stations, moet brengen. De tunnelboor, trouwens, is op 50 meter van de fundamenten van de Sagrada Familia gearriveerd, het meest verwachte en gevreesde moment. Hij is de Paus, die op 7 november komt om van de tempel van Gaudí officieel een basiliek te maken, een maand voor.

In de bouwput van Padilla-Mallorca heeft de 100 meter lange boor, met een diameter van 12 meter, een paar weken uitgerust. De buren zijn er gek van geworden. Amalia, die de bloemen verkoopt, kijkt al acht maanden tegen de dranghekken aan, hoort 24 uur per dag de herrie van een immens bouwproject. In een eerste kroniek schreef ik over haar, had ik het over ‘de bloemen van Hesp’. Vond ze wel mooi, ze gaat de naam Floristeria Hesp veranderen in Flores de Hesp. Maar dat Hesp, vroeg ik haar, waar komt dat vandaan? Nou, zei ze, “FC Barcelona had ooit een Nederlandse keeper die Hesp heette, en dat leek me zo’n aardige jongen dat ik mijn winkel naar hem heb genoemd.” Bloemen van Hesp. Wat een onverwacht eerbetoon voor iemand uit Abcoude die, inderdaad, altijd voor iedereen open stond en ook nog eens drie jaar lang het doel van Barça uitstekend verdedigde. Naar Bogarde, Cocu, Overmars en De Boertjes hebben ze hier nog geen winkel of bar vernoemd.

Toen het Park Güell nog een oase van rust was

Dit was het Park Güell in maart 1983. En dit:

Of dit, rechts, de ingang aan de voorkant.

Een park zonder mensen . Niet meer voor te stellen. Want het Park Güell is nooit zonder mensen sinds het door het internationale toerisme werd ontdekt. Of sinds Gaudí werd ontdekt. Vreemd toch; weinigen hebben zó lang op erkenning moeten wachten als deze genie van de architectuur. Al 100 jaar geleden gingen we naar Rome, Parijs of Londen om de monumenten daar te ontdekken. In de jaren zestig, zeventig kwam het massatoerisme naar die steden helemaal op gang. En in de jaren tachtig en negentig werden de citytrips populair. Toen pas, helemaal op het einde,  kwam Barcelona om de hoek kijken. Maar heeft dat alleen maar met die Olympische Spelen van 1992 te maken gehad? Gaudí was er al zo lang, maar niemand zag hem staan. De toeristen die al in de jaren zeventig en tachtig naar Barcelona kwamen bleven ronde de Rambla hangen, de Sagrada Familia had minder faam dan de Gothische kathedraal en naar het Park Güell, ver uit de route, ging niemand.

Wij nostalgische geesten mogen, dankzij mijn toch confronterende foto’s van 27 jaar geleden, af en toe eens naar een rustig Park Güell verlangen. Dat zit er niet meer in. Het is februari, de maand met de minste toeristen in de stad, maar vanochtend was het al vroeg druk in het Park Güell, onder anderen met grote groepen van cruiseschepen, ook helemaal aan de bovenkant van het park, op de Turó de les Tres Creus, de heuvel met de drie kruizen, waar toeristen zich verdrongen voor één van de beste uitzichten op Barcelona.