
Dat je vanuit Barcelona, vanaf het strand dus, binnen een uur in de eerste echte skigebieden (La Molina-Masella) kunt komen is te danken aan de Túnel de Cadí. Dit weekeinde wordt herdacht dat die tunnel, om middernacht tussen 30 en 31 oktober, precies 25 jaar geleden werd geopend. De bergen werden ontsloten, de streek Cerdanya een paradijs van tweede woningen voor vooral welgestelde Barcelonezen en de hoogste bergtoppen, die in Andorra, lagen ineens op minder dan twee uur met de auto, de afgrijselijke file’s in het al even deprimerende hoofdstadje Andorra la Vella even buiten beschouwing latend; of de in mooie winter- dus ski-weekeinden verstopte toevoerweg vanuit la Seu d’Urgell naar Andorra.
De vijf kilometer lange tunnel doorklieft het natuurpark Cadí-Moixeró, een lange tijd onneembare barrière waarover niet één fatsoenlijk weggetje loopt. Vroeger moesten de mensen daarom over heel andere (om)wegen richting de Pyreneeën. De meest gebruikelijke was de oostelijke route over Vic, Ripoll en Ribes de Freser, en daarna de prachtige, maar wel oneindig lange Collada de Toses, een voortdurend kronkelende bergweg. De andere, westelijk door het binnenland via Ponts en de Coll de Nargó, is nog altijd een weg die veel mensen nemen om naar Andorra te rijden en de tol van de Cadí te omzeilen; bovendien is het een veel minder drukke weg. Tussen de ene en de andere route ligt hemelsbreed meer dan 70 kilometer en daar was tot 1984 dus helemaal niets.
Maar vooral de Collada de Toses is aan te raden voor reizigers die geen haast hebben. Ik blijf het een prachtige weg vinden, precies langs de Pyreneeën. Was er jaren geleden eens voor een verhaal over de hoogste, nog bewoonde dorpjes in Catalonië. Dorria, precies halverwege de Collada, op het hoogste punt ook, was er één van. Op 1.560 meter woonde nog één echtpaar, met wat honden en schapen. Conchita wilde niet met haar door wind, sneeuw en kou getekende gezicht op de foto. Vroeger zei ze, gingen hun kinderen er lopend naar school, naar een dorp in het dal. Anderhalf uur duurde de weg terug, bergop. Maar hun kinderen zijn naar de stad verhuisd, naar Barcelona. Een leegloop die zoveel van dit soort dorpjes heeft getroffen.
P.S. Ski-liefhebbers moeten nog even wachten. Het is nu 27 graden in de Pyreneeën, met bovendien het fenomeen van de ‘thermische inversie’: in de dalen, vaak bedekt door mist, is het kouder dan op de bergtoppen.

De rijen, waar dan ook, zijn voorgoed verleden tijd. Het enige wachten is misschien bij de incheckbalie, als je dat al niet via internet hebt gedaan. Verder: geen rij bij de veiligheidscontrole, geen rij bij de kassa voor een koffie of een krantje, geen rij bij de WC (voor de vrouwen) en altijd meer dan genoeg plaats om te zitten (niet op die WC, maar bij de gates). Bovendien kun je nu de auto bijna voor de deur kwijt. Het enige risico is dat de veiligheidsbeambten zich zo stierlijk vervelen, dat ze iedereen extra gaan fouilleren. In 2010 gaan ze de T2 een beetje verbouwen. Voorlopig ontvangt die oude terminal vanaf nu jaarlijks iets meer dan 4 miljoen passagiers, terwijl de capaciteit 25 miljoen is…
Mérida was één van de drie Romeinse hoofdsteden in Iberië en Lusitanië, samen met Córdoba en Tarragona. En nergens zijn de resten zo mooi bewaard gebleven als hier. Vooral, op de foto boven, het theater en amfitheater van 5 en 13 jaar na Christus, vanaf 1912 opgegraven onder wat tot dan een soort vuilnishoop was. In het amfitheater werd met de dood gespeeld (gladiatoren, slaven), het theater was voor heuse toneelspelen zonder bloed. Een wonder is ook de brug over de Guadiana, de langste Romeinse brug in Spanje, zoniet van Europa.

Nu deze week twee van de grootste gebruikers van het vliegveld, Vueling en Iberia, in navolging van Spanair naar die nieuwe T1 zijn verkast en daar inmiddels 70% van het dagelijkse vliegverkeer wordt afgehandeld, blijkt de oude T2 ineens vrijwel overbodig geworden. Desolaat was de aanblik vanmiddag, vooral in het oudere deel van Iberia en Clickair (foto boven) waar een rij van 40 incheck-balies niet meer wordt gebruikt. En het nieuwere deel van de oude T2, waar nu de KLM huist, heeft wel een meer glanzende vloer en feller licht, maar vrolijk word je ook daar niet. De weinige activiteit die er nog is zal ook goeddeels verdwijnen, want in oktober gaan KLM, AirFrance en hun partners van SkyTeam naar de nieuwe T1.
En al hebben de passagiers van de T2 het grote voordeel geen grote rijen voor de bagage-en andere controles aan te treffen, ze zullen ook schrikken van alle gesloten winkels en barretjes die ze er aantreffen. Binnenkort lopen de meeste huurcontracten af en veel ondernemers zullen concluderen, net als die van deze Caffè di Fiore in de vertrekhal, dat de T2 niet meer lonend is. Niet voor niets hebben de meeste van hen al één of meer zaken in de T1 geopend.







Toen kwam er bijna niemand, was San José nog een idyllisch plaatsje aan de kust. Ook nu is Cabo de Gata nog redelijk onherbergzaam en maagdelijk, zonder al te veel voorzieningen, maar in augustus is het er te druk, zoals overal. Het voorjaar of september is ideaal om de droogste streek van Spanje te bezoeken, met zijn ongelooflijke strandjes (Playa de los Muertos, Mónsul, Genoveses), met de restaurantjes in Aguamarga op het strand, met deze (op de foto) verlaten goudmijnen in Rodalquilar, waar een mooi 

Maar dan de Nederlanders: in juli kwamen er 317.817 naar Spanje (geen idee hoe ze dat zo exact berekenen, maar het zal wel bij benadering zijn), en dat waren er 22,5% minder dan in juli vorig jaar. Bijna een kwart minder! Gaan we ineens zó weinig op vakantie? Of zijn we Spanje zat?


dat een Nederlander er ooit had laten bouwen.
Engelsman, niet één Italiaan. En we gingen naar het zwembad van de camping in Recoubeau en voelden ons in een Center Parks- of Landal-zwemfestijn. Ik sneed er bovendien twee vingers diep open aan de glijbaan. Rotland, Frankrijk…
verdedigen, met een paar fotootjes. De Costa Brava dan vooral, de kust die samen met die van het Baskenland het dichtst bij Nederland ligt (tussen de 1300 en 1500 kilometer) en die toevallig precies honderd jaar geleden van een plaatselijke schrijver-journalist deze naam kreeg: de wilde, woeste kust.
Ik ging er laatst weer eens op speurtocht naar kleine paradijsjes aan de Middellandse Zee. Natuurlijk, alles is al ontdekt, zeker zo dicht bij huis, maar toch is het mogelijk in augustus, de topmaand in Spanje, rustige strandjes aan te treffen. Ook als je geen zeiljacht hebt dat in één van die baaitjes kan
aanleggen die over land onbereikbaar zijn.
beschermde heuvels van Cap de Creus te wandelen. Maar na al dat gezweet heb je ook wat: bijna niemand op het kiezelzand, slechts wat bootjes in de baai. Het moet er alleen niet waaien, dan word je er gek.
de plaatselijke vissers er hun feest. Alles wat zij overdag hebben gevangen nemen zij mee naar deze baai, waar ze het ‘s avonds zelf bereiden en vervolgens de hele nacht opeten en wegdrinken.
Over zo’n busreis, dus. Vroeger deed ik het altijd: 24 uur vanuit Nederland met de Iberbus naar Barcelona; was de goedkoopste optie. Keek er toen nooit van op als de chauffeurs bij het eten een wijntje namen, met nog 20 uur voor de boeg. Als 20-jarige zie je de risico’s niet.