Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Een ‘exclusieve’ Máxima-reis naar Argentinië

Nu het AD met een officieel persbericht is gekomen (zie hieronder), mag ik zelf ook eindelijk verklappen waarom ik begin april een dikke week in Argentinië was; de concurrentie ligt op de loer, dus zou het niet slim zijn geweest al weken tevoren victorie te kraaien, en zeker niet over een hype als de 40ste verjaardag van de prinses. Al is er de meeste, en terechte, lof voor Erwin Olaf, die Máxima urenlang mocht portretteren in de tuinen van paleis Noordeinde (de sessie duurde het dubbele van de oorspronkelijk geplande tijd), mag ik ook een aandeel in de exclusiviteit van deze glossy, die morgen bij het AD verkrijgbaar is, opeisen: voor het eerst, en voor het laatst, hebben de ouders van Máxima, Jorge en Maria, plus haar broer Martin, plus haar allerbeste jeugdvriendinnen uit Buenos Aires met een journalist willen praten. En zo ontstond er in dat prachtige land een mooi en betrouwbaar verhaal over de jeugd van het Argentijnse burgermeisje tot ze op haar 25ste naar New York vertrok. Zelfs bij de RVD vonden ze het opmerkelijk dat we in zo korte tijd zoveel mensen zo ver kregen om al het ruim 10 jaar durende zwijgen te doorbreken; een bewuste keus trouwens van alle betrokkenen, en niet nadat ze Máxima zelf hadden ingelicht en zij, denk ik, haar goedkeuring had gegeven. Waarschijnlijk had ze zelf ook veel zin in een mooi verjaardagscadeau.

Een klein tipje van de journalistieke sluier opgelicht: een heerlijke fles Argentijnse Malbec uit Mendoza in het restaurant Tinto Bistro van broer Martin in Villa la Angostura kan wonderen doen. En een anecdote: vroeger reed de hele familie Zorreguieta in de auto de 1.700 kilometer naar dit dorpje in Patagonië en overnachtten zij in een stadje dat Neuquen heet.

Hieronder het persbericht:

Prinses Máxima is ter gelegenheid van haar 40ste verjaardag volgende week, vereeuwigd in een bijzondere fotoreportage van Erwin Olaf. Het AD gaf de fotograaf opdracht voor deze fotoserie. De foto’s worden zaterdag 14 mei gepubliceerd in een speciaal magazine over de Prinses, dat alle AD-lezers gratis bij hun krant krijgen.

De fotoreportage werd eind april in en om Paleis Noordeinde gemaakt. In de reportage voor het AD heeft Olaf de Prinses op uiteenlopende manieren geportretteerd in een stijl die zijn foto’s uniek maakt.

Christiaan Ruesink, algemeen hoofdredacteur van het AD, is razend trots dat zijn krant voor deze bijzondere gelegenheid foto’s van Prinses Máxima mocht laten maken: ‘Wij wilden graag iets bijzonders doen voor haar 40ste verjaardag, een kroonjaar. We vinden het echt een eer dat we de beste fotograaf van Nederland, Erwin Olaf, wereldwijd bekend om zijn schitterende foto’s, hiervoor konden inschakelen. Over het resultaat zijn we zeer te spreken. Een mooi verjaardagscadeau van het AD aan de Prinses en aan onze lezers.’

Ook Erwin Olaf is opgetogen over het resultaat: ‘De Prinses is een bijzondere persoonlijkheid en ze is een aantrekkelijke vrouw. Dat is fotografisch heel interessant. Ik moet als ik door de camera kijk, steeds uitgaan van haar schoonheid. Erwin Olaf blijft verder discreet over de sessie op het paleis. De relatie tussen mij en iedere persoon die ik fotografeer, is privé. Want ik voel dat als een heel intense relatie. Steeds denk ik bij het fotograferen: dat iemand dit voor mij wil doen. Iedereen is ook altijd moe aan het einde van iedere sessie. De zes medewerkers van mijn studio, het model en ikzelf. Als ik niet moe ben, is het gewoon niet goed geweest.’

Het AD Máxima Magazine verschijnt zaterdag 14 mei in een oplage van ruim 600.000 exemplaren bij het AD. Alle abonnees krijgen het magazine thuisbezorgd. Daarnaast is het bijgevoegd bij alle exemplaren in de losse verkoop. De glossy van 68 pagina’s biedt behalve veel kijkplezier ook leesgenot, bijvoorbeeld een interview met de ouders van Prinses Máxima, die voor het eerst met een Nederlandse krant hebben gesproken. Daarnaast blikt de krant terug op de afgelopen tien jaar van Prinses Máxima in Nederland, komen vijf vrouwen aan het woord die op dezelfde dag als Prinses Máxima zijn geboren, blikt Daphne Deckers (nu 42) terug naar haar 40ste levensjaar en vertellen vijf actrices, waaronder Loes Haverkort en Hadewych Minis, over hun ervaringen als Prinses Máxima.

De vage en drukke grens met l’Hospitalet

Mijn eerste woonplaats in Spanje was l’Hospitalet de Llobregat. Ik dacht, zoals veel mensen, dat het gewoon een wijk van Barcelona was, tot ik ontdekte dat het een stad is (de zestiende in grootte van Spanje, de tweede van Catalonië) met 260.000 inwoners, groter dan mijn Utrecht dus. Stad van de Andalusische immigranten toen, nu van de Zuidamerikaanse. Nergens is echter te zien waar Barcelona in l’Hospitalet in elkaar overgaan, slechts één bord langs de 9.800 meter lange grens tussen beide steden markeert die lijn, boven de Travessera de les Corts, vlakbij het Camp Nou. Verder merk je nooit wanneer je in BCN of L’H bent. Schizofreen is de situatie in de straat Riera Blanca, een oude rivierbedding die vroeger de gemeentes scheidde en waar nu op de ene stoep vuilcontainers van Barcelona staan en aan de andere kant die van l’Hospitalet. Ook de parkeerwachters van beide gemeenten treffen elkaar daar.

Ik ben eens met een fotograaf op stap geweest langs die grens, en we legden een lang rood lint op opvallende plaatsen. Zoals de receptie van het hotel AC Som, dat precies bovenop de grens ligt, net als de nieuwe Ciutat de Justicia, het immense complex van Justitie. En de Fira, de beurs aan de Gran Vía, die ook ‘gesplitst’ wordt. Veel Barcelonezen zeiden me vroeger dat ze niet naar l’Hospitalet durfden, dat het een onveilige stad was. Grote onzin, het leven was er op straat nog leuker en drukker dan in Barcelona. Voor wie één keer dat leven daar wil ontdekken: neem de blauwe metrolijn, stap uit in Pubilla Cases en ga vroeg in de avond naar het straatje Luarca: zo’n twintig terrasjes met heerlijke tapa’s zitten er altijd bomvol met de lokale bevolking. Nooit een toerist te zien, natuurlijk.

Het enige oorspronkelijke huis van de Barceloneta

Je zou het niet zeggen, maar dit huis is uniek in Barcelona. Niet zozeer om zijn naam, de Casa del Porrón of Porró, wat zo’n typisch Spaanse drinktuit is en wat ook de naam was van het restaurant dat hier jarenlang was gevestigd. Het huis is uniek omdat het een beetje oud is, eind 18e eeuw, en vooral omdat het nog één van de weinige bestaande bewijzen is van hoe de wijk Barceloneta er in den begginne uitzag. De Casa del Porró is het enige huis in de hele wijk dat op de ‘kop’ van een blok ligt en nog de oorpsronkelijke begane grond met één verdieping heeft. In de rest van de wijk gaf een vroegere Franco-burgemeester ooit toestemming om er nog eens twee of drie verdiepingen bovenop te bouwen, en zo zijn die straatjes ontstaan waar de drogende was aan het rek van overburen op vier hoog elkaar lijkt te raken.

Barceloneta werd vanaf 1753 op aan zee veroverde grond gebouwd – onder leiding van een Vlaamse militaire architect, Joris Prosper van Verboom – nadat honderden huizen in de nabijliggende wijk Ribera waren gesloopt om daar de Ciutadella-burcht neer te zetten. Maar die blokken in de Barceloneta mochten niet meer dan die ene verdieping hoog zijn om zo het ‘zicht’ van de kanonnen op de haven en de zee niet te ontnemen. Kanonnen zijn er niet meer in de Ciutadella, na een wereldexpositie eind 19e eeuw omgetoverd tot een heerlijk park, dus kon Barceloneta in de hoogte groeien.

Ook dit Casa del Porrón stond op de lijst om een nieuw woningblok van vier verdiepingen te worden. De bouwval, aan de straat Sant Carles, was al door een aannemer gekocht en de toestemming voor de bouw was al verleend toen de gemeente besloot het unieke huis te ‘redden’. De aannemer kreeg ter compensatie een stuk grond met bouwval ergens verderop in de wijk en het gemeentebestuur plande een cultureel centrum in het Casa del Porrón, dat nu wordt verbouwd. Slechts de gevel is blijven staan, de rest is allemaal nieuw, en de officiële bouwplannen tonen nog eens hoe klein de mensen in de Barceloneta altijd (en nog steeds) hebben gewoond: de bar op de begane grond was 70,73 vierkante meter, net zo groot/klein als het oppervlakte voor de twee woningen op de eerste verdieping, dus 35 m2 per woning, en die bestond echt niet uit één kamer.

TV-manipulatie van de overtreding Pepe-Alves?

Dan toch maar geplaatst, want de bewijzen cq twijfels stapelen zich op. Een voorbeeld van hoe ver de gekte rond Real-Barça hier in Spanje zelfs de journalistiek volledig in de war maakt. De ultraconservatieve zender Intereconomia, met het goedbekeken pro-Madrid voetbalprogramma Punto Pelota, zou de slowmotion-beelden van de overtreding van Pepe op Alves hebben gemanipuleerd, door in één videoframe het been van Pepe ‘in te korten’ en hem zo vrij te pleiten van die rode kaart, beelden die Real Madrid bovendien naar de UEFA heeft gestuurd. Kan dat, zo spelen met videobeelden? Geen idee. Maar het debat is er, op straat, op TV en op internet. Oordeel zelf. of verbaas je gewoon een beetje, over die hysterie. (Boven een still, hieronder bewegend ‘bewijs’.)

Mourinho en Madrid begrijpen het niet

Eensluidende vette koppen vandaag in de twee sportkranten van Madrid, AS en Marca. ¿Por qué? Waarom? Het was de repeterende vraag van José Mourinho gisteravond na de 2-0 nederlaag in eigen huis tegen FC Barcelona, waardoor de finale van de Champions League ineens heel ver weg is voor Real. Mourinho kwam met tal van insinuaties, dat Barça bij de UEFA een streepje voor heeft omdat het Unicef op het shirt heeft staan, dat álle scheidsrechters een speler van Mourinho rood geven als hij tegen Barcelona speelt, dat het beschamend is dat Guardiola op deze manier een Champions League wint, en een lang etcetera van een zeer slechte verliezer.

Waarom verloor Real Madrid? We geven, vanuit Barcelona, graag antwoord: omdat Mourinho zonder één van zijn drie dure centurmspitsen (Benzema, Higuaín en Adebayor) begon, drie nummers 9 die overal ter wereld in de basis zouden staan. Omdat Pepe al wedstrijdenlang een rode kaart verdiende en belachelijk hard met gstrekt been doorging op Alvés en omdat Marcelo opzettelijk de noppen in het been van de gevallen Pedro zette en daar niet rood voor kreeg. Omdat Mourinho zijn spelers zo opfokt dat ze zichzelf niet meer zijn. Omdat Real Madrid in de drie laatste wedstrijden een gierig, defensief, hard voetbal speelde dat onwaardig is voor een club met zo’n palmarès. Omdat die ‘koninklijke’ in eigen stadion genoegen nam met slechts 30% balbezit. Omdat Mourinho schijt heeft aan miljoenen kijkers in de hele wereld en resultaat ten koste van alles wil bereiken. Omdat Mourinho in persconferenties voor- en na de wedstrijden alleen maar over scheidsrechters, volle programma’s en tegenstanders klaagt. Omdat de Portugees de toch al grote rivaliteit tussen Real en Barça tot ongezonde hoogte opschroefde. Omdat hij gisteren na afloop niet over dat vreselijke voetbal van zijn eigen ploeg wilde praten. Omdat hijzelf, tegen de regels van de UEFA in, gisteren voorkwam dat het lange gras besproeid zou worden om zo te voorkomen dat de bal bij Barcelona snel zou rollen. Omdat, omdat, omdat…

Bijna kreeg Mourinho met zijn zielige show Barcelona van zijn stuk. Tegen dit Madrid konden de Catalanen, na de fabuleuze 5-0 in de competitie, niet meer schitteren. De tegenstander had zich in loopgraven verstopt en schoot daaruit met scherp, maar niet op doel. Maar gelukkig was daar eerst Afellay, in de Spaanse pers vandaag volop geprezen, en vooral Messi. Altijd weer Messi. Liever Messi dan Mourinho. Duizende keer.

Máxima 40

Prinses wordt binnenkort 40. In Argentinië zijn ze al volop bezig met de voorbereidingen van dat verjaardagsfeestje, ze is overal aan de rand van de weg te zien. En in Nederland zijn er natuurlijk slimmeriken die er ook al op inspelen: http://www.maxima40.nl. (Voor andere slimmeriken, want je weet nooit met internet: op de foto’s op dit blog bestaat een copyright…)

Natte Pasen

Ja, iedereen uit Nederland mag sms’jes, tweets en mails blijven sturen over de prachtige Paasdagen daar. We gunnen het iedereen van harte; kun je ook eens ontdekken waarom je door het mooie weer vrolijker mensen krijgt, al heb ik al een enkeling horen klagen dat het eigenlijk te warm is om te fietsen… Tja. En zoals dan meestal gebeurt, met een hogedrukgebied boven Noord-Europa, dan dalen hier de milibars of hoe ze ook mogen heten en breekt er om vijf uur ’s nachts de hemel boven je open, met donder en bliksem en bakken water, waardoor je direct weer nuchter bent. Miraculeus genoeg trouwens ontsnapte Sant Jordi gisteren aan dat slechte Paasweer in heel Spanje. Een zonnige dag, al die vrouwen met een roos -en mannen met een roos op weg naar hun geliefde-; ik blijf het de mooiste feestdag van het jaar vinden, en dat zal ik elk jaar blijven herhalen.  Voor mezelf duurde de vrolijkheid vandaag nog een beetje door. Mijn opdracht was gisteren voor de krant een Japanner te vinden en te kijken hoe hij Sant Jordi beleeft (in de Sagrada Familia werd een herdenking voor Japan en zijn aardbeving- en tsunamislachtoffers gehouden, vandaar). In de buurt van de Pedrera van Gaudí kun je altijd Japanse toeristen vinden, en ik trof drie vrolijke 21-jarige meisjes aan die, nadat ze zeker wisten dat deze onbekende hen niet ging beroven, graag wilden meewerken. Ik kocht voor alledrie een roos op voorwaarde dat ik foto’s van hen mocht maken en zij zagen zich vandaag, waarschijnlijk verbijsterd, terug op de voorpagina van El Periódico… Een foto, al zeg ik het zelf, om vrolijk van te worden.

Een geheime oasis in Montjuïc

De berg Montjuïc, waar 30 jaar geleden nog enkele grote krottenwijken de flanken vervuilden, ligt vol met enkele van de mooiste parken en tuinen van de stad. Onlangs zijn de Jardins Costa i Llobera heropend, na jaren werkzaamheden: vlak boven de Ronda Litoral, op de slingerweg naar Miramar, is deze tuin beroemd om de vele soorten cactussen die er staan, sommige van ongekend groot formaat. Maar dit stukje gaat over een andere kleine oase, vlak achter het paleis dat het MNAC (Museu Nacional d’Art de Catalunya) herbergt: vlak naast de roltrappen richting het Olympisch stadion kun je de vrij kleine en anonieme toegang zien tot de Jardi Botànic Històric, de oude botanische tuin (de nieuwe ligt precies aan de andere kant van het stadion, hoger op de berg).

Deze historische tuin, al in 1930 rond de Wereldtentoonstelling aangelegd, is een soort kleine vallei waar het gemiddeld vier graden kouder is dan in de rest van de stad. De zon dringt er maar moeilijk door, onder drie van de hoogste bomen die er in de stad Barcelona staan, waaronder een immense es uit Pennsylvania. Straks, als het weer bloedheet wordt in de stad, een heerlijk plaatsje om te vluchten, ook van het lawaai van het verkeer en van de toeristische drukte, want bijna niemand die er naar binnen gaat.

UPDATE: Ik krijg inmiddels veel vragen hoe je er komt; slordig van me. Hieronder een kaartje: vanaf de Plaça d’Espanya de roltrappen op tot het oude paleis, nu het MNAC (dat ook, gratis, van binnen te bewonderen is; prachtig!). Rechts achter het MNAC, bij de parkeerplaats, waar de roltrappen verder gaan naar het Olympisch stadion, is de ingang van de tuin.

Consulaat-generaal in Barcelona moet (niet) dicht

Wij, die in en rond Barcelona wonen, vinden deze stad natuurlijk belangrijker en leuker dan Madrid. Wij vinden dat Barcelona net zo goed een hoofdstad is (van Catalonië) als Madrid (van Spanje). Wij vinden het ook wel logisch dat de Nederlandse ambassade in Madrid is gevestigd, maar hebben het ook altijd meer dan normaal gevonden dat Barcelona ook een belangrijke dipomatieke post van het Koninkrijk der Nederlanden heeft, een consulaat-generaal. Zoals alle grote ‘tweede’ steden als New York, Los Angeles, Istanboel, Milaan en Shanghai dat moeten hebben, zeker als ze zo ver van de hoofdstad liggen.

Zelf kom ik er niet zoveel, op het consulaat; eens in de vijf jaar om mijn paspoort te verlengen. Maar ik ken de mensen die er vaak al meer dan 10 of 20 jaar werken, en weet wat voor een bindende en ondersteunende factor zo’n consulaat soms is, vooral voor de Nederlandse ondernemers hier. Het Wilhelmus op Koninginnedag mogen ze mij besparen, maar de honderden Nederlanders die elk jaar weer in en rond Barcelona worden beroofd zou ik toch niet hun consulaire steun willen ontzeggen. Maar die gaat dus verdwijnen.

Bij het consulaat, in een zijstraat van de Diagonal, roken ze al langer onraad. Maandag kwam het bericht dat Buitenlandse Zaken negen  ambassade’s  (Ecuador, Uruguay, Bolivia, Nicaragua, Guatemala, Kameroen, Burkina Faso, Eritrea en Zambia) wil sluiten en één consulaat, dat in Barcelona. Er gaan 200 banen in het buitenland verloren. Je kunt je ook wel afvragen waarom een klein land in Nederland nog werkelijk óveral een ambassade moet hebben; sommige diplomatieke diensten en aangelegenheden zijn van een ouderwetse, feodale periode en doen me denken aan prachtige films over Indochina of Afrika waar diplomaten in woelige tijden onder een whisky bleven  samenzweren. Maar wij, hier in Barcelona, betreuren natuurlijk de sluiting van dit consulaat, en worden graag vrienden van de facebook-pagina waarop je tegen die sluiting kunt ageren. Over twee weken is er een afgeslankte Koninginnedag-receptie van wat de oudste Nederlandse diplomatieke post op de hele wereld schijnt te zijn; ik vrees dat het een soort begrafenis wordt.

Boeken in een theater, of een kerk

Ja, soms is de huisvesting van de vorige huurders of eigenaren overbodig geworden, gaan er ineens minder mensen naar het theater of naar de kerk, wat soms hetzelfde is. En wat moet je dan, met zo’n theater? Je maakt er, bijvoorbeeld, een boekwinkel van, zonder het originele decor te wijzigen. Dit was een tip van een trouwe lezeres, Nederlandse met Argentijns bloed uit Córdoba: ik móest naar Ateneo Gran Splendid aan de Avenida Santa Fe, één van die vele levendige avenues die Buenos Aires rijk is.

Inderdaad, móóie boekwinkel, in dat oude theater, waar je boeken in de vroegere loges kunt doorbladeren. Al stond ik er wel versteld van hoe weinig kasten besteed waren aan Argentijnse en Zuidamerikaanse literatuur. Alsof ze daar zo weinig zouden schrijven, maar tegenwoordig wordt er steeds meer ruimte gemaakt voor een ander soort boeken, van ‘zelfhulp’ tot biografieën, van mooie fotoboeken tot snel verkopende ‘media-auteurs’.

In Buenos Aires zijn ze terecht trots op deze boekwinkel, die nummer twee stond in een lijst van The Guardian over de mooiste boekwinkels van de wereld. De nummer één? Daar ben ik nog nooit geweest, maar hij is een stuk dichter bij: Selexyz Dominicanen in Maastricht, in een oude kerk. Teken dat het wel steeds slechter gaat met het geloof. Ik danste al in 1987 in een disco in New York die Limelight heette en een oude kerk bleek te zijn, in Amsterdam hebben ze al heel lang Paradiso, en ook Barcelona heeft een boekwinkel (La Central) in een oude kerk. Weet trouwens niet of ze er de bijbel verkopen, maar het zal wel. En er is natuurlijk ook een hoek vol kinderboeken.