Laatst tussen de middag wat gegeten (‘gelunched/geluncht’ vind ik nog altijd vreemd klinken voor een stevige middagmaaltijd in Spanje) met collega’s en we hadden het niet over vrouwen of auto’s of voetbal maar over koken. Eentje zocht een olie om te wokken en ik vertelde hem dat twee straten verderop één van de vele Chinese supermarkten arachide-olie verkocht; ideaal voor wokken, ook al omdat de olijfolie zo’n overheersende smaak aan je net gewokte groente kan geven.
Wokken? Vroeg één van de andere collega’s. Wat is dat? (Letterlijk hadden we het natuurlijk niet over ‘wokken’, want een werkwoord als woquear bestaat hier nog niet, maar we hadden het over de wok als pan.) Het kan in Nederland mensen verbazen, maar in Spanje weet, schat ik, driekwart van de bevolking (nog) niet wat een wok is. Spanje heeft een goede eigen keuken en veel mensen kijken daarom ook niet verder.
Nou is er de laatste jaren wel veel veranderd. Altijd met zo’n drie, vier jaar vertraging ten opzichte van Nederland komen ook hier nieuwe kook- of eettrends naar boven, dus is er allang een hausse van populaire Japanse restaurants, maar het was wel lang wachten. (Tot voor kort waren de smaakloze Chinese restaurants het enige oriëntaalse hier; nu zijn sommige van die Chinezen zo slim om een ‘Japans restaurant’ te beginnen, want dat is in de mode en wij zien het verschil in de keuken en bediening toch niet; tót ze me in één van die tenten niet in staat waren de soja-mirinsaus bij de tempura te serveren.) Nu zijn er zelfs een paar wok-restaurants in Barcelona, één heel leuke van een verspaanste Thai die al jaren bestaat, Wok & Bol in de calle Diputació, dichtbij de Passeig de Gràcia, en (op bovenstaande foto) een soort self-service (het eten wordt in een wok opgewarmd waar je bij staat) Salta geheten, in Provença, óók naast de Passeig de Gràcia.
En het lijkt vooral dat de jongere, stedelijke Spanjaarden de enige klanten voor die buitenlandse restaurants zijn. Voor een heel groot deel onder de (niet zo) ouderen en op het immense platteland klinken wok en sushi als vreemde besmettelijke ziektes.

Ik merkte het ook op de twee vluchten terug uit Nepal: de grote Airbussen van Qatar Airways zaten half leeg. Heerlijk voor de passagiers natuurlijk; en de service was er niet minder om, met o.a. al die individuele schermpjes waarop je tientallen recente én klassieke films kunt kijken, videospelletjes kunt spelen en de progressie van de vlucht kunt volgen. Vanzelfsprekend is er voor de moslims onder ons een extra detail (zie hiernaast), al heb ik op geen enkele van de vluchten één van hen knielend in het gangpad of tussen de toiletten zien zitten.
Hartstikke blij waren de Catalanen dat in de afgelopen drie jaar de traditionele politiekorpsen nagenoeg uit het straatbeeld van Barcelona en de rest van Catalonië verdwenen. De Policía Nacional en vooral de paramilitaire Guardia Civil waren niet bepaald populair, sinds zij de
enthousiasme van de bevolking is sindsdien snel gedaald. Te vaak werden arrestanten op één van de bureau’s te hard geslagen, te vaak moesten de laatste maanden agenten van de Mossos wegens misdragingen worden berecht.



ook nog sneeuw en een beetje regen. Loodzware dagen, de tweede met meer dan 7.000 traptreden (dat is 15 keer de Domtoren in Utrecht, om een idee te geven) en die treden zijn dan ook nog onregelmatig en soms akelig hoog. Ik kwam zwaar hijgende mensen tegen, met zeker nog anderhalf uur klimmen te gaan en een enkeling zelfs op sandalen, van wie ik me afvroeg wie hen in hemelsnaam deze paden had opgestuurd.
Ik kende hem al van de vorige keer, met rechts de afgrond van de Trisuli-rivier en stukken vangrail die ontbreken op plaatsen waar er al eens een bus of vrachtwagen naar beneden is gestort, dus had ik er niet zo’n zin. Heb het met een piepjonge chauffeur echter overleefd, ondanks de laatste anderhalf uur in het pikkedonker. Hebben geen enkele voetganger of fietser overreden en zijn ook niet precies tussen de twee koplampen van een vrachtwagen beland, al leek het er soms wel op.

’s Avonds blijft het donker, want de stad heeft nauwelijks stroom. Al het geld is de laatste jaren in wapens ge”investeerd om de maoisten te bestrijden. Die oorlog is voorbij, maar aan infrastructur ontbreekt het in het armste land van Azi”e. Dus zit de hoofdstad 16 uur per dag zonder stroom; bedrijven als hotels en restaurants die willen blijven functioneren hebben hun egen generatoren, maar op straat is zelfs de drukke toeristenwijk Thamel ’s avonds om een uur of acht spookachtig.