Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Vanuit een klein karretje naar het ziekenhuis

Het plaatje ziet er prachtig uit: vrolijk en romantisch stel in een grappig wagentje op een rustige straat op de Montjuïc, met de in de zon blakende stad op de achtergrond. Het plaatje wat ik zojuist zag – helaas geen foto kunnen maken – was minder idyllisch: een bestuurder van zo’n GoCar in een ambulance getild en zijn wagentje verfrommeld op de hoek van Passeig de Gràcia met Consell de Cent op een toch qua verkeer rustige zaterdag. Het lijkt me een onding, deze uitvinding om de stad te ontdekken. Het autootje heeft een GPS-systeem dat je automatisch langs de belangrijkste monumenten leidt, maar je moet dat doen tussen het gewone verkeer. De GoCar is echter zó laag, komt nog geen meter boven de straat uit, dat automobilisten en vooral buschauffeurs het ding soms amper zien. En als de bestuurder ook nog onbekend is met Barcelona en de instructies van zijn TomTom op het laatste moment opvolgt, krijg je gevaarlijk slingerende taferelen door de stad.

Nee, geef mij de fiets dan maar – ik heb het al vaker gezegd en geschreven. Er zijn inmiddels talloze bedrijfjes die toeristische fietstochten door Barcelona organiseren en dat blijkt zo’n succes dat één van de pioniers, Baja Bikes, die meestal op de opvallend oranje fietsen van Budget Bikes zijn tours uitvoert, inmiddels een heuse ‘multinational’ is geworden: Eric en Rigtmar hebben filialen in Madrid, Valencia, Sevilla, Londen en Rome geopend.

De vraag naar fietstours is in de zomer het laagst, waarschijnlijk omdat de meeste mensen het te warm vinden om drie uur lang te fietsen. Dan is de grappige, ook in Amsterdam rijdende Trixi een aardig alternatief. Redelijk nieuw in het straatbeeld zijn de steps, ogenschijnlijk ook al in georganiseerde tochten. Maar voor wie zich het minst wil vermoeien en in één dag zo véél mogelijk van Barcelona wil zien blijft de Bus Turístic de beste optie; het is ook de duurste, dat wel, én je moet op de Plaça de Catalunya soms in een lange rij gaan staan – pak die bus dus op allerlei plaatsen behalve daar…

Geen voedingsbodem voor een Spaanse Wilders

Het zou een nachtmerrie voor Geert Wilders zijn: in slechts zeven jaar heeft Spanje er vijf miljoen inwoners bijgekregen, is het gegroeid van 40,9 miljoen naar 45,8 miljoen burgers, en van die groei komt zo’n 84% voor rekening van immigranten. Of misschien had de PVV-leider het niet eens zo erg gevonden, omdat van al die inmigranten een grote meerderheid uit Zuid-Amerika en Roemenië komt en dus meestal niet de islam als geloof aanhangt.

Natuurlijk, het is een authentieke immigrantentsunami die Spanje heeft overspoeld, mede omdat de regering gedurende een periode de poorten tot legalisatie wijd open zette, maar het heeft niet geleid tot de oprichting of gegroeide populariteit van een anti-immigrantenpartij. (Tegenwoordig moet je oppassen, mag je niet extreem-rechts zeggen wat extreem-rechts is; één voorspelling: als Wilders de volgende verkiezingen wint, zullen de media uit alle buitenlanden het over een ‘opvallende triomf van extreem-rechts in het vroeger zo tolerante’ Nederland hebben, net zoals wij de Fransman LePen nooit als populist maar als extreem-rechts hebben bestempeld.)

Sorry, terug naar Spanje, waar sinds 2002 soms per jaar 1 miljoen nieuwe buitenlanders het land in kwam, en niet als toerist. Misschien kon het immense land het ook wel hebben: Spanje is daarvoor nooit een groot immigratieland geweest. Het verschil met Nederland valt je op als je, bijvoorbeeld, op Rotterdam-Alexander de trein neemt of in hartje Barcelona de metro. Spanje had slechts één kolonie met gekleurde mensen, Ecuatoriaal Guinea, een daarvandaan kwamen er in de jaren zestig  niet zo veel naar hun ‘moerderland’. Dus is Spanje, ondanks het latijnse uiterlijk, altijd een vrij blank en bleek land geweest. En ook nu nog zijn de meeste immigranten voor het ongeoefende oog van de westerse toeristen niet op te merken, die zien het verschil tussen een Spanjaard en een Ecuatoriaan nauwelijks. De lokale bevolking doet dat wel: een stad als l’Hospitalet de Llobregat, waar ik mijn eerste Spaanse jaren tussen 1988 en 1993 tussen de Andalusische immigranten doorbracht, is nu Quito of Santo Domingo in het klein geworden. Dat leidt tot conflicten, maar die zullen wel zo minimaal zijn dat ze hier nauwelijks de kranten halen.

Die ongeremde groei zal trouwens de komende jaren vrijwel tot stilstand komen; veel immigranten zijn ook alweer vertrokken, vanwege de hoge werkloosheid. Het is hier niet meer het paradijs. Slechts in enkele concrete wijken komt het aantal buitenlanders in de buurt van de 50%. Nog geen voedingsbodem voor een Spaanse Wilders dus.

Slapen als god in Nederland

Is ook leuk als je ‘ver weg’ woont en af en toe terugkomt in Nederland: ga je (soms) slapen in hotels waar je anders, als inwoner van het kleine Nederland, nooit zou zijn verbleven. Je kunt natuurlijk bij je ouders, broer of andere familie gaan logeren, wat natuurlijk altijd de beste en goedkoopste optie is, met de ouderwetse gezelligheid, het ontbijt aan de keukentafel, en waarbij je dan maar even moet vergeten dat de meeste mensen in Nederland in dit soort slaapsteden wonen waar je na zes uur ’s avonds zelfs geen eenzame hond meer over straat ziet lopen, maar waar het ook overdag heel erg stil kan zijn.

Maar soms gaat de (werk)dag en de gastronomische avond in Amsterdam of Rotterdam nog heel lang door en is het handig dáár te kunnen blijven in plaats van een gore nachttrein te nemen en van uitzichten te gaan genieten waar normaal gesproken alleen de toeristen zich nog maar voor interesseren.

Prachtig is het, in goed gezelschap vanzelfsprekend, te gaan slapen in Hotel Pincoffs van mijn oud-collega’s Karen en Edwin aan de Rotterdamse Stieltjesstraat, dichtbij het al sinds mensenheugenis gekraakte Poortgebouw, en vóór het sluiten van de gordijnen nog even een blik te werpen, vanuit comfortabele fauteuils, op de winderige Maas en het Noordereiland. Mensen die veel gereisd hebben weten wat een hotel écht moet hebben om je op je gemak te voelen…

Datzelfde gevoel overvalt me bij mijn vaste, jaarlijkse bezoek aan Ambassade Hotel in Amsterdam, waar ik altijd van de uitgeverij (Nieuw Amsterdam;  ja, sorry, even wat her en der reclame maken) mag overnachten. Heb er na talloze bezoeken nog nooit op dezelfde kamer geslapen en geen kamer is gelijk aan de anderen, in het rijtje herenhuizen waar je vanuit de ene kamer zicht heb op de Herengracht en uit de andere op de Singel. De mooiste? Helemaal bovenin, kamers met een trapje en onder één van de authentieke Amsterdamse daken.

Dan wordt Nederland toch wel een beetje leuk, ook al is het windkracht 9.

Wegenbelasting, kilometerheffing of tol

snelweg

Paar dagen in Nederland. Kranten staan vol over de kilometerheffing.  Zie vandaag hoe de overheid dat precies wil gaan aanpakken: overal waar je rijdt (of bijna overal) wordt je auto door een speciaal apparaatje geïdentificeerd. Nee, zegt de regering, we hoeven niet voor Big Brother-achtige taferelen te vrezen. Oh, nee? En als de politie of wie dan ook toch eens wil weten wie waar wanneer was? Even de autotracker nakijken, moet eenvoudig zijn…

Over wegenbelasting gesproken. Dat is ook één van de aangename kanten van Spanje. Betaal voor mijn Hyunday Tucson iets van 110 euro… per jaar. Zie dat ik in, bijvoorbeeld, Zuid-Hollanda of Utrecht 167 euro per kwartaal zou betalen. In Spanje is de wegenbelasting een gemeentebelasting, en per gemeente kan het van prijs verschillen. Zo is er een klein dorpje in Catalonië, Aguilar de Segarra, waar de wegenbelasting het goedkoopst van heel Spanje is. Voor een kleine middenklasser betaal je er niet meer dan 15 euro per jaar. Dus liet een groot autoverhuurbedrijf er zijn hele vloot van 10.000 auto’s registreren, terwijl er in dat gat slechts 220 mensen wonen. Kwam er zoveel geld door die wegenbelasting binnen, dat het dorp allemaal nieuwe straten heeft kunnen aanleggen, een sporthal bouwen en een lang etcetera met nieuwe voorzieningen.

Niet dat autorijden in Spanje altijd goedkoper is, en zeker niet in Catalonië. Daar worden we, veel meer dan ergens anders in het land, geplaagd door talloze tolhokjes. Geen stukje snelweg is hier onbetaald, en als je elke dag met de auto van Sitges naar Barcelona moet en door de peperdure Garraf-tunnels rijdt ben je elke maand méér kwijt dan de wegenbelasting voor een heel jaar.

De les van verkeersslachtoffers

verkeer1Een dag op een congres van, voor en over verkeersslachtoffers. Hakt er altijd wel in. Niet de koele statistieken, die in Spanje de laatste jaren steeds beter zijn: vorig jaar vielen net zo veel doden in het verkeer als in 1968 – en toen waren er veel minder auto’s. In Catalonië, met veel meer radars dan elders in het land, hebben ze in de laatste 10 jaar het aantal doden met 57% teruggebracht. Dat zijn de cijfers. Maar veel leerzamer zijn de verhalen, van Josep (op de bovenste foto rechts) of Xavi, op de foto onder met zijn twee maanden oude Enzo in de armen. De één zit al 16 jaar in een rolstoel, de ander net vier jaar. ‘Een lot uit de loterij, maar dan een zwart lot’, zei Xavi me. Hij deed niet gek, of onvoorzichtig op het moment van het ongeval. Gleed met 40 km/u op de verkeer2motor uit in een bocht met vuil op het asfalt en kwam met zijn rug tegen de paal van een vangrail aan. Josep was met de auto van de weg geraakt en er was niets met hem aan de hand totdat nog eens een andere auto achterop knalde. Ze lachen allebei op de foto, gelukkig, en gaan naar scholen om tieners hun verhaal te vertellen. Een verhaal dat effect heeft, hoop ik, bij jochies als mijn zoon die op hun brommer of scootertje scheuren. Ook spreken ze ‘wegmisbruikers’ toe, een les die waarschijnlijk harder aan komt dan een jolig  TV-programma over hardrijders. Zo’n 6.000 Catalanen, bijna één op de duizend, komen elk jaar met zwaar verkeersletsel in het ziekenhuis terecht; dat cijfers is de laatste jaren nog nauwelijks gedaald.

De mannen, vrouwen en meisjes in rolstoel vertelden ook over hun leven ná het ongeluk, o.a. de obstakels die er op straat nog altijd bestaan. Jaume, op de bovenste foto naast Josep (ze maken samen een wekelijks radioprogramma over verkeersslachtoffers), had er wel een sterke opmerking over. Hij is vanaf zijn geboorte gehandicapt en zit al zijn hele leven in een rolstoel. Hij weet dat het allemaal wel iets beter is geworden, op straat. “Vroeger zagen de overheden ons  niet, maar op een gegeven moment kwamen er zoveel gehandicapten bij door verkeersongelukken, dat er wel aanpassingen gedaan moesten worden. Ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar dankzij de verkeersslachtoffers is ons leven ietsje beter geworden…”

Het fenomeen ‘urbanizaciones’

© edwin winkels

Het is zo’n typisch Spaans verschijnsel dat ik er niet eens een goed Nederlands woord voor kan vinden. De urbanización. De letterlijke vertaling, urbanisatie, is te lelijk voor woorden, maar beschrijft wél wat het precies inhoudt (en zal ik de komende regels nog wel eens gebruiken). In de jaren zeventig, toen Spanje zich van het juk van Franco ontdeed en zich meer durfde en kon verloorloven, werd het mode een tweede huis te hebben, ook al omdat het eerste allang was afbetaald (zo’n 80% van de Spanjaarden heeft een koopwoning). Eigenaren van stukken land of halve bergen in de buurt van dorpen of steden deelden die grond in parcelen op, lieten er wat bomen kappen en verkochten de parcelen aan mensen die er hun tweede huis wilden laten bouwen.

urbanizacion2Alleen al in Catalonië bestaan zo’n 2.300 van dat soort ‘buitenwijken’, waarvan er 1.500 in slechte staat verkeren. Want niks gebeurde officieel, met papieren of toestemming, toen ze werden gebouwd: er werden geen wegen aangelegd, noch licht, noch water, noch electra, noch vuilniswagen. Iedereen was zelfvoorzienend en het was ook wel idyllisch. Bovendien, de mensen kwamen er slechts de weekeinden, en dan heb je ook niet zoveel nodig.

Maar steeds meer zijn die ‘tweede huizen’ de eerste residentie geworden van mensen die de stad wilden ontvluchten. Waar er een akkoord was, gingen de eigenaren met z’n allen de wegen aanleggen en aan gas- en lichtmaatschappij de nodige voorzieningen vragen. Maar de gemeentes weigerden die urbanisaties te legaliseren en als een officieel onderdeel van het dorp te beschouwen. Dat is de laatste jaren steeds meer veranderd, maar de eerste eis van zo’n gemeente is dat de wijk in ieder geval volledig bestraat is én stromend water en electra heeft voordat zij bij het dorp mag behoren, het vuilnis er wordt opgehaald en de bus er misschien komt.

De Generalitat, de Catalaanse regering, geeft nu 10 miljoen euro om de allerbelabberdste urbanisaties een beetje op te knappen. Maar daarmee zullen de problemen niet voorbij zijn. urbanizacion1Veel ervan liggen middenin de bossen en daar wordt dor en dood hout nooit opgeruimd, wat het brandgevaar nog groter maakt. Voor je het weet smelt tijdens een bosbrand een speelgoedhuis van de kinderen op het terras; maar als dat de enige schade is, valt het nog mee.

Ook was er de laatste jaren af en toe een psychose door de vele gewelddadige berovingen die er in de doodstille wijken op de bergen en in de bossen plaatsvonden. Rijke ondernemers maar ook gepensioneerde arbeiders werden thuis in elkaar geslagen opdat ze vertelden waar de kluis verstopt zat, als ze die al hadden. De laatste tijd is het, wat dat betreft, redelijk rustig. En dát is ook wat iedereen die in zo’n wijk woont aangeeft als de voornaamste reden er niet meer weg te willen: de rust.

Motoren en het knipperende stoplicht

motos ©Ricard Cugat

Een stukje statistieken, altijd leuk. De RACC (de Catalaanse ANWB zeg maar) presenteerde vandaag zijn studie naar motorongelukken in Barcelona. Ik heb er al eens terloops over geschreven, de enorme populariteitvan de motoren in Barcelona. Het is met Rome de Europese stad waar de motorische tweewieler het meest aanwezig is, mede beïnvloed natuurlijk door het weer: écht koud hebben de motorrijders het bijna nooit en de kans om nat te worden is ook niet groot.

Die studie dus, met heel wat cijfers. De belangrijkste, even kort: in Barcelona zelf staan 266.000 brommers, scooters en motoren geregistreerd (liefst 193.000 daarvan tót 125cc) en er rijden ook nog eens 55.000 van de omringende steden door de metropool, samen goed dus voor 321.000 brommers en motoren.motos2 (Dat het moeilijk is die netjes te parkeren, daar gaat de studie verder niet over.) Liefst 48% van al die motorrijders heeft trouwens meer dan 10 jaar ervaring. Degene met de minste ervaring zitten in een vrij nieuwe groep van bestuurders van moderne scooters van 125cc; sinds vier jaar mag je daarop rijden met een B-rijbewijs, mits je al twee jaar ervaring met de auto hebt. Maar door hun onervarenheid met de tweewieler, waarop ze dus nooit een examen hebben hoeven afleggen, is dát de groep die relatief gezien het meest bij ongelukken is betrokken.

Over die ongelukken. Iedereen in Barcelona weet allang hoe de meeste daarvan ontstaan (en bijna allemaal in de Eixample): de motorrijders, altijd op de eerste rij, zien het groene voetgangerslicht knipperen – teken dat het bijna op rood springt – en trekken vast op. Maar van links of rechts komt op vrij hoge snelheid een auto die nog even door oranje rijdt (dat is gesynchroniseerd met het flikkerende voetgangerslicht). Boem, gewonde, dode, brommer of motor helemaal in de vernieling, bestuurder automobiel ongedeerd.

motos4 ©DannyCaminal

In 2007 vielen er in totaal 7.769 gewonden en doden onder motorrijders en passagiers in Barcelona, en ‘slechts’ 3.289 onder automobilisten en hun passagiers. Vorig jaar vielen er 30 doden onder de motorrijders. Een stuk of zes kruisingen zijn het gevaarlijkst, waarvan drie op de Diagonal en de rest op Aragó en de Gran Vía, niet toevallig de drie belangrijkste verkeersaders die door de stad lopen. Dat door rood licht rijden is daar één van de meest voorkomende oorzaken, maar ook geven motorrijders vaak geen richting aan en wisselen ze voortdurend van baan zonder achterom te kijken (of in de spiegel); vanuit de auto zie je ze allemaal zigzaggend aankomen en voorbijracen. Vanzelfsprekend hebben auto’s ook vaak schuld aan die ongevallen, maar de motorrijder komt er altijd het slechtst van af.

honda550cbIk zou graag, na 25 jaar, weer motorrijden, had als 17-jarige met proefrijbewijs al een toen stevige Honda 550. Maar deze cijfers overtuigen je ervan dat in Barcelona in ieder geval niet te doen. Ook de fiets is een kwetsbare tweewieler, maar je gaat er niet zo hard mee en valt dus ook minder hard. Bovendien kun je beter en sneller reageren. 

 

De bergen moet je respecteren

masella2

Afgelopen weekeinde voor het eerst de verwarming aangedaan, na ruim zeven maanden zonder enige activiteit in de radiatoren… Was ook wel nodig, blijkt, want ’s middags en ’s avonds daalde de kou over heel Catalonië neer, ook al blijft het overdag uiterst aangenaam, met de licht verwarmende zon die ons rond de 20º brengt. In de Pyreneeën viel anderhalve meter sneeuw, wat skistation Masella er ongetwijfeld toe brengt komend weekeinde als eerste de witte pistes te openen.

Maar dat mooie weer, die prachtige herfstzon, kan ook bedriegelijk zijn, zeker in die bergen. En geen streek zo verraderlijk, zeggen de experts, als de meest oostelijk gelegen Pyreneeën, die rond de valleien van Camprodón en Ribes de Fresser, zeg maar de weg vanuit Barcelona via Vic recht naar boven toe. Daar blaast de Torb, een wind die tolt en draait en er zaterdagavond voor zorgde dat de eerste twee doden van deze herfst-winter in de bergen te betreuren waren.

Het was een prachtmorgen, zaterdag, en vijf wandelaars zochten de top van de Puigmal op, een redelijk eenvoudig begaanbare berg van 2913 meter. Op de terugweg sloeg het weer binnen vijf minuten om, aldus andere dagjesmensen. Een korte sneeuwstorm, gierende wind, de temperatuur die ineens met negen graden tot onder het vriespunt daalde… De vijf raakten de weg kwijt en werden pas in het donker door de reddingsbrigade’s gevonden.

masellaTwee vrijgezelle zussen, begin veertig, uit Barcelona waren toen al doodgevroren. Vreemd, vond iedereen, want als je een beetje voorbereid en met goede kleding de berg op gaat kom je echt niet in vijf, zes uur om van de kou. Bewijs is dat de andere drie vandaag het ziekenhuis hebben verlaten en geen blijvend letsel hebben. Brandweerlieden, burgemeesters en ervaren bergmensen zeggen het maar weer eens: het is een mirakel dat er niet meer doden in de bergen vallen, zo weinig voorbereid als sommige mensen de toppen opzoeken. Te dunne kleding, geen voedsel of water, slecht schoeisel, geen GPS. Je moet de bergen behalve adoreren en veroveren vooral respecteren en daar herinneren ze ons elk jaar wel enkele malen aan.

Cruijff was nooit De Verlosser

cruijff ©Jordi Cotrina

Tja, daar ga je niet echt van stressen natuurlijk, bondscoach zijn van Catalonië, de ‘spookselectie’ die één keer per jaar, rond de Kerstdagen als alle voetballers het liefst uitrusten, een vriendschappelijk potje speelt dat vooral een nationaal-nationalistisch Catalaans feest moet zijn. De kans is klein dat Johan Cruijff op de bank een hartaanval gaat krijgen; dat risico voor zijn gezondheid – de waarschuwing van zijn hart is alweer van bijna 20 jaar geleden – was de belangrijkste reden dat echtgenote Danny hem smeekte na zijn traumatische ontslag bij FC Barcelona nooit meer in een dugout plaats te nemen. Of ze verbood het hem, dat kan ook. Zou niet de eerste keer zijn.

cruijff salvadorDe Catalaanse bond presenteerde hem gisteren voor liefst 1.000 gasten als het boegbeeld van het Catalaanse voetbal. Nee, hier in Barcelona geen referenties aan de bijnaam ‘De Verlosser’. Nog één keer dan, voor de allerlaatste keer: Johan Cruijff heeft hier nóóit El Salvador geheten. Ik had eens een shirtje aan, gemaakt door zijn Foundation, waarop zijn portret van de jaren zeventig én die bijnaam stonden. Wat draag je in hemelsnaam? vroegen collega’s op de krant. Nou, zei ik, zo heette-ie toch? Hij kwam heel Catalonië toch redden, met onder anderen die historische 0-5 in het Bernabéu? Nee dus. Zelfs aan de oudere supporters gevraagd. Johan was nooit een verlosser, dat zou voor de trotse Catalanen net iets te veel eer zijn. Hij was gewoon El Flaco, de magere. En later, als trainer, noemden de spelers hem God. Maar daar zat iets ironisch in, omdat hij alles (beter) wist.

Trouwens, voorzitter Joan Laporta van FC Barcelona probeerde vandaag Cruijff een beetje Catalaanse cultuur bij te brengen. Een onmogelijke taak, zoals blijkt.

Hemelse jazz voor het hiernamaals

kindofblue1

Bijna anderhalf uur stonden en zaten ze er, vier oude mannen en twee iets jongere saxofonisten. Ze spraken geen woord, lachten geen moment, maakten geen buiging of hoofdknikje naar het publiek. Ze waren in hun wereld, een plaat van vijftig jaar oud. Jimmy Cobb, de 80-jarige drummer, is de enige overlevende van het legendarische sextet dat in 1959 onder leiding van Miles Davis Kind of blue opnam. Hij toert dit jaar met deze mannen door de wereld om een tribute aan Davis te brengen en natuurlijk nog wat geld te verdienen, al was hij vroeger het af en toe zat om alleen maar aan die historische opname van 50 jaar terug herinnerd te worden, terwijl hij toch ook op het niet misselijke Giant steps van John Coltrane meedrumde. Onder anderen.

We verheugden ons er al op en op de vijfde rij van het Palau de la Música is het genot bij dit soort concerten nog groter. Je ziet geen poppetjes ver weg, die op videoschermen groot worden weergegeven opdat iedereen in een gigantisch stadion nog iets kan zien. Op de vijfde rij van het Palau zit je in een jazzclub en hoor je met stijgende emotie die klanken aan die jazzgeschiedenis schreven. Aan Wallace Roney de moeilijkste taak, op trompet Miles Davis in herinnering te roepen.

Ook zo mooi gisteravond: niemand met een cameraatje die foto’s of een video maakte; op YouTube heb ik dan ook slechts een oudere versie kunnen vinden van Roney in het meest aangrijpende nummer, de beklemmende tonen van Blue in green. Slikken, een traantje wegpinken bij een zacht voortglijdende trompet… Had het nog nooit meegemaakt.

Verplaats deze video naar de modernistische kitsch van het Palau, met Roney al een stuk dikker, slecht ter been en achter een grote zonnebril… En na die bijna anderhalf uur kwam er eindelijk een lach op het gezicht van de heren. Hun examen was geslaagd, ze konden elkaar voorstellen en aan de bises beginnen. Jimmy Cobb zei, ter afscheid, dat we elkaar de volgende keer in het hiernamaals zullen tegenkomen. Als daar ook van deze hemelse muziek klinkt, lijkt me dat helemaal niet erg.

kindofblue2