Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

De jacht op de piraten

Soms worden voorbijgangers in Barcelona opgeschrikt door een grote groep meestal Afrikaanse jongemannen die met hele grote zakken hard de straat of de stoep over rennen. Niet schrikken, ze doen niets. Ze lopen slechts hard weg met hun nagemaakte zonnebrillen, handtasjes, DVD’s en andere spullen opdat de politie, die hen weer even is komen ‘pesten’, de hele handel niet in beslag neemt. Vanmiddag vroeg een verslaggever van het Duitse RTL, die me interviewde voor een programma over Barcelona als zakkenrolhoofdstad van de wereld, waarom de politie die ‘arme jongens’ achterna zat en niet de lui die zo’n 120.000 zakken per jaar rollen. (Dat is het aantal aangiftes…) 

Tja. Barcelona mag dan een paradijs voor de kruimeldieven zijn, heel Spanje is het walhalla voor de piraten. De culturele piraten vooral, zij die illegaal muziek, film, videogames en boeken kopiëren. Nergens ter wereld schijnen zóveel mensen zóveel illegaal te downloaden als in Spanje. De branchorganisatie kwam vandaag met wat cijfers, die inderdaad niet vrolijk stemmen (al zullen ze een beetje gekleurd zijn om de eigen belangen voorop te stellen): 95% van de muziek op het Spaanse internet is er illegaal terecht gekomen, 83% van de films op DVD die de mensen kijken is ook illegaal, 52% van de videogames is een piraten-kopie en 19% van de boeken zijn onheuse kopieën. In totaal, zo zegt de branche, derven de ondernemers 5 miljard euro aan inkomsten. Of de regering even wil bijspringen, maar dat is moeilijk in deze tijden van bezuinigingen.

Een gesponsorde etterbak

Eigenlijk zouden we geen woord aan ‘m moeten vuilmaken, maar het fenomeen Jimmy Jump verdient toch een korte uitleg. De 36-jarige Catalaan Jaume Marquet heeft er een sport van gemaakt om iets te doen wat eigenlijk heel erg gemakkelijk is: bij een groot evenement over hekken of reclameborden springen en hopen dat de camera’s zich op hem richten. Natuurlijk is er altijd wel beveiliging, maar als we iets niet meer willen in, bijvoorbeeld, voetbalstadions dan zijn dat van die hoge hekken. Of een rij politie- of veiligheidsagenten voor het podium van het Eurovisiesongfestival waar de ijdele Jimmy/Jaume zaterdag zijn faam definitief in heel Europa vestigde, toen hij het optreden van de Spaanse deelnemer Diges verstoorde. “Ik keek in mijn ooghoeken naar hem om zeker te weten dat hij geen mes of zoiets bij zich had,” zei de zanger. Je weet maar nooit. Dat hele festival is natuurlijk niks aan, maar in dat verre Oslo kenden ze die achtelijk Jimmy Jump niet, konden ze het ook niet zien aankomen, al deden de veiligheidsagenten er lang over de ‘springer’ van het podium te halen; misschien dachten ze dat hij onderdeel van de show was…

In principe is Jimmy een onschuldig type, zonder mes op zak, met op het hoofd het Catalaanse barretina en meestal ook iets van zijn favoriete voetbalclub FC Barcelona, zoals in 2004 tijdens de EK-finale tussen Portugal en Griekenland. Catalonië noch Barça zijn blij met hem. Ze schamen zich voor een figuur dat een eigen website heeft en af en toe een sponsor om zijn zorgvuldig geplande daad uit te voeren. En ook al wil hij geen kwaad, hij kan anderen behoorlijk aan het schrikken maken. En nou vraagt hij via Facebook ook nog of mensen hem willen helpen in Oslo, waar hij een nacht in de cel zat, een boete van 1.800 euro te betalen.

Op grote hoogte met Contador

Een topsporter hoeft niet per se heel aardig te zijn. Maar bij mij winnen ze heel wat punten als ze nog in staat zijn zich als een normaal, toegankelijk persoon op te stellen. De halve wereld gaat het over een maand, als het WK vol onbereikbare vedetten is afgelopen, hebben over het nieuwe duel tussen Lance Armstrong en Alberto Contador. Geen kleur, dat heeft de Spanjaard bij vooraf al gewonnen. Om te beginnen in sympathie. In Nederland kennen we hem te weinig, heeft Mart Smeets van de kijkers Armstrong-devoten gemaakt. Dat fanatieke Amerikaanse, eigenlijk mogen we dat wel.

Niet als je al lang in Spanje woont. Dan ben je al snel op de hand van de Spaanse sporter. Die je trouwens eigenlijk alleen maar goed kent vanuit de kranten, want dieptereportages op TV over de sterren zijn ver te zoeken. Wij zouden ‘onze’ reportage van gisteren zomaar aan die domme, archaïsche TVE kunnen verkopen, maar laten we beginnen om Contador in Nederland wat bekender te maken. ‘Wij van de NOS’ trokken een dag op met de tweevoudige winnaar van de Tour de France. Met Anquetil, Gimondi, Merckx en Hinault de enige renner ook die de drie grote rondes heeft gewonden. Cameraman Dennis achterin mijn auto en Contador en zijn companen van dichtbij volgen op de prachtige Pyreneeënklim van de Palhières.

Contador verkent er deze dagen de vier Pyreneeënetappes. Geen probleem dat een TV-ploeg hem een dag op de hielen zit en hem na het avondeten, in een oud hotelletje in Foix, ook nog eens een interview afneemt. Mooie woorden van een prachtig coureur, maar vooral een heel leuk mens. Waarom hij zo gebleven is? Een tipje van de sluier: “Als je eenmaal een hersenbloeding hebt gehad, voor je leven hebt gevochten en op je 20ste dacht dat je misschien nooit meer zou kunnen fietsen, dan kun je alles veel beter relativeren?”

Meer weten? Over dik een maand pas, in principe de vrijdagavond voor de start van de Tour in Rotterdam, bij de NOS. En beelden zeggen soms nog veel meer dan woorden.

Op de vloed van het smeltwater

Heb het zelf nog nooit gedaan, maar als je de acht mannen en vrouwen gillend in de boot hoort is de verleiding groot. De dit jaar overvloedig gevallen sneeuw in de Pyreneeën is massaal aan het smelten – toch, boven de 2.000 meter liggen er nog dikke muren op de bergwanden – en dat zorgt voor wilde stromen van de anders zo rustige beekjes in de dalen van het massief. De foto is van gisteren in Axat, een dorpje aan de Franse kant van de Pyreneeën, maar zo ver (bijna 3 uur) hoef je vanuit Barcelona niet te rijden om met vrienden een potje te gaan raften.

Vooral in de soms prachtige gargantas (of gorgues in het Frans), letterlijk vertaald ‘kelen’, die door het eeuwige water uitgeholde kloven tussen woeste bergwanden, in het noorden van de provincie Lleida kun je wild en minder wild varen. Je leest weinig over (dodelijke) ongevallen, dus het reële gevaar zal wel meevallen. Als er iets gebeurt, is het meestal domme pech. Kan niet één concreet bedrijf aanbevelen, maar het grotere dorpje Pont de Suert is één van de bekendste rafting-centra. Je kunt ook iets dieper de Pyreneeën inrijden, naar Llavorsí, Vielha, Bassella of Esterri d’Áneu, het laatste dorpje voor je de in de winter altijd dichtgesneeuwde Bonaigua-pas over moet.

Een namaakstrand

Twee foto’s van ongeveer dezelfde plaats: deze is van gisteren…

en deze van zo’n 50 jaar geleden…

Ik heb er al eens eerder over geschreven, maar omdat het één van mijn allereerste berichten was, met toen ongeveer acht lezers van mijn blog, volgt nu een wat uitgebreidere, actuelere uitleg. Op de foto boven zijn ze bezig de stranden van Barcelona te verrijken met 45.000 kuub vers zand, ergens anders voor de kust van de zeebodem gehaald. Het moet zo ongeveer de definitieve zandinjectie zijn, nu er in de zee, vlak voor de kust, enkele dammen onder water zijn aangelegd die de grootste golven tijdens de herfst- en voorjaarsstormen moeten afremmen, waardoor het water niet al dat zand weer teruggeeft aan de zee.

Al dat extra zand is nodig omdat de stranden van Barcelona niet echt zijn. Eigenlijk ligt er voor de stad aan de Middellandse Zee een schrale strook van kiezelstenen waar vroeger slechts vissersbootjes lagen en één van de grootste krottenwijken van de stad, Somorrostro. Die verdween pas eind jaren zestig, maar nog bijna 20 jaar lang bleef de kust, van de stad gescheiden door een muur en het spoor, een plaats waar bijna niemand kwam, behalve het stukje strand en de restaurantjes, de chiringuitos, net voor de Barceloneta. Bij de Olympische Spelen van 1992 kon de atleten een heus ‘privéstrand’ worden geboden en sindsdien ligt er zes kilometer zand waar de stad en zijn toeristen zich kunnen verbranden (het is deze dagen goed te zien dat het warm is: de helft van de toeristen loopt met verbrande benen en hoofden…)

Speel niet met je tom-tom tijdens het rijden

De omgekeerde wereld. In het lange Pinksterweekeinde vielen in Nederland 15 doden in het verkeer en in Catalonië niet één, nul. Oké, er wonen hier de helft minder mensen (bijna 7,5 miljoen), maar lange tijd was het hier (en in heel Spanje) elk weekeinde een slagveld op het asfalt. Kan me herinneren dat, toen ik hier in 1988 kwam, je bijna bang was om de weg op te gaan, want jaarlijks vielen er meer dan 6.000 doden, bijna 20 per dag, een soort Russische roulette achter te stuur.

 Veel is er veranderd, sindsdien. Ten goede. in het jaar 2000 lag het aantal dodelijke verkeersslachtoffers nog net boven de 4.000, vorig jaar was dat voor het eerst onder de 2.000: de 1.897 doden waren het laagste aantal sinds 1964, toen er maar eentiende deel van het huidige aantal auto’s op de weg reed, met snelheiden ook de helft lager dan nu (maar wel een veel krakkemikkerige carrosserie). Die enorme daling heeft veel, zoniet alles te maken met de strengere Spaanse verkeerswetten van de laatste tien jaar, de hogere boete’s ook, het puntenrijbewijs en het veel grotere aantal alcoholcontroles.

Gisteren werd de nieuwste versie van die verkeerswet van kracht, met een groot aantal aanpassingen. Hogere boete’s natuurlijk (vanaf 100 euro, al betaal je de helft als je snel betaalt; aan de agent zelf, mét creditcard, mag ook), waarvan het geld overigens naar nieuwe maatregelen voor de verkeersveiligheid gaat. Nieuwe regels, zoals één voor fietsers: het is nu verplicht in het donker met licht te rijden! En er komen enkele ‘zware overtredingen’ (boete van 200 euro) bij, waarvan één goed is te weten voor de toeristen die met de auto naar Spanje komen: je mag tijdens het rijden niet aan je tom-tom (die we hier gewoon een GPS noemen) frutselen.

(De kop boven het verhaal heeft trouwens niets te maken met de foto eronder; die vrouw verwarde het gas- met het rempedaal.)

In de voetsporen van Zafón en Falcones

Over boeken gesproken: de aantrekkingskracht tussen de schrijvers hier (Barcelona, Catalonië, Spanje) en de lezers dáár blijft groot. Zie dat zojuist De kunst van verliezen (Saber perder) van de héél leuke en aardige regisseur, columnist en schrijver David Trueba in het Nederlands is uitgekomen (hier een interview met hem), én dat het Instituut Jeroen Bosch twee al wat ‘oudere’ boeken uit de kast haalt, megabestsellers De schaduw van de wind en De kathedraal van de zee, om er een een literair weekeinde in Barcelona aan vast te knopen. Op deze blog hadden we vanzelfsprekend al over de ‘plaatsen der delict’ van zowel Carlos Ruiz-Zafón als over Ildefonso Falcones bericht, maar niets is natuurlijk zo leuk als het zelf ook beleven, mét of zónder literaire gids.

De renner, 32 jaar later

Duurde het 51 jaar om De donkere kamer van Damocles van WF Hermans in het Spaans vertaald te krijgen, Tim Krabbé zal zich er net zo over verwonderen dat hij deze week in Madrid de presentatie houdt van de Spaanse versie van zijn historische De Renner, volgens velen van ons nog altijd het beste boek in het Nederlands dat ooit over wielrennen, of de fiets, is geschreven. En dat was in 1978…

Een kleine uitgeverij, Los Libros del Lince, die geen geld heeft om Krabbé ook nog naar Barcelona op promotietour te sturen, heeft het aangedurfd de kleine roman – 157 pagina’s in het Spaans – in dit wielergekke land uit te brengen. Wéér een leuk kado erbij voor onze Spaanse en Catalaanse relaties die ook nog een beetje van fietsen houden.

Waarom Oranje geen wereldkampioen wordt

Op een late vrijdagavond een leuke voetbaldiscussie, op een prachtbalkon dat over de baai bij Sant Feliu de Guíxols aan de Costa Brava uitkijkt, met de vrienden van uitgeverij De Buitenspelers; voetbalgekken, natuurlijk, en wandelende encyclopedieën. Ging over Oranje, en de gekte die de komende weken natuurlijk weer in Nederland gaat ontstaan. Dus zei ik maar – je moet een beetje provoceren – dat Nederland het enige land is waar gedacht en gezegd wordt dat Oranje best wel eens wereldkampioen zou kunnen worden.

Natúúrlijk niet, voegde ik er aan toe, en ik kwam spontaan met een origineel argument, dat ik maar even en public op dit weblog kwak. Laat ik het even vanuit Spanje beredeneren: dat land is voor de meesten de grote favoriet, door de Europese titel van twee jaar terug en door het vertoonde voetbal. Maar ook omdat de spelstijl duidelijk is: Spanje probeert te voetballen als het succesvolle Barcelona en daarom zitten bij de definitieve selectie zeven spelers van Barça, één (Villa) die er komend seizoen gaat voetballen en een ander (Cesc) die ooit de jeugdopleiding van de Catalanen doorliep.

En Oranje? Dat hangt als los zand aan elkaar, heeft geen enkel (club)systeem om zich op te oriënteren, geen kapstok om zich aan vast te houden. Goede voetballers, een deel van hen, succesvol bij buitenlandse clubs, maar er zit geen enkele stevige basis onder, die wél nodig is, zo wijst het verleden uit. Op het WK’74 schitterden we dankzij de Ajax-school en -successen en het EK-1988 wonnen we door de brede basis van PSV, dat net de Europa Cup had gewonnen, aangevuld met de ‘drie van AC Milan’, Van Basten, Gullit en Rijkaard.

En nu, anno 2010? In afwachting van de laatste afvallers zitten in de selectie hooguit vier spelers van één club (Ajax), maar in het beoogde basiselftal zijn dat er maximaal twee: Robben en Van Bommel van Bayern en Stekelenburg en Van der Wiel van Ajax. Verder zijn het allemaal ‘eenlingen’, die in het lange trainingskamp moeten proberen een eenheid te vormen. Spanje, dat vandaag pas bijeenkwam, heeft wat dat betreft al een straatlengte voorsprong…

Jazz bij de kasteelheer (2)

Heb er dit jaar al eens eerder over bericht, maar toen nog zonder kennis van zaken, of zonder praktijkervaring. Dus afgelopen vrijdag maar eens op bezoek geweest bij Albert Diks in zijn Castell d’Empordà, een uit ruïnes miraculeus herrezen kasteel in keramiekstad La Bisbal d’Empordà waar ook eindelijk de zwoele mei-avonden zijn aangebroken om in het halfduister in de tuin iets te drinken. Of om vooral die kleine deur door te gaan naar El Celler, de kelder waar elke vrijdagavond een optreden binnen het kader van het II Nederlandse Jazzfestival van de Costa Brava plaatsvindt.

Vrijdag was het de beurt aan Zuco 103, de band die op herhaling ging, want hier vorig jaar al was. Ook niet fout, voor zo’n band natuurlijk, om even uit Nederland over te komen en op zo’n bijzondere plek een intiem optreden te geven. Nou ja, intiem… Als je veel Nederlanders bij elkaar hebt dan wordt die intimiteit al gauw slachtoffer van een golf van steeds harder wordend geroezemoes. Terwijl de lokale bevolking naar het optreden kwam lúisteren, en zelfs een beetje swingen, zijn wij Nederlanders er heel goed in onrespectvol te blijven doorouwehoeren, zodat het spelen én horen van rustige nummers een martelgang wordt.

Ik wil de komende maand nog wel een keer op herhaling (ook al omdat op het jazz-menu uitstékend eten wordt geboden en een al even fantastische Merlot uit Argentinië…) en kan kiezen uit Eric Vaarzon Morel (4 juni), Ruben Hein (11 juni), Rob van de Wouw (18 juni) en het Benjamin Herman Quartet (25 juni), maar hoop dan van harte dat het publiek enig respect voor de muzikanten kan opbrengen.