Tagarchief: tour de france

Op grote hoogte met Contador

Een topsporter hoeft niet per se heel aardig te zijn. Maar bij mij winnen ze heel wat punten als ze nog in staat zijn zich als een normaal, toegankelijk persoon op te stellen. De halve wereld gaat het over een maand, als het WK vol onbereikbare vedetten is afgelopen, hebben over het nieuwe duel tussen Lance Armstrong en Alberto Contador. Geen kleur, dat heeft de Spanjaard bij vooraf al gewonnen. Om te beginnen in sympathie. In Nederland kennen we hem te weinig, heeft Mart Smeets van de kijkers Armstrong-devoten gemaakt. Dat fanatieke Amerikaanse, eigenlijk mogen we dat wel.

Niet als je al lang in Spanje woont. Dan ben je al snel op de hand van de Spaanse sporter. Die je trouwens eigenlijk alleen maar goed kent vanuit de kranten, want dieptereportages op TV over de sterren zijn ver te zoeken. Wij zouden ‘onze’ reportage van gisteren zomaar aan die domme, archaïsche TVE kunnen verkopen, maar laten we beginnen om Contador in Nederland wat bekender te maken. ‘Wij van de NOS’ trokken een dag op met de tweevoudige winnaar van de Tour de France. Met Anquetil, Gimondi, Merckx en Hinault de enige renner ook die de drie grote rondes heeft gewonden. Cameraman Dennis achterin mijn auto en Contador en zijn companen van dichtbij volgen op de prachtige Pyreneeënklim van de Palhières.

Contador verkent er deze dagen de vier Pyreneeënetappes. Geen probleem dat een TV-ploeg hem een dag op de hielen zit en hem na het avondeten, in een oud hotelletje in Foix, ook nog eens een interview afneemt. Mooie woorden van een prachtig coureur, maar vooral een heel leuk mens. Waarom hij zo gebleven is? Een tipje van de sluier: “Als je eenmaal een hersenbloeding hebt gehad, voor je leven hebt gevochten en op je 20ste dacht dat je misschien nooit meer zou kunnen fietsen, dan kun je alles veel beter relativeren?”

Meer weten? Over dik een maand pas, in principe de vrijdagavond voor de start van de Tour in Rotterdam, bij de NOS. En beelden zeggen soms nog veel meer dan woorden.

Advertenties

Praten over wielrennen

arcalis1

Even een kort eerbetoon aan Mart Smeets. Niet alleen omdat hij mij voor half Nederland een veer in de kont stopte (heb het zelf niet gehoord, maar mag hem geloof ik dankbaar zijn), maar gewoon omdat hij en zijn redactie- en productieteam er met steeds minder (financiële) middelen in slagen elke avond weer vanaf de meest onwaarschijnlijke plaatsen een Avondetappe van een uur in elkaar te stampen, met gasten die via logistieke hoogstandjes worden binnengevlogen of -gereden. Het blijft een onwerkelijk idee, dat je ergens in een mooi huis, Ca l’Areny in Ordino (Andorra) zit, met Mart aan het hoofd van de tafel en Maurits Hendriks (technische directeur NOC*NSF) en oud-renner Michael Boogerd naast en tegenover je, enkele cameramensen en verder de absolute stilte. En dat aan de andere kant van die camera’s honderdduizenden mensen je onzin of juist mooie zinnen horen uitkramen cq. -spreken.

Mart, en daar gingen we het over hebben, twee meter hoog en een nóg grotere omtrek, leidt zo’n uur TV zónder autocue (de vooraf door een scriptwriter geschreven tekst die de presentator op de camera voorbij ziet lopen en voorleest; zelfs een kanjer als Matthijs van Nieuwkerk kan niet zonder en nieuwslezen bij het Journaal is vooral dat, letterlijk, nieuws voorlezen) en zijn veelgeroemde samenvattingen van de etappe van de dag lepelt hij met zijn bombarie uit het hoofd op. Op het papiertje voor hem staat slechts één kreet en er liggen de uitslagen; meer niet.

Hij kan goed of slecht vallen, je kunt hem pedant of juist innemend vinden, je kunt het leuk of vréselijk vinden met hem te werken, maar op zijn bulk routine laat hij ons een avondje praten over en luisteren naar verhalen over wielrennen, sport, het leven, Frankrijk, of Spanje. Mét de jongens (Jeroen Stekelenburg en Han Kok) die de reportages maken en zelf nooit in beeld komen, met die hele teams anonieme werkers achter hem, moeten we blij zijn met dit soort TV-grootheden die vooral, in de eerste plaats, journalist zijn en dat ook altijd willen blijven.

En hóe mooi zo’n Tour blijft, en waarom ik hem af en toe mis (ik versloeg hem van 1990 tot 2000, o.a. de jaren van Miguel Indurain) bewijst onderstaande foto. Lance Armstrong maakt zich op voor een massaal interview, kort na de etappe in Andorra. Zie het Cristiano Ronaldo nooit doen, zoiets. En let op de man linksachter: een uitgeputte renner die zich omkleedt, zich niks aantrekkend van het persvolk. Dat is de Tour, altijd dichtbij.

arcalis2

De Tour glijdt uit in Barcelona

montjuic

Zal je altijd zien. Heeft het al twee maanden geen druppel geregend. Komt de Tour voor het eerst sinds 44 jaar weer in Barcelona. Was het in Zuid-Frankrijk prachtig, bloedheet weer. Barst bijna de hele dag de hel boven de stad los. Bijna nergens anders regende het, zo liet de satelliet zien, maar juist Barcelona lag in een strook hevige regenval, die pas een beetje ophield toen het peloton naderde. Maar het wegdek was toen al nat, de zebrapaden een ijsbaan, de olievlekken een onzichtbare val, het ooit in de hitte gesmolten rubber een vreselijke valstrik.

Barcelona had het zich anders gewenst, de beelden uit de helicopter zouden zonder regen een stuk vrolijker zijn geweest, maar het moest zo zijn. montjuic2En tóch, zo bleek, blijven de mensen gefascineerd door de passage van het gele circus, zeker wanneer zij dat alleen maar van televisie kennen. Honderdduizenden mensen trotseerden de regen, zorgden in de laatste 20 kilometer voor geen enkele lege plek en trokken met hordes de Montjuïc op om daar een fragment van de beslissende eindsprint te zien. Tuurlijk, op TV zie je alles veel beter, maar nergens beleef je het intenser, de Tour, dan aan de kant van de weg. Natgeregend of niet.