Tagarchief: barcelona

De Tour glijdt uit in Barcelona

montjuic

Zal je altijd zien. Heeft het al twee maanden geen druppel geregend. Komt de Tour voor het eerst sinds 44 jaar weer in Barcelona. Was het in Zuid-Frankrijk prachtig, bloedheet weer. Barst bijna de hele dag de hel boven de stad los. Bijna nergens anders regende het, zo liet de satelliet zien, maar juist Barcelona lag in een strook hevige regenval, die pas een beetje ophield toen het peloton naderde. Maar het wegdek was toen al nat, de zebrapaden een ijsbaan, de olievlekken een onzichtbare val, het ooit in de hitte gesmolten rubber een vreselijke valstrik.

Barcelona had het zich anders gewenst, de beelden uit de helicopter zouden zonder regen een stuk vrolijker zijn geweest, maar het moest zo zijn. montjuic2En tóch, zo bleek, blijven de mensen gefascineerd door de passage van het gele circus, zeker wanneer zij dat alleen maar van televisie kennen. Honderdduizenden mensen trotseerden de regen, zorgden in de laatste 20 kilometer voor geen enkele lege plek en trokken met hordes de Montjuïc op om daar een fragment van de beslissende eindsprint te zien. Tuurlijk, op TV zie je alles veel beter, maar nergens beleef je het intenser, de Tour, dan aan de kant van de weg. Natgeregend of niet.

Een genie, 150 jaar geleden

eixample5

Ik heb het er al eens eerder over gehad, de Eixample, de grootste wijk van Barcelona, het immense schaakbord met 400 kruisingen en evenzovele (of meer) vierkante huizenblokken die de oude, ommuurde stad met de omliggende dorpen (Sants, Sarrià, Les Corts, Sant Gervasi, Gràcia, Horta, Sant Martí, Sant Andreu) verbonden. Een stadsplan dat pas een eeuw later door stedebouwkundigen als geniaal werd bestempeld. Deze maand is het ‘jaar Cerdà’ begonnen, ter ere van ingenieur Ildefons Cerdà, wiens plan precies 150 jaar geleden werd geaccepteerd. Niet door het gemeentebestuur van Barcelona trouwens, dat had de voorkeur aan een Haussmann-project zoals dat van Parijs, een serie ringen die zich vanuit het centrum uitbreidde, als de golfjes rond een in de vijver geworpen steen. Het was de centrale regering in Madrid die het ‘plan Cerdà’ oplegde.

Cerdà kwam van het platteland en vond dat de mensen in de stad ook zo ruim moesten kunnen wonen als hij in Centelles had geleefd. Dus niet meer op elkaar geplakt als in de oude, historische stadscentra, met vochtige, donkere, smalle straatjes. Zijn tegenstanders vonden het maar verspilling van ruimte, zo groots als hij de woningen én de ruimte ertussen (straten en tuinen) ontwierp. Anderhalve eeuw later blijkt dat stadsplan van toen nog altijd goed te werken. Zó kenmerkend is dat plan, dat het zelfs Cerdà’s graf (foto boven) op de Montjuïc siert; de man stierf overigens berooid, eind 19e eeuw, omdat de opdrachtgevers hem bijna nooit betaalden.

eixample4

Heel dicht bij het centrum van Barcelona ligt trouwens nog de oudste kruising van de Eixample, althans het kruispunt waar nog de drie oudste huizenblokken overeind staan, gebouwd tussen 1862 en ’64, op de hoek van Consell de Cent met Roger de Llúria. Twee ervan zijn grondig gerenoveerd. Ze heten de ‘Casas Cerdà’, de huizen Cerdà, maar dat heeft toevallig niet met de ingenieur te maken: de bouwer van die eerste huizen heette Josep Cerdà, geen familie. Op de foto één van die vroegere woningen, nu het hotel Catalonia Berna. Overigens is de gevel nog het enige originele: alles erachter werd gesloopt.

De vele wegen naar Barcelona

amsterdam barcelonaDe zomervakantie komt eraan, het is crisis, veel meer mensen dan voorheen gaan met de auto op pad, de vliegreizen zitten in het slop en op google kwam ik enkele zoekopdrachten tegen over wat de beste weg van Nederland naar Barcelona is. Het antwoord? Variatie! Om die ruim 1.500 kilometer afwisselend door te komen.

Vroeger, zo’n 30 jaar geleden, was er maar één echte weg van, zeg maar, Amsterdam naar Barcelona. De enige snelweg. Eentje die niet meer op bijgaande kaart staat: je reed via Brussel en Lille naar Parijs, vandaar opzij naar Dijon en over de steeds vollere Autoroute du Soleil onder Lyon door (een véél mooiere stad dan ik, met herinnering aan de tunnels en het industriegebied, ooit had vermoed)  en langs Montpellier en Perpignan naar Spanje. Sommigen van ons probeerden toen al wat later de meest gebruikte route (in het rood op het kaartje) zou worden: over Luik of Brussel via Luxemburg (om goedkoop te tanken) naar dezelfde Autoroute du Soleil. In de begintijd van die pioniers was er vanaf de Luxemburgs-Franse grens tot Dijon nog helemaal geen snelweg, ging alles over behoorlijke vertragende tweebaanswegen.

FRANCE

Met de auto naar Nederland ga ik nooit meer, de vliegreizen blijven net iets goedkoper dan benzine en tol bij elkaar. Maar op verschillende autotochten naar Parijs ontdekte ik de laatste jaren wel twee leuke, alternatieve routes van Nederland naar Barcelona. Beide gaan dus over Parijs, waar de périphérique echt niet zo afschrikwekkend is als velen vrezen – gewoon niet met de spits eroverheen -, en splitsen zich even later, kort na Orléans. De roze route is de mooiste, sinds enkele jaren geleden het duizelingwekkende viaduct – het hoogste ter wereld – van Millau openging. Alleen is het met caravan of aanhanger iets moeilijker rijden, over een snelweg met vrij veel bochten; maar lang niet zo geestdodend als de Autoroute du Soleil.

De groene route was een verrassing voor me; ik dacht altijd dat afdalen langs Toulouse een omweg zou zijn, maar dat bleek verkeerd gedacht. Bovendien is het een door veel bossen omgeven weg, ook met veel afwisseling en weer eens wat anders dan die eeuwige route door oost-Frankrijk.

De kilometers, volgens ViaMichelin:

rode route (Lyon): 1.581 km

roze route (Millau): 1.567 km

groene route (Toulouse): 1.589 km

Wie de állerkortste route wil nemen én meer dan één dag voor de trip wil uittrekken, kan ook bij Toulouse rechtstreeks afzakken naar beneden, via Aix-les-Thermes bij Puigcerdà de Pyreneeën over: in totaal 1.525 km, maar wel een stuk trager dus.

Een bijzondere vlucht

P1010875

P1010867Kwart voor vier op, drukke dag, nog niet geslapen. Niet veel tijd, dus om het blog-publiek voorlopig te onderhouden maar even een video die ik vanochtend maakte. Pioniers op weg naar de eerste vlucht, om zes uur ’s morgens, van de nieuwe terminal T-1 in Barcelona. En nee, geen Armstrong- of Lindbergh-gevoel, zoals iemand vroeg. Wel cava, hoog in de lucht, om half zeven in de vroege ochtend… En een commandant die zei dat er eerst even wat vogels moesten worden weggejaagd voordat we konden opstijgen.

Barcelona opent nieuwe terminal

prat3

Zij die de laatste twee jaar naar Barcelona zijn gevlogen zagen al die tijd een gigantisch complex in aanbouw tussen de twee langste landingsbanen van het vliegveld van El Prat. Vandaag is voor velen (vooral politici, die staan vooraan, maar daarna toch ook de reizigers) de grote dag: de nieuwe immense terminal van Barcelona wordt officieel geopend.

prat2De eerste vlucht vertrekt er morgenochtend om 6 uur, een Spanair naar Madrid. Vroeg opstaan dus, want ik heb al sinds een maand een ticket voor die vlucht, om in eigen persoon – en voor de lezers van El Periódico vanzelfsprekend – het functioneren van de nieuwe terminal te testen.

Het ding gaat T1 heten, en de oude vertrouwde terminals A, B en C waar we sinds de laatste verbouwing in 1991 en de daaropvolgende uitbreidingen het vliegtuig namen zal vanaf nu de T2 zijn.

prat1

 Niet alle maatschappijen mogen vanaf de nieuwe terminal vliegen. Spanair is de eerste gebruiker met zijn collega’s van de Star Alliance, het samenwerkingsverband met o.a. Lufthansa en het Portugese TAP. Eind september zullen Iberia en British Airways met hun OneWorld in de T2 neerstrijken. En pas aan het einde van het jaar volgt de derde grote internationale combinatie, het Sky Team van KLM-Air France en het Spaanse Air Europa.

prat4Wanneer de T2 volledig in gebruik is, zal hij jaarlijks zo’n 24 miljoen passagiers ontvangen. Wat dat betreft komt de opening niet op het beste moment: El Prat is de laatste twintig jaar alleen maar gegroeid, van 10 miljoen passagiers in het olympische 1992 tot 31 miljoen vorig jaar. Maar dit jaar zit de klad erin en komen er, vooralsnog, zo’n 15% minder passagiers op het vliegveld. Samen zullen de twee terminals tot zo’n 55 miljoen passagiers kunnen verwerken.

De T2, net als de oude terminal ontworpen door architect Ricardo Bofill, heeft 166 incheck-balies, 101 gates, 43 slurven en 24 kilometer lopende banden voor de bagage die 8.000 koffers per uur kunnen verwerken. In totaal, 544.000 vierkante meter om, vanaf morgen, helemaal opnieuw je weg te zoeken. Trouwens, er is een busverbinding met de oude terminal, de Aerobus rijdt er vanaf het centrum van Barcelona rechtstreeks heen (je moet dan kiezen voor de bus voor T1 of T2) en in de toekomst zal ook de trein er ondergronds arriveren.

Tot zover de informatie voor reizigers

prat5

Stukkie fietsen?

P1010685

Ze voetballen, of hebben gevoetbald, voor Hercules, maar daar kunnen ze ook niets aan doen. Vroeger waren wij, mijn broer en ik, van VV Utrecht, historische club op het Kanaleneiland met prachtig Milanese roodzwarte shirts die helaas niet meer bestaat; gefuseerd met de buren van Zwaluwen Vooruit, iets wat toen, in de jaren zeventig, totaal ondenkbaar was. Ze waren onze grootste vijanden, daar ga je niet samen mee in één bed liggen.

Wij waren van de arbeiders, Hercules was van de slimme studenten. Nog steeds. Maar het schijnt juist daarom wel een gezellige club te zijn, zegt mijn broer, die op zijn 45ste ontdekt heeft dat sommige bollebozen ook kunnen voetballen en die zelf nog altijd voetbalt en minder buik heeft dan sommige (oud-)collega’s.

Hercules kwam naar Barcelona. We hebben door de stad gefietst, misschien toch de beste manier om Barcelona te ontdekken. Je ziet meer dan wanneer je loopt of in een auto rijdt. Je kunt stoppen wanneer je wilt, de smalste straatjes en best verborgen pleintjes ontdekken en de Rambla afrijden – op het asfalt en tussen de auto’s – zonder gehinderd te worden door de hordes toeristen, de levende standbeelden, de zakkenrollers en de dierenverkopers op het centrale voetgangersdeel. P1010689Je doet in drie uur de Raval, Barri Gòtic, Born, Eixample, Olympische haven en Barceloneta, je rijdt voorbij de hoertjes zonder dat een zwarte Nigeriaanse hand in je kruis tast, je stopt twee keer (Plaça del Pi en aan het strand) voor een biertje of koffie (tien stevige consumpties, in het centrum, 19,80 euro, daar heb je in Amsterdam nog geen zeven smerige espresso’s voor), en doet nog een beetje aan lichamelijke oefening ook.

Het enige probleempje is dat wanneer je de avond ervoor in het pension/huis van acteur Alfred van den Heuvel bij Girona ’s nachts dorst had en een glaasje water van het nachtkastje dronk, niet in de gaten had dat dat de lensvloeistof inclusief twee dure lenzen van je kamergenoot was en je de volgende dag bij elke WC-gang in vaak toch gore WC-potten in Barcelona moet gaan zitten peuteren om te kijken of die lenzen nog eens tevoorschijn komen.

Terrassen met uitzicht

claris1

Een inwoner van de stad zelf komt er niet zo snel, de toegangsdeur plus de receptie van het vier- of vijfsterrenhotel blijkt meestal een te grote psychologische barriëre. Maar ze zijn meer dan welkom, de Barcelonezen, op de luxe terrassen met fantastisch uitzicht op de hoogste daken van de stad, zeker nu de (buitenlandse) toeristen het laten afweten.

Toevallig, of niet, maar de twee grootste kranten van de stad, El Periódico en La Vanguardia, openden vandaag beide hun stadspagina’s met een reportage over die hotelterrassen, waarvan de meesten overigens pas in juni werkelijk opengaan. Jaren geleden is Hotel Claris, in Pau Claris achter de Passeig de Gràcia, er als eerste mee begonnen en nog altijd is de jaarlijkse opening van zijn terras een sociale gebeurtenis waar alle (semi-)beroemdheden op afkomen. De hotels die daarna werden gebouwd zorgden er allemaal voor een groot terras, meestal met zwembad, op hun bovenste verdieping te hebben en die open te stellen voor meer mensen dan alleen de hotelgasten.

hotelmeNu zijn ze bijna niet te tellen, de hotelterrassen in vooral het centrum van de stad, bovenop, onder anderen, Hotel Pulitzer naast het Plaça de Catalunya, Hotel 1898 aan de Rambla, het prachtig gerestaureerde maar peperdure Hotel Casa Fuster helemaal aan de bovenkant van de Passeig de Gràcia of het gloednieuwe Hotel Me, hier rechts op de foto, aan het saaie nieuwe stuk van de Diagonal.

Dat laatste hotel heeft eveneens een club geopend op één van zijn verdiepingen, ook iets wat mode is sinds het hypermoderne Hotel Omm in de Carrer Roselló, vlak achter de Pedrera van Gaudí, zijn receptie-lounge transformeerde tot een bedevaartsoord voor de mooiste en hipste mensen van Barcelona. Je kunt er genieten, als je er van houdt, van de nieuwste modetrends, om mooie lijven gewikkeld. En als er per ongeluk een grote man met een schreeuwerig roze polo en witte broek doorheen loopt weet je gelijk dat er ook andere Nederlanders aanwezig zijn.

Danone werd geboren in de Raval

FRANCE-RETAIL-FOOD-DANONE

De koperen herdenkingsplaat naast de de voordeur van nummer 16 van de Carrer dels Angels, in de wijk Raval schuin tegenover de verblindend witte gevel van het Macba, is verdwenen. In 1994 kwam Daniel Carasso naar Barcelona om de plaat samen met de burgemeester te onthullen: “In dit gebouw fabriceerde Isaac Carasso de eerste Danone-yoghurt van de wereld.” Daniel was erbij, vertelde hij. Hij was toen 14 jaar, herinnerde zich een laboratorium vol grote flessen melk en veel rook. Daniel overleed deze week in Parijs. Hij werd 103 jaar.

danoneDanone is officieel een Franse gigant in de voedingsmiddelenindustrie. Nummer één van de wereld in verse melkproducten. Maar zijn wortels liggen op de benedenverdieping van dat oude Barcelonese huis uit 1878. De Carasso’s waren joden die in de vijftiende eeuw door de Reyes Católicos uit Spanje waren verdreven. Isaac Carasso keerde vier eeuwen later vanuit Thessaloniki in Barcelona terug en ging daar de yoghurt produceren die hij op een reis in Bulgarije had ontdekt. In West-Europa bestond het goedje nog niet.

Nobelprijs-winnaar Ilia Metchnikoff van het Pasteur Instituut uit Parijs hielp hem te bewijzen dat twee bacterieën uit gefermenteerde melk een heilzame werking in maag en darmen hadden. Toen Carasso in 1919 het eerste potje yoghurt produceerde werd het door artsen aanbevolen en slechts in apotheken in Barcelona verkocht. De merknaam die hij ervoor verzon kwam van het verkleinwoord van de naam van zijn zoon: Danon.

Isaac stuurde Daniel vervolgens naar Marseille en Parijs om te studeren. In de Franse hoofdstad richtte Daniel op 25-jarige leeftijd de Société Parisienne du Yoghourt Danone op, wat later het moederbedrijf zou worden.

Het Amelisweerd van Barcelona

collserola1

Opgroeien in of rond Utrecht was bijna elke maand eens een zondagse boswandeling. Soestduinen, Austerlitz, het Henschotermeer, hoe al die vennen en bossen en duinen van vroeger ook mogen heten. (In 2007 werd ons heroïsche verzet 25 jaar eerder in Amelisweerd herdacht – dagenlang bivakkeerden we er en hingen we er in bomen, in afwachting van de ME en de onvermijdelijke ontruiming. Later, als automobilist, waren we blij dat we via een heuse snelweg, de A27, naar Amersfoort en daarvandaan het noorden en oosten van het land konden rijden. Voor de jonge lezers: vroeger moest je van Utrecht naar Amersfoort via Driebergen, over  een tweebaansweg…) De bossen dus. We kwamen er eens twee oerang-oetans tegen die even werden ‘uitgelaten’. Natuurlijk was de 8mm-film van papa net volgeschoten.

Barcelona staat niet bekend om zijn bossen, maar bovenaan de stad, aan de noordwestkant achter Tibidabo, ligt de enorme groene long van de metropool. Collserola is een beschermd park – al snoept oud-voorzitter van FC Barcelona en bouwondernemer Josep Lluis Núñez er aan alle kanten nog stukjes af voor nieuwe luxe woningen – dat liefst 13 kilometer lang en 6 kilometer breed is.

p1010525Zondag weer eens geweest. De natte winter heeft zijn werk goed gedaan, het Parc de Collserola is groener dan ooit. Je kunt er urenlang verdwijnen, op nog geen kwartier rijden van de stad, al moet je op sommige paden oppassen dat je niet door de mountainbikers wordt overreden. Verstopt in de bossen liggen leuke, ouderwetse restaurants in Catalaanse masia’s, talloze waterbronnen, enkele kleine kerkjes, een hondenkennel en zelfs een basisschool, Els Xiprers, waar mijn neefje ecologisch verantwoord onderwijs krijgt. Milieubewegingen en bewoners vechten al jarenlang tegen plannen om twee tunnels onder de berg door aan te leggen, voorlopig met succes.

Veel Nederlanders hebben er hun woning in één van de urbanizaciones van Sant Cugat del Vallès, die La Floresta of Les Planes heten. Ook Frank Rijkaard had er een tijd zijn (eerste) woning. Hij kwam er tot rust (zoals op onderstaande foto van mijn collega Jordi Cotrina), zei hij, hij kon er zijn hond ongestoord uitlaten en was er ver weg van de dagelijkse gekte van het Camp Nou. Totdat zijn Monique toch maar wat dichter bij het bruisende leven van de stad wilde wonen…

rijkaard-collserola

Kampioen patatas bravas

bravas-2

Voor de kenners is de uitslag geen verrassing. Een populaire website van studenten met meer dan 160.000 gebruikers, www.patatabrava.com, maakte een ranglijst op van de lekkerste patatas bravas in Barcelona en Catalonië. Al jaren was bekend dat je in Barcelona voor de beste versie van deze eerst licht gekookte, daarna snel gefrituurde aardappels bij Bar Tomás in de Major de Sarrià moest zijn. In de weekeinden staat er altijd een lange rij mensen, waarvan sommigen de portie bravas (meer hoef je niet te zeggen tegen de ober, waar dan ook, dan “una de bravas!”) gewoon mee naar huis willen nemen. Al sinds begin de jaren zeventig heeft Tomás de faam van de lekkerste bravas van de stad, puur door de mond-op-mond reclame.

Tweede is La Esquinica (het Hoekje), maar die zit een roteind weg uit het centrum (Bar Tomás is trouwens ook niet bepaald in de buurt van de Rambla). Voor degenen die niet te veel willen lopen of de metro niet willen nemen, die kunnen terecht bij de nummer 4 in deze klassering, Bar Ski aan de Via Laietana, dichtbij het politiebureau dat vroeger zo berucht was omdat de tegenstanders van het Franco-regime er in de kelders werden opgesloten.

bravasGevraagd aan de eigenaar van Bar Tomás (op de foto één van de obers) wat nou het geheim van zijn bravas is, was het antwoord ontnuchterend: er is geen geheim. Gewoon zorgen dat ze zo snel mogelijk vanuit de keuken op de tafel terechtkomen, dat is alles, zei hij. Maar de soort aardappel, de olijfolie en het kwakje saus erover: de smid gaat zijn geheim natuurlijk niet verklappen.