Categorie archief: voetbal en sport

De eenheid van de kudde maakt de wolf hongerig

alcorconmadrid

La unión del rebaño consigue que el lobo se acueste con hambre. (Alcorcón, Estadio Santo Domingo)

Real Madrid is aan populariteit aan het verliezen, óók in Nederland, waar we zó chauvinistisch zijn dat we ineens FC Barcelona voor Real Madrid inruilen omdat daar nu de meeste landgenoten voetballen. Maar er blijkt een grens te zijn. Eerst omdat sommige van ‘onze sterren’ zomaar aan de kant worden geschoven. Schandalig! roepen we. En daarna omdat voorzitter Florentino met geld gaat smijten. Opnieuw, schandalig! Vrije markt, oké, je mag kopen wat je wilt, maar des te leuker is wanneer wat semiprofs uit een stadje dat Alcorcón heet het voetbal tot zijn oorsprong terugbrengen: geen geld, maar inzet. Dat leed tot een 4-0 nederlaag van de Koninklijke. Toen mijn zoon gisteravond laat zei dat het 4-0 stond dacht ik dat hij me in de maling wilde nemen. Leo Messi overkwam hetzelfde.

Bij deze een deel van mijn verhaal in het AD morgen. Plus wat beelden. En kijk eens naar de enorme ‘run’ van Drenthe bij de 3-0 om zijn positie te heroveren en de aanvaller af te stoppen. Dát is pas inzet… 

Een prachtige, van origine Afrikaanse spreuk hing er in de kleedkamer van het piepkleine stadionnetje in Alcorcón, waar net 4.000 mensen op de tribunes met maar vijf rijen stoelen pasten, maar de spelers van Real Madrid hadden het bordje waarschijnlijk niet zien hangen. ‘Dankzij de eenheid van de kudde gaat de wolf met honger naar bed.’

Honger? Er was veel meer aan de hand bij Real, in de uren na de beschamende 4-0 bekernederlaag bij die ‘kudde’, een sympathieke tegenstander uit de derde Spaanse divisie. De koninklijke wolf voelde schaamte, vernedering, onmacht. Er was ruzie in de kleedkamer, de gewisselde Guti zei trainer Pellegrini in de rust dat hij maar beter iemand van achteren kon nemen, en gisterochtend op de training heerste er een diepere stilte dan op een begraafplaats. ‘Pellegrini, wegwezen’, kopte sportkrant Marca heel groot.

Een kansloze 4-0 bij de club uit voorstad Alcorcón. De voorzitter wreef het er nog even in: ,,Onze hele selectie is 1,3 miljoen euro waard. De spelers verdienen tussen de 6.000 en 50.000 euro.” Zijn collega Florentino Pérez kocht dit jaar alleen al voor meer dan 250 miljoen in.

Rafael van der Vaart en Royston Drenthe hadden, samen met mannen als Raúl, Benzema, Diarra en Guti, de twijfelachtige eer het ‘lachtertje van de eeuw’ in de basiself mee te maken. “We hebben een les in nederigheid gekregen,” zei aanvoerder Raúl.  Doelman Dudek was nog de beste geweest; het had ook 7-0 kunnen worden. Voor Drenthe, die als linksachter speelde, was de avond in Alcorcón een nachtmerrie. Alle vlijmscherpe aanvallen van de thuisclub kwamen over zijn vleugel, drie van de vier treffers werden er geboren. Drenthe, die ook door eigen ploeggenoten in de steek werd gelaten, werd door fanatieke amateurs overlopen.

Real heeft een brede selectie vol sterren, maar de Chileen Pellegrini heeft de machine nog niet aan het draaien kunnen krijgen. En als het niet loopt, zoals dinsdag, dan verschuilt de coach zich in de dugout. Instructies tijdens een wedstrijd geeft hij nauwelijks. Dát is één van de vele teleurstellingen bij Real.  Over twee weken is de return, in het grote Bernabéu. Maar daar gaat het niet om. Drie nederlagen in de laatste vier wedstrijden hebben de trots gekrenkt, de vorig jaar opgelopen wonden weer opengereten, de twijfels weer doen toeslaan.

En Alcorcón? Dat kon het gisteren nog niet geloven. “In het Bernabéu kunnen we er natuurlijk vreselijk van langskrijgen,” zei de trainer, “maar dit neemt niemand ons ooit meer af.”

Een voetbalgek in de Barceloneta

johan3

Johan Kramer, hier leunend op een oude deux chevaux in de calle Sevilla van de Barceloneta, op de hoek met Almirall Cervera, kende ik vaag van een diner in Gorria, van een Bask wiens broer in Nederland woont en die mij ooit het verschil uitlegde tussen rundvlees uit Nederland en dat uit de Baskische Pyreneeën: de koeien in Nederland hebben altijd gras in de vlakke weilanden, hoeven maar een meter te lopen om te eten en kunnen weer gaan liggen herkauwen. Die in de bergen lopen veel meer, zoeken de beste stukjes gras op, en oefening baart in dit geval veel malser vlees. Maar dit terzijde.

Het enige wat ik me van dat etentje kan herinneren, behalve dat we zeebaars aten, is het spelletje dat zich rond tafel afspeelde. Johan was er met Erik Kessels, zijn compaan bij het reclamebureau KesselsKramer. Uitgenodigd door één van hun opdrachtgevers, Het Parool, met hoofdredacteur Matthijs van Nieuwkerk en adjunct Erik van Gruijthuijsen (de enige PSV-supporter tussen Ajacieden en ik, een Utrechter) plus directeur Frits Campagne. De laatste en ik keken, naarmate de avond vorderde, in steeds grotere verbazing toe hoe vier dertigers elkaar probeerden af te troeven op de kennis van zinloze zaken uit het voetbal. Ze wisten, en weten waarschijnlijk, álles. Echt, álles. Uit hun hoofd. Volledige opstelling van Argentinië in de finale ’78, linksback van Feyenoord op de historische reis naar Lissabon ’70,  uitslag en doelpuntenmakers Ajax-DWS in 1968… Ze stelden elkaar steeds moeilijker vragen. Ik ben jarenlang sportverslaggever geweest, maar niet zo goed in het onthouden van namen, cijfers, momenten.

Afijn, zo’n ongekende voetbalgek moet je zijn om aan het project te beginnen dat Johan Kramer in 2002 afrondde met The other final, een prachtige docu over de wedstrijd die de twee laagst geklasseerde landen van de FIFA-ranglijst, Bhutan en Montserrat, speelden op dezelfde dag dat Brazilië en Duitsland in Tokio de WK-finale speelden. Daarna maakte Kramer trouwens iets heel anders, in zijn na Amsterdam tweede geliefde stad Barcelona gedraaid, de idealistische speelfilm Sing for Darfur, die hij bij sommige presentaties lardeerde met zijn korte film 8 moments in Barcelona, waarvan Magazine met meneer en mevrouw Rubio heel teder is.

johan2Lange intro om te komen waar ik wilde: Johan Kramer is teruggekeerd naar het voetbal en heeft 17 dagen staan draaien in de Barceloneta. De film heet Johan1. Een populaire Nederlander die bij Barça speelde. Johan Neeskens. Kramer was er idolaat van, heet eigenlijk Jan, maar veranderde ooit zijn naam op school in Johan. Voor hem is Neeskens de eerste Johan, en niet Cruijff; vandaar de titel. (In Barcelona was Neeskens vroeger Johan II, namelijk.)

Kramer is net als de hoofdpersoon in zijn film, een dikke schele Catalaanse  krullebol die Joan heette en nu Johan is en elke dag in zijn 2CV 50 rondjes rond het Camp Nou rijdt om de club geluk te brengen. (Voor de mooiere beelden zal in deze speelfilm het Camp Nou trouwens in de Barceloneta liggen; leukere straatjes dan in Les Corts.)

Hij moet ergens in het voorjaar in première gaan en ik denk al wat één van de mooiste beelden van de film is: het interieur van de blauwpaars geverfde Lelijke Eend, een monument aan Neeskens, aan Barça, Ladislao Kubala, aan volledige voetbalgekken als Johan Kramer.

johan1

Voetbal zonder venijn

derby sitges

Derby’s zijn beladen wedstrijden. Helemaal in Spanje. En het meest in Sevilla. Je bent er voor Betis, of je bent er voor Sevilla. Tot de dood. De clubs zijn even groot, dus is ’t anders dan Real-Atlético, Barça-Espanyol of Feyenoord-Sparta. Sevilla heeft ook humor. Ze slaan elkaar de hersens in, soms, in het stadion, maar in de kroeg doden ze elkaar met moppen. Maradona speelde ooit bij Sevilla, in zijn drugsrijke nadagen. Waarom hij altijd aan de zijlijn speelde, vroegen de béticos. Kon hij nog een lijntje snuiven.

Vanmiddag was de derby hier. Blanca Subur tegen UE Sitges, de junioren. Jongens van 16, 17 en 18, waaronder mijn Ferran, waar de hormonen door het lijf gieren. Overvolle tribunes, vooral heel veel mooie tienermeisjes. Tientallen. En de ouders. En de besturen van de clubs. Er werd gedronken onder de ouderen, de meesten een cubata (rumcola) van vlak na het eten, anderen een carajillo (koffie met cognacje erdoor) of een koffie met Bailey’s. Geen van de jongeren dronk alcohol. Mag niet op de club, en dat weten ze. Het was gezellig en het bleef gezellig. Ook op het veld. Alle jongens kennen elkaar, zitten bij elkaar in de klas, hebben soms bij beide clubs gespeeld. Het werd 4-1. Het voetbal hield niet over, maar het was leuk. Zoals jeugdvoetbal moet zijn.

derby sitges2

Op de fiets naar het werk…

costas del garraf

Goede voornemens moet je niet na Oud&Nieuw gaan uitvoeren, maar na de vakantie. Drie weken rust, fris (nou ja) weer beginnen en de levensstijl iets aanpassen. De geest is uitgerust, nu het lichaam goed verzorgen, bloeddruk en cholesterol verlagen. Vakantie voorbij, dus geen biertje(s) of wijn (zondag bij de paella een lekkere ontdekt, een betaalbare witte uit de Priorat met de witte garnacha-druif en een beetje macabeo) meer bij het middageten. Dat is een begin.

Nou nog sporten, maar het drukke leven laat weinig uurtjes over. Vandaar het goede voornemen, vandaag, eerste werkdag, direct maar uitgevoerd: op de fiets naar het werk. Althans, naar Barcelona. Precies 45 kilometer, in net iets minder dan twee uur (ja, straffe tegenwind uit het noorden), waarvan de eerste 15 langs de historische Costas del Garraf. Even gestopt om maar een foto te maken van de langste van de drie klimmetjes… Daarna over de drukke Autovía de Castelldefels, langs de spaarzame hoertjes, Barcelona in, douchen bij m’n meissie thuis, racefiets voor stadsfiets ruilen en als een jonge god op de redactie arriveren.

costas garrafVroeger, dat is tot 1993, was de snelweg met tunnels tussen Sitges en BCN er nog niet. Toen ging ál het verkeer over dit onlangs opgeknapte kustweggetje met zijn, ongeveer, 105 bochten. In stille nachten zonder verkeer, op de weg terug naar huis en met werkelijk alle bochten in het hoofd geprent, kon je er 11 minuten over doen; door de tunnels is 8 minuten, dus zoveel scheelt het ook niet. Maar ze zijn wel wat veiliger, die tunnels, en met een Teletac (een soort abonnement, je tocht langs de peperdure tol wordt automatisch afgeschreven, voor iets meer dan de helft van de prijs) hoef je ook nooit in de rij voor een tolhokje te gaan staan.

Maar die tunnels zijn niet voor de fiets, vanzelfsprekend. Dus over de Costa’s maar weer, net als vroeger. Ik hoop bijna elke ochtend. (En ’s avonds met fiets in de trein naar huis; ben niet helemáál gek geworden.)

Hitler als Florentino Pérez

Het fragment uit de film Der Untergang waarin Hitler zijn manschappen een enorme uitbrander geeft is op YouTube één van de meest gebruikte scènes om volledige nieuwe verhalen te bedenken. Eén van de meest geslaagde is een Nederlandse bijdrage van een jaar oud, Het Bedrijfsuitje, vooral door de lijzige, Limburgse stemmen. Maar een Spanjaard of Catalaan, ongetwijfeld een fan van FC Barcelona, kwam deze week met een prachtige persiflatie op de miljoenenaankopen van Real Madrid. Hitler als Florentino Pérez; helaas alleen voor degenen die een beetje Spaans kennen.

Een samenvatting: het is 2010, Barça heeft zojuist de Champions League-finale in het Bernabéu-stadion gewonnen, de shirtjes van Cristiano Ronaldo verkopen niet meer sinds hij in een homo-bar is betrapt, Real staat op het punt van degraderen en Hitler, sorry Pérez, erkent op het einde dat ook hij liever de wedstrijden van Barcelona ziet. Vermakelijk.

Praten over wielrennen

arcalis1

Even een kort eerbetoon aan Mart Smeets. Niet alleen omdat hij mij voor half Nederland een veer in de kont stopte (heb het zelf niet gehoord, maar mag hem geloof ik dankbaar zijn), maar gewoon omdat hij en zijn redactie- en productieteam er met steeds minder (financiële) middelen in slagen elke avond weer vanaf de meest onwaarschijnlijke plaatsen een Avondetappe van een uur in elkaar te stampen, met gasten die via logistieke hoogstandjes worden binnengevlogen of -gereden. Het blijft een onwerkelijk idee, dat je ergens in een mooi huis, Ca l’Areny in Ordino (Andorra) zit, met Mart aan het hoofd van de tafel en Maurits Hendriks (technische directeur NOC*NSF) en oud-renner Michael Boogerd naast en tegenover je, enkele cameramensen en verder de absolute stilte. En dat aan de andere kant van die camera’s honderdduizenden mensen je onzin of juist mooie zinnen horen uitkramen cq. -spreken.

Mart, en daar gingen we het over hebben, twee meter hoog en een nóg grotere omtrek, leidt zo’n uur TV zónder autocue (de vooraf door een scriptwriter geschreven tekst die de presentator op de camera voorbij ziet lopen en voorleest; zelfs een kanjer als Matthijs van Nieuwkerk kan niet zonder en nieuwslezen bij het Journaal is vooral dat, letterlijk, nieuws voorlezen) en zijn veelgeroemde samenvattingen van de etappe van de dag lepelt hij met zijn bombarie uit het hoofd op. Op het papiertje voor hem staat slechts één kreet en er liggen de uitslagen; meer niet.

Hij kan goed of slecht vallen, je kunt hem pedant of juist innemend vinden, je kunt het leuk of vréselijk vinden met hem te werken, maar op zijn bulk routine laat hij ons een avondje praten over en luisteren naar verhalen over wielrennen, sport, het leven, Frankrijk, of Spanje. Mét de jongens (Jeroen Stekelenburg en Han Kok) die de reportages maken en zelf nooit in beeld komen, met die hele teams anonieme werkers achter hem, moeten we blij zijn met dit soort TV-grootheden die vooral, in de eerste plaats, journalist zijn en dat ook altijd willen blijven.

En hóe mooi zo’n Tour blijft, en waarom ik hem af en toe mis (ik versloeg hem van 1990 tot 2000, o.a. de jaren van Miguel Indurain) bewijst onderstaande foto. Lance Armstrong maakt zich op voor een massaal interview, kort na de etappe in Andorra. Zie het Cristiano Ronaldo nooit doen, zoiets. En let op de man linksachter: een uitgeputte renner die zich omkleedt, zich niks aantrekkend van het persvolk. Dat is de Tour, altijd dichtbij.

arcalis2

De Tour glijdt uit in Barcelona

montjuic

Zal je altijd zien. Heeft het al twee maanden geen druppel geregend. Komt de Tour voor het eerst sinds 44 jaar weer in Barcelona. Was het in Zuid-Frankrijk prachtig, bloedheet weer. Barst bijna de hele dag de hel boven de stad los. Bijna nergens anders regende het, zo liet de satelliet zien, maar juist Barcelona lag in een strook hevige regenval, die pas een beetje ophield toen het peloton naderde. Maar het wegdek was toen al nat, de zebrapaden een ijsbaan, de olievlekken een onzichtbare val, het ooit in de hitte gesmolten rubber een vreselijke valstrik.

Barcelona had het zich anders gewenst, de beelden uit de helicopter zouden zonder regen een stuk vrolijker zijn geweest, maar het moest zo zijn. montjuic2En tóch, zo bleek, blijven de mensen gefascineerd door de passage van het gele circus, zeker wanneer zij dat alleen maar van televisie kennen. Honderdduizenden mensen trotseerden de regen, zorgden in de laatste 20 kilometer voor geen enkele lege plek en trokken met hordes de Montjuïc op om daar een fragment van de beslissende eindsprint te zien. Tuurlijk, op TV zie je alles veel beter, maar nergens beleef je het intenser, de Tour, dan aan de kant van de weg. Natgeregend of niet.

De langste van de wereld, en we kunnen niet basketballen

gasol

Dit is Pau Gasol, rechts. Een Catalaan van 2,15 meter. En links, natuurlijk, Kobe Bryant. In Beijing stonden ze tegenover elkaar in de Olympische basketbalfinale, de VS tegen Spanje. Het was een mooie pot. Nu vormen ze samen de perfecte combinatie om de Los Angeles Lakers de NBA-titel te bezorgen. Ze staan met 2-0 voor tegen Orlando Magic. Vorig jaar, met dezelfde twee krachtpatsers, verloren de Lakers maar net, van Boston. Gasol zou de eerste Spanjaard in de geschiedenis zijn die de NBA wint; vijf van zijn landgenoten spelen bij andere ploegen in de VS. 

Spanjaarden zijn nooit zo lang geweest. Nog altijd liggen ze, denk ik, gemiddeld tien centimeter achter de Nederlanders, die maar blíjven groeien en hun naaste belagers, de Zweden, inmiddels zes centimeter achter zich hebben gelaten. Het Nederlandse basketbal stelt al 25 jaar helemaal niets voor. Als student journalistiek volgde ik soms Europese wedstrijden van Den Bosch en Leiden, toen historische ploegen die zich met de internationale top konden meten. Sindsdien zijn wij, Nederlanders, blijven groeien, maar steeds slechter gaan basketballen.

nadalNet zoiets als met het tennis. Nergens in de wereld is tennis zo’n grote recreatiesport als in Nederland, maar toppers komer er al jaren niet uit voort. Eén man bij de top-100, daar mogen we soms eens blij mee zijn. Dan de Spanjaarden. Gravelbijters? Dan bijten ze wel hard. Soms bijna 20 man bij die eerste 100.

Of wielrennen. Welk land fietst meer dan Nederland. Maar geen klassiekerwinnaars meer, geen Tour-bedwingers, geen wereldkampioenen. In Spanje is fietsen soms levensgevaarlijk. Misschien dat ze hier daarom zo goed zijn, fietsen is overleven. Dan win je Tour, Vuelta, Giro en olympisch goud in één jaar.

Je kunt er allerlei theorieën op loslaten. Hieronder een poging van mezelf, na de Spaanse sportzomer van vorig jaar… (deels achterhaald: nu heeft een Rus de Giro gewonnen en een Zwitser Roland Garros; maar Barça de Champions League…)

2008 was het sportjaar van Spanje. Van Rafa Nadal tot de nationale voetbalploeg, van Alberto Contador en Carlos Sastre tot basketballer Pau Gasol en golfer Sergio García, allen oogsten triomfen en lof in de meest gevolgde sporten ter wereld. Toeval? Een verhaal over democratie, een betere voeding en, natuurlijk, veel talent én geld.

 EDWIN WINKELS / BARCELONA (Algemeen Dagblad)

Honderdacht punten. 117-108, op een verre ochtend in Beijing, primetime op televisie in de Verenigde Staten, midden in de nacht in Europa. Misschien meer dan de ongelooflijke reeks overwinningen tekent de Olympische basketbalfinale het best het succesvolle jaar voor Spanje in de sport. Een nederlaag? Ja, eentje die gevierd werd als een overwinning.

,,Ze hebben het goud gewonnen, de Amerikanen, ze verdienen het ook, maar ze hebben er hard voor moeten vechten, hè?” zei een trotste Pau Gasol, sterspeler van het Spaanse team en goede maatjes met Kobe Bryant bij de Los Angeles Lakers, met wie hij de NBA-finale verloor.

contadorSpanjaarden, waren dat niet die kleine, slechtgeklede, naar goedkope sigaretten stinkende en rumoerige mannetjes die in de zomer op het strand of in de disco met hun hanengedrag de blonde vrouwen uit het verre Europese noorden probeerden te versieren, meestal tevergeefs? Dezelfde Spanjaarden die nu de NBA-sterren vanaf eenzelfde hoogte, meestal boven de twee meter, tutoyeren?

Ja, dus. Dat eerste, dat van die opdringerige, maar vooral onzekere macho’s, dat was vroeger, in de tijd van generaal Franco, en in de eerste jaren van de democratie, na de dood van de dictator in 1974. Toen al waren er trouwens een paar basketballers, uitzonderlijke talenten die in Spanje ver boven de middelmaat uitstegen, die voor één van de weinige hoogtepunten in de Spaanse sport in tientallen jaren zorgden: zij werden tweede op de Olympische Spelen in Los Angeles, ook toen achter de VS.

Maar toen waren zij een zeldzaamheid. Real Madrid had twintig jaar eerder even in Europa geregeerd en een enkele tennisser (Santana, Orantes), een motorcoureur (Angel Nieto) plus een golfer (Ballesteros), toen allemaal wel érg dure of elitaire sporten, deden het individueel goed. Dat was alles.

Maar die basketballers van nu, waarvan een half dozijn in de NBA speelt en die in Beijing op 8.13 minuten van het einde op slechts twee punten waren genaderd (91-89), die zijn geen zeldzaamheid meer. En ze zijn nóg langer dan hun voorgangers, want heel Spanje is gegroeid. In 1977 waren de Spaanse mannen van 20 jaar gemiddeld 170 centimeter lang (hun vaders zaten op de 166) en nu komen ze net boven de 175. Dat is een snelle groei.

Met de democratie kwam er betere voeding, gezondheidszorg, onderwijs en meer lichaamsbeweging, en die combinatie is verantwoordelijk voor die groei, aldus kinderartsen. Allemaal gevolgen van de welvarendheid van een land dat zich vroeger altijd minder voelde tegenover de Europese buren en door de dictatoriale isolatie nauwelijks de grens overtrok. Afrika begon bij de Pyreneeën.

Dat minderwaardigheidscomplex bestaart niet meer, zeker niet in de sport. Anno 2008 boekt geen van de andere grote Europese landen zoveel aansprekende sportieve successen als Spanje. ,,Spanje was een slapende sportgigant en je kon erop wachten dat die een keer zou ontwaken,” zei Maurits Hendriks deze week. Hij werd met zijn hockeyers tweede op de Olympische Spelen, omdat hij zijn mannen al jarenlang heeft voorgehouden dat zij ‘meer kunnen dan zij ooit van zichzelf hadden verwacht’.

Natuurlijk zit er ook iets van toeval in zo’n opvallend sportjaar. De collectieve Europese titel van de voetballers heeft niet direkt iets te maken met de heerschappij van Rafael Nadal, die Roland Garros (gravel), Wimbledon (gras) én Olympisch goud (hardcourt) won, maar beide successen benadrukken wel dat de Spanjaarden een historische last van zich hebben afgegooid.

Jarenlang leed de nationale voetbalploeg onder de afwezigheid van een goede spits, want alle dure doelpuntenmakers werden door de clubs in het buitenland gekocht. Nu is Spanje in staat zelf een spits naar Liverpool te exporteren. De ervaring van Fernando Torres, en jongens als Fabregas, Xabi Alonso met hem, in een totaal ander voetbal dragen bij aan een succes dat in Spanje in het jeugdvoetbal wordt gekweekt. De concurrentie is al bij de jongste junioren groot, omdat de meeste clubs maar één elftal per leeftijdsklasse hebben en slechts de besten of meest ambitieuzen overleven op de lange weg, die tot voor kort voor de meeste jochies ook nog eens op gravel moest worden afgelegd. Pas sinds dit seizoen zijn de clubs verplicht (kunst)grasvelden aan te leggen.

Het komt de breedtesport in het voetbal niet ten goede (de Spaanse voetbalbond heeft minder leden dan de KNVB), maar misschien kiezen daarom ook veel jonge jongens voor een andere sport, waarin ze wél kunnen uitblinken. Rafa Nadal, bijvoorbeeld, was een aardige voetballer. Net als autocoureur Fernando Alonso. Maar net niet goed genoeg.

Nadal is hét Spaanse rolmodel voor het slechten van barrières. In zijn eerste triomfantelijke jonge jaren kreeg hij al snel de naam van gravelkoning, nu is hij, volgens de koele cijfers, de meest complete tennisser ter wereld. ,,Sporters als Nadal, Alonso, Pau Gasol, Alberto Contador en anderen hebben allemaal heel veel charisma. Alles wat ze doen of zeggen heeft een enorme repercussie, waardoor ze een voorbeeld zijn voor de jeugd,” zegt Miguel Indurain.

De vijfvoudige Tour-winnaar was zelf zo’n voorbeeld. De uitzonderlijke wielersuccessen van dit jaar (Sastre wint de Tour, Contador Giro en Vuelta, Sánchez en Llaneras Olympisch goud, Freire een groene trui en Valverde klassiekers) komen allemaal van mannen die 15 jaar terug op televisie Indurain in het geel de wielerwereld zagen domineren. Ze ontdekten dat je in Spanje niet meer een kleine berrgeit hoefde te zijn om te winnen.

Stukkie fietsen?

P1010685

Ze voetballen, of hebben gevoetbald, voor Hercules, maar daar kunnen ze ook niets aan doen. Vroeger waren wij, mijn broer en ik, van VV Utrecht, historische club op het Kanaleneiland met prachtig Milanese roodzwarte shirts die helaas niet meer bestaat; gefuseerd met de buren van Zwaluwen Vooruit, iets wat toen, in de jaren zeventig, totaal ondenkbaar was. Ze waren onze grootste vijanden, daar ga je niet samen mee in één bed liggen.

Wij waren van de arbeiders, Hercules was van de slimme studenten. Nog steeds. Maar het schijnt juist daarom wel een gezellige club te zijn, zegt mijn broer, die op zijn 45ste ontdekt heeft dat sommige bollebozen ook kunnen voetballen en die zelf nog altijd voetbalt en minder buik heeft dan sommige (oud-)collega’s.

Hercules kwam naar Barcelona. We hebben door de stad gefietst, misschien toch de beste manier om Barcelona te ontdekken. Je ziet meer dan wanneer je loopt of in een auto rijdt. Je kunt stoppen wanneer je wilt, de smalste straatjes en best verborgen pleintjes ontdekken en de Rambla afrijden – op het asfalt en tussen de auto’s – zonder gehinderd te worden door de hordes toeristen, de levende standbeelden, de zakkenrollers en de dierenverkopers op het centrale voetgangersdeel. P1010689Je doet in drie uur de Raval, Barri Gòtic, Born, Eixample, Olympische haven en Barceloneta, je rijdt voorbij de hoertjes zonder dat een zwarte Nigeriaanse hand in je kruis tast, je stopt twee keer (Plaça del Pi en aan het strand) voor een biertje of koffie (tien stevige consumpties, in het centrum, 19,80 euro, daar heb je in Amsterdam nog geen zeven smerige espresso’s voor), en doet nog een beetje aan lichamelijke oefening ook.

Het enige probleempje is dat wanneer je de avond ervoor in het pension/huis van acteur Alfred van den Heuvel bij Girona ’s nachts dorst had en een glaasje water van het nachtkastje dronk, niet in de gaten had dat dat de lensvloeistof inclusief twee dure lenzen van je kamergenoot was en je de volgende dag bij elke WC-gang in vaak toch gore WC-potten in Barcelona moet gaan zitten peuteren om te kijken of die lenzen nog eens tevoorschijn komen.

Praatradio, vijf uur lang, zonder muziek

P1010676

Vanmiddag een interview bij de radio gehad, in één van de leukste studio’s trouwens, die van Catalunya Ràdio aan de Diagonal. Begane grond, op een hoek bij de straat, en al zo normaal in het straatbeeld dat er vrijwel nooit meer iemand door de ook van buiten transparante ruiten gaat staan loeren. Heb er vroeger vaak ’s nachts gezeten om over voetbal te praten: een programma dat om middernacht begon en tot half twee duurde. Eén keer werden we opgeschrikt door een grote knal, de ruiten en hele studio trilden: de ETA had 3 kilometer verderop een kantoorgebouw geprobeerd op te blazen. Nog nooit zo snel, en op de fiets natuurlijk, op de plaats van een aanslag geweest…

Maar daar ging het niet over. Radio. Een fenomeen in Spanje, veel beter beluisterd dan in Nederland. Een ándere radio ook. Je hebt muziekzenders, met, je raadt het al, alleen maar muziek en af en toe een stemmetje ertussendoor. En je hebt de traditionele zenders, de praatzenders. Letterlijk, want er wordt nooit ook maar één plaatje opgezet, hooguit tien seconden muziek van een jingle. Radio is hier praten en luisteren, zoals vanmiddag. De twee meiden van Hem de parlar (We moeten praten) praten elke werkdag drie uur aan elkaar, mét verschillende gasten natuurlijk. Vorige week was ik bij het ochtendprogramma van dezelfde zender: van 6 tot 11 uur, aan één stuk door (dat programma, ik niet), slechts onderbroken door de reclame en nieuwsbulletins.

Muziekje erbij? Doen ze hier niet aan. Ook niet bij de sportuitzendingen. Bij Langs de Lijn werd de muziekkeus en -samensteller beroemd, in Spanje moet je het niet in je hoofd halen de wedstrijdverslagen van de verschillende velden te onderbreken; de luisteraar zapt direkt naar de concurrent die wél het misschien nakende doelpunt live zal verslaan.

Populair om de tijd te vullen zijn de tertulias: de rondetafelgesprekken van zogenaamde én échte deskundigen, meestal óók journalisten. Ze praten over van alles en nog wat. De voetbalvariant van die tertulia werd ooit door m’n vrienden Leo Verheul, die het fenomeen uit Spanje kende, en Hugo Borst in Nederland op televisie geïntroduceerd; het was de voorloper van het huidige Studio Voetbal en die speciale praatprogramma’s tijdens EK’s of WK’s voetbal.