Tagarchief: film

Filmen op het hete strand van Barcelona

Een film draaien op het strand van  Barcelona heeft niks te maken met vakantie vieren, zo heb ik gemerkt. (Mijn eigen vakantie loopt op het einde; zij was de oorzaak van de blogstilte, met excuses daarvoor – een maand proberen zonder computer of mails te leven is ook verfrissend). Regisseur Eddy Terstall (iedereen zal hem altijd aan zijn emotionele tragikomedie Simon herinneren, die ooit in Barcelona ‘in première’ ging met o.a. Frank Rijkaard als gast) is met zijn kleine ploeg aan zijn tweede week in Barcelona begonnen om Deal te draaien, een romantische komedie over een jong stel dat Barcelona opzoekt (meer zal ik niet vertellen), en enkele opnames vinden vanzelfsprekend plaats op het nog altijd drukke, warme en zonnige strand van de stad. Dat is zweten, en verbranden, voor zoveel blanke huiden die deze zomer in Nederland zo weinig zon zagen.

En geduld hebben… Een film maken is wat omslachtiger dan een stukje voor de krant schrijven. Is televisie voor ons dagbladjournalisten al een moeilijk medium omdat er behalve veel techniek ook zoveel tijd voor nodig is (een nieuwsitem kost ongeveer één uur montage per minuut die wordt uitgezonden), film gaat nog veel verder. M’n dochter Sara begint volgende maand een acteursopleiding aan een filmacademie in Barcelona en ik heb haar al gezegd dat ze dat moet hebben, geduld… Op het strand van Barcelona stond er in twee uur tijd iets van 20 seconden op beeld, maar dat was misschien een uitzonderlijke situatie.

Terstall is niettemin bezig aan een race tegen de klok in de Barceloneta, Poble Nou en het W-hotel; voor ons Barcelonezen straks weer eens een mooie gelegenheid herkenbare plaatsen in de film terug te vinden, ongetwijfeld een stuk herkenbaarder dan in sommige andere films die in Barcelona zijn opgenomen. Eén van de grootste transformaties vond ooit plaats tijdens de opnames van Perfume, the story of a murderer, waarin Barcelona op een middeleeuws Parijs moest lijken, zoals hieronder de Carrer Ferran:

Advertenties

Romantische komedie op een prachtterras

De Amsterdamse regisseur Eddy Terstall (hier op de achtergrond verstopt, samen met cameraman Willem Nagtglas, beide in geruit overhemd met lange mouwen op een zwoele zondagavond) begint over ruim een maand in Barcelona zijn nieuwe film te draaien, Deal, een romantische komedie die in Amsterdam en Barcelona speelt (ofwel, de Hollandse versie van Vicky, Cristina of van Manuale d’Amore, onder anderen). Zijn vraag: een mooi terras om een romantisch diner te filmen, niet ver van het strand vandaan? Mijn antwoord, direct: Els Pescadors, aan het Plaça del Prim, in het oude, verbouwde hart van Poblenou. Eén van de weinige terrassen in de stad zonder voorbijrazende auto’s bijvoorbeeld, want door de doodlopende klinkerstraatjes is er nauwelijks verkeer. Met op het pleintje de drie prachtige ombu’s of bellasombras, een prachtige Zuidamerikaanse boom zonder Nederlandse vertaling (mooie schaduw, de letterlijke vertaling van bellasombra, zou een mooie zijn).

Nou was ik er allang niet geweest, bij Els Pescadors, maar ook het eten (vis natuurlijk) blijft er formidabel. Met de altijd prachtige vondst van de maître om je vooraf de vers gevangen vissen te laten zien: wilde zeebaarsen (lubinas), dorades (doradas), rode zeebrasems (besugos) en een gespikkelde zeebrasem (pargo, een broertje van de besugo) van elk een halve meter groot lagen er op de grote schaal; altijd lekkerder (en duurder) dan vis uit de kwekerij.

Dit was een werkbezoek, dus. Net als dat aan het hotel W, waar we van de altijd aimabele Nederlandse Natasja (beneden aan de hospitality-desk) een kamer mochten inspecteren waar het stel dat de hoofdrollen speelt zal overnachten én gefilmd zal worden. Dit was een ‘eenvoudige’ kamer, maar absoluut niet fout, met een glazen wand van voethoogte tot het plafond en het grote bed middenin de kamer, met het voeteneind bijna tegen het glas aan, van waaruit je dit uitzicht over de Barceloneta en het Olympisch dorp hebt.

Tarantino in de open lucht

Maandagavond en stampvol. Tweeduizend kaartjes hebben ze, en een half uur voor het begin van de voorstelling waren ze al uitverkocht. Gek, voor Spanjaarden, die altijd te laat komen en een film binnenstormen als die al vijf minuten onderweg is. Maar naar de bioscoop in Sala Montjuïc is anders. In de open lucht, om te beginnen, bij uiterst aangename temperaturen – al koelt het boven op de berg altijd af, ’s nachts. Naar de openluchtbios op Montjuïc (alle maan-, woens- en vrijdagen tot begin augustus naast het Castillo, hélemaal bovenaan) is meer dan en film alleen kijken. Die begint om tien uur, als de ‘zaal’ donker is geworden, maar om negen uur is er al een liefkozend concert. Plus die honderden mensen in een picknick-sfeer op het gras. Iedereen neemt z’n eten, drinken en dekens mee, je kunt er halve ligstoeltjes huren en koel bier kopen (ook eten, en niet slecht), en er ontstaat een vrolijke sfeer van vooral twintigers en dertigers en heel veel Europese immigranten – de film is in VO, originele versie, ondertiteld, en niet de vreselijke nasynchronisatie. Al kan dat bij een film als maandag een beetje problemen opleveren, voor de slechts Engelstaligen: Inglorious basterds van Tarantino is niet alleen in het Engels, maar ook in het Frans en Duits. Plus Spaans ondertiteld. Een heerlijke mengelmoes. Honderden liefhebbers moesten buiten blijven, en bouwden op de flanken van de berg, met prachtig zicht op de lichtjes van Barcelona, hun eigen feestje, want de drank en het eten moesten toch op.

PS. Weekje weg, naar de Tour, zes avonden in de Avondetappe met Mart Smeets. Doe misschien op mijn woensdagse debuutavond als bruggetje van Barcelona naar Toulouse een Tarantino-shirt aan…

Een voetbalgek in de Barceloneta

johan3

Johan Kramer, hier leunend op een oude deux chevaux in de calle Sevilla van de Barceloneta, op de hoek met Almirall Cervera, kende ik vaag van een diner in Gorria, van een Bask wiens broer in Nederland woont en die mij ooit het verschil uitlegde tussen rundvlees uit Nederland en dat uit de Baskische Pyreneeën: de koeien in Nederland hebben altijd gras in de vlakke weilanden, hoeven maar een meter te lopen om te eten en kunnen weer gaan liggen herkauwen. Die in de bergen lopen veel meer, zoeken de beste stukjes gras op, en oefening baart in dit geval veel malser vlees. Maar dit terzijde.

Het enige wat ik me van dat etentje kan herinneren, behalve dat we zeebaars aten, is het spelletje dat zich rond tafel afspeelde. Johan was er met Erik Kessels, zijn compaan bij het reclamebureau KesselsKramer. Uitgenodigd door één van hun opdrachtgevers, Het Parool, met hoofdredacteur Matthijs van Nieuwkerk en adjunct Erik van Gruijthuijsen (de enige PSV-supporter tussen Ajacieden en ik, een Utrechter) plus directeur Frits Campagne. De laatste en ik keken, naarmate de avond vorderde, in steeds grotere verbazing toe hoe vier dertigers elkaar probeerden af te troeven op de kennis van zinloze zaken uit het voetbal. Ze wisten, en weten waarschijnlijk, álles. Echt, álles. Uit hun hoofd. Volledige opstelling van Argentinië in de finale ’78, linksback van Feyenoord op de historische reis naar Lissabon ’70,  uitslag en doelpuntenmakers Ajax-DWS in 1968… Ze stelden elkaar steeds moeilijker vragen. Ik ben jarenlang sportverslaggever geweest, maar niet zo goed in het onthouden van namen, cijfers, momenten.

Afijn, zo’n ongekende voetbalgek moet je zijn om aan het project te beginnen dat Johan Kramer in 2002 afrondde met The other final, een prachtige docu over de wedstrijd die de twee laagst geklasseerde landen van de FIFA-ranglijst, Bhutan en Montserrat, speelden op dezelfde dag dat Brazilië en Duitsland in Tokio de WK-finale speelden. Daarna maakte Kramer trouwens iets heel anders, in zijn na Amsterdam tweede geliefde stad Barcelona gedraaid, de idealistische speelfilm Sing for Darfur, die hij bij sommige presentaties lardeerde met zijn korte film 8 moments in Barcelona, waarvan Magazine met meneer en mevrouw Rubio heel teder is.

johan2Lange intro om te komen waar ik wilde: Johan Kramer is teruggekeerd naar het voetbal en heeft 17 dagen staan draaien in de Barceloneta. De film heet Johan1. Een populaire Nederlander die bij Barça speelde. Johan Neeskens. Kramer was er idolaat van, heet eigenlijk Jan, maar veranderde ooit zijn naam op school in Johan. Voor hem is Neeskens de eerste Johan, en niet Cruijff; vandaar de titel. (In Barcelona was Neeskens vroeger Johan II, namelijk.)

Kramer is net als de hoofdpersoon in zijn film, een dikke schele Catalaanse  krullebol die Joan heette en nu Johan is en elke dag in zijn 2CV 50 rondjes rond het Camp Nou rijdt om de club geluk te brengen. (Voor de mooiere beelden zal in deze speelfilm het Camp Nou trouwens in de Barceloneta liggen; leukere straatjes dan in Les Corts.)

Hij moet ergens in het voorjaar in première gaan en ik denk al wat één van de mooiste beelden van de film is: het interieur van de blauwpaars geverfde Lelijke Eend, een monument aan Neeskens, aan Barça, Ladislao Kubala, aan volledige voetbalgekken als Johan Kramer.

johan1

Nasynchroniseren

film2film3

 

 

 

 

 

 

 

 

Een Catalaanse regisseur ging laatst naar een bioscoop in Vilafranca del Penedès, het hart van de streek waar onder andere de bubbelende cava wordt gemaakt, en vroeg of er ook een film in Versión Original draaide, letterlijk vertaald de originele versie, op filmposters en -ladders aangegeven als V.O. subtitulada. De dame achter de kassa had geen idee wat hij bedoelde.

V.O. staat voor de films die in hun oorspronkelijke taal worden vertoond, en dat is in Spanje, net als in Italië, Frankrijk en Duitsland, nogal een zeldzaamheid. Het is ook één van de oorzaken van de waardeloze kennis van het Engels van de meeste Spanjaarden. De meerderheid geeft er de voorkeur aan de films nagesynchroniseerd te bekijken, wat tot absurde situaties kan leiden. Zo is de stem van Javier Bardem, die in Vicky Cristina Barcelona van Woody Allen ook Engels spreekt én dus nagesynchroniseerd moet worden, niet die van Bardem zelf, een zware stem die alle Spanjaarden kennen. En daarnaast worden alle filmtitels ook nog eens vertaald, soms letterlijk (zoals op twee bovenstaande posters), maar soms bedoeld origineel. Eén van de ergste die ik me kan herinneren is After Hours, die in Spanje Jo, qué noche! ging heten: Jeetje, wat een nacht

De reden van het publiek om toch maar voor die vreselijke versión doblada te kiezen? Als ze de ondertitels moeten lezen, kunnen ze niet naar het beeld kijken en missen ze de helft van de film. Daarom wordt slechts 7% van alle films die in Spanje in de bioscoop worden vertoond ondertiteld. En zalen die deze films in originele staat programmeren zijn slechts te vinden in de allergrootste steden. Hoewel, in Madrid had je tot tien jaar geleden slechts één bioscoop die het aandurfde. In Barcelona, met veel buitenlanders die in de stad wonen, zijn zo’n zes bioscoop-complexen met V.O-films, in totaal zo’n 25 zalen. (Trouwens, ik wilde ooit in Milaan naar de film: niet één bioscoop met een originele ondertitelde versie.)

Ik kom op dit onderwerp door de wet die de Catalaanse regering gisteren uitvaardigde. Om de eigen taal te verdedigen tegen het oprukkende Spaans, wil zij dat minimaal de helft van de buitenlandse films niet in het Spaans maar ook in het Catalaans wordt nagesynchroniseerd. Waarom niet slechts Catalaans ondertitelen, dát is pas voortuitgang, is het tegenvoorstel dat uit de filmwereld komt.