Categorie archief: intussen, in Spanje

Beroemde paashazen

mona2

Vakantiespreiding kennen ze in Spanje niet – nog altijd gaan heel veel bedrijven gewoon op slot van 1 t/m 31 augustus, hoewel ook dat steeds minder wordt – maar er zijn van die dagen dat het ergens in het land een feestdag is en op andere plaatsen niet. Vandaag, lunes de Pascua of gewoon Tweede Paasdag in Nederland, wordt er in Madrid en verreweg het grootste deel van Spanje alweer keihard (nou ja, hard) gewerkt en hebben ze aan de Middellandse Zee een vrije dag: in Catalonië, Valencia en Murcia is het de dag van de mona de pascua, een speciale taart die aanvankelijk vooral uit eieren bestond (in Valencia is dat nog altijd zo), maar in Catalonië door de chocolade is verdrongen. Volgens de traditie geeft de peetvader die taart aan zijn peetzoon of -dochter, een mooi argument om weer eens met verschillende familie’s bij elkaar te komen.

ESPAÑA-SEMANA SANTA-TRADICIONESHet is de dag dat er daarom ellenlange rijen voor de bakkerijen staan, om die peperdure taarten nog op het allerlaatste moment te kopen en niet met de traditie te breken. De banketbakkers, op hun beurt, doen altijd hun best de aandacht te trekken, dus spenderen zij hun dagen vooraf aan Pasen om bijzondere monas te maken, het liefst met bekende figuren. Eén in Barcelona (foto boven) zag daarom al Barça-trainer Pep Guardiola een titel vieren op het Sant Jaume-plein, terwijl een andere in Lleida tennisser Rafa Nadal in witte chocola portretteerde. Dat de mona oorspronkelijk een religieuze betekenis heeft, met een lekker hapje het einde van de quaresma vieren, dat is bijna iedereen natuurlijk vergeten.

Een hypotheek als een achtbaan

euribor

De laatste maanden hoorde ik van verschillende vrienden in Nederland dat zij een hyptoheek hadden waarover ze alleen de rente betaalden en niets aflosten (zal wel een naam hebben, maar die weet ik niet meer, met excuses voor de onwetendheid). Anderen kozen ooit voor een beleggingshypotheek. En zo zullen er nog wel meer verschillende produkten zijn om de aankoop van het huis te financiëren.

Spanje heeft niet zo’n groot aanbod aan hypotheken; de bankwereld is hier één van de meest conservatieve ter wereld, iets wat op dit moment van financiële crisis overigens alleen maar in het voordeel is van die Spaanse banken, vaak nog door ouderwetse bankiersfamilie’s geleid, zoals de gigant Banco Santander en zijn baas, Emilio Botín.

In Spanje sluit je gewoon een standaard-hypotheek af voor een bepaald aantal jaren en bijna altijd is dat een variabele: elk jaar wordt de rente herzien, afhankelijk van de stand op dat moment. De hypotheken met een vaste rentestand zijn veel duurder en de meeste Spanjaarden nemen daarom maar de gok van de variabele.

Mijn eerste hypotheek sloot ik af in 1993, toen de rentestand iets van 13,5% was. Een langere looptijd dan 12 jaar was toen onmogelijk, maar de huizenprijzen waren nog redelijk (nog geen éénderde van wat ze nu moeten kosten). Daarna begon de rentedaling en bij het kopen van mijn huis in 1998 kreeg ik een hyptoheek van slechts 2,5% aangeboden. Dit keer al wél over 30 jaar, maar nog steeds variabel. De meeste hypotheken worden gerelateerd aan de Euribor, met een toeslag van 0,5 tot 1%. Vandaag, laatste dag van maart, is die Euribor – die weer afhankelijk is van de stappen die de Europese bank neemt – voor het eerst in zijn 10-jarige geschiedenis gedaald onder de 2%: degene van wie binnenkort de hyptoheek wordt herzien krijgen een index van 1,909%. Ter vergelijking: precies een jaar geleden stond de Euribor op 4,59%. Die meer dan 2,5% daling van hun hypotheekrente is ongeveer het enige goede nieuws voor de Spanjaarden (90% heeft een eigen huis) in deze tijden van crisis.

De file’s rond Madrid

TRAFICO-ATASCO

We wisten het natuurlijk allang, maar het is nu ook semi-wetenschappelijk onderzocht en bevestigd: de Madrileense automobilisten staan bijna twee keer zo lang in de file als die in en rond Barcelona. Ondanks de aanleg van de ene na de andere rondweg (M-30, M-40, etcetera) blijft de Spaanse hoofdstad een ramp; historisch zijn de file’s in de stad zelf, maar groot zijn ze ook op de N-I tot en met N-VI, de nationale hoofdwegen die, natuurlijk, in het centralistische Spanje hun kilometer 0 in Madrid hebben, op de centrale Puerta del Sol.

Volgens de RACC (de Catalaanse ANWB, zeg maar) staan de Madrilenen in de ochtendspits 33 minuten in de file om de stad in te komen; in Barcelona kunnen ze al na 18 minuten weer het gaspedaal indrukken. Ook het aantal auto’s dat stil staat is groter in de hoofdstad: 87.000 tegen 51.500.

De trein wint van het vliegtuig

ave1

Net een jaar rijdt de AVE, de Spaanse hogesnelheidstrein, met een maximum van 300 km/h tussen Madrid en Barcelona heen en weer. De eerste dag deden we bij El Periódico wat elke krant en elk radio- en TV-station toen deed: persoonlijk meten wat nou het snelste vervoersmiddel was tussen de twee metropolen, nu het monopolie van de puente aéreo, de drukke luchtbrug, over land werd gebroken. De reis moest, vanzelfsprekend, van centrum naar centrum gaan. We – ik en collega Xavi – startten op de Plaça de Catalunya in Barcelona en spraken af op de Plaza Mayor in Madrid. Na een totale reistijd van van 3 uur en 23 minuten (waarvan 2.40 in de trein zelf) kon ik zeven minuten eerder dan Xavi (55 minuten in de lucht) op een terrasje plaatsnemen. ave2Op de terugreis deden we het omgekeerd en kwam ik, met het vliegtuig, ietsje eerder aan. Maar wie of welk transportmiddel het nou won met nipt verschil, daar ging het eigenlijk niet om. De vraag was meer: welk van de twee, AVE of luchtbrug, zouden de reizigers gaan kiezen?

Een jaar later zijn de verwachtingen waargemaakt: een groot deel van de vliegtuigpassagiers is overgestapt op de trein. Was tot februari 2008 het aandeel van de toen vrij trage treinen (minstens 6 uur per traject) slechts 11% tegen de 89% van het vliegtuig (auto en bus werden niet meegeteld), in januari dit jaar was dat bijna een gelijkspel: 48% tegen 52%. De redenen van veel mensen om voor de trein te kiezen mogen duidelijk zijn: meer comfort, geen hinderlijke controles – schoenen uit, riemen af -, vrijwel zeker op tijd komen (de punctualiteit van de AVE is 99,18%) en reizen van centrum (station Barcelona-Sants) naar centrum (Madrid-Atocha), in plaats van El Prat naar Barajas, beide zo’n 12 kilometer buiten de stad. En omdat de meeste passagiers zakenmensen zijn, kunnen ze ook nog die tweeëneenhalf uur in de trein benutten om te werken.

De vliegroute Madrid-Barcelona (Iberia, Spanair, Air Europa, Vueling en Clickair) verloor daardoor in één jaar tijd 24% van zijn passagiers, waardoor beide vliegvelden voor het eerst in de geschiedenis een daling van het totale aantal reizigers laten zien. Niettemin bleef de route in 2008 verreweg de drukste in Europa, zo liet Eurocontrol gisteren weten:

1. Madrid-Barcelona        39.388 vluchten

2. Milaan Linate- Rome  25.316

3. Toulouse-Paris Orly    19.482

4. Jersey-Guernsey          18.764

5. Barcelona-Mallorca    17.840

Ruzie in de arena

josetomas1

Stierenvechten is een kwestie van smaak. Ik heb het niet over het vóór of tégen zijn, maar wélke stierenvechter het beste is. Je kunt het niet meten aan doelpunten en het aantal afgesneden oren en staarten is ook subjectief, want dat is een prijs die door het applaus van het publiek wordt bepaald. Toch, in een kleine wereld waar de meningen altijd verdeeld zijn is iedereen het er over eens dat José Tomás de grootste is; misschien nog niet die van aller tijden, maar wel van dit moment. Bij zijn nog jonge leven is hij al een mythe, één die wordt vergroot omdat hij bijna geen interviews geeft en hij slechts in de arena foto’s van zich laat maken. Ook trok hij zich enkele jaren terug, om onbekende redenen. Nu acteert hij weer. Dat hij op bovenstaande foto door een stier op de horens wordt genomen is niet omdat hij een kneus is. Alle stierenvechters zijn doodsbang voor de grote beesten van 500 kilo, maar binnen die grenzen van de angst is Tomás de moedigste. Niemand komt zo dicht bij de stier als hij.

josetomas2José Tomás is boos nu. Het is nog geen stierenvechtseizoen, maar het ministerie van Cultuur heeft een collega van hem een eremedialle gegeven voor de schone kunsten. Tomás heeft er ook één, van 2004, maar heeft die nu, samen met een ander, weer teruggegeven. Als het ministerie die medailles zo makkelijk weggeeft, dan hoeft hij hem niet meer, zegt hij. Want de laatste is gegaan naar Fran Rivera, zoon van een beroemde stierenvechter, Paquirri, die in de arena overleed en daarvoor getrouwd was geweest met een beroemde volkszangeres, Isabel Pantoja. Sommigen vinden Rivera wel goed, maar hij is vooral een ‘media-torero’, eentje die vaker in de roddelbladen dan voor een stier staat. Allemaal beroemde vriendinnetjes, van adellijke erfgename’s tot vroegere missen: geen man in Spanje die zo’n erotische aantrekkingskracht heeft als de torero (schrijf nooit toreador, dat is fout; het is torero of matador).

José Tomás vindt dat helemaal niets. Een stierenvechter moet zich tot zijn vak beperken, het bloedige en boeiende gevecht met de stier aangaan. Zoals hij. En zelfs al ben je pertinent tégen deze vorm van dierenmishandeling, bij het aanschouwen van José Tomás vergeet je het bloed en wordt je opgeslokt door de kunst en de passie.

Hommage aan ETA-leden

baskenland2

Het is het opvallende, maar tegelijk gebruikelijke beeld in veel kleine steden en dorpen in het Baskenland. Op het meest centrale plein van het plaatsje hangt een meestal lange rij foto’s; al jarenlang. Het zijn inwoners van het betreffende dorp die veroordeeld zijn voor het plegen van aanslagen of het toebehoren aan commando’s van de ETA. De burgemeester van die stadjes is dan meestal iemand van de links radicale aberzales, die beschouwd worden als de politieke arm van de ETA; daarom worden de foto’s niet verwijderd.

Eén avond per week is er een optocht om die ‘politieke gevangenen’ te eren. Maar vooral ook om te pleiten voor hun terugkeer naar het Baskenland. Het is altijd de politiek van de Spaanse staat geweest om veroordeelde ETA-leden zo ver weg mogelijk in gevangenissen te plaatsen. Aanvankelijk was dat op de Canarische Eilanden, later Zuid- en Midden-Spanje. Dat was een extra straf, zodat familieleden hen niet zo vaak konden bezoeken.

Deze foto maakte ik dinsdag (laatste dag van het carnaval) in Mondragón, het stadje waar precies een jaar geleden een socialistische wethouder door de ETA werd vermoord. ‘Van hem kunnen we geen foto op straat hangen,’ beklaagt een partijgenoot zich. Het is de schizofrene situatie van het Baskenland, waar de meerderheid tegen het geweld is en hoopt op een definitieve wapenstilstand. (Het meer volledige verhaal hierover, zaterdag in het AD: Baskenland stemt tegen angst)

En ondanks alles blijft Baskenland een prachtige land, natuurlijk, met onder anderen het prachtige Guggenheim-museum dat het straatbeeld van Bilbao beheerst en gisteren in de avondzon prachtig schitterde:

baskenland6

Hitler bombardeert Baskenland

guernica

Weer een korte reis in verband met de regionale verkiezingen van zondag. Ook in Baskenland gaat gestemd worden. Piepklein landje eigenlijk, je rijdt binnen een uur van de ene grote naar de andere grote stad, waarvan er drie zijn, Bilbao, San Sebastian en Vitoria, waar de regering zetelt. Helaas is het prachtige, bergachtige Baskenland met zijn enorme stranden buiten Spanje vooral berucht om de ETA, die gisteren een partijkantoor  van de socialisten opblies om zich ook even met de verkiezingen te bemoeien.

De foto is een herinnering aan andere bommen: de begraafplaats van Guernica, of Gernika op zijn Baskisch. Op de vermelde datum kwam het Condor-legioen van Hitler overvliegen, met hulp van ook nog wat Italianen van Mussolini, om de rebelse opstandeling en latere dictator Francisco Franco een handje te helpen in de door hem ontketende Burgeroorlog. Zo’n 70% van Guernica werd verwoest, honderden mensen overleefden het massale bombardement niet. Guernica is nu één van de meest ‘radicale’ dorpen in het verzet tegen de Spaanse staat. Het bombardement inspireerde Picasso tot zijn beroemdste schilderij:

picasso_guernica2

Het laatste dorp van de wereld

riodolas

Het einde van de wereld kun je op veel plaatsen vinden, maar nergens zo veel als in Galicië. Gisteren was onze laatste dag van de korte trip en we sloten die af met een ‘typisch’ bezoek in Noordwest Spanje: aan een verlaten of bijna verlaten aldea, één van de heel veel dorpjes die vroeger vol met leven waren, met kinderen die op straat speelden en ezels en wagens getrokken door koeien die voor het transport zorgden, maar waar nu de stilte van de stenen overheerst.

Riodolas ligt verstopt in gitzwarte bergen in de provincie Ourense. Sinds enkele decennia wordt er leisteen gewonnen en de hele vallei lijkt opengebroken. Ergens rechtsboven op de foto, net niet zichtbaar, ligt Riodolas. Er zijn nog zo’n zeven huizen bewoond, allemaal gepensioneerde mensen. De jeugd is er vertrokken, al lang geleden.

In heel Galicië, dat slechts 2,78 miljoen inwoners heeft (94 per vierkante kilometer), zijn inmiddels 1.400 van die dorpjes volledig verlaten en in 750 anderen is er nog slechts één bewoner. Als hij of zij (meestal zij, de vrouwen leven ook hier langer  dan de mannen) overlijdt, is dat dorpje ook weer verlaten. Het is één van de regio’s in Europa die het snelst vergrijst, samen met enkele streken in Duitsland.

Mooi blijft het wel, die eenzaamheid op verre plekken. Voor een kort bezoekje, of een lang weekeinde. Maar niet om te leven.

Zeven jaar na de olieramp

mexero2

De eerste van drie dagen in Galicië. Een vriend komt in juni over, in Barcelona, en dacht daarna een auto te huren om voor een congres ‘even naar La Coruña te rijden’. Even? Ik vroeg hem hoe ver hij dacht dat dat was. ‘Een uurtje of drie, vier rijden’. Van noordoost-Spanje naar noordwest-Spanje, dat doe je even. Tja. Het zijn meer dan 1.100 kilometer, tegenwoordig over snelwegen, maar niet in één rechte lijn. Naar Galicië zijn we vandaag dus, ik en een fotograaf, met het vliegtuig gegaan.

Volgende week zijn er regionale verkiezingen. We maken een grote reportage over de mensen, de Galiciërs. Een rechte lijn door het prachtige land, met zijn eigen taal, de meeste boerse streek van Spanje. We zijn begonnen in Muxia, dorp dat beroemd werd omdat het het meest getroffen was door de ramp met de olietanker Prestige in 2002. Stranden, mosselen en vogels besmeurd met gitzwarte olie. Er kwamen 4.000 vrijwilligers om alles schoon te maken. De koning kwam een kijkje nemen. De regering verzaakte, maar kwam later met geld, heel veel geld over de brug.

Laat er nog maar eens zo’n ramp gebeuren, zeggen de vissers nu. Dat was een lot uit de loterij. Er zijn mensen rijk geworden van de schadevergoedingen. Vissers openden restaurants. En al die troep van toen? De ecologische ramp, de gevolgen op de lange termijn? ‘De zee is een grote wasmachine’, zegt een visser.

De man op de foto boven kweekt uien in Merexo, net buiten Muxia. Hij heeft andere problemen. Kwam terug uit Zwitserland, kocht grond aan zee en dat wordt nu onteigend om er een viskwekerij te bouwen. Een klein dorpje strijdt tegen de regering én een Noorse viskweekgigant. Oude mensen die hun land én idyllische uitzicht verloren zien gaan. Ze kunnen veel geld voor hun land krijgen, maar dat willen zij  niet. Ze zijn niet zoals hun buren in Muxia.