Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Stilte op de biechtstoel

Zag ‘m vanochtend vroeg al zitten, nog vóór tien uur. Een enorm licht in de relatieve duisternis van de grote Gothische kathedraal van Barcelona. Er was een kleine mis aan de gang, ter ere van Sant Ramon de Penyafort, de beschermheilige van Rechten-studenten, advocaten en iedereen die iets met justitie en rechtspraak doet. En terwijl zijn collega’s het bekende verhaal ophingen, zat hij geduldig te wachten in het biechthokje. Kort erna kwam een vrouw met rasse scheden aanlopen en gingen de deuren der discretie dicht.

De Spanjaarden worden met het jaar iets minder katholiek. Eergisteren was er een nieuwe enquête: 73,6% zegt katholiek te zijn, maar daarvan gaat natuurlijk lang niet iedereen regelmatig naar de kerk. Ruim 13% zegt vrijwel elke zondag of feestdag naar de mis te gaan, 16% doet dat ‘enkele keren per jaar’ en 10% heel af en toe. Ja, bij trouwerijen en het dopen van kinderen, dan staan sommigen voor het eerst sinds jaren weer voor het altaar. Een ander soort gelovigen is er in Spanje maar nauwelijks: 2,5% hangt een andere religie aan, en dat zal vooral de islam zijn. Protestanten heb je hier nauwelijks, vooral wat Zuidamerikanen van Pinkstergemeenschappen. Ruim 22% van de Spanjaarden (of de mensen die hier wonen) is atheïst of agnost.

Op bezoek bij opa of oma

Het is de dag dat het bijna onmogelijk is, na twee uur ’s middags, te parkeren in één van de straten van de Eixample, 7,5 vierkante kilometer die op de dag van Driekoningen worden overspoeld door auto’s met vaders en kinderen die bij opa en/of oma op bezoek gaan. Je kan een half uur rondjes rijden, maar zelfs alle ‘illegale’, doorgaans verboden parkeerplekjes (voor vuilcontainers, op parkeerplaatsen voor motoren, op de fietspaden) zijn bezet. Dat heeft een reden: die kadootjes, natuurlijk, want de kleinkinderen gaan kijken of de drie koningen ook nog bij opa en oma langs zijn geweest; daar wordt tegelijk het familie-etentje aan verbonden. Én de Eixample is de, in leeftijd, meest verouderde wijk van de stad. Hier wonen liefst 24% van álle inwoners van Barcelona die ouder dan 90 zijn en in totaal heeft de Eixample, op een bevolking van 267.000 -ja, meer dan heel Utrecht dus in één wijk- ruim 55.000 inwoners die 70+ zijn. Het is ook nog eens de wijk met de hoogste bevolkingsdichtheid (bijna 36.000 inw/km2), de meeste voertuigen (172.000) én de hoogste personenautodichtheid, 13.670 wagens/km2… Mooie staaltjes statistiek: in de praktijk betekent dat dat het vandaag, terwijl de straten verder helemaal leeg waren en de toeristen verdwaasd door een stille stad liepen, gewoon moeilijk was te parkeren hier.

De fauna van de Rambla

De Rambla is altijd een verzameling beesten van allerlei soorten pluimage geweest. Maar de échte dieren, de oorspronkelijke, die zijn aan het uitsterven. Op dit moment zijn er nog maar twee van de ouderwetse pajarerías over, die stalletjes waar je, middenin de stad, diverse beestjes kon kopen. Toeristen zeiden dat ze het allemaal zo zielig vonden, die konijntjes in te kleine kooien, net als de hamsters, cavia’s, vogels en, in het water, vissen en schildpadden; maar tegelijkertijd oefenden die beestjes een onweerstaanbare aantrekkingskracht op die toeristen uit, én op vooral de jeugdige lokale bevolking.

De gemeente Barcelona heeft nooit goed geweten wat het ermee aanmoest, met die beestenbende. Er kwamen acties van dierenbeschermers, het werd steeds politiek incorrecter om op de drukste boulevard van de stad kooien vol dieren te hebben, en uiteindelijk werd besloten ze te hervormen. Er kwam een nieuw ontwerp en daarin konden de eigenaren totaal andere dingen gaan verkopen. Sinds enkele maanden staan er nu kleurrijke – en daarmee is alles wel gezegd – kiosken die turron, coques, ijsjes en andere zoetwaren verkopen. Stands die totaal uit de toon vallen bij de rest van de kiosken (kranten, bloemenstallen) die al sinds mensenheugenis de Rambla opsieren. Daar is de gemeente nu ook achter gekomen, dat het eigenlijk helemaal niet staat, die veel te hoge fel verlichte dingen op de Rambla.

Dus moeten ze weer weg. Ja, net gebouwd, de stad heeft er zo’n 280.000 euro in gestoken, de ondernemers hebben contracten met leveranciers afgesloten en waren blij met hun nieuwe bestemming, maar nu moeten ze toch weg… Vandaag deelden ze carbón uit, bestemd voor de burgemeester. Die zwarte (en zoete) ‘kolen’ is wat hier de stoute kindertjes met Driekoningen krijgen – gelukkig worden ze niet in een zak mee naar Nederland genomen. Ook zijn ze handtekeningen aan het verzamelen. Om de definitieve dood van de dieren op de Rambla te voorkomen.

Kadootjes op het allerlaatste moment

Een maand na hun Nederlandse leeftijdsgenootjes zijn de Spaanse kinderen aan de beurt. Oké, die hier in Catalonië hebben op Kerstavond al wat gehad van de Tió, een kadootjes-poepende boomstam, en in de rest van Spanje laat ook de Papa Noël wel eens wat achter, maar Driekoningen is toch dé magische avond voor de Spaanse kinderen, of ochtend eigenlijk: ze moeten op 5 januari gewoon naar bed, het liefst zo vroeg mogelijk, want op 6 januari staan ze hypernerveus nóg vroeger dan ooit op om te kijken wat de Reyes voor hen hebben gebracht.

Traditioneel in de dagen voor Driekoningen is in Barcelona al sinds 59 jaar het bezoek aan de grote ‘speelgoedmarkt’ die aan de zijkanten van de Gran Vía wordt gehouden. Veel mensen doen nog altijd op het allerlaatste moment hun inkopen, waardoor deze markt vooral op de avond van 5 januari een groot gekkenhuis is; hij blijft zelfs tot een uur of vier ’s nachts open voor de wel héél late kopers.

Althans, dat was nog niet zo lang geleden, maar alles verandert, ook hier. Niet alleen door de crisis… Het speelgoed wordt steeds meer door grote warenhuizen en speciale ketens verkocht en het trationele bezoek aan deze markt loopt daardoor terug. Zo sterk zelfs, dat van de 300 kraampjes nog geen twintig speelgoed verkopen; daarnaast zijn er nog wat stands met poppen, videospellen en snoep. En de elf churrerías natuurlijk. Maar dan is het wel gedaan met de authentieke kraampjes: kleren, bijouterie en allerlei kado-artikelen, van zout uit de Himalaya tot anti-vlektafelkleden hebben de overhand genomen, van de kinderillusie is weinig meer over.

Je moet er ook maar zin in hebben, twee weken rond Kerst en Nieuwjaar hier gaan staan, vele uren lang niets verkopen en alleen maar wachten op die laatste, magische avond waarop 60% van de totale omzet van die twee weken wordt gedraaid. En het kost ook wat: een nog ouderwetse speelgoedverkoopster vertelde me vandaag dat ze 6.000 euro aan haar stand kwijt is, van vergunning tot en met licht.

Niet meer roken in de restaurants

Zoek op 1 januari altijd de zee op, zo blijkt uit mijn post op deze zelfde dag, maar dan van 2010. Uitwaaien op een duffe dag, heette die. Waaien deed het vandaag niet, maar de zee reinigt de op Oudjaarsnacht geteisterde oren, ogen en longen. Dat laatste, passief meeroken, is trouwens, vanaf vandaag, definitief voorbij: Spanje was één van de eerste landen met een anti-rookwet, maar die bleek uiteindelijk maar halfslachtig en werd nauwelijks nageleefd; een beetje op z’n Brabants dus. Vanaf nu is het allemaal veel strenger: nergens in bars en restaurants mag nog gerookt worden – speciale zones voor rokers worden afgeschaft -, maar ook niet, bijvoorbeeld, op straat bij de ingang van een ziekenhuis of een school, of op een speelplaatsje van kinderen.

Dus zullen veel bars en restaurants nóg meer dagen hun terrasjes open laten, zoals Salamanca vandaag, Nieuwjaarsdag, in de Barceloneta. En vol met eters, natuurlijk, bij een temperatuur van net boven de 15 graden. Eigenlijk hebben de rokers in Spanje nauwelijks te klagen; het is veel erger roker in de winterse kou in Nederland of Engeland te zijn.

En wij niet-rokers – nooit gedaan – zijn er blij mee. Vooral omdat jezelf niet nog aan de paella zit terwijl de buurman aan het naburige tafeltje dat wel verdomd dichtbij staat al zijn sigaretje aan het paffen is en de rook nét tussen je bord en je neus voorbijwaait… En uit hotel Omm, waar we vannacht op onder anderen de Trammps (Disco Inferno) en natuurlijk de overal herdachte Bobby Farrell (Ma Baker is zéér dansbaar) hebben staan swingen, kwamen we zonder dat de kleren van de nicotinelucht geïmpregneerd waren.

Witte kerst…

We kunnen vanuit Barcelona natuurlijk altijd wel afgeven op Nederland, en lachen om de kou en de regen en de maandenlange laaghangende bewolking, maar op kerstdagen als deze is het goed toch eens de schoonheid van het koude land te ontdekken, ergens op de dijken langs de grote rivieren. Een beetje zon, beestjes en boompjes in de sneeuw en als je zelf niet de chaos op het spoor en de gladheid hoeft te ondervinden, dan kan het ook wel eens heel erg mooi zijn.

De moeder van Afellay

(*Er komen de laatste maanden veel zoekopdrachten binnen met de tekst ‘moeder afellay overleden’. Geen idee waar dat gerucht vandaan komt, maar het is onjuist. Moeder Habiba leeft gewoon nog, gelukkig…)

Vaak presenteren voetballers zich bij hun nieuwe club met hun spectaculaire vrouw, zeg maar de Van der Vaarts en Sneijders. Ibrahim Afellay deed het vanochtend in Barcelona heel anders. De verschijning van zijn moeder, mevrouw Mardore Habiba, was opmerkelijk. Nooit eerder hebben we op het gras van het Camp Nou een vrouw met een hoofddoek gezien. De fotografen vonden het prachtig. En in Nederland was Afellay altijd heel afhoudend geweest, wat zijn familie betreft. Ook broer Ali was erbij. Beide, moeder en broer, zullen voor hem de komende maanden in Barcelona een beetje gaan zorgen.

Moeder Habiba pinkte een traantje weg. Van Al Hoceima naar Overvecht in Utrecht en nu in Barcelona, waar haar man – inmiddels overleden – ooit als matroos en bokser een tijdje woonde. Zoonlief Afellay eert hem nu door te gaan spelen bij die droomclub. Hij is de zoveelste Nederlander bij Barça, maar vooral de eerste Marokkaan in de geschiedenis van de club. Het bestuur is er blij mee; Barcelona is al immens populair in de Maghreb, dat wordt nu alleen maar meer. Een grotere ‘afzetmarkt’ heet dat. Het shirt met nummer 20 zal er binnenkort een gewild item zijn. De eerste tekenen waren vandaag al te zien: nog nooit zoveel Spaans-Marokkaanse jeugd tegelijk bij het Camp Nou gezien. Zonder bontkraagjes trouwens, ook al omdat het weer een prachtige zonnige dag was.

Vanachter de bar verdeelde hij 180 miljoen…

Dit is José, Joselito voor zijn vrienden. 44 jaar. En vandaag verreweg de gelukkigste man van Spanje. De populairste kroegbaas van het land. Zoals elk jaar had José voor flink wat geld ritsen loten met hetzelfde nummer voor de Kerstloterij gekocht. Liefst voor 12.000 euro kocht hij in, 60 series van 10 loten van één nummer, 79.250, om (zonder winst of toeslag) aan zijn vaste klanten door te verkopen. Elk lot van 20 euro bracht de winnaar 300.000 euro op, dus verspreidde José vanachter de bar liefst 180 miljoen euro aan prijzengeld aan minimaal 600 vaste klanten… Het blijft het leukste van deze prijs, de Gordo, dat er niet een miljoenenbedrag naar één iemand gaat, maar drie ton naar belachelijk veel dolgelukkige mensen.

Ik dus, zoals bijna elk jaar, weer op weg naar het dorp van de winnaars, dit keer het voorstadje Pallejà, op zo’n 15 km van Barcelona, waar José al jaren zijn bar, Nuevo Maldonado, heeft. De oude Maldonado bestaat ook, en is van zijn oom. Maldonado is hun achternaam. Wij journalisten schrijven meestal over nieuws, en vaak is dat geen goed nieuws. En al is die Kerstloterij elk jaar weer hetzelfde, met dezelfde taferelen, dezelfde spuitende champagne en dezelfde uitspraken, je wordt er in ieder geval vrolijk van, temidden van nóg vrolijker mensen. Feel good news.

En die van vanochtend was denk ik de vrolijkste viering die ik ooit heb meegemaakt. Alsof alle winnaars waren komen opdagen; veel arbeiders die hun werk even in de steek hadden gelaten om te komen vieren. Veel werklozen ook. Het is geen rijk stadje, Pallejà, ingeklemd tussen snelwegen en treinsporen en industrieën. Iedereen kuste elkaar, omhelsde elkaar, schreeuwde naar elkaar. De champagne was snel op, de voorraad bier ging er anderhalf uur later helemaal doorheen. Mensen die geen WW-uitkering noch bijslag meer ontvangen, sommigen die op het punt stonden hun huis uit te worden gezet omdat ze de hypotheek niet meer konden betalen, jongelui die zojuist op de onmogelijke Spaanse arbeidsmarkt verdwaald waren geraakt… Drie ton doen heel goed.

Pallejà is vandaag in één klap 180 miljoen euro rijker. En José, zo vertelde hij, had nog nooit van zijn leven zo enorm moeten huilen.

Heuse hoedenwinkels

Bijna iedereen blijft er stilstaan, op dit magische voetgangerskruispuntje in de oude stad, waar de straten Boqueria, Banys Nous en Call (el Call is de oude Joodse wijk van Barcelona) elkaar treffen, dichtbij het Plaça de Sant Jaume. Op bijna-winteravonden als deze (hoewel, gisteren om 20 uur, het moment van de foto, was het nog 15 graden) geeft het kunstlicht van Sombrería Obach de hoek én de etalage een onweerstaanbaar panorama. Een heuse hoedenwinkel, deze weken stampvol omdat de kou een beetje gekomen is en omdat een hoed of pet een uitstekend kado-artikel blijkt te zijn. Én omdat, heb ik de indruk, er meer én jongere kale of volledig kaalgeschoren mannen dan vroeger zijn…

Obach zit er al sinds 1924 en was lange tijd één van de drie historische hoedenwinkels van de stad. Nu zijn er nog maar twee, want twee jaar terug sloot El Rey de la Gorra (de koning van de pet) dichtbij het Plaça Espanya. De andere klassieker, ook al vier generaties van dezelfde familie, is Sombrería Mil, sinds 1917 op Fontanella, tussen de pleinen van Catalunya en Urquinaona. Ook heel erg druk, deze dagen.

Lange tijd werden er in Barcelona nauwelijks hoeden gedragen. Volgens mij doe je het ook niet zo makkelijk, zo’n van buiten imponerende winkel binnenstappen, op zoek naar je eerste pet of hoed, waar in het Spaans talloze verschillende woorden voor bestaan: sombrero, gorra, gorro, bombín, boina, txapela… (de laatste woorden zijn Catalaans respectievelijk Baskisch). Maar de jeugd heeft de hoeden en petten ontdekt, en heeft ook winkeltjes zoals de populaire Hatquarters (op de foto, in winkelcentrum l’Illa) die wat toegankelijker zijn. Daar doen vooral de modieuze Goorin-petten het goed (zo’n model dat DJ Giel Beelen altijd op z’n kop had), maar een échte modestijl is er niet, zeiden ze me bij Mil. Soms doen films een mode opleven, zoals de laatste Sherlock Holmes en, een tijd terug, Gangs of New York.