Categorie archief: zon, zee en andere zaken

Betoverend licht

Beter laat dan nooit, nog een klein beetje Mercè-feesten. De magie van het licht, bijvoorbeeld. Het bleek één van de grootste, onverwachte successen van het stadsfeest: je zet een paar lasers bij de ingang van het Ciutadella-park, stopt er wat indringende muziek met flinke bas-tonen onder en iedereen wordt er door ‘gepakt’, opgesloten in wissellende kolommen en spiralen van gekleurd licht, en dat onder een aangename hemel die op de vier feestdagen geen enkel druppeltje op de fiesta liet neerdalen.

Vooral de jongsten en wij, de wat ouderen, die nog niet of niet meer in hypermoderne disco’s komen, laten ons verleiden door die twee minuten van betovering. Hoe eenvoudig een feestje te bouwen is.

Maar aan elk feestje komt een einde, voor de één wat later dan voor de ander. Dit, op de foto, is de metro van Barcelona zondagmorgen om tien over vijf. Afgeladen met bezoekrs die van de verschillende concerten en feesten in de stad kwamen, op weg naar huis. De metro was 91 uur onafgebroken geopend en vervoerde in die tijd een record van 3,5 miljoen passagiers – record van zo’n lang weekeinde, want op werkdagen stappen er dagelijks al meer dan een miljoen mensen in. Vind dat zo’n metro eigenlijk altijd 24 uur lang open zou moeten zijn; zou heel wat dronkelappen van de weg houden. Nu is hij doordeweeks van 24 tot 5 uur gesloten en op zaterdag van 1 tot 5 uur. Met zo’n ‘feestmetro’ loop je trouwens wel enig risico op dit soort beelden: een stevige roze-kleurige massa kots op de vloer, waar andere jongeren trouwens gewoon met hun sandaaltjes in gaan zitten… De stank was onhoudbaar, maar om die tijd in de nacht schijnt dat niemand te deren.

Dacht trouwens  dat in andere grote steden van Europa die metro wel onafgebroken reed, maar zelfs in Londen en Parijs gaan ’s nachts de ‘tube’s’ op slot en kun je je nog alleen met nachtbussen en taxi’s door de stad verplaatsen als je zelf niet in de auto, op de motor of op de fiets wilt stappen.

Stierenvechten mag niet, stieren pesten wel

Als je het voor de eerste keer meemaakt heeft het iets betoverends. Mijn ‘doop’ was ergens in 1982, in een minuscuul Andalusisch dorpje dat La Campana heet. Iets verderop, bij Lora del Rio (de rivier is de Guadalquivir), grazen de beruchte stieren van Miura, één van de beroemdste fokkers van Spanje; stieren die altijd voor de meeste bloedige dag bij de stierenrennen in Pamplona zorgen. Maar die liepen daar niet, in de geïmproviseerde arena van La Campana. Daar deden ze het met vaquillas, jonge koeien met flinke horens. Als jong jochie van het dorp moet je even zo’n koe uitdagen wil je er bij horen.

Ook in Catalonië hebben ze dit soort stierenfeesten nog, de correbous. In verschillende vormen. Dat uitdagen in een kleine arena, maar ook minder estethische uitvoeringen als de stier maximaal 20 minuten (meer mag niet, van de wet) met brandende fakkels op zijn horens te laten rondlopen of hem te water laten. Twee maanden geleden verbood Catalonië officieel het stierenvechten, maar vandaag ‘blindeerde’ datzelfde parlement de ‘eigen’ correbous, zodat zij niet na een dierenebeschermers-campagne verboden kunnen wordenHypocriet, volgens velen; een beslissing die bevestigt dat het verbod op stierenvechten niet uit liefde voor de dieren was, maar een politiek, nationalistisch gebaar tegen Spanje en zijn tradities.

Want waarom het ene verbieden en het andere als nationale traditie verdedigen? Toch vind ik ook er een groot verschil: hier wordt geen stier vreselijk mishandeld, stevig in zijn rug gestoken en daarna doodgestoken. Écht leuk is het allemaal niet, want je kunt die dieren ook met rust laten, maar als je een dag met een stierenfokker doorbrengt, krijg je ook begrip voor hun kant van het verhaal. De jonge Paco, uit Amposta, heeft er zo’n honderd. Zijn familie, Margalef, begon er al in 1891 mee, met het fokken. Hij houdt van zijn stieren en koeien en allerlei dorpen, tot ver bij Valencia, huren zijn beesten in. Sommige koeien doen het fantastisch, krijgen prijzen, en worden daarna ook in andere dorpen gevraagd. Want, anders dan de vechtstieren, kunnen zij wel op herhaling, jarenlang. Paco wil ze niet te veel vermoeien, heeft 65 koeien en stieren die in actie kunnen komen. Rijk wordt hij er niet van, dus heeft hij een kleine arena gebouwd waar hij in de toekomst toeristen uit bijvoorbeeld Salou, op een half uurtje rijden, kan vermaken. Bijna al die correbous vinden plaats in wat we hier als de Terres de l’Ebre kennen, de dorpen rond de Ebro, die in juli en augustus hun dorpsfeesten houden. En een feest zonder koeien en stieren, ofwel bous, dat is hier geen feest.

De zomer van de crisis

Het is weer voorbij. Althans, over een week begint volgens de kalender de herfst. En op de stranden hier in de buurt zijn ze met het afbreken begonnen, de concessies lopen eind van deze maand af, niet alleen voor de ligstoelverhuurders, maar voor complete chiringuitos, de strandtentjes die ergens in mei zijn opgebouwd en nu weer zullen verdwijnen. Steeds meer hebben trouwens behalve de gebruikelijke aluminium stoeltjes een lounge-achtige ruimte met banken en kussens; die Bloemendaalse mode is hier pas heel laat overgewaaid.

Even met wat mensen gesproken, op het immense strand van Castelldefels. Een slechte zomer, zeggen ze allemaal. Ondernemers klagen graag, maar Abdo, een stoelverhuurder, staaft het met zijn eigen cijfers: vorig jaar werd een omzet van 60.000 euro gedraaid, nu staat hij op 38.000. En daar moet de 20.000 die aan de gemeente moet worden afgedragen nog af. Ik dacht dat juist deze zomer de Spanjaarden, vanwege de crisis, dichter bij huis bleven. Maar Castelldefels is net iets té dicht bij Barcelona, lijkt het. Plus: gaven de strandgangers vroeger zonder nadenken die vijf euro voor een ligstoel uit, en twee euro voor een fris biertje, nu besparen ze op alles, moet een dagje aan het strand vooral niets kosten.

Zelfs de weekeinden zijn niet meer wat ze waren. Kan me eind jaren tachtig nog herinneren, toen we elk zomerse weekeinde zo snel mogelijk uit ons flatje in l’Hospitalet wilden verdwijnen en op weg gingen naar de stranden van Castelldefels en Sitges. Nog niet buiten de stad, bij het ziekenhuis van Bellvitge, kwam je al in een vierbaansfile te staan die aanhield tot de stranden, 20 of 30 kilometer lang. Die file’s bestaan niet meer, en niet alleen omdat naast de fameuze Autovía de Castelldfels (de C-31) nu ook een snelweg, de C-32, is aangelegd. Je kunt nu overal weer redelijk dichtbij het strand parkeren. En de buitenlandse toeristen, zei Abdo nog, die had hij deze zomer ook nauwelijks gezien.

’t Is weer voorbij, de zomer. Althans, volgens de kalender, de sterren en de maan. Maar de zon heeft er nog geen genoeg van. En het water is nog dik boven de 20 graden. Voldoende voor een dagelijkse duik, in een stille Mediterranee.

Alles dicht, en dat op zaterdag

Ja, daar sta je dan met zijn allen. Een dagje Barcelona, over de Rambla slenteren – of strompelen – en natuurlijk even de straat oversteken om een kijkje in La Boqueria te nemen. De grote markt halverwege de boulevard is inmiddels uitgegroeid tot één van de grootste toeristische attracties van de stad: kijken hoe ze er verse groente, vlees en vis verkopen die thuis nooit in zoveel frisse hoeveelheden te vinden is (vooral de vis, natuurlijk, want van groente en fruit hebben we in Nederland ook genoeg). Kom je dus bij de Boqueria en is het er donker en stil. Mensen komen er verbijsterd tot silstand, kijken naar boven of daar de redding vandaan moet komen en een enkeling waagt zich tot bij het hek om in het donker naar het niets te kijken, slechts gesloten marktkramen waar de ritsen knoflook en ñoras (gedroogde paprika’s, waarvan je na een uurtje weken het laagje resterende ‘vlees’ onder het vel in sauzen gebruikt, zeg maar een natuurlijke vorm van parpikapoeder) nog wel buiten hangen.

Het gebeurde gisteren overal in de stad. Toeristen die nog even op zaterdag wat inkopen wilden doen voor zij huiswaarts zouden keren maar bijna overal gesloten deuren aantroffen. Het was de Diada, de nationale feestdag van Catalonië, en dan is er nauwelijks iets te beleven in de stad. Zelfs geen feest, slechts een enkele demonstratie voor onafhankelijkheid en allemaal officieel gedoe in het Ciutadella-park.

“Op zaterdag, en dan alles dicht?” vroegen drie verbijsterde Zweedse vrouwen me voor de gesloten ingang van El Corte Inglés op de Plaça de Catalunya. Ja, en als de Corte Inglés dicht is, dan is alles dicht. De Zara natuurlijk ook. Alleen wat kleine zaakjes in de Barri Gòtic gingen (soms stiekem) open, net als de souvernirwinkels op de Rambla, die daar wel toestemming voor hebben. Blijkt dat het toch raadzaam is in je stadsgids te kijken naar ‘feestdagen’, typisch zo’n hoofdstukje dat je altijd overslaat maar dat je voor dit soort onaangename verrassingen kan behoeden. Denk bijvoorbeeld niet op 29 juni in Rome iets te kunnen kopen, zeiden teleurgestelde Italiaanse toeristen me gisteren; dan is het San Pietro i San Paolo, de beschermheilige van de stad, die die dag leegloopt. Net als met Ferragosto.

Ik weet dat deze post een dag te laat komt, of enkele dagen te laat. Heb de mensen niet gewaarschuwd. En voor volgend jaar is het niet nodig. Dan valt de Diada op zondag, en is in Barcelona altijd bijna alles dicht, al vragen steeds meer winkeliers om toestemming om toch open te gaan.

De heetste dag ooit in Barcelona

Iedereen zucht, steunt, blaast en heeft het erover: het is heet, het lijkt heter dan ooit, dit hebben ze nog nooit meegemaakt. En ze hebben gelijk, de inwoners van Barcelona. Vanmiddag is het warmterecord in de straten van de stad gebroken. De officiële thermometer van Meteocat (de Catalaanse KNMI, zeg maar) in de wijk Raval bereikte even voor half vijf vanmiddag de 39,3 graden. In de stad zelf was het nooit heter geweest dan 38,5º, in augustus van 2003, toen een lange hittegolf voor talloze doden in half Europa zorgde.

De ‘schuld’ van die hitte van vandaag is een stevige bries die afkomstig is uit Noord-Afrika en in zijn vlucht over oost-Spanje steeds verder verhit is. Aan de Costa Blanca kwamen ze boven de 40º vandaag, wat aan zee niet normaal is, omdat het water de luchttemperatuur meestal iets lager houdt dan in het binnenland.

Het absolute record in Barcelona is trouwens een 39,8º van juli 1982, maar dat werd gemeten in het Observatorio Fabra, dat op de Tibidabo ligt en meestal andere waarden registreert dan beneden in de stad zelf gelden. Dus de 39,3 van vandaag is het warmste ooit in het centrum van Barcelona, waar de conciërge van het hotel Majestic ondanks die temperatuur tóch bleef lachen in zijn belachelijk warme en lange jas met stropdas…

Hittegolf eind augustus

Dit is de komende week de verwachting voor een dorpje in het binnenland van Catalonië, bij Lleida in de buurt. Je zou er nu niet willen wonen, vooral omdat er geen zee in de buurt is, én omdat het deze dagen de warmste steek is, samen trouwens met het achterland van de Costa Brava. Terwijl Nederland de natste augustus sinds tijden krijgt, wordt het hier de warmste augustus sinds 30 jaar, zo hebben de meteorologen al voorspeld. De zon hakt erin, maar we gaan niet klagen, al kom ik net verbrand terug van opname’s voor De Wereld Draait Door (DWDD), waarover volgende week misschien meer. Twee uur in het Olympisch stadion van Montjuïc in de zon gestaan; foutje. En niet gedacht dat ik aan het einde van de zomer nog zo zou verbranden. (Hoop dat ik er op TV een beetje bruin op sta, en niet vuurrood.)

Traditioneel, wordt altijd gezegd, is juli in en rond Barcelona altijd heter dan augustus. Maar omdat de zomer dan meestal al lang duurt heb je in augustus altijd het idee dat het nóg warmer is, ook al omdat de stad leger is, iedereen de schaduw in is gevlucht, of de airco van thuis, de winkel of het kantoor heeft opgezocht. Een schaduw waar het vandaag trouwens aangenaam lunchen was, gewoon een menuutje bij ene Casa Miranda (geen hoerentent, gewoon een stokoud restaurantje in de Eixample), met voorafjes (gazpacho, arroz a la cubana – witte rijst met tomatensaus en een gebakken ei), vlees (churrasco en biefstukje), nagerechte (appel uit de oven, crema catalana), twee biertjes de man, plus elk een koffie, 35,90 euro…

En dat zullen we voorlopig nog minimaal een week kunnen blijven doen. Het wordt zelfs heter, ook hier aan de kust, met een bries uit Afrika.

De zwarte markt

Met excuses voor de woordspeling in de kop, maar hij ligt er dik bovenop. Er is al 10 dagen rotzooi in twee populaire vakantieoorden aan de Costa Daurada, Calafell en Coma-ruga (de strandwijk van het stadje El Vendrell). Zoals alle drukbezochte badplaatsen zijn beide dorpen de laatste jaren overspoeld door top manta-verkopers, ook wel manteros genaamd. Die namen komen van manta (deken) al zou sábana (laken) de lading iets beter dekken: op grote lakens of doeken spreiden de altijd Afrikaanse verkopers hun waren op straat uit; wordt er een politiepatrouille gesignaleerd, dan slaan zij het laken snel dicht en zetten het op een lopen.

Maar in Calafell en Coma-ruga hoeft dat niet meer, sinds vorige week. Om hen definitief van de drukke boulevards af te halen zonder elke dag dat kat-en-muis-spelletje tussen politie en Afrikanen te herhalen, maakten beide gemeentes een afspraak: er werd een speciale ruimte, een plein net achter de boulevard voor hen gereserveerd waar zij elke middag en avond hun eigen markt mogen opzetten. Eigenlijk een illegale markt, want alles wat ze verkopen is zo vals als een biljet van drie euro. Ik was er gisteren even en zag er dit ‘Montblanc’-horloge voor 15 euro, RayBan-brillen voor 10, D&G-tassen voor 20, Lacoste-polo’s voor 15 en meer van dat spul. Met afdingen ben je zelfs nog minder kwijt. Wel hebben álle verkopers -er waren er zo’n 100- precies dezelfde beginprijzen, want de zwarte markt is goed georganiseerd. Er loopt een chef rond, met drie of vier knechten. Journalisten en fotografen willen ze er niet zien, ze verordenen gemaakte foto’s te wissen, ze hebben er hun eigen republiek met hun eigen wetten gevestigd.

De wereld op zijn kop, dus, en de lokale ondernemers zijn er niet blij mee. Tegen dit soort prijzen kunnen zij niet concurreren en zij vinden dat de gemeentes strafbaar zijn omdat zij illegale handel niet alleen toestaan, maar ook promoten door de manteros hun eigen marktplaats te geven. En de politie, die vorig jaar met wapenstokken achter ze aan rende, rijdt nu gewoon in de auto voorbij. Het is dé discussie van deze zomer, hét nieuws waarmee de kranten de zware augustusmaand mee door proberen te komen. En de zaak zal zich nog wel even voortslepen.

De oneindige Costa Brava

Iedereen heeft wel zijn eigen favorietje plekje aan de Costa Brava. Ik ken mensen die gek zijn van Port de la Selva, bijna aan het einde, de noordkant, dichtbij de Franse grens. Cadaqués blijft een idyllische herinnering aan hippie’s (de enige hippie’s die er nu nog zijn, in Cadaqués, op Kreta en waar dan ook, zijn altijd Duitsers). l’Escala is leuk waar het centrale staatje slingert langs strandjes en restaurants. Schrijver Truman Capote raakte verliefd op Palamós. Mijn persoonlijke favorieten zijn altijd de strandjes Sa Riera en Sa Tuna bij Begur geweest, plus de betoverende plaatsjes Calella de Palafrugell en Llafranc.

Hier, op de plaats van de foto’s kom ik niet zoveel, maar ik ontdekte afgelopen week, op bezoek bij vrienden Judith&Jaap in Santa Cristina d’Aro, dat het wel iets leuks heeft, het minuscule S’Agaro, een sjieke wijk rond het al even historische en luxueuze Hostal de la Gavina, in de jaren twintig van de vorige eeuw gebouwd en een architectonisch monument, net als veel huizen eromheen.

Midden aan het strand, dat de Platja de Sant Pol heet (niet te verwarren met het dorpje Sant Pol), ligt het monumentale maar verwaarloosde Casa Estrada of Casa de les Punxes, een huis in de modernistische stijl dat een man een eeuw geleden voor zijn vrouw en twee dochters liet bouwen. Drie van de torens waren voor hen bedoeld. Een paar jaar geleden was er sprake van dat topkok Sergi Arola er een restaurant zou beginnen – de kleine boulevard is al één opeenvolging van aardige eetgelegenheden -, maar tot nu toe staat het nog steeds af te takelen. Soms vraag je je af waarom de eigenaar een juweel op zo’n exclusieve plek verwaarloost.

Kom je er om een uur of zes, dan is het bij het strand van S’Agaro eenvoudig parkeren, de blauwe zone kost er één euro voor anderhalf uur, ongeveer. Kunnen ze in andere plaatsen van leren. Het is ook de mooiste tijd om naar het strand te gaan, overal aan de Costa Brava, wanneer de zon zich langzaam over land terugtrekt en de zee een magische blauwe kleur krijgt. En na het strand ga je dan naar één van de dorpen of stadjes in de omgeving, zoals Sant Feliu de Guíxols, waar het parkeren al wel een stuk moeilijker is, maar waar bijna overal de dorpsfeesten in augustus aan de gang zijn. Grote kermis voor de kinderen, vette happen en veel bier in de speciale feesttenten en muziek, dans en vuurwerk laat op de avond.

Ook al zijn er overal veel buitenlandse toeristen, op de één of andere manier blijf je aan de Costa Brava wel de indruk houden dat de Catalanen zelf er ook graag komen, dat het hún vakantieparadijs is. En dat op een uurtje rijden van Barcelona.

De Obama’s in Marbella

Barack Obama zelf zei al dat hij graag eens zou terugkeren naar de Rambla in Barcelona, waar hij als jonge backpacker in 1988 voor het eerst Spanje proefde. Zijn vrouw Michelle en zijn jongste dochter Sasha hebben vandaag de belofte aan premier Zapatero ingelost om snel eens het zomerse Spanje te ontdekken. Beide kwamen vanochtend aan op het vliegveld van Málaga, waarvandaan zij onder strenge bewaking naar het 5-sterren hotel Villa Padierna in de buurt van Marbella werden vervoerd. Geen slecht oord, zo te zien; ben er zelf nog nooit geweest, maar het is mede beroemd om zijn grote en betoverende ‘spa’.

Ben alleen bang dat ze er wel een fout beeld van Spanje krijgen: Marbella en de decadente haven Puerto Banús zijn weer overstroomd deze weken met steenrijke Arabische sjeiks, die er hun privéfeestjes houden en hun bolide’s in gigantische jachten laten aanvoeren en vervolgens op de kade tentoonstellen. Maar mevrouw Obama en dochter zullen ook cultureel bezig zijn: er staat een bezoek gepland aan Granada en het Alhambra; jammer misschien voor de ‘gewone’ toeristen die al maandenlang kaartjes hebben gereserveerd, want die zullen ongetwijfeld niet op de besproken dag en tijdstip naar binnen mogen.

Barack Obama zelf is in Washington gebleven, waar hij vandaag zonder zijn gezin zijn 49-jarige verjaardag viert. Zijn oudste dochter, Malia, is op een zomerkamp.

De beer is los in de Pyreneeën

Als de Spaanse koning Juan Carlos op beren wil jagen – iets wat hij eenmaal per jaar pleegt te doen – gaat hij naar Roemenië of Rusland, waar de berenjacht is toegestaan. Enkele jaren geleden maakten zijn Russische gastheren het een beetje te bont. Om het de koninklijke gast iets eenvoudiger te maken zetten ze niet alleen een halftamme beer uit in het reservaat, maar werd het beest eerst nog dronken gevoerd met wodka. Waggelend was de beer een eenvoudig doelwit voor de koning, die zelf ook wel eens lijkt te waggelen. Natuurlijk werd het bericht ontkend, maar het was te mooi om niet waar te zijn.

Sinds 1996 heeft Spanje ook weer beren, maar daar mag zelfs de koning niet op jagen. Samen met de Franse overheid begonnen de Spanjaarden met een herintroductie-programma van de in de jaren vijftig uitgestorven beren; het laatste autochtone exemplaar van de Europese Bruine Beer was ‘per ongeluk’ door jagers omgebracht. Er werden vijf exemplaren uit Slovenië gehaald en het wachten was op de voortplanting. Tot woede trouwens van zowel boeren aan de Franse als de Spaanse kant van de Pyreneeën, waar de beren werden losgelaten. Nu moet er zo’n dozijn vrij rondlopen, nadat in januari weer twee jongen zijn geboren; onlangs werden zij door een automatische camera ‘betrapt’ (foto boven).

Af en toe verscheuren de beren een lammetje of een schaap, héél soms laten ze een wandelaar schrikken, maar over het algemeen zijn ze enorm mensenschuw en is er, behalve één man die dreigde te worden aangevallen, nog nooit menselijk leed te betreuren geweest. Even op ‘berenexcursie’ is moeilijk: de beesten zijn heel moeilijk te vinden. Voor wie toch op safari wil: in Spanje houden ze zich op in de bergen van de Vall d’Aran, net boven het hoofdstadje Vielha, of in de buurt van Esterri d’Aneu, een leuk dorpje aan het einde van een lange vallei. Aan de Franse kant zijn ze vooral te vinden in de bossen rond Couflens.