Categorie archief: zon, zee en andere zaken

Dé kus: de Wesley en Yolanthe van Spanje

Wesley Sneijder en Yolanthe Cabau van Kasbergen (de achternamen zijn eigenlijk overbodig), de Utrechter en zijn meissie konden niet feestvieren, gisteravond. Spanje’s aanvoerder Iker Casillas en zijn mooie Sara Carbonero wel. Ze hebben het moeilijk gehad, dit toernooi. Zij was de vaste verslaggeefster van Tele5, zeg maar een Mediterraanse versie van onze Bert Maalderink (ik heb nog op de School voor de Journalistiek gezeten met Bert, niets dan goeds over hem; in dezelfde klas sportjournalistiek zat ook Tom Egbers) en zij moest haar Iker af en toe interviewen, maar deed dat liever niet. Zo dichtbij en toch zo ver weg, want daarna moest hij weer naar zijn geïsoleerde hotel… En de roddelpers zat er bovenop, terwijl de keeper alleen maar wereldkampioen wilde worden. Gisteren was het voorbij, de titel was binnen. Bij de eerste vraag van Sara moet Iker al huilen. Hij draagt de triomf op aan zijn familie, vrienden… wil ook zijn vriendin zeggen. Beide staan even doodstil tegenover elkaar. En dan de kus, eentje die de geschiedenis zal ingaan…

Nederland-Spanje; we vinden elkaar wel leuk

De Tachtigjarige Oorlog kennen we alleen maar uit de geschiedenisboeken, veel Nederlanders weten niet eens meer wie die Alva nou was en na Frankrijk is het ook nog het populairste vakantieland voor de Nederlanders. Onze enige traumatische ervaring met Spanje is dat je als klein kind vreesde dat Zwarte Piet je wel eens in een zak naar dat verre land kon meenemen. Dat wordt dus puur genieten, zondag, over en weer, van voetballers en teams waaraan we, wederzijds, geen enkele hekel aan hebben.

Gisteren ben ik even op pad geweest om zowel de oranje-koorts in Barcelona als die ‘rivaliteit’ te ontdekken. Kwam ik, onder anderen, terecht op de boulevard Joan de Borbó, waar twee totaal verschillende zaken naast elkaar zitten: El Suquet del Almirall van Quim Marqués, heel aardige en uitmuntende kok waarvan ik thuis een boek over La cuina de la Barceloneta heb staan (heerlijk recept van met prei en paddestoelen gevulde inktvissen!) en die net een nieuw boek over klassieke visgerechten aan de Spaanse kust heeft uitgebracht, en naast hem Foc van Marcus de Pijper. Het zijn buren en Marcus huurt zijn tent ook nog van Quim. Quim is Catalaan maar fanatiek voor Spanje, zondag, want het is gewoon Barça dat speelt. Maar hij vindt die Nederlanders wel aardig, en omgekeerd. Hieronder een deel van het verslag dat ik voor het AD schreef:

Het halve dozijn ‘Nederlandse’ kroegen in Barcelona was bij de laatste wedstrijden van Oranje al te klein. Honderden bezwete, allemaal in het oranje uitgedoste landgenoten, over het algemeen een jong publiek, kwamen bijeen in barretjes met de namen Amsterdam, Rembrandt, Foc, Gran Foc en Nakupenda. Al jaren ontmoetingsplaatsen voor velen, deze maand bedevaartsoorden om de wedstrijden van het Nederlands elftal via de NOS en met het commentaar van Frank Snoeks en Jeroen Gruter te zien en te beluisteren.

Hoewel, luisteren. Het kabaal en de drukte waren meestal zo groot, dat het bij kijken bleef, en juichen, zuchten en vloeken. “Een gekkenhuis. Al vanaf de eerste wedstrijd was het vol, maar per ronde kwamen er nóg meer mensen bij,” zegt Vincent Solleveld, één van de eigenaren van de Bar Amsterdam, die op een gegeven moment zelfs mensen moest weigeren. Vol was vol. (Vincent zit nu zelf in Zuid-Afrika, trouwens, met compaan Dirk…)

Na de winst op Brazilië speelden er zich bovendien ongekende taferelen af: de Oranje-supporters vlogen de kleine kroeg uit en liepen de brede achtbaansstraat Aragó op, waar zij uitzinnig de lokale automobilisten begroetten en vrolijk getoeter als antwoord kregen.

In de genoemde barretjes zijn de beste plaatsen al sinds dagen gereserveerd. ,,Aan elk tafeltje hebben we een TV-scherm en die plaatsen zijn toch vooral voor de vaste gasten, die het hele jaar door komen. Zij dineren dan tijdens de wedstrijd,” zegt Marcus de Pijper van Foc en Gran Foc. Boven de eerste bar, aan de haven, hangt een Nederlandse vlag met ‘Holland House’ erop. Binnen zijn er zeven TV-schermen.

“Dit is natuurlijk een droomfinale voor ons, Spanje-Nederland. We wilden nooit alleen maar Nederlands publiek trekken, maar op avonden als dit is het natuurlijk wel leuk,” aldus De Pijper. “De avonden dat Mexico speelde zat het vol met Mexicanen,” zegt Solleveld, die net als de meeste Nederlanders in Barcelona nog wel voor Oranje is. “Maar mijn zoontje Lucas loopt met een Spaans shirt van Pedro rond…”

Naast Foc zit het bekende visrestaurant El Suquet del Almirall, waar kok en eigenaar Quim Marqués zijn liefde voor het Spaanse team uitspreekt. “Eigenlijk is het FC Barcelona dat speelt, met al die jongens van hier. En zó goed, hè? Nederland heeft geen schijn van kans zondag,” lacht Marqués, die de goede verstandhouding met buurman (en huurder) Marcus benadrukt. “Het is goed volk, die Hollanders. Mijn vader had een camping aan de Costa Brava, 30 jaar geleden, en daar hebben we wat Nederlandse vrienden aan overgehouden. En eigenlijk is het voetbal van Spanje het voetbal dat Nederland vroeger speelde.”

Daarom heeft Oranje wel meer fans onder de Catalanen. Sommigen om politieke redenen, omdat zij Spanje niet als hun land beschouwen, en anderen uit bewondering. “Het voetbal is Nederland iets verschuldigd, sinds 1974,” zegt journalist Joan Domènech. “Dus als Oranje van Spanje wint, dan zal me dat iets minder pijn doen dan wanneer het een andere tegenstander was geweest.”

Spanje-Catalonië voor Amerikanen

Ze belden net van een Nederlands TV-programma: mocht Spanje de rivaal van Nederland worden, zouden ze graag in Barcelona sfeer komen proeven. Heb maar weer eens uitgelegd dat het Spaanse elftal hier veel minder leeft dan in Madrid en dat veel Catalanen voor Nederland zouden zijn, zondag. Uitgebreider heb ik dat ook vandaag voor de lezers/lezeressen van het Amerikaanse Vanity Fair gedaan. Bij deze, mijn mijn trotse debuut in het Engels voor een miljoenenpubliek. (Nou ja, miljoenen; voetbal zal ze niet veel interesseren, met Angeline Jolie op de cover… Lees trouwens ook het leuke voorgaande stuk van David Winner over de opvallende vrede tussen Nederland en Duitsland.)

Mijn kop -die boven het verhaal-  komt, natuurlijk, uit de eerste zin van een mooi liedje van The Nits van 20 jaar terug, Sketches of Spain.

Er is hoop voor de Middellandse Zee

In 1946 dook Jacques Cousteau voor het eerst met camera’s onder water vanaf zijn historische schip, de Calypso. Wij, die van mijn generatie, zijn opgegroeid met zijn natuurfilms, met dat eeuwige blauw van de oceanen. Cousteau dook bij Marseille onder water en filmde er een enorme rijkdom aan vissen en koraal. Vorige maand ging zijn piepjonge zoon Pierre-Yves (Jacques was al 70 toen hij aan de tweede leg begon) op dezelfde plaats onder water. Er was bijna niets meer, slechts een grauwe, kale woestijn op de zeebodem. Dat vertelde de opvolger van zijn vader me vrijdag op één van de hoogste verdiepingen van het Arts-hotel (altijd goed voor een mooi plaatje). Vervolgens liet hij het verschil tussen de beelden zien, de ramp die de mens door overbevissing en vervuiling in 60 jaar heeft kunnen aanrichten.

Maar er is nog hoop, was zijn volgende boodschap, en die van de Catalaanse bioloog Enric Sala, die het project bedacht om de eerste filmbeelden onder water van de Mediterranee te vergelijken met die van nu. Want daarna voeren zij naar vier beschermde gebieden waar het vissen verboden is, bij Corsica, de Islas Medes (prachtige excursie, voor de kust bij Estartit aan de Costa Brava), Mallorca en Formentera, en ontdekten zij dat daar de natuur zo goed als bewaard was gebleven. Het probleem is dat slechts 0,01% van de Middellandse Zee op deze manier wordt beschermd.

Ze hebben ook argumenten om vissers én kustplaatsen met vissershaven ervan te overtuigen dat een ‘reservaat’ in zee alleen maar positief is: er schijnen zich zoveel vissen voort te planten, dat zij automatisch weer buiten dat beschermde gebied gaan zwemmen, waar de vangst volgens de vissers in Corsica beter is dan elders. En plaatsjes als Estartit die leven van het ‘onderwatertoerisme’, van de dagjesmensen tot de ontelbare duikers – de Islas Medes zijn een topattractie voor hen in Europa – blijken 20 keer meer aan dat toerisme dan aan de visserij te verdienen. “Wij zullen het niet meer zien”, zei de jonge Cousteau, “maar als we op tijd handelen kunnen onze kleinkinderen misschien ooit weer grote vissen in de buurt van het strand zien zwemmen.”

Nederlands ‘varieté’ op de Parallel

Tip voor de zovele Nederlanders die in Barcelona en omgeving wonen en hun Spaans/Catalaanse vrienden iets ‘Hollands’ willen laten zien zonder het risico te lopen dat ze er geen snars van begrijpen: tot 25 juli zijn de Ashton Brothers hier in het Teatre Victoria te zien met hun ‘spraakloze’ show. Vijf jaar geleden schreef De Volkskrant in een recensie al dat Nederland te klein was geworden voor deze vier vrolijke gekken (Pepijn, Joost, Pim en Friso, vervanger van de tijdelijk uitgeschakelde Friso) en sindsdien zijn ze dus over de grenzen gegaan. Ze vertelden me gisteren dat ze al eens ‘stiekem’ in Barcelona hebben opgetreden, toen negen jaar geleden de Parade/ Boulevard of Broken Dreams zijn tenten in de Barceloneta bij de oude haven had opgeslagen. Maar hoe goed en groot en bekend ze in Nederland ook zijn, in Barcelona kent niemand ze en moeten ze vanaf nul beginnen. Vanavond is de première en volgens mij verdienen deze vrolijke schoffies, zoals we ze vandaag in El Periódico noemen, dat wij Nederlanders behalve naar het voetbal van Oranje en Spanje óók naar deze clowns/acrobaten/tovenaars/lekkere jongens (dat zeggen ze zelf) in het Teatre Victoria aan de Parallel gaan kijken. Gisteren lieten ze ons slechts vier van hun 25 doldwaze sketches zien en dat beloofde al veel… Wat het nou precies is? Een kruising van Monty Python, Laurel&Hardy, Houdini, Tarantino-films, Tricicle en La Cubana. Of zoiets.

’s Nachts eten bij Glaciar

Vergat een foto te maken van hoe de Plaça Reial (of Plaza Real) er om een uur of twee ’s nachts uitziet; laten we het gezellig druk noemen. Veel van de terrassen en restaurants zijn er een prooi geworden van de hordes toeristen die van de Rambla zijn ontsnapt, maar in één hoek overleeft één bar, Glaciar, al tientallen jaren aan die invasie. Natuurlijk zitten er toeristen en andere buitenlanders, en ze zijn natuurlijk hartelijk welkom, maar al vanaf het moment dat je er gaat zitten merk je dat de sfeer ‘anders’ is. late we het cosmopolitisch noemen. En aardig ook, de bediening. Zodanig, dat de Barcelonezen er zelf niet weggevlucht zijn, maar er graag afspreken. ’s Morgens in het zonnetje, ’s middags in de weldadige schaduw, en ’s avonds in de zwoele windstilte. Plus een mooi oord om, na een concert in de Jamboree, nog heel erg laat wat te gaan eten. De vrolijke jongens van het kwartet van Benjamin Herman konden er nog terecht voor wat heerlijke broodjes, waaronder eentje met de onovertroffen chistorra, een klein, warm chorizo-achtig worstje. En bier, natuurlijk, veel bier.

Met de sax van het Castell naar de Jamboree

Gisteravond in het Castell d’Empordà, waar Ab Diks in zijn ongelooflijke kasteel/hotel in Bisbal d’Empordà zijn tweede editie van het Nederlandse Jazz-festival met succes afsloot, en vanavond in de Jamboree, één van de historische ondergrondse muziekpaleizen van Barcelona, aan het Plaça Reial. Het Benjamin Herman Quartet heeft een plaatsje op de overvolle agenda van de Jamboree kunnen veroveren, deze zaterdagavond om 21 en 23 uur. Dat van gisteren beloofde veel, dus kunnen we nu, dichterbij huis, op herhaling. Het leuke van zo’n zaaltje: van heel dichtbij kijken en luisteren naar Herman zelf, een virtuoze en vrolijke Anton Goudsmit op gitaar, Ernst Glerum op de bas en Joost Patocka, medeorganisator van het jazz-festival, op de drums. Op de website van Turisme de Barcelona worden ze op een mooie manier aangekondigd. Enige probleem is dat veel Barcelonezen dit lange weekeinde de stad uit zijn; maar toeristen ten over.

Historische file

Feestavond in Catalonië, de verbena, de avond die vooraf gaat aan de vrije dag van Sant Joan. Avond van vuurwerk, dag van voortdurend ontploffende rotjes en kanonslagen, al lijken het er minder dan voriger jaren. Dag dat iedereen vroeger klaar wil zijn met werken. Middag en avond van historische file’s ook; een dag om met de trein naar huis te reizen. Dat doe ik elk jaar op 23 juni zeker sinds ik in 2004 in een historische verkeersopstopping terecht kwam, op weg naar Sitges. Was vroeg klaar met werken, een uur of zeven denk ik, maar (stom) had me niet geïnformeerd dat de C-32 al sinds een uur of vier onrustbarend vol was komen te staan. Of ik moet gedacht hebben dat tegen die tijd de file was opgelost. Of, nog stommer, zal wel op de krant hebben gezegd dat ik even in die file ging staan om erover te kunnen berichten; participerende journalistiek. Die middag en avond deden sommigen er zes uur over om de 45 kilometer tussen Barcelona en Sitges af te leggen. Het traditionele avondmaal ging voor een heleboel de mist in, de coca’s werden door de kinderen in de auto genuttigd. Vóórdat ik in de volledig vastgelopen tunnels terechtkwam, kon ik de snelweg af. Niet de kustweg op, die stond ook stil, maar door het Parc del Garraf, een doodstil weggetje door de natuur, deels zonder afsalt. Toch: bijna drie uur voor een reis die normaal een half uurtje duurt. Het is nu half vijf, maar de wegen staan nog niet vast. Ik denk dat iedereen de herinnering van 2004 nog in het hoofd heeft…

Nederlandse ‘clowns’ aan de Paral.lel

Nederlands, maar tegelijk heel universeel vermaak de komende weken in één van de klassieke theaters aan de Paral.lel. Volgende week komt er een bombardement aan informatie in de kranten hier in Barcelona, dus lopen we maar een weekje op ze vooruit, voor mensen die alvast kaartjes willen bemachtigen… Vanaf 29 juni, en bijna de hele maand juli door, staan de Ashton Brothers er op het podium. Schijnt heel erg leuk te zijn, heb het zelf (nog) niet gezien, maar ze zorgden laatst al voor de nodige verwarring bij een Spaanse TV-show (de overigens redelijk mislukte late night van Santi Millan), waar toeschouwers én TV-kijkers serieus twijfelden of dit nou echt was of niet. Dus toch gewoon Nederlandse humor?

Electronisch lezen in Ghana

Vriend Anton was al compulsief koper bij Amazon.com eind 1995, begin 1996, toen de grote bedenker van ’s werelds megaboekhandel, Jeff Bezos, de (weinige) trouwe klanten met Kerst een pakje stuurde met een ‘persoonlijke’ brief en een mok. Het was in de tijd dat David Risher er de tweede man was, hoofd verkoop. Niet alleen van boeken, zijn passie, maar hij moest ook de verkoop van DVD’s, CD’s, games en andere dingen introduceren. Toen David er kwam was Amazon’s omzet 16 miljoen dollar; toen hij er vertrok, in 1997, 4 miljard. Hij was toen pas 32 en zal er genoeg verdiend hebben om daarna ‘gewoon’ les te gaan geven op een business-school en met vrouw en kinderen een wereldreis te maken.

Het gezin uit Maryland is al enige tijd geleden in Barcelona neergestreken. En van hieruit heeft David een bijzonder project bedacht: terwijl wij in het westen nog maar moeizaam aan de e-boeken gaan en het liefst nog van papier lezen, denkt hij de kinderen in de Derde Wereld juist dankzij die moderne technologie aan het lezen te krijgen. Via zijn Worldreader.org heeft hij met zijn team al een proef in een dorpje in Ghana uitgevoerd. Boeken zijn via de GSM-verbinding (computer met internet, kabel of ADSL zijn dus niet nodig) op een e-reader te downloaden. De kinderen van de zesde klas in Aynenyah vonden het prachtig, hadden volgens Risher een big smile toen ze hun eerste boek uithadden en wisten dat ze er zo weer één konden krijgen zonder zes maanden op een ‘papieren’ boek te hoeven wachten. Want papier is er nauwelijks, in Afrika, en iedereen heeft wél een mobiele telefoon. In heel Botswana bijvoorbeeld, bijna net zo groot als Frankrijk, zijn maar zes boekwinkels te vinden…

Toeval trouwens (of niet? Volgens de Bilderberg-demonstranten is alles één grote samenzwering) is één van Davids vroegere bazen in Barcelona. Morgen hebben we een ontmoeting met Bill Gates. Toen Risher hem ooit in zijn kantoor opzocht om te zeggen dat hij naar Amazon vertrok, was Gates duidelijk: “You must be the most stupid person I’ve ever seen. Leaving Microsoft to go to a bookstore?!”