Categorie archief: zon, zee en andere zaken

De slaapplaats van de Paus

Het is voor protestantse, agnostische of atheïstische Nederlanders en Vlamingen een weekeinde om maar beter níet in Barcelona te zijn: 6 november komt ’s avonds de Paus aan, de ochtend van zondag 7 november maakt hij in zijn pausmobiel een tocht door een deel van de stad, een 2,5 kilometer lange route van de oude gothische kathedraal naar de Sagrada Familia, die door de Duitser ingewijd zal worden. Alles afgezet, natuurlijk, en het praktiserende katholieke deel van de natie met honderdduizenden tegelijk de straat op om een glimp van de man op te vangen. Vooral rond de Sagrada Familia zal het drie, vier dagen lang een gekkenhuis zijn, ook al omdat de straten in de buurt worden afgesloten om er tienduizenden stoeltjes en enorme videoschermen te kunnen neerzetten.

Maar ook op één van de bekendste en meest gefotografieerde straatjes van de stad zal een stevig slot zitten: aan de Carrer del Bisbe (foto boven), die van de kathedraal naar het plein van het gemeentehuis loopt, zal de tijdelijke slaapplaats van de illustere bezoeker uit Vaticaanstad liggen. Bisbe betekent bisschop, en aan die straat ligt ook het Palau del Bisbe, of Palacio Episcopal: het stokoude paleis waar altijd de (aarts)bisschoppen van Barcelona hebben gezeteld.

Niet alleen de duizenden toeristen die er elke dag doorheen lopen, ook ikzelf ben altijd zonder nadenken of het zelfs te zien voorbijgelopen aan dit beeld, in een nis van dat bisschoppenpaleis. Geen naamkaartje, niets staat er bij; slechts de eeuwig poepende duiven vergezellen de man. Het blijkt bisschop Manuel Irurita te zijn en het beeld is lang niet zo oud als het Middeleeuwse paleis: het werd er pas kort na de Burgeroorlog neergezet. Sindsdien wacht deze bisschop Irurita op de zaligverklaring door de Paus, maar daar zal het ook tijdens dit bezoek niet van komen.

Het verhaal van deze ‘martelaarsbisschop’ brengt ons weer terug naar de Burgeroorlog. Toen generaal Franco in 1936 met zijn verovering van Spanje begon, keerde de woede van de republikeinen en anarchisten zich onder anderen tegen de conservatieve katholieke wereld. Een groot aantal priesters werd gevangen genomen en gefusilleerd en kerken werden verwoest.

Zo ook bisschop Irurita. Hij zou in december 1936 met zeven andere religieuzen op het kerkhof van het voorstadje Motncada zijn vermoord door anarchistische strijders. Maar in (geheime) papieren van het Vaticaan zou staan dat hij een jaar later kon worden gebruikt in een mogelijke ruil tussen gevangenen van de strijdende partijen; leefde de bisschop dus nog? In 1938, drie dagen nadat de troepen van Franco Barcelona waren binnengevallen, zagen enkele mensen Irurita uit het Palau del Bisbe komen; hij vroeg hen niet verder te vertellen dat ze hem hadden gezien. Vermoord of dus niet? Daarna verdween hij in ieder geval voorgoed en kreeg hij dit beeldje in één van de oudste en meest centrale delen van Barcelona. Maar vanwege de twijfels rond zijn dood wil het Vaticaan hem naar niet zalig verklaren.

De ‘geheime’ plek voor minnaars

Van buiten ziet het er niet uit, maar dat is expres zo. Dit gebouw moet volledig onopvallend zijn. Geen uithangbord, geen licht, alle ramen dicht en zelfs de deuren lijken ontoegankelijk, want er is geen bel. Aan één straatkant, de Paseo de Vallcarca, is er slechts een in- en uitgang voor auto’s. Ik reed er vanmiddag naar binnen, op zoek naar een verhaal. Kom je voor een groot gordijn te staan; gaat dat open, mag je doorrijden. Nooit mag en kan je zo de auto voor je zien. En eenmaal binnen zul je ook nimmer andere bezoekers zien, slechts het personeel. Toen de conciërge mijn   achterportier met getinte ramen opendeed, was hij hogelijk verbaasd. “Is er niemand?” Vreemd, een bestuurder alleen, want in La Casita Blanca kom je nooit alleen.

Meublé is de Catalaanse naam voor dit huis. Casa de citas, in het Spaans. Een historisch huis voor stiekeme afspraakjes, vlakbij het plein Lesseps. Sinds 1945 komen mannen er vrouwen uit Barcelona en omgeving er heimelijk de liefde bedrijven. Je kunt er een kamer voor 1 uur huren (50 euro), 2 uur (59€) of 12 uur (68€), 365 dagen per jaar. Alleen tussen 1968 en 1975 was het ‘afsprakenhuis’ gesloten, want generaal Franco vond het verderfelijk.

Nu gaat La Casita Blanca definitief dicht. Het zwaard van Damocles hing al jaren boven het huis, want volgens de stadsplannen moeten er mooie tuinen komen. Daarom is het pand van buiten nooit meer opgeknapt, het was de moeite niet waard er meer geld in te steken.

Van binnen is het een prachtige, kitsche, barokke ruimte waar mannen van in de vijftig de bezoekers volledige anonimiteit waarborgen. De duurste van de 43 kamers zijn op een bijzondere manier gedecoreerd; je moet ze maar leuk vinden, al die spiegels. Ongetwijfeld hebben beroemde mensen er zich in bekeken; naar een hotel konden zij niet, met hun minnares of minnaar, want daar is een receptie waar je door andere klanten gezien kunt worden. Prachtige mythen zijn er ook aan verbonden, zoals die van de Catalaanse politicus die daar werd opgespoord toen op 23 februari 1981 een poging tot een staatsgreep plaatsvond. “Broodje aap”, zei Josep, de personeelsbaas, me vandaag. (Broodje aap is leyenda urbana in het Spaans, geen bocadillo de mono.) Josep werkte die avond, en heeft er geen politicus gezien. Maar al was die daar, hij zou het nooit zeggen. Heeft zelfs in 30 jaar nooit tegen zijn vrouw gezegd welke bekende klanten hij ontving.

De Sagrada Familia is niet ingestort

Natuurlijk, je weet het nooit met zo’n tunnel. Jaren geleden hoorde ik voor een leek vrij overtuigende verhalen van ingenieurs over de tunnels die in Europese steden onder hun leiding werden gebouwd. Eentje van de TU uit Delft had het over de Noord-Zuidlijn in Amsterdam, met prachtige plaatjes op een powerpoint over hoeveel voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen er waren genomen. Een jaar later begonnen de monumentale huizen aan de Vijzelstraat in te zakken. Tja. Een ander, een Duitser, had het over de metrotunnel onder Köln, dwars onder de binnenstad door. Alles was onder controle, de Dom kwam niet in gevaar. Tot ineens het gehele Rijksarchief instortte en een deel van de onschatbare collectie verloren ging.

En die mannen kwamen hier om de mensen gerust te stellen: er worden zóveel tunnels gebouwd in de wereld, en er gebeurt (bijna) nooit wat. Toch heeft de leiding van de Sagrada Familia tot het einde gevochten om de tunnelboor van de hogesnelheidstrein naar Frankrijk, de AVE, ver van de kathedraal te houden in plaats van onder de straat Mallorca door, die precies loopt voor wat de hoofdingang van de kerk moeten worden, de Porta de la Glòria. De kathedraal kon instorten, zo klonk het alarmerend; iets wat sommige Barcelonezen trouwens zouden toejuichen. Uiteindelijk matigde de kerkleiding de toon: er zou wat Gaudiaans mozaïek in de torens kunnen scheuren.

Maar de route werd natuurlijk niet meer verlegd. Wel werden er allerlei extra maatregelen getroffen, zoals op de uitmuntende bijgaande grafiek van de Sagrada Familia te zien is: een ondergrondse wand van 40 meter diep, honderden meetstations die elke beweging op straat en in gevels zouden constateren, etcetera. Uiteindelijk is het asfalt van de straat Mallorca 1 milimeter verzakt; binnen de verwachtingen.

Afgelopen weekeinde liet de tunnelboor de Sagrada Familia achter zich, op weg naar de Pedrera, een ander monument van Gaudí. De Paus kan rustig komen. Hij wijdt op 7 november de kathedraal officieel in, bijna 130 jaar na het begin van de bouw.

In het water gevallen…

Lang weekeinde in Spanje, één van de zovelen. Deze heet de Puente del Pilar; Pilar is de beschermheilige van Zaragoza, maar de 12e oktober is een feestdag in heel Spanje. Sterker nog, het is de nationale feestdag, al merk je van dat ‘nationale’ in dit eeuwig verdeelde land niet veel. Die 12e oktober is niet gekozen om die heilige dame Pilar, maar omdat rond die dag Columbus Amerika zou hebben ontdekt. De dag wordt ook wel die van de Hispanidad genoemd.

Afijn, veel mensen benutten zo’n lang weekeinde om erop uit te trekken. Degenen die naar Amsterdam, Londen of Parijs zijn getrokken hebben het geloof ik beter gehad dan zij die nog een nazomer aan de Catalaanse costa wilden meepikken.

Stevige buien hebben voor meer dan 150 milimeter regen op veel plaatsen gezorgd en vandaag kwam daar een stevige maritieme storm bij, met golven van meer dan acht meter in de buurt van Roses. Een grauw Barcelona is deze dagen slechts een paradijs voor surfers. Morgen – dinsdag – wordt het de hel op de Balearen, waar volgens de voorspellingen een ‘bijna tropische storm’ de kust en het land zal teisteren.

Ik heb altijd al gevonden dat deze lange weekeinden de beste dagen zijn om gewoon te blijven werken.

Toen Barcelona nog een stadscamping had

Dagelijks zitten er toeristen in treinen en bussen van en naar Barcelona die ergens aan de kust op een camping staan. Maar ze zitten wel steeds verder weg van de stad, sinds bijna alle campings in de buurt van Barcelona zijn gesloten. De minst bekende, maar wel het dichtste bij het centrum, was camping Barcino. Ik kan me nog goed de reuzeletters herinneren die op de witte muur aan de straat stonden geverfd. Het was een vreemde plaats voor een camping, aan de N-340, de oude zuidelijke uitvalsweg van de stad (toen er nog geen snelwegen waren), op de grens van de voorsteden l’Hospitalet en Esplugues de Llobregat bij wat nu de Carretera de Collblanc heet. Buurten waarin normaal nooit buitenlandse toeristen zouden komen. Barcino moet tot het einde van de jaren zeventig hebben bestaan. Vandaag, ter gelegenheid van de opening van de grote caravan- en kampeerbeurs die tot en met volgend weekeinde in Barcelona wordt gehouden, ging ik op zoek naar de laatste sporen van die stadscamping. Manolo, een buurtbewoner die ik in de kroeg aansprak, had thuis nog een foto van (een deel van) die witte muur liggen. En op internet zag ik de oude ansichtkaart, uit 1964, die een Parijzenaar via eBay voor één euro te koop aanbiedt.

Maar Barcino is niet de enige camping die in de buurt van de stad is verdwenen. De weg naar Castelldefels was een paradijs voor de kamperende Barcelona-gangers met maar liefst zeven campings, die ook nog allemaal aan het strand lagen. Veel Nederlanders zullen zich de zomers nog herinneren op campings met namen als La Tortuga Ligera (de lichte schildpad), La Ballena Alegre (de vrolijke walvis) en El Toro Bravo (de dappere stier), beesten die natuurlijk groot op de borden aan de Autovía werden afgebeeld. De andere campings, die eveneens zijn verdwenen (bijna allemaal door de uitbreiding van het vliegveld), heetten Cala Gogo, Albatros en Filipinas, en aan de overkant lag een preparkje dat zich El Cocodrilo Llorón (de huilende krokodil) noemde. Nu is er nog slechts één openbare camping over, Tres Estrellas in Gavà (de andere, Estrella de Mar, is van en voor leden), en ligt aan de noordkant van Barcelona op 15 kilometer El Masnou, een piepkleine camping in dezelfde plaats. Beide zijn in de zomer snel en vaak vol…

Asbakken, een kleed vol wormen en de Montesa Impala

Eén van de leukste exposities die ik me kan herinneren was er één over Nederlandse ontwerpers in het MOMA van New York, ergens in 1996; stond er versteld van hoeveel prachtige en beroemde ontwerpen uit talentvolle Nederlandse breinen waren ontstaan. In Barcelona doet het Palau Robert, altijd gratis toegankelijk op de hoek van de Passeig de Gràcia met de Diagonal, vanaf vandaag net zoiets, maar dan op een iets kleinere schaal en, natuurlijk, gericht op het Spaanse industriële design. De leidraad zijn de Delta-prijzen voor beste ontwerpen die elk jaar worden vergeven, sinds 1960.

Het mooie van industrieel design is dat we er allemaal wel iets van in huis hebben en er meestal geen moment bij hebben stilgestaan dat sommige van die dingen eigenlijk prachtig zijn bedacht. (Er zijn natuurlijk ook een heleboel ondingen, maar die zullen wel geen prijzen winnen.) Deze citruspers van Braun, bijvoorbeeld, hebben we allemaal wel eens gebruikt, tot hij waarschijnlijk door het intensieve gebruik kapot ging. Het ontwerp dateert van 1970.

Roodzwarte asbakken van Andreu Ricard (later de ontwerper van de Olympische fakkel van Barcelona) zijn van 1966 en de lamp van Miquel Mila is van 1961; prachtig beeld van de jaren zestig, terwijl het vloerkleed boven uit de jaren zeventig lijkt maar pas in 2003 is bedacht door Nani Marquina; de naam van het kleed, Cuks, komt van het Catalaanse woord voor wormen.

Maar mijn favoriet op deze expositie is toch eentje die je nog altijd heel af en toe door de straten van de stad kunt zien rijden, in bezit van liefhebbers die de motor hebben opgeknapt of gewoon altijd goed hebben onderhouden. De Montesa Impala, uit mijn geboortejaar (1962), was hier in Spanje dé motor cq brommer in tijden dat de jeugd in Nederland geloof ik op Zündappjes en Kreidlers ging scheuren.

Kadootje voor Spaanse en Catalaanse vrienden

Anderhalf jaar nadat in Nederland Het Diner van Herman Koch een enorme hit begon te worden, is het boek dat zijn inspiratie put uit de moord op een zwerfster bij een pinautomaat in Barcelona ook in het Spaans (La Cena) en het Catalaans (El Sopar) vertaald, waarbij de Catalaanse uitgever de opvallende cover van de Nederlandse editie heeft gehandhaafd. Grote vraag is altijd of een Nederlandse bestseller het ook in het buitenland goed doet. Kan me een diner met Kluun herinneren – we aten bij Tapas24 – toen hij in Barcelona was om de Spaanse editie van Komt een vrouw bij de dokter kwam presenteren. Heb nooit meer wat van die vertaling gehoord, zal wel heel weinig hebben verkocht.

Maar Het Diner heeft meer kans het te redden, hier. Niet alleen omdat alle Nederlanders dit boek de komende maanden aan hun Spaanse en Catalaanse vrienden kado gaan doen, en ook niet alleen omdat de aanleiding die absurde moordzaak was in een bankfiliaal in Sarria, toen drie Catalaanse jochies zwerfster Rosario met benzine overgoten en in de brand staken. De recensies in heel Spanje zijn lovend, over de prachtige verhaallijn, over de manier waarop Koch de families-van-stand en hun kinderen portretteert. Of, zoals goede collega Herman, Barcelona-fan en man van een Spaanse vrouw (Amalia) en half-Spaanse zoon (Pablo, die wel voor Ajax en Oranje is), me het vorige week in een interview voor El Periodico zei: in het boek heeft hij alles kunnen stoppen, van genetische erfenissen tot de politiek, van de hypocrisie tot de discriminatie, en tussendoor ook nog het afkraken van de snobistische restaurants in Nederland je waar te veel voor te weinig moet betalen. Wat dat betreft, zei de Spanje-liefhebber, eet hij in Barcelona vooral oprechter voedsel, en daar kunnen we het natuurlijk mee eens zijn.

Business op een mooie plaats in Barcelona

De presentatie van een nieuw  e-tijdschrift voor Nederlandse ondernemers in Spanje, NedWork Spain, van de naar het schijnt onvermoeibare Barbara de Swaan en Annebeth Vis (uitgebreid verslag van die presentatie op spanjeblog.nl), kwam ik weer eens terecht in een van die verborgen schatten in de stad, een van die passages die de ‘manzanas’ van de Eixample verrassend doorkruisen en door midden delen. Je hebt ze van alle soorten en maten, maar de Passatge Permanyer, die net onder Consell de Cent de straten Pau Claris en Roger de Lluria met elkaar verbindt, is met voorsprong de mooiste, met talloze huizen uit de 19e eeuw. In een van die panden, die overigens bijna allemaal kantoren herbergen, huist een Britse Businessclub, Gild International, de plaats waar de bovengenoemde presenatie plaatsvond.

Het blijkt de grote truc om je als buitenlandse ondernemer in Barcelona te perfileren, contacten op te doen, werk of opdrachtgevers te zoeken: netwerken, vooral onder (buitenlandse) gelijkgestemde ondernemers, zij die hun talen beter beheersen dan de Spanjaarden en Catalanen en nog meer over de grens kijken. Vorige week werd bekend dat het enige herstel in de geplaagde Spaanse economie komt van de export.

Mooie smoes ook om het nieuwe bedrijf van mijn Marianne Slotboom en haar collega Nuria Bages te promoten. Ze zijn gestart met B&S Business, waarmee beide hun kwaliteiten als consultants en internationaal gerichte coaches gebruiken om de managers en het middenkader van ondernemingen (zowel Spaanse als multinationals) meer zelfvertrouwen en instrumenten te geven om op de markt buiten Spanje een plaats te veroveren. Daarom worden alle trainingen in het Engels gegeven, wat nog altijd de grootste handicap van de Spanjaarden is. En ze kunnen het heel goed, de dames, kan ik de belangstellenden garanderen, met hun ervaringen als professionale trainers bij de Esade, Iese, Eada en multinationals als Akzo, DSM, Shell en Heineken. Enige nadeel is dat ze hun kantoor niet in de Passatge Permanyer hebben.

Bloemen van Hesp

Toen ik de naam voor het eerst zag en opschreef, dacht ik: wat een gekke naam voor een bloemist, maar ik stond er verder niet bij stil. Tot ik er deze week even terugkwam. De kruising van de straten Padilla en Mallorca in Barcelona is al maanden een enorme bouwput. Eronder wordt de tunnel gegraven die de hogesnelheidstrein van Sants naar Sagrera, de twee grote stations, moet brengen. De tunnelboor, trouwens, is op 50 meter van de fundamenten van de Sagrada Familia gearriveerd, het meest verwachte en gevreesde moment. Hij is de Paus, die op 7 november komt om van de tempel van Gaudí officieel een basiliek te maken, een maand voor.

In de bouwput van Padilla-Mallorca heeft de 100 meter lange boor, met een diameter van 12 meter, een paar weken uitgerust. De buren zijn er gek van geworden. Amalia, die de bloemen verkoopt, kijkt al acht maanden tegen de dranghekken aan, hoort 24 uur per dag de herrie van een immens bouwproject. In een eerste kroniek schreef ik over haar, had ik het over ‘de bloemen van Hesp’. Vond ze wel mooi, ze gaat de naam Floristeria Hesp veranderen in Flores de Hesp. Maar dat Hesp, vroeg ik haar, waar komt dat vandaan? Nou, zei ze, “FC Barcelona had ooit een Nederlandse keeper die Hesp heette, en dat leek me zo’n aardige jongen dat ik mijn winkel naar hem heb genoemd.” Bloemen van Hesp. Wat een onverwacht eerbetoon voor iemand uit Abcoude die, inderdaad, altijd voor iedereen open stond en ook nog eens drie jaar lang het doel van Barça uitstekend verdedigde. Naar Bogarde, Cocu, Overmars en De Boertjes hebben ze hier nog geen winkel of bar vernoemd.

De grenzen van de vertaalmachine

Het was gisteren San Jerónimo. Verder nooit bij stilgestaan, maar daardoor is 30 september de internationale Dag van de Vertaler. San Jerónimo, Hiëronymus van Stridon in het Nederlands, was degene die de Bijbel van het Hebreeuws en Grieks in het Latijn vertaalde, meer dus een martelaar dan een vertaler. Om ‘hun’ dag te vieren kwamen wat vertalers gisteravond bijeen op de immer prachtige Plaça del Rei, de kleine oase van rust aan de achterkant van de kathedraal, waar de straten doodlopen en het dus niet zo druk is als aan de voorkant. Het is ook een geliefde plek voor intieme concerten.

‘Vertalen is menselijk’ was het thema van de dag. Hóe menselijk, dat bewezen de vertalers – wat natuurlijk een hondenbaan is; ik zou het niet kunnen, ben veel langer bezig met iets vanuit het Nederlands in het Spaans te vertalen dan het direct in het Spaans op te schrijven – met een ludiek gebruik van de vertaalmachine van google. Een instrument dat waanzinnig veel wordt gebruikt en je een idee kan geven waar een totaal onbegrijpelijke buitenlandse tekst over gaat, maar mooi en netjes vertaald is het natuurlijk niet.

Dus namen de vertalers een Spaans fragment uit Don Quichote en een Catalaans uit het Quadern Gris van Josep Pla en gooiden het via google door verschillende talen alvorens weer bij het oorspronkelijke Spaans en Catalaans terug te komen. Nou ja, oorspronkelijk – de tekst was natuurlijk al behoorlijk verkracht nadat het via het Georgisch, Engels, Chinees, Baskisch en Italiaans in het Nederlands terecht was gekomen. Dit was dat Nederlands: “Don Quichote is niet een eenvoudige front-end hier, dit is de reden waarom de lach was waarschijnlijk klagen, zei dat hij niet wil of niet, de Doelpunten tegen de Ridders sinds eerder gezien. Sancho vroeg hem herinnerd, dit keer om te eten. Hij reageerde niet op de leraar, hij wilde eten. staat zijn om hun toestemming om zijn zadeltas en het Beest, ter ondersteuning van haar stelling te halen om te joggen op te lossen, en het eten in uw regio Sancho”.

Tja. Wel prachtig die Doelpunten tegen de Ridders die niet eerder zijn gezien. Is het voetbal toch eerder uitgevonden dan we dachten.