
Vakantiespreiding kennen ze in Spanje niet – nog altijd gaan heel veel bedrijven gewoon op slot van 1 t/m 31 augustus, hoewel ook dat steeds minder wordt – maar er zijn van die dagen dat het ergens in het land een feestdag is en op andere plaatsen niet. Vandaag, lunes de Pascua of gewoon Tweede Paasdag in Nederland, wordt er in Madrid en verreweg het grootste deel van Spanje alweer keihard (nou ja, hard) gewerkt en hebben ze aan de Middellandse Zee een vrije dag: in Catalonië, Valencia en Murcia is het de dag van de mona de pascua, een speciale taart die aanvankelijk vooral uit eieren bestond (in Valencia is dat nog altijd zo), maar in Catalonië door de chocolade is verdrongen. Volgens de traditie geeft de peetvader die taart aan zijn peetzoon of -dochter, een mooi argument om weer eens met verschillende familie’s bij elkaar te komen.
Het is de dag dat er daarom ellenlange rijen voor de bakkerijen staan, om die peperdure taarten nog op het allerlaatste moment te kopen en niet met de traditie te breken. De banketbakkers, op hun beurt, doen altijd hun best de aandacht te trekken, dus spenderen zij hun dagen vooraf aan Pasen om bijzondere monas te maken, het liefst met bekende figuren. Eén in Barcelona (foto boven) zag daarom al Barça-trainer Pep Guardiola een titel vieren op het Sant Jaume-plein, terwijl een andere in Lleida tennisser Rafa Nadal in witte chocola portretteerde. Dat de mona oorspronkelijk een religieuze betekenis heeft, met een lekker hapje het einde van de quaresma vieren, dat is bijna iedereen natuurlijk vergeten.

De roodpaarse kleur in de zaal, de sfeer, het gevarieerde publiek, van kleine kinderen tot toevallige buitenlandse passanten, van vrienden van de artiest tot modieuze lokale bevolking, zijn iets rauwe stem en die akoestische gitaar. Natuurlijk was het Cobain niet tijdens dat historische MTV-Unplugged-optreden, en heeft Sandor geen enkele reden de passen van de Nirvana-legende te volgen, maar het was meer dan voldoende om bijna twee uur lang even ergens anders te zijn.
waaronder de peperdure kleine rode garnalen, die op de markt niet minder dan 30 euro de kilo doen. Hier in Spanje noemen ze het ook wel een ‘Hollandse veiling’: je koopt per afslag en niet per opbod (dat is hoe je bijvoorbeeld voor miljoenen een schilderij bij Christie’s koopt). De verkoop begint ergens op een hogere prijs die razendsnel daalt en de eerste visboer of kok die de knop van zijn speciale apparaatje indrukt koopt de bak met vis voor de prijs die dan op het scherm staat.
Laatst tussen de middag wat gegeten (‘gelunched/geluncht’ vind ik nog altijd vreemd klinken voor een stevige middagmaaltijd in Spanje) met collega’s en we hadden het niet over vrouwen of auto’s of voetbal maar over koken. Eentje zocht een olie om te wokken en ik vertelde hem dat twee straten verderop één van de vele Chinese supermarkten arachide-olie verkocht; ideaal voor wokken, ook al omdat de olijfolie zo’n overheersende smaak aan je net gewokte groente kan geven.




Beide zijn van Carles Abellán, een leerling van meester Ferran Adrià. Tevreden met het succes van Comerç24 vond Abellán het tijd de authentieke tapa opnieuw uit te vinden. Geen moderne hapjes, maar veel klassiekers op de best mogelijke manier bereid. De netten hangen er vol met de meest verse en grote scharreleieren. Zoals de kenners zeggen: het belangrijkste in de goede keuken is het basisproduct.