Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Een mooie droom aan het strand van Sitges

De voorpagina, nu al meer dan een jaar geleden, heeft al verschillende prijzen gewonnen. Was natuurlijk een bijzondere, om twee redenen. Een ochtendkrant, mijn Periódico, die om 5 uur ’s morgens nog een extra editie maakt om de lezers, de volgende ochtend, over het laatste nieuws van de verkiezingen in de VS te informeren. (De ándere kranten in Barcelona/Spanje deden dat natuurlijk ook; het is het mooie van de concurrentie en van de verkoop in de kiosk: je kunt niet om 8 uur in de kiosk liggen zonder te melden wie de verkiezingen in de VS heeft gewonnen.)

En wie won? Alle kranten, over de hele wereld, kwamen met een grote foto van Obama (ook al konden veel Europese kranten toen nog niet melden of hij daadwerkelijk de nieuwe president zou zijn). Bij ons vonden we dat er genoeg Obama was geweest, de voorgaande weken, en dat maar één gezicht op die historische cover mocht staan. Mét natuurlijk een mooie zin: ‘Het is geen droom meer’.

Een lange inleiding om te komen tot de expositie die sinds gisteren in Sitges te zien is, rechtstreeks vanuit de VS: de erfenis van Martin Luther King. Allemaal artiesten (72) en intellectuelen (40, hoewel het één het ander natuurlijk niet uitsluit) uit de hele wereld die hun eigen visie op de mooiste dominee/priester/voorganger aller tijden geven. Schilderijen, beeldhouwwerken, tekeningen, foto’s, alles mag en alles kan om Luther King te herinneren. Obama mag sneller dan alle voorgaande presidenten aan populariteit hebben ingeboekt, die ene ochtend van 5 november 2008 gaan we dus nooit meer vergeten. Deze expositie alleen al is daar het bewijs van; soms werd Luther King nog vaag herinnerd, maar steeds minder; nu weten ook de scholieren weer wie dat was. Een zwarte president is voldoende om een dergelijke expositie de hele wereld over te laten trekken. (Kijk trouwens goed naar de schildering links; het is, op de achtergrond, de plastische uitbeelding van love is peace, of omgekeerd.)

Voor wie in de buurt is (dus in Barcelona): pak de trein naar Sitges, 31 minuten vanaf Sants, 37 minuten vanaf Passeig de Gràcia, en loop door de Carrer Major van Sitges naar het gemeentehuis en daarvandaan langs het historische en artistieke gedeelte (Palau Maricel, Cau Ferrat) naar het Edifici Miramar, bijna aan het strand, om, bijna 42 jaar na zijn dood, deze mooie prediker nog eens eer te betonen.

Zonder werk raakt de ijskast leeg

Rosa en Manel werden ineens groot nieuws toen hun buurvrouw Arantxa vorige week een brief naar de krant stuurde. “Mijn buren lijden honger omdatz e gene werk hebben.” Gewone buren, zoals iedereen die heeft. Hij een loodgieter van 31 jaar, zij huisvrouw van 24. En een kind van vier, Désiré. Een hypotheek van 1.000 euro per maand, uit een tijd dat het nog goed ging en iedereen een huis kon kopen, maar waar de uitkering van 421 euro nu niet tegenop kan.

Ze werden nieuws, omdat de zware crisis waar Spanje als allerlaatste EU-land uit zal klauteren, ineens een zo herkenbaar gezicht kreeg in een klein dorpje in de buurt van Barcelona. Rosa en Manel willen niet op de foto, want ze schamen zich voor hun situatie. Maar hun relaas maakte een golf van solidariteit, begrip en vergelijkbare verhalen los. “We zijn niet de enigen. Dát willen we benadrukken. En dáárom moet er iets gedaan worden.”

Ze zijn niet de enigen, nee. Inmiddels zitten meer dan vier miljoen mensen in Spanje zonder werk, zo’n 20% van de beroepsbevolking. Onder jongeren tot 24 jaar is dat het dubbele. Veel massa-ontslagen bij grote bedrijven zijn de oorzaak, maar nog meer het beëindigen van de talloze tijdelijke contracten die er de laatste jaren waren afgesloten. ‘Vuilniscontracten’, noemen ze die in Spanje, met salarissen niet hoger dan 1.000 euro per maand.

Vooral de bouwwereld heeft een enorme knauw gekregen, de zeepbel van kunstmatig hoog gehouden huizenprijzen is uit elkaar gesprongen, tienduizenden net gebouwde flats staan leeg en de rest van de bouw ligt volledig stil. Aan Manel ontbrak het tot twee jaar geleden nooit aan werk. “Ik verdiende zo’n 3.000 euro per maand en daarnaast kon ik overal bijklussen als ik wilde.”

Het jonge stel kocht een stukje grond in Sant Pere de Vilamajor en bouwde er het eigen huis. “Na mijn werkdag stonden we van zes tot half tien nog aan het huis te werken.” De benodigde hypotheek kregen zij eenvoudig van de bank. “Die bank behandelt ons nu uitstekend, want de hypotheek kunnen we niet betalen. Wel gaat onze uitkering direkt naar de bank, daar zien we nooit wat van. Daarnaast hebben we niets.”

In mei 2008 raakte Manel werkloos. Talloze pogingen om werk te krijgen, ook voor Rosa, liepen op niets uit. Gedurende 10 maanden kreeg hij de maximale WW-uitkering van 1.100 euro, daarna een bijslag van 421 euro. Met wat schrapen moeten Rosa en Manel nu rondkomen van 20 euro per week. “Het is niet te beschrijven hoe moeilijk dat is.” Buren als Arantxa geven hen regelmatig eten, of kopen pakken melk voor de kleine Désiré. De sociale dienst van het dorp en organisatie Caritas helpen met pakken rijst en linzen, en af en toe krijgen ze een tegoedbon van 50 euro. “Dan kopen we soms wat vlees, want normaal kunnen we dat niet betalen,” zegt Rosa.

Na haar verhaal in de krant kreeg Rosa voorlopig drie dagen werk als schoonmaakster. Mensen schonken goederen en eten, die het stel nu samen met de kleine gemeente onder andere behoeftigen verdelen. “Want er zijn zoveel mensen met problemen en vaak nog schrijnender gevallen dan wij.”

Op straat zie je het niet aan ze, noch aan de inrichting van het huis. Maar de ijskast staat leeg. Het is de verborgen armoede van een Spanje dat, volgens de experts, nog jaren nodig zal hebben om zich te herstellen en nog méér dan Griekenland risico loopt bankroet te raken. De serie maatregelen die de regering vrijdag aankondigde zijn voor de middellange termijn, zullen Rosa en Manel vandaag nog niet helpen.

Herinneringen aan Nepal

Een dagje geen Barcelona, Catalonië of Spanje. Bijna een jaar geleden vertrok ik naar Nepal, zaterdag stond het verhaal erover in de Reiswereld-bijlage van het AD. Bij deze, voor degenen die erover denken zo’n trek te maken, de reproductie ervan; vanaf deze maand is het weer een mooie periode om te gaan.

POKHARA – De lucht is helder en blauw, de toppen van de Himalaya eeuwig wit. Tijd voor een onvergetelijke tocht langs de voet van de Annapurna. Soms hevig hijgend, maar meestal met een tevreden glimlach op de lippen.

// Drukte in de terminal van de binnenlandse vluchten in Nepal. Veel rugzakken, groepen meer tot minder ervaren bergbeklimmers en -wandelaars. Het populairst is de vlucht naar Lukla, vertrekpunt voor trektochten van twee weken naar het basiskamp van de Mount Everest. Pokhara is precies de andere kant op, naar het westen. Het is een vroeger hippie-paradijs aan een meer aan de voet van het Annapurna-massief, met de Dhaulagiri (8167 meter), de Annapurna I (8091) en  de betoverende Machapuchare (6993), ofwel ‘vissenstaart’.
De een na de andere vlucht wordt geannuleerd. Vervuiling, in combinatie met een grote grauwe zandwolk vanuit India die boven het halve land hangt. Het gevolg van maanden zonder regen. Snel regelt het agentschap een auto met bestuurder om naar Pokhara te rijden, want een dag later moet de Poon Hill-tocht beginnen.
Lees verder

Licht in de duisternis

Zondagmorgen in Barcelona. Het voorjaar dient zich eindelijk aan. Buiten eten, t-shirtje, krantje lezen met een biertje in de hand, en dat allemaal bij een bescheiden maximumtemperatuur van 15º; de natste winter (niet de koudste) die ik me hier kan herinneren komt ten einde. Mooie ochtend ook om de complete duisternis, de beklemmend grauwe hemel van de avond tevoren te vergeten: bijna twee uur kijken naar The Road, trouw naar de roman-zonder-enige-hoop van Cormac McCarthy, grijpen je bij de keel, geven je een harde stomp in de maag. Lange tijd niet zo aangeslagen uit een bioscoop gekomen; snakte naar de zon, de volgende dag.

Hanibal, Dexter en El Arropiero

Studiedagen in Barcelona, met allemaal wetenschappers. Onderwerp: ‘Slechtheid, delict en psychopatologie’. Conclusie, heel summier samengevat: hoe intelligenter de slechterik, hoe perverser hij is, warabij natúúrlijk de onuitwisbare Hannibal Lecter naar boven kwam. En: slecht zijn is óók vaak (niet altijd) een ziekte. Slecht kun je worden, door een moeilijke jeugd, trauma’s of wat dan ook, maar slecht kun je ook al vanaf je geboorte zijn, een aangeboren ziekte. Daar kun je wel een paar dagen over debatteren, en dat deden de artsen en wetenschappers ook.

Ook Spanje heeft zijn grootste slechterik uit de geschiedenis. Manuel Delgado Villegas uit Sevilla, wiens moeder bij zijn geboorte overleed, zwierf en moordde door heel Spanje. Toen hij in 1971 werd aangehouden, biechtte hij zoveel moorden op, 48, dat de politie hem aanvankelijk niet geloofde. Uiteindelijk konden zeven van die moorden bewezen worden, al werd hij voor iets meer dan 20 verantwoordelijk gehouden. Hij werd geestelijk gestoord beschouwd, bleek ook een XYY chromosoom te hebben (in plaats van XY) wat hem agressiever dan normaal zou maken en overleed in 1998 kort nadat hij op vrije voeten was gekomen. Zijn bijnaam was El Arropiero, verdomd moeilijk te vertalen: zijn vader verkocht arrope, een zoet brouwsel waar kinderen gek op waren.

De modernste slechterik geniet ik trouwens op vrijdagavond bij de VPRO van; eindelijk eens een serie waarvan het me lukt die te volgen. Dexter is slecht, héél slecht, dus ook ongelooflijk intelligent. (Wát een trailer trouwens…)

Oase in het midden van de rotonde

Het is een kleine, vreemde oase van relatieve rust temidden van de verkeersgekte op de Gran Vía. Typisch zo’n plaats waar toeristen, maar ook Barcelonezen zelf weinig komen, want wie zoekt nou het midden van een drukke rotonde op? (Ooit werd er eens een lijk in het hoge gras van zo’n rotonde, die van Francesc Macià aan de Diagonal, ontdekt door een plantsoenwerker; het lichaam lag er al enkele dagen, terwijl er dagelijks tienduizenden auto’s en volle bussen langs waren gereden.) Dit, op de foto, is het centrale deel van de Plaça de Tetuán, waar de Gran Vía de in potentie majestueuze, maar hopeloos verwaarloosde Passeig de Sant Joan kruist.

Er is een kinderspeelplaats, er staan bankjes om te rusten of even wat te eten (wat veel kantoorlui uit de omgeving tussen de middag doen), er zijn soms dieven op zoek naar tasjes en er staat een enorm beeldhouwwerk, één van de minst bekende van Barcelona. Het is een eerbetoon aan Bartomeu Robert i Yarzábal, die slechts heel even, tussen 1899 en 1901, burgemeester van de stad was. Hij was ook arts, maar vooral bekend als politicus, één van de eerste voorvechters van een onafhankelijk Catalonië. Zijn begrafenis in 1903 werd een massale manifestatie van rouw. Al een jaar later werd een begin gemaakt met het monument, ontworpen door Josep Llimona, dat zijn twee facetten laat zien: aan de ene kant die van arts, in de vorm van een vrouw die kinderen troost. Aan de andere kant ‘de stem van Catalonië’, ofwel een dichter, een priester, een ijzerwerker en een maaier, onder anderen. Die maaier staat voor de strijd om onafhankelijkheid en geeft naam aan het volkslied, Els Segadors. Het monument werd aanvankelijk op de Plaça de Universitat gebouwd, maar daar natuurlijk door de mannen van Franco verwijderd. In 1988 werd het op de huidige plaats weer opgebouwd.

Trouwens, Doctor Robert heeft ook sinds 1907 een standbeeld in mijn Sitges, waar zijn voorouders vandaan kwamen. En hij moet niet verward worden met de Doctor Robert die in 1905 op de hoek van de Passeig de Gràcia met Diagonal zijn prachtige, strakke Palau Robert liet bouwen met de rustgevende tuinen aan de achterkant.

Taxi! (en dat 11.000 keer)

Je hoeft maar even met een verveeld groepje van hen tussen de lange rijen wachtende taxi’s achter het centraal station van Sants te spreken en je bent in no time op de hoogte van de duizendenéén problemen van de taxichauffeurs in Barcelona. Nou klagen ze zoals elke groep arbeiders wel eens klaagt, en je moet niet elke klacht even serieus nemen, maar feit is dat ze één groot probleem hebben: ze zijn met veel te veel.

Barcelona kent liefst 11.000 van die geelzwarte taxi’s, zij die officieel geregistreerd staan en dus een licentie hebben van het Institut Metropolità del Taxi (IMET) en de regels van die overheidsinstantie moeten naleven. Er waren jaren dat dat er te weinig leken; tot twee jaar terug was het diep in de zaterdagnacht onmogelijk rond populaire uitgaansplaatsen als de Villa Olímpica een taxi te vinden, maar dat is veranderd. Nu is het weer zoals je alleen in films in New York ziet: je hoeft maar een hand op te steken en een taxi stopt voor je neus.

Het IMET verplichtte de licentiehouders namelijk om hun taxi twee shifts op de straat te hebben, dus twee keer negen of tien uur; met verschillende chauffeurs, vanzelfsprekend. Maar dat betekent dat er ineens een overschot aan taxi’s op straat is ontstaan, zeker in een periode van crisis waarin de mensen liever de goedkopere bus of metro pakken. Deze week zijn de chauffeurs, die nogal moeilijk te verenigen zijn, in gesprek met de IMET, om die enorme taxivloot te reduceren.

Bovendien zijn er nogal wat chauffeurs die het imago van het wereldje beschadigen, omdat ze vooral toeristen extra hoge prijzen aanrekenen, een stukkie omrijden, de meter uitzetten of gewoon de straten van Barcelona niet kennen. Let bijvoorbeeld goed op wanneer  je bij je 4- of 5-sterrenhotel door een taxi wordt opgepikt: de conciërge krijgt ‘smeergeld’ van 7 tot 10 euro per ritje dat hij regelt voor bepaalde taxicentrale’s, en de chauffeur rekent dat bedrag gewoon door aan de nietsvermoedende passagier. Voor wie de officiële tarieven wil weten, hierbij het staatje waarvan de chauffeurs niet mogen afwijken.

€ 100 voor een toneelstuk op school

Deze leerlingen van een middelbare school uit het Galicische Vigo wilden over enkele maanden als afsluiting van het studiejaar het onnavolgbare  Bodas de sangre (Bloedbruiloft) van Federico García Lorca. Mooi gekozen, zou je zeggen, een historisch werk, één van de beroemdste toneelstukken uit de 20ste eeuw. Maar de Spaanse Buma/Stemra, de SGAE, blijft zijn best doen het minst populaire instituut van heel Spanje te worden. Elke week verschijnt wel ergens een bericht over een inspecteur van die stichting die denkt keurig zijn werk te doen, zoals de man die een kapper sommeerde een maandelijks bedrag over te maken omdat hij in zijn zaak de radio had aanstaan. Zo ook deze meneer of mevrouw van de muziekinspectie in Galicië: wil de school de Bloedbruiloft opvoeren, dan zal er eerst 100 euro aan de SGAE moeten worden overgemaakt voor de auteursrechten…

Het geval komt een paar dagen nadat de bescheiden voetbalclub Badalona, uit de derde divisie, voor het laatst zijn clublied ten gehore heeft kunnen brengen. Ook die moet gaan betalen elke keer als het door twee Catalanen geschreven liedje rond het veld uit de luidsprekers zal knallen. Sterker nog, de club moet een boete betalen voor de vorige wedstrijden waarbij het clublied al heeft geklonken, zowel vóór het duel, in de rust als na afloop.

Drie hoog achter (2): ‘entresuelo’

En dan ga je je afvragen waar dat entresuelo vandaan komt en waarom het niet gewoon de eerste verdieping wordt genoemd. De entresuelo is een tussenverdieping tussen de begane grond en de eerste etage die normaal gesproken iets lager is dan de rest van de verdiepingen. Komt uit de tijd van de bourgeoisie: de burgerij bouwde mooie grote huizen voor zichzelf maar had wel bedienden nodig om die schoon te houden, te koken en andere karweitjes op te knappen. In Engeland woonden die allemaal in de kelder, maar in Spanje (en Zuid-Amerika) was er voor de sirvientes dus die tussenverdieping, waar het plafond niet 3,5 tot 5 meter hoog was als in de rest van de etages. In het Parijs van Haussman was het trouwens wéér anders: daar woonden de winkeliers boven hun eigen zaak op die tussenverdieping en zaten de bediendes op die kleine zoldertjes.

Drie hoog achter

Iets héél typisch Spaans, waarschijnlijk overbekend bij vele mensen, maar toch wel leuk weer eens in de herinnering te brengen als je er net het ‘slachtoffer’ van bent geworden. Even op bezoek bij één van de vele Nederlanders die de laatste jaren in Barcelona het avontuur hebben gezocht (deze, Vincent, voor al uw evenementen en kaartjes, o.a. voor FC Barcelona – goede tip voor degenen die míj altijd mailen of ik nog aan kaartjes kan komen) en de lift was in reparatie. De trap op naar de vierde verdieping kan natuurlijk geen kwaad, een half uurtje bewegen per dag is lichamelijke noodzaak, maar een vierde verdieping is in Spanje nooit een vierde verdieping. De bellen op de deur zeggen genoeg, maar vertellen nog niet het verhaal van hoe hóóg elke verdieping ook nog eens is.

De begane grond is al hoog, omdat daar altijd een winkel of bedrijf zit, nóóit een woning. Na vier (!) trappen kom je op de Principal, de verdieping die meestal aan de achterkant een groot terras heeft, bovenop het dak van die onderliggende onderneming. Drie trappen verder ben je op de Entresuelo, letterlijk ‘tussenvloer’; ben er nog niet achter waarom ze dat nooit gewoon al de eerste verdieping hebben genoemd. Die eerste komt dus verderop, dan de tweede, derde, etcetera. Om bovenin af te ronden met de Ático, de bovenste verdieping, die niet altijd de bovenste is, want vaak volgt er nog een Sobreático, wat vaak ooit illegaal gebouwde woningen op het dakterras zijn. Dus moet je soms hier naar vier hoog, dan zit je eigenlijk zes hoog, maar vergeleken met een flat op het Utrechtse Kanaleneiland al meer dan acht hoog… De beloning is het mooie uitzicht, in dit geval, vanuit het straatje Reina Cristina, op de oude haven.