Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Barbecue in plaats van meubelboulevard

Eentje over tradities, waar ik niet zo goed in ben. Bovendien – en dat bewijst weer eens dat Spanje niet één land is, maar gewoon verschillende volken op hetzelfde schiereiland – kan iets hier in Catalonië traditie zijn en in de rest van Spanje niet. Paasmaandag, bijvoorbeeld. Rond Madrid staan op dit moment, zondagavond, enorme file’s van mensen die terugkeren na een lang weekeinde dat daar al op Witte Donderdag begon; morgen moet er weer gewerkt worden. Maar in Catalonië, Aragón en Valencia, die pas op Goede Vrijdag vrijaf namen, is Paasmaandag gewoon nog een vrije dag. De dag van de mona.

Ook wij hebben er vandaag alvast één gekocht, maar hij is voor morgen bedoeld. (Alle banketbakkers maken weer heerlijk gebruik van de traditie: de monas zijn peperduur; er staan er zelfs van meer dan 250 euro te koop…) De mona is een taart, meestal van chocola, met allerlei figuurtjes erop, en vaak ook de eieren die in Nederland zo typisch zijn, deze dagen. Je hebt hele kunstwerken, afbeeldingen van huizen, auto’s, mensen of tekenfilmhelden, zoals deze, gemaakt door de Barcelonese bakker-kunstenaar Escribá.

De traditie wil dat de peetvader de mona kado doet aan zijn peetdochter of -zoon, die op zijn beurt de paastak van domingo de ramos aan zijn peetvader geeft. Met die mona komt op maandag de hele familie bijeen; de taart is het toetje van een uitgebreide maaltijd met veel wijn. Liefst in de buitenlucht. De mona, afkomstig van een Arabisch woord dat ‘mondproviand’  betekent, staat voor de afsluiting van de cuaresma, de Vastentijd.

Dus gaan wij deze maandag aan de calçots en daarna, op dezelfde barbecue, de lamskoteletjes. Een paar flessen stevige rode wijn en het zal een luie, lome middag worden, in ieder geval stukken aangenamer dan in de file op een meubelboulevard lopen…

Lekke band voor Contador

Een lekke band overkomt iedere wielrenner. Maar zo één? Alberto Contador is allesbehalve een wereldster in Spanje: de tweevoudige Tour-winnaar wisselt ‘m zelf maar even, gisteren na de training, met hulp van een trainingsmaatje van Astana… En zet de foto daarna zelf op Twitter.

Een dag om te werken

Goede Vrijdag. Een dag dat absoluut iedereen vrij is. Eén van de drie dagen per jaar dat er geen krant is. Zo’n dag dat, als het mooi weer is, Barcelona helemaal leegloopt. Richting kust, richting skipiste’s. Overal is het druk, file’s op de wegen, rijen voor de restaurants. Dit, hierboven, is de boulevard van Sitges, om half twee vanmiddag. Ik was op weg naar de krant, gelukkig. Op sommige dagen is het beter gewoon te werken.

De moskee die geen moskee mag zijn

Ik weet dat er in Rotterdam twee grote jongens met minaretten zijn neergezet (hoewel de ene, op Zuid, na jarenlange vertragingen nog altijd niet af is, geloof ik), maar de allermooiste moskee in Europa, de grootste ook buiten de Arabische wereld, zal altijd die van Córdoba blijven. Sterker nog, het is met 23.000 m2 de vierde moskee ter wereld, na die in Mekka, Istanboel en Casablanca… Van buiten redelijk onopvallend – geen minaretten meer – is de schoonheid binnen overweldigend, met zijn 1300 pilaren en 365 roodwitte bogen.

Zes Oostenrijkse moslims  deden gisteren wat redelijk normaal lijkt als je zo’n schat van een moskee bezoekt. Ze deden hun schoenen uit, zoals een katholiek een kruisje slaat als hij een kathedraal bezoekt. Daarna wilden de zes ergens bidden, waarschijnlijk voor de mihrab, de heilige poort die in dit geval niet naar Mekka maar naar het zuiden wijst. Toen kwamen de bewakers in actie, die ook nog eens de politie waarschuwden. Bidden volgens het islamitische geloof, dat is in de moskee van Córdoba absoluut verboden. Twee moslims verzetten zich zo tegen het verbod, dat zij vanochtend nog altijd in de politiecel zaten.

Altijd hetzelfde probleem met die religies, ze kunnen elkaar niet uitstaan. Toen de moskee van Córdoba in de achtste eeuw werd gebouwd op de plaats waar daarvoor een kerk stond, nadat de moslims Zuid-Spanje hadden veroverd, werd enkele jaren geprobeerd gesloopt om moslims en christenen gezamenlijk op die heilige plaats te laten bidden, maar dat ging al snel fout. En toen de moslims zes eeuwen later weer uit Al-Andalus werden verdreven, werd de moskee weer omgedoopt tot kathedraal. Voor het meest absurde besluit moest echter nog twee eeuwen gewacht worden: toen werd besloten middenin de moskee een kathedraal in een totaal andere stijl, die uit de renaissance, te planten. We mogen nog blij zijn dat de christenen toen niet de hele moskee hebben gesloopt, maar het resultaat van die combinatie blijft absurd: de enorme reeks pilaren wordt in het centrum onderbroken door een traditionele katholieke kerk met zijn banken en altaar. Een adelaar van brons lijkt over de toegang te waken.

Het mooiste, zo pleit de Islamische Raad van Córdoba al jaren, zou zijn als er in de mezquita  onbelemmerd de twee religies beleefd zouden mogen worden. Een raad die gisteren met wijze woorden kwam: noch de bewakers zouden zo lomp moeten optreden tegen onwetende gelovigen, noch de moslims hadden zich zo hardhandig tegen het verbod moeten verzetten.

Eén advies: bezoek de moskee als een agnostische toerist; een genot. (Trouwens, toen wij er waren was het buiten 44º en binnen heerlijk koel…)

UPDATE: Zo onwetend waren die moslims niet. Lees net het rapport van de rechter, en het bleek om een gecoördineerde actie van bijna 120 Oostenrijkse moslims te gaan om massaal te bidden in de mezquita terwijl er een katholieke Paasmis bezig was. De bewaker die hen sommeerde daarmee te stoppen werd met een 10 cm lang mes bedreigd… De twee arrestanten zijn trouwens weer op vrije voeten, van de messentrekker is het paspoort ingetrokken.

Sporten in Reus, zuipen en neuken in Salou

OK, de kop is nogal plat, ordinair, maar zo ziet Salou er deze dagen ook een beetje uit… Het Saloufest is aan de gang, een gigantisch feest van studenten van 150 Britse universiteiten die massaal (4.500 deze week, nog eens 4.000 volgende week) naar het badplaatsje aan de Costa Dorada komen voor hun jaarlijkse uitje: overdag sporten ze (althans, zij die er nog toe in staat zijn; veel gebruiken de sportzaal om de roes uit te slapen) op complexen in het naburige stadje Reus, maar ’s avonds en ’s nachts wordt het pas écht leuk voor ze, in Salou.

Allemaal zijn ze dronken, heel erg dronken. De remmen gaan los, Sodom en Gomorra treffen elkaar op het strand, in uitgewoonde appartementen, op de WC van de disco of op een gore parkeerplaats. De plaatselijke ondernemers zijn dolblij, de inkomsten kunnen zij goed gebruiken, ook al bieden ze drie flesjes Stella voor 5 euro aan, maar de gemeente doet deze dagen zijn uiterste best de imagoschade beperkt te houden. Want Salou is ook een badplaats voor gezinnen, niet alleen voor de dronken jeugd, zo is de boodschap. Een beetje vreemd ook – en daarin heeft de gemeente gelijk – dat het Saloufest dit jaar ineens  in het nieuws komt, terwijl het al jarenlang wordt gehouden. Jaloezie vanuit Calella, zeggen ze bij de gemeente, want dat dorp is dit jaar een deel van het evenement kwijtgeraakt.

Incidenten zijn er niet geweest, benadrukt het gemeentebestuur ook. Klagende inwoners? Ja, het was drukker op straat, en een grote kans dat je om vijf uur ’s morgens lallende jongeren hoort, net nu het mooier weer is geworden en je ’s nachts de ramen van de slaapkamer weer openlaat… Het probleem is, denkt iedereen, de manier waarop deze reis in Engeland wordt gepromoot: voor 250 euro vijf dagen zuipen, strand, seks en sport. Welke hardstuderende student wil nu even niet zo ontsnappen?

Het oude café

Hij lijkt heel donker zo, van buiten, maar dat hoort bij de sfeer. Alsof je terugkeert naar 1873, het jaar dat de kroeg opende. Of naar de grauwe jaren van de posguerra, de periode kort na de Burgeroorlog. Al 137 jaar is het Café del Centre precies hetzelfde gebleven. Het is het oudste café van de Eixample, het opende er in de periode dat het revolutionaire stadsplan van Ildefons Cerdà ten uitvoer werd gebracht, en het was decennialang één van de drukste kroegen van de stad, in de straat Girona, vlakbij het gelijknamige metrostation. Het is een beroemd café, fotogeniek vooral. Er zijn films opgenomen, talloze reclamespots en anarchist Salvador Puig-Antich was er vaste gast totdat hij in het portiek aan de overkant door Franco’s agenten werd gearresteerd en later geëxecuteerd.

Oorspronkelijk was het een casino, maar dictator Primo de Rivera verbood het gokken begin vorige eeuw. Niettemin is  één  van de marmeren tafels van de bar nog altijd uitgerust met gleuven en gaten, omdat er vroeger Baccará op werd gespeeld. Van een goktent werd het Café del Centre een bar waar kunstenaars, intellectuelen, journalisten, schrijvers etc. hun tertulias hielden, de gesprekken die over van alles en nog wat mogen gaan en vooral bedoeld zijn op een aangename manier de tijd door te brengen, te discussiëren en ook nog wat op te steken.

Het is op het eerste gezicht geen vrolijke bar, het Café del Centre, maar naarmate hij voller raakt komt de sfeer weer terug. Er staat een oude piano, waarop vroeger de pianist van het restaurant Set Portes speelde en alleen de klanten die héél goed kunnen spelen mogen het stof eraf blazen. Er hangen schilderijen van Martí Teixidor. En, gelukkig, staat de televisie er nooit aan. Zelfs niet als er voetbal is. De eigenaars, de familie Bel, achterkleinkinderen van de oprichter van de bar, houden wel van voetbal, maar niet van het schreeuwen wat er bijhoort.

Drukke dinsdagavond

Crisis? Minder toeristen? Af en toe is er niets van te merken, zeker niet in en rond de binnenstad van Barcelona. Wil je op een dinsdagavond nog snel even ergens iets prikken, blijken er om half negen al (teken dat er veel toeristen zijn) stevige rijen voor de populaire tapas-zaken te staan. Eigenlijk moet je er tevoren al vanaf zien, het bezoeken van hot spots die natuurlijk ook in allerlei gidsen staan en waar alle guiris massaal op afkomen.

Verreweg de populairste is de Cervecería Catalana, aan de Carrer Mallorca, net om de hoek bij de Rambla Catalunya, en die volgens mij ook in Komt een vrouw bij de dokter van Kluun voorkomt; de schrijver heeft er in ieder geval regelmatig gegeten. Bovendien staat deze tapas-tent nummer 5 van de liefst 2.570 restaurants van Barcelona volgens de waardering van reizigers op Tripadvisor. Hier vormt de rij zich al om zeven uur, vrees ik, omdat vooral Amerikanen zich door deze website laten leiden.

Een stukje verder naar beneden moet je voor Ciudad Condal en Tramoia tegenwoordig ook al minimaal 20 minuten in de rij staan, wat er uiteindelijk altijd 40 blijken te zijn. En mijn favoriete Tapaç24, waar al niet veel plaats is, is ook al wereldwijd bekend geworden en daar kun je dus ook niet meer zomaar even binnenvallen.

De kleine keten Taller de Tapas, met vier restaurants op strategisch goede plaatsen, blijft een goed alternatief – niets te klagen over de gefrituurde artisjokkenreepjes en de malse stukken solomillo -, maar ook hier moet je af en toe geduld opbrengen. Eén van de weinigen waar je je nog altijd een beetje kunt binnenwringen, ook al omdat je er staand eet, is een klassieker, de Bask Irati (één van de eersten in Barcelona met pintxos), in het straatje dat van de Rambla naar de Plaça del Pi loopt. Een paar prikkertjes, een zurrito (Baskisch glaasje bier) en je bent weer even blij, zeker als je er, zoals ik, een ongelooflijke hekel aan hebt om voor restaurants in de rij te gaan staan.

Aanslag in de metro van Barcelona

Smerige kop natuurlijk, op een dag als deze, alleen maar bedoeld om wat meer lezers te trekken. Maar toch, hoe vaak hebben mensen niet gedacht aan een aanslag in de metro, die van Barcelona bijvoorbeeld, zeker toen de terroristen die trieste 11 maart van 2004 bijna 200 mensen in de forensentreinen van Madrid ombrachten. Sterker nog: enkele jaren later werd een flinke groep Pakistanen in Barcelona opgepakt omdat zij een aanslag in de metro aan het voorbereiden zouden zijn.

Lange tijd leek het alsof het bewijs wel erg dun zou zijn, net zoals bij een vorig vermeend commando van Pakistanen waar thuis wit poeder werd gevonden. Chemicaliën waarmee bommen gemaakt konden worden, aldus de politie. Wasmiddel, zo bleek uit het onderzoek, en sindsdien ging deze groep, die jarenlang in voorlopige hechtenis zat voordat de vrijspraak er kwam, als het ‘Dixan-commando’ door het leven. Maar de groep metro-terroristen, bijna geheel woonachtig in de Raval-wijk waar veel van hen een kleine moskee-ruimte naast het historische restaurant Casa Leopoldo bezochten, werd eind vorig jaar wel veroordeeld voor het organiseren van een aanslag en de 11 mannen zullen straffen van acht tot tien jaar moeten uitzitten.

Niettemin heb ik nooit iemand gehoord die bang is de metro in te stappen. Ja, bang voor zakkenrollers, de dagelijkse plaag. Maar aan een aanslag kun je gewoon niet denken. Ook een belachelijke zin trouwens, in één van de Nederlandse nieuwsberichten over de aanslag in Moskou: ‘Er zijn nauwelijks veiligheidsmaatregelen in de Moskouse metro’. Ja, onmogelijk natuurlijk de 10 miljoen dagelijkse passagiers te gaan controleren, net als de 1 miljoen die in Barcelona elke dag ondergronds gaan.

Zon op het strand, twee meter sneeuw in de bergen

Vorige week donderdag liepen de treinen rond Barcelona drie keer flinke vertragingen op. De reden was drie keer hetzelfde, atropellamiento, wat letterlijk wil zeggen dat er iemand is overreden/aangereden, en wat ik werkelijkheid wil zeggen dat drie mensen zich die dag voor de trein wierpen. Berichten die we nog altijd niet in de krant zetten en die het spoorbedrijf als ‘aanrijding’ bekendmaakt om niet nóg meer mensen op verkeerde gedachten te brengen. Het was een lange, natte, te donkere winter voor de Middellandse Zee, dus dat zal het aantal zelfmoorden ook wel beïnvloed hebben. Maar eindelijk is er licht in die duisternis gekomen. Sterker nog: in Barcelona is officieel het strandseizoen begonnen, met meer politie, mensen van het Rode Kruis en prullenbakken op het strand.

Het zijn misschien de mooiste dagen van het jaar: het strand, zoals vanochtend in Sitges (foto hierboven) is nog aangenaam rustig maar al wel lekker warm, al is het water voor de meesten nog te koud, tussen de 13 en 15º aan de oppervlakte, waar het door de neerslag van de afgelopen weken zelfs iets kouder is dan op grotere diepte. De wilgen zijn net geknot, het gras is gemaaid, de straten schoongewaaid door een stevig voorjaarsbriesje. Nadeel is wel dat de lucht volhangt met pollen: een groene deken ligt over de auto’s en benauwt mensen met allergie. Het dreigt, na een zo vochtige winter en straks dus enorme bloei, één van de ergste lente’s voor allergiepatiënten te worden.

En tegelijkertijd zullen deze Paasvakantie de Pyreneeën vrijwel helemaal volgeboekt zitten, want in de meeste skistations ligt er nog altijd tussen de één en twee meter sneeuw op de piste’s. Keus genoeg dus, voor zij dit het geluk hebben niet te hoeven werken, waartoe ik mezelf helaas niet mag rekenen. Wat nog geen reden is me voor de trein te werpen.

Uitsmijter in de Barceloneta

Toevallig zag ik er laatst drie jonge Italianen mee worstelen in Dudok (Rotterdam) en gisteren kwam ik hem tegen op een menukaart in de Barceloneta. De uitsmijter! Veel intrigerender dan het voor ons zo bekende lunchgerecht vond ik echter de vertaling erachter: portero. Klopt, natuurlijk, maar nooit eerder dacht ik bij het eten van een uitsmijter aan die beruchte nachtportier voor de disco. Alsof de drie betekenissen die het woord volgens de Van Dale hebben totaal verschillende begrippen zijn:

[uit·smij·ter de; -s 1 m,v iem die de taak heeft lastige of agressieve bezoekers ve discotheek enz. de deur uit te zetten 2 m brood met spiegeleieren en ham, kaas of rosbief 3 m laatste nummer ve voorstelling; kernachtig slotwoord]

Wat me direct op de volgende prangende vraag brengt: waar komt het woord uitsmijter als eiergerecht vandaan? Een korte speurtocht op internet heeft me niet verder kunnen helpen dan de suggestie dat de nachtportiers veel eieren met spek moesten eten om krachten op te doen en De Dikke van Dam  heb ik thuisliggen, zodat ik niet kan nakijken of de gastronomische Amsterdamse zonderling er een uitleg voor heeft.

Lezers uit Nederland zullen ook een tweede vraag hebben: een uitsmijter in de Barceloneta? Ja, want ik zat in Foc, samen met Gran Foc (hiernaast op de foto) één van de twee uitspanningen van ondernemer Sander, een Nederlander die, als zovelen, niet al zijn roots wil verloochenen en gasten dus een uitsmijter aanbiedt. Niet een echt succesnummer, die drie eieren op een broodje, lijkt me, op een rijtje van talloze terrassen aan de Passeig Joan de Borbó waar de verse vis bijna op tafel springt. Een uitsmijter bestelde ik dus niet – die bewaar ik maar eens voor mijn vader die niet van garnalen houdt -, maar de rest van de Foc-kaart mag er zijn, vooral die maaltijdsalade’s waarvan er in Barcelona nog te weinig te vinden zijn.