Categorie archief: zon, zee en andere zaken

Nederlandse tekenaars in het Spaans

Ze zijn allebei heel groot, in hun eigen land, maar ook ver over de grenzen. Grote sterren, duur ook als je ze wilt inhuren. De grote tijdschriften op aarde willen hen hebben, maar ook architecten, ontwerpers of organisatoren van grote evenementen. Of, zoals de één het tegen de ánder zei: “Jij kwam voor deze expositie met een cover van jou op The New Yorker. Nou, die heb ik óók!” Het klonk niet opschepperig, was ook niet zo bedoeld. Want het zijn gewone mannen gebleven, Joost Swarte en Javier Mariscal. Ze ontmoetten elkaar al ergens in 1975, zo konden ze zich herinneren, en komen nu pas, 35 jaar later, voor het eerst samen in een expositie.

Vanavond opent die expositie, Alternativas de papel, zijn deuren in het FAD  het designcentrum naast het Macba, op het Plaça dels Àngels in de Raval. Wie kent ze niet, de strakke lijnen van Swarte, en voor de Nederlanders die Mariscal niet kennen: hij ontwierp Cobi, het figuurtje dat het symbool werd van de Olympische Spelen van 1992.

De expositie in het FAD is het startsein van de grote Nederlandse inbreng rond de  Ficomic, de grote stripbeurs (de tweede van Europa na Angouleme) die van 6 tot 9 mei in de Fira van Barcelona wordt gehouden. Voor het eerst is er een gastland uitgenodigd, en dat is Nederland, en de Ambassade, het Consulaat en het Stripfonds willen die gelegenheid niet ongemerkt voorbij laten gaan.

Alle details staan op Comics de Holanda, maar hier een paar tips: op Sant Jordi, deze vrijdag, krijgt iedereen die bij het Casa del Libro aan de Passeig de Gràcia een boek koopt een klein stripboekje kado. Daarin, in het Spaans of Catalaans, enkele van de beroemdste Nederlandse strips cq tekenaars, met Hein de Kort/Dirk&Desiree, Gerrit de Jager/Hermanita, Peter de Wit/Sigmund, Gummbah en vele anderen. Oók, natuurlijk Fokke&Sukke, die wij in El Periódico tijdens de Ficomic in het Spaans zullen afdrukken. En tijdens die beurs ook komen bijna 50 Nederlandse tekenaars in een bus naar Barcelona, o.a. om eem mooi feestje te bouwen.

De wereld op een zakdoek

Het zaaltje ziet er niet uit, maar de wereld die ik er zaterdag in het centrum van Vic aantrof leek een utopische. Letterlijk een wereld (en un pañuelo, zoals ze in het Spaans zeggen): Catalanen, een Madrileense, vier Ghanezen, een Senegalees, een Française, een Italiaanse, twee Marokkanen, een Boliviaanse en een Colombiaanse studeerden samen een theaterstuk in: zij lazen, uit hun hoofd, in het Catalaans teksten voor van beroemde plaatselijke dichters, Verdaguer, Anglada en Martí i Pol. Ze vormden een soort familie samen, zeiden ze, na al wekenlang gerepeteerd te hebben. Donderdag treden ze op in het parlement van Catalonië, als voorbeeld van hoe immigranten niet alleen Spaans leren (de meest logische, eerste stap, als je hier komt wonen), maar zich daarna ook voor het Catalaans interesseren, zeker in stadjes als Vic en het platteland eromheen, waar je het Catalaans gewoon hard nodig hebt om je te redden, en je dus ook meer kansen op de arbeidsmarkt hebt. Bleef wél een gek gezicht/gehoor: een Nederlandse journalist die eerst met vier Ghanezen en daarna een Colombiaanse in het Catalaans spreekt. Zij wílden niet anders.

Is óók wel eens nodig, zo’n idealistisch verhaal uit Vic, dat de laatste maanden door een gevecht van de burgemeester tegen de (illegale) immigranten bijna dagelijks op een andere manier in het nieuws is geweest. ‘Alsof wij hier voortdurend een sociaal conflict hebben; dat ís niet zo’, zeiden de Catalanen in het zaaltje, allemaal vrijwilligers die de immigranten Catalaans leren door enkele dagen per week gewoon met elkaar te praten, informeel, zonder lesboeken.

Wijn op de tong, muziek in de oren

Een vulkaan met onuitspreekbare naam op IJsland (wist ik veel, dat dat groot nieuws zou gaan worden toen ik gisteren ‘een asgrauwe wolk’ postte…) zorgde voor een lange werkdag, dus miste ik bijna alles van de ‘wijnavond’ van de Kring van het Nederlandse Bedrijfsleven in Barcelona in restaurant Bento op Balmes, dichtbij de Diagonal, recentelijk nog de locatie van een uitzinnige verjaardagspartij van Walter, die gisteren trouwens de avond miste omdat hij één van de duizenden was die op Heathrow vastzat/zit.

Nou ben ik wel Nederlands maar allesbehalve ondernemer, dus altijd een vreemde eend in deze economische bijt, met gisteren denk ik minimaal 50 man rond de lange tafels. Curieuze wijnproeverij, bleek het, onder leiding van Vlaming Stefan Lismond, die heel veel van Catalaanse wijnen weet, van de Montsant tot de Penedès, van de Costers del Segre tot de Priorat. Hij komt vanuit Falset, het hoofdstadje van de Priorat, opdagen om onderhoudende voorstellingen te geven, vaak begeleid door twee jazzmuzikanten. Volgens Lismond moet je proeven en luisteren tegelijk en heeft elke wijn zijn eigen melodie. De kok van Bento maakte er ook een speciaal hapje bij.

Ik moest ook weer snel weg, wegens andere sociale verplichtingen (dronk op een verjaardagsdiner een lekkere, potente Syrah uit Costers del Segre, de Leix d’Arbeca) maar het schijnt nog zó gezellig geworden te zijn dat op het einde van de avond/begin van de nacht een patrouillewagen van de Guardia Urbana voor de deur stopte en twee agenten, in fluoriscerende jassen, ook een glaasje kwamen nippen…

Bijna twee euro per dode duif

Ter vergelijking, om ons te situeren: Amsterdam heeft, net als alle grote steden, altijd last gehad van duiven. Een duiventil op de parkeergarage van de Bijenkorf moest ooit voorkomen dat ze overal op gingen schijten; duiven zijn zo smerig dat ze ook hun eigen nest gewoon onderpoepen. Een laatste officiële telling is alweer van 2001, en toen kwamen de onderzoekers tot 12.000 duiven in A’dam. Omdat sommige delen van de stad (tuinen etc.) niet konden worden meegeteld, werd het werkelijke aantal op 25.000 geschat.

Nu Barcelona. Een telling per duivenkop is moeilijk te maken, maar de gemeente houdt het op zo’n 250.000. Die ene nul meer dan Amsterdam is geen tikfout. 250.000 duiven! Beesten die niet voor niets vleiende bijnamen als ‘patatkippen’ en ‘vliegende ratten’ meekrijgen, ook al omdat ze werkelijk alles vreten. Dat is ook het grote probleem, dat iedereen ze altijd maar te vreten geeft. Maar ja, wie van ons is niet met zijn kleine kinderen, als ze net kunnen lopen, naar de Plaça de Catalunya getogen om de peuter wat zaadjes in z’n handen te stoppen en foto’s te maken wanneer de kleine zich rotschrikt van alle vleugels die ineens rond hem gaan flapperen.

Die beesten zijn natuurlijk een plaag, schijnen per jaar twee kilo gore, alles aanvretende poep te produceren, en Barcelona onderneemt nu de zoveelste poging er iets aan te doen, want je kunt niet verwachten dat de meeuwen (die óók enorm in aantal zijn gegroeid en eveneens een plaag beginnen te vormen) in hun eentje de duiven uitroeien; daarvoor is de vis van zee veel te lekker in vergelijking met dit smerige vlees van een vuilnisvreter. De gemeente heeft daarom gespecialiseerde bedrijven uitgenodigd een offerte te doen voor het wegwerken van liefst 65.000 van deze duiven. Er is daar maximaal 118.000 euro voor begroot. De methode moet geen stress bij de diertjes veroorzaken, niet schadelijk zijn voor het milieu en ‘pijnloos en onomwendbaar’ zijn.

Het is trouwens niet voor het eerst dat zoiets gebeurt; soms waren er mannen met enorme netten te zien die de Plaça de Catalunya een beetje schoonveegden. In 2008 werden er al 20.000 Barcelonese duiven uitgeroeid en vorig jaar 40.000. Nog niets van de Dierenbescherming hier gehoord, trouwens.

De dikke Tarzan en de kleine Jane

Het is één van die plekken waar je door trotse Catalaanse vrienden of familie naar toe wordt gevoerd als je de rest van de grote trekpleisters in en rond Barcelona al hebt gezien: tijd voor Catalunya en Miniatura in Torrelles de Llobregat, op 15 minuten van Barcelona. Voor mij moet dat iets van 25 jaar geleden zijn geweest en ik probeerde mijn teleurstelling toen maar voor die vrienden en/of familie verborgen te houden: in vergelijking met ons Madurodam was dit parkje maar een slap aftreksel, met vaak slechtgemaakte miniaturen van Cataloniës bekendste gebouwen.

Vanochtend zijn we er weer eens teruggeweest, een grote groep ouders van een Barcelonese school met zes- tot achtjarige kinderen. Het bezoeken van het Catalaanse Madurodam – sterk verbeterd in die tijd – bleek op het einde van het programma te staan, ná het onvermijdelijke eten, want het hoogtepunt van de dag was de ochtend. Miniatuurgebouwtjes alleen blijken allang niet voldoende meer om toeristen te trekken, dus heeft dit park een Bosc Animat toegevoegd; het één heeft totaal niet met het ander te maken, maar allez

Vooral een ijzersterke oefening om je hoogtevrees te overwinnen (ja, écht, ík ben het die hier met Joanna boven op een miniscuul vlonder staat), want draden, kabels en slingerende trappen brengen je steeds hoger de pijnbomen in, met ook nog eens de grote verantwoordelijkheid het kleine kind dat zowel vóór je zit als achter je aan komt voortdurend goed in de veilige klimbeugels te hangen. Je wilt toch niet dat een schoolvriendje dat jouw kind niet is door jouw toedoen die 10 meter hoog uit de boom valt. (Nee, natuurlijk, ook je eigen kind moet er niet uit donderen natuurlijk.

Er waren mensen die halverwege door hulpzame assistenten van een hoog platform moesten worden gehesen omdat ze het toch niet meer zagen zitten, iets wat de papa’s en mama’s voor de ogen van hun kinderen natuurlijk nooit zullen doen… Goed ook om je even weer jonger te voelen dan je eigenlijk bent. Ook hingen de bomen vol met tieners en twintigers trouwens, in groepjes erop uit, met zijn allen in de zwaarste van de drie parkoersen door de takken.

En als de geteisterde longen, de geschaafde armen en het door de hitte bevangen hoofd van de inspanning zijn bijgekomen en het koude biertje met meer genot dan ooit de slokdarm heeft verkoeld, kan zélfs nog dat miniatuur-Catalonië zonder enig risico worden bezocht.

Barbecue in plaats van meubelboulevard

Eentje over tradities, waar ik niet zo goed in ben. Bovendien – en dat bewijst weer eens dat Spanje niet één land is, maar gewoon verschillende volken op hetzelfde schiereiland – kan iets hier in Catalonië traditie zijn en in de rest van Spanje niet. Paasmaandag, bijvoorbeeld. Rond Madrid staan op dit moment, zondagavond, enorme file’s van mensen die terugkeren na een lang weekeinde dat daar al op Witte Donderdag begon; morgen moet er weer gewerkt worden. Maar in Catalonië, Aragón en Valencia, die pas op Goede Vrijdag vrijaf namen, is Paasmaandag gewoon nog een vrije dag. De dag van de mona.

Ook wij hebben er vandaag alvast één gekocht, maar hij is voor morgen bedoeld. (Alle banketbakkers maken weer heerlijk gebruik van de traditie: de monas zijn peperduur; er staan er zelfs van meer dan 250 euro te koop…) De mona is een taart, meestal van chocola, met allerlei figuurtjes erop, en vaak ook de eieren die in Nederland zo typisch zijn, deze dagen. Je hebt hele kunstwerken, afbeeldingen van huizen, auto’s, mensen of tekenfilmhelden, zoals deze, gemaakt door de Barcelonese bakker-kunstenaar Escribá.

De traditie wil dat de peetvader de mona kado doet aan zijn peetdochter of -zoon, die op zijn beurt de paastak van domingo de ramos aan zijn peetvader geeft. Met die mona komt op maandag de hele familie bijeen; de taart is het toetje van een uitgebreide maaltijd met veel wijn. Liefst in de buitenlucht. De mona, afkomstig van een Arabisch woord dat ‘mondproviand’  betekent, staat voor de afsluiting van de cuaresma, de Vastentijd.

Dus gaan wij deze maandag aan de calçots en daarna, op dezelfde barbecue, de lamskoteletjes. Een paar flessen stevige rode wijn en het zal een luie, lome middag worden, in ieder geval stukken aangenamer dan in de file op een meubelboulevard lopen…

Een dag om te werken

Goede Vrijdag. Een dag dat absoluut iedereen vrij is. Eén van de drie dagen per jaar dat er geen krant is. Zo’n dag dat, als het mooi weer is, Barcelona helemaal leegloopt. Richting kust, richting skipiste’s. Overal is het druk, file’s op de wegen, rijen voor de restaurants. Dit, hierboven, is de boulevard van Sitges, om half twee vanmiddag. Ik was op weg naar de krant, gelukkig. Op sommige dagen is het beter gewoon te werken.

Sporten in Reus, zuipen en neuken in Salou

OK, de kop is nogal plat, ordinair, maar zo ziet Salou er deze dagen ook een beetje uit… Het Saloufest is aan de gang, een gigantisch feest van studenten van 150 Britse universiteiten die massaal (4.500 deze week, nog eens 4.000 volgende week) naar het badplaatsje aan de Costa Dorada komen voor hun jaarlijkse uitje: overdag sporten ze (althans, zij die er nog toe in staat zijn; veel gebruiken de sportzaal om de roes uit te slapen) op complexen in het naburige stadje Reus, maar ’s avonds en ’s nachts wordt het pas écht leuk voor ze, in Salou.

Allemaal zijn ze dronken, heel erg dronken. De remmen gaan los, Sodom en Gomorra treffen elkaar op het strand, in uitgewoonde appartementen, op de WC van de disco of op een gore parkeerplaats. De plaatselijke ondernemers zijn dolblij, de inkomsten kunnen zij goed gebruiken, ook al bieden ze drie flesjes Stella voor 5 euro aan, maar de gemeente doet deze dagen zijn uiterste best de imagoschade beperkt te houden. Want Salou is ook een badplaats voor gezinnen, niet alleen voor de dronken jeugd, zo is de boodschap. Een beetje vreemd ook – en daarin heeft de gemeente gelijk – dat het Saloufest dit jaar ineens  in het nieuws komt, terwijl het al jarenlang wordt gehouden. Jaloezie vanuit Calella, zeggen ze bij de gemeente, want dat dorp is dit jaar een deel van het evenement kwijtgeraakt.

Incidenten zijn er niet geweest, benadrukt het gemeentebestuur ook. Klagende inwoners? Ja, het was drukker op straat, en een grote kans dat je om vijf uur ’s morgens lallende jongeren hoort, net nu het mooier weer is geworden en je ’s nachts de ramen van de slaapkamer weer openlaat… Het probleem is, denkt iedereen, de manier waarop deze reis in Engeland wordt gepromoot: voor 250 euro vijf dagen zuipen, strand, seks en sport. Welke hardstuderende student wil nu even niet zo ontsnappen?

Aanslag in de metro van Barcelona

Smerige kop natuurlijk, op een dag als deze, alleen maar bedoeld om wat meer lezers te trekken. Maar toch, hoe vaak hebben mensen niet gedacht aan een aanslag in de metro, die van Barcelona bijvoorbeeld, zeker toen de terroristen die trieste 11 maart van 2004 bijna 200 mensen in de forensentreinen van Madrid ombrachten. Sterker nog: enkele jaren later werd een flinke groep Pakistanen in Barcelona opgepakt omdat zij een aanslag in de metro aan het voorbereiden zouden zijn.

Lange tijd leek het alsof het bewijs wel erg dun zou zijn, net zoals bij een vorig vermeend commando van Pakistanen waar thuis wit poeder werd gevonden. Chemicaliën waarmee bommen gemaakt konden worden, aldus de politie. Wasmiddel, zo bleek uit het onderzoek, en sindsdien ging deze groep, die jarenlang in voorlopige hechtenis zat voordat de vrijspraak er kwam, als het ‘Dixan-commando’ door het leven. Maar de groep metro-terroristen, bijna geheel woonachtig in de Raval-wijk waar veel van hen een kleine moskee-ruimte naast het historische restaurant Casa Leopoldo bezochten, werd eind vorig jaar wel veroordeeld voor het organiseren van een aanslag en de 11 mannen zullen straffen van acht tot tien jaar moeten uitzitten.

Niettemin heb ik nooit iemand gehoord die bang is de metro in te stappen. Ja, bang voor zakkenrollers, de dagelijkse plaag. Maar aan een aanslag kun je gewoon niet denken. Ook een belachelijke zin trouwens, in één van de Nederlandse nieuwsberichten over de aanslag in Moskou: ‘Er zijn nauwelijks veiligheidsmaatregelen in de Moskouse metro’. Ja, onmogelijk natuurlijk de 10 miljoen dagelijkse passagiers te gaan controleren, net als de 1 miljoen die in Barcelona elke dag ondergronds gaan.

Zon op het strand, twee meter sneeuw in de bergen

Vorige week donderdag liepen de treinen rond Barcelona drie keer flinke vertragingen op. De reden was drie keer hetzelfde, atropellamiento, wat letterlijk wil zeggen dat er iemand is overreden/aangereden, en wat ik werkelijkheid wil zeggen dat drie mensen zich die dag voor de trein wierpen. Berichten die we nog altijd niet in de krant zetten en die het spoorbedrijf als ‘aanrijding’ bekendmaakt om niet nóg meer mensen op verkeerde gedachten te brengen. Het was een lange, natte, te donkere winter voor de Middellandse Zee, dus dat zal het aantal zelfmoorden ook wel beïnvloed hebben. Maar eindelijk is er licht in die duisternis gekomen. Sterker nog: in Barcelona is officieel het strandseizoen begonnen, met meer politie, mensen van het Rode Kruis en prullenbakken op het strand.

Het zijn misschien de mooiste dagen van het jaar: het strand, zoals vanochtend in Sitges (foto hierboven) is nog aangenaam rustig maar al wel lekker warm, al is het water voor de meesten nog te koud, tussen de 13 en 15º aan de oppervlakte, waar het door de neerslag van de afgelopen weken zelfs iets kouder is dan op grotere diepte. De wilgen zijn net geknot, het gras is gemaaid, de straten schoongewaaid door een stevig voorjaarsbriesje. Nadeel is wel dat de lucht volhangt met pollen: een groene deken ligt over de auto’s en benauwt mensen met allergie. Het dreigt, na een zo vochtige winter en straks dus enorme bloei, één van de ergste lente’s voor allergiepatiënten te worden.

En tegelijkertijd zullen deze Paasvakantie de Pyreneeën vrijwel helemaal volgeboekt zitten, want in de meeste skistations ligt er nog altijd tussen de één en twee meter sneeuw op de piste’s. Keus genoeg dus, voor zij dit het geluk hebben niet te hoeven werken, waartoe ik mezelf helaas niet mag rekenen. Wat nog geen reden is me voor de trein te werpen.