
Sommige mensen hier begrijpen niet hoe je bij temperaturen boven de 30º nog op de fiets door Barcelona rijdt. Je komt zo bezweet aan, zeggen ze. Hoeft niet: gewoon iets langzamer trappen, de hartslag laag houden, en je zweet niet. Een beetje? Alsof je niet zweet op het snikhete perron van een metrostation, of in een auto met het raampje open, of gewoon wandelend door de stad.
Vandaag weer eens de reden ontdekt om niet met de auto de stad in te gaan, óók niet in augustus, traditionele vakantiemaand waarin Barcelona vroeger was uitgestorven (net als Madrid en alle andere steden), maar waar sinds enkele jaren nog altijd de nodige activiteit is. Voor de gemeente zijn de maanden juli en augustus echter hét signaal om alle wegwerkzaamheden uit te voeren die de rest van het jaar voor te veel verkeersproblemen zou zorgen. In totaal is er op 310 plaatsen ‘werk in uitvoering’.
Dus rijd je nu van de ene opgebroken straat de andere in. En geen kleine zijweggetjes of zo, maar grote verkeersaders, zoals op de foto boven de Avinguda de Madrid, een grote toegangsweg tot het centrum vanuit het zuiden. Het bord zegt genoeg: de vijf banen, normaal al druk bereden, worden er nu ineens maar twee. Dat de rechterbaan zo leeg is, komt omdat veel bestuurders denken dat het nog steeds een busbaan is, maar die is tijdelijk opgeheven. Het zegt wel wat over hun discipline: ze proppen zich allemaal op één enkele baan.
En zo is het de hele stad door, de hele zomer door. En met een beetje pech zijn veel van die werkzaamheden niet beëindigd vóór in september Barcelona weer volledig op gang komt.





De eerste vlucht vertrekt er morgenochtend om 6 uur, een Spanair naar Madrid. Vroeg opstaan dus, want ik heb al sinds een maand een ticket voor die vlucht, om in eigen persoon – en voor de lezers van El Periódico vanzelfsprekend – het functioneren van de nieuwe terminal te testen.
Wanneer de T2 volledig in gebruik is, zal hij jaarlijks zo’n 24 miljoen passagiers ontvangen. Wat dat betreft komt de opening niet op het beste moment: El Prat is de laatste twintig jaar alleen maar gegroeid, van 10 miljoen passagiers in het olympische 1992 tot 31 miljoen vorig jaar. Maar dit jaar zit de klad erin en komen er, vooralsnog, zo’n 15% minder passagiers op het vliegveld. Samen zullen de twee terminals tot zo’n 55 miljoen passagiers kunnen verwerken.

Je doet in drie uur de Raval, Barri Gòtic, Born, Eixample, Olympische haven en Barceloneta, je rijdt voorbij de hoertjes zonder dat een zwarte Nigeriaanse hand in je kruis tast, je stopt twee keer (Plaça del Pi en aan het strand) voor een biertje of koffie (tien stevige consumpties, in het centrum, 19,80 euro, daar heb je in Amsterdam nog geen zeven smerige espresso’s voor), en doet nog een beetje aan lichamelijke oefening ook.
Tien jaar later toverden de broers hun fonda om tot een heus hotel, dat werd ontworpen door de na Gaudí bekendste modernistische architect, Lluís Domènech i Muntaner, o.a. auteur van het wonderbaarlijke Casa de les Punxes aan de Diagonal (links). Binnenin leefde de architect zich flink uit, al is het restaurantdeel van wat nu 
Nu zijn ze bijna niet te tellen, de hotelterrassen in vooral het centrum van de stad, bovenop, onder anderen, 



Van hem en zijn familie waren bijna alle monumentale panden aan de Avenida Tibidabo, onder anderen het nu verwaarloosde La Rotonda (1906) helemaal onderaan. In 1999 verkochten zijn kleinkinderen het pand voor 15 miljoen euro aan bouwbedrijf Núñez y Navarro, die er kantoren van ging maken maar nog altijd niets aan de bouwval heeft gedaan. Bovendien is La Rotonda een beschermd monument, iets wat de renovatie altijd een stuk duurder maakt.
