Categorie archief: mijn Barcelona

De nachtmerrie van elke zomer

P1020104

Sommige mensen hier begrijpen niet hoe je bij temperaturen boven de 30º nog op de fiets door Barcelona rijdt. Je komt zo bezweet aan, zeggen ze. Hoeft niet: gewoon iets langzamer trappen, de hartslag laag houden, en je zweet niet. Een beetje? Alsof je niet zweet op het snikhete perron van een metrostation, of in een auto met het raampje open, of gewoon wandelend door de stad.

Vandaag weer eens de reden ontdekt om niet met de auto de stad in te gaan, óók niet in augustus, traditionele vakantiemaand waarin Barcelona vroeger was uitgestorven (net als Madrid en alle andere steden), maar waar sinds enkele jaren nog altijd de nodige activiteit is. Voor de gemeente zijn de maanden juli en augustus echter hét signaal om alle wegwerkzaamheden uit te voeren die de rest van het jaar voor te veel verkeersproblemen zou zorgen. In totaal is er op 310 plaatsen ‘werk in uitvoering’.

P1020105Dus rijd je nu van de ene opgebroken straat de andere in. En geen kleine zijweggetjes of zo, maar grote verkeersaders, zoals op de foto boven de Avinguda de Madrid, een grote toegangsweg tot het centrum vanuit het zuiden. Het bord zegt genoeg: de vijf banen, normaal al druk bereden, worden er nu ineens maar twee. Dat de rechterbaan zo leeg is, komt omdat veel bestuurders denken dat het nog steeds een busbaan is, maar die is tijdelijk opgeheven. Het zegt wel wat over hun discipline: ze proppen zich allemaal op één enkele baan.

En zo is het de hele stad door, de hele zomer door. En met een beetje pech zijn veel van die werkzaamheden niet beëindigd vóór in september Barcelona weer volledig op gang komt.

Met Khaled bij het leukste festival van BCN

khaled2

Het is het leukste festival van Barcelona. Niet zozeer om de artiesten die er komen (muziek, dans, theater), maar om de plaats waar het zich afspeelt. Het Grec is een prachtig oud amfitheater op de flanken van de Montjuïc. Iedereen heeft er een prachtig zicht op het podium, onder de blauwe of zwarte hemel, met bomen op de achtergrond. Een idyllische plaats om een avondje door te brengen, en al helemaal als dat is met Khaled. De 49-jarige Algerijn, vroeger bekend als Cheb Khaled (de kleine Chaled) is één van de onbetwiste koningen van de raï. Eentje die het, door zijn positie als absoluut idool, de traditionele Maghreb-muziek ongestraft mag mengen met moderne westerse invloeden. Zijn concert gisteren was één groot feest, met blazers die er soms een Afro-Cubaans tintje aan gaven of soms zelfs de Noordafrikaanse melodieën heel funky lieten klinken. Talloze jonge Algerijnen en Marokkanen in het theater, die hun held probeerden een zoen te geven als hij een stapje naar voren deed. Twee uur genieten, dansen en lachen, tot kort na middernacht. En als je tijd hebt, kun je bij het Grec vooraf ook nog wat eten en achteraf wat drinken. De herrie van de stad lijkt er ver weg.

khaled1

Een genie, 150 jaar geleden

eixample5

Ik heb het er al eens eerder over gehad, de Eixample, de grootste wijk van Barcelona, het immense schaakbord met 400 kruisingen en evenzovele (of meer) vierkante huizenblokken die de oude, ommuurde stad met de omliggende dorpen (Sants, Sarrià, Les Corts, Sant Gervasi, Gràcia, Horta, Sant Martí, Sant Andreu) verbonden. Een stadsplan dat pas een eeuw later door stedebouwkundigen als geniaal werd bestempeld. Deze maand is het ‘jaar Cerdà’ begonnen, ter ere van ingenieur Ildefons Cerdà, wiens plan precies 150 jaar geleden werd geaccepteerd. Niet door het gemeentebestuur van Barcelona trouwens, dat had de voorkeur aan een Haussmann-project zoals dat van Parijs, een serie ringen die zich vanuit het centrum uitbreidde, als de golfjes rond een in de vijver geworpen steen. Het was de centrale regering in Madrid die het ‘plan Cerdà’ oplegde.

Cerdà kwam van het platteland en vond dat de mensen in de stad ook zo ruim moesten kunnen wonen als hij in Centelles had geleefd. Dus niet meer op elkaar geplakt als in de oude, historische stadscentra, met vochtige, donkere, smalle straatjes. Zijn tegenstanders vonden het maar verspilling van ruimte, zo groots als hij de woningen én de ruimte ertussen (straten en tuinen) ontwierp. Anderhalve eeuw later blijkt dat stadsplan van toen nog altijd goed te werken. Zó kenmerkend is dat plan, dat het zelfs Cerdà’s graf (foto boven) op de Montjuïc siert; de man stierf overigens berooid, eind 19e eeuw, omdat de opdrachtgevers hem bijna nooit betaalden.

eixample4

Heel dicht bij het centrum van Barcelona ligt trouwens nog de oudste kruising van de Eixample, althans het kruispunt waar nog de drie oudste huizenblokken overeind staan, gebouwd tussen 1862 en ’64, op de hoek van Consell de Cent met Roger de Llúria. Twee ervan zijn grondig gerenoveerd. Ze heten de ‘Casas Cerdà’, de huizen Cerdà, maar dat heeft toevallig niet met de ingenieur te maken: de bouwer van die eerste huizen heette Josep Cerdà, geen familie. Op de foto één van die vroegere woningen, nu het hotel Catalonia Berna. Overigens is de gevel nog het enige originele: alles erachter werd gesloopt.

Barcelona opent nieuwe terminal

prat3

Zij die de laatste twee jaar naar Barcelona zijn gevlogen zagen al die tijd een gigantisch complex in aanbouw tussen de twee langste landingsbanen van het vliegveld van El Prat. Vandaag is voor velen (vooral politici, die staan vooraan, maar daarna toch ook de reizigers) de grote dag: de nieuwe immense terminal van Barcelona wordt officieel geopend.

prat2De eerste vlucht vertrekt er morgenochtend om 6 uur, een Spanair naar Madrid. Vroeg opstaan dus, want ik heb al sinds een maand een ticket voor die vlucht, om in eigen persoon – en voor de lezers van El Periódico vanzelfsprekend – het functioneren van de nieuwe terminal te testen.

Het ding gaat T1 heten, en de oude vertrouwde terminals A, B en C waar we sinds de laatste verbouwing in 1991 en de daaropvolgende uitbreidingen het vliegtuig namen zal vanaf nu de T2 zijn.

prat1

 Niet alle maatschappijen mogen vanaf de nieuwe terminal vliegen. Spanair is de eerste gebruiker met zijn collega’s van de Star Alliance, het samenwerkingsverband met o.a. Lufthansa en het Portugese TAP. Eind september zullen Iberia en British Airways met hun OneWorld in de T2 neerstrijken. En pas aan het einde van het jaar volgt de derde grote internationale combinatie, het Sky Team van KLM-Air France en het Spaanse Air Europa.

prat4Wanneer de T2 volledig in gebruik is, zal hij jaarlijks zo’n 24 miljoen passagiers ontvangen. Wat dat betreft komt de opening niet op het beste moment: El Prat is de laatste twintig jaar alleen maar gegroeid, van 10 miljoen passagiers in het olympische 1992 tot 31 miljoen vorig jaar. Maar dit jaar zit de klad erin en komen er, vooralsnog, zo’n 15% minder passagiers op het vliegveld. Samen zullen de twee terminals tot zo’n 55 miljoen passagiers kunnen verwerken.

De T2, net als de oude terminal ontworpen door architect Ricardo Bofill, heeft 166 incheck-balies, 101 gates, 43 slurven en 24 kilometer lopende banden voor de bagage die 8.000 koffers per uur kunnen verwerken. In totaal, 544.000 vierkante meter om, vanaf morgen, helemaal opnieuw je weg te zoeken. Trouwens, er is een busverbinding met de oude terminal, de Aerobus rijdt er vanaf het centrum van Barcelona rechtstreeks heen (je moet dan kiezen voor de bus voor T1 of T2) en in de toekomst zal ook de trein er ondergronds arriveren.

Tot zover de informatie voor reizigers

prat5

Stukkie fietsen?

P1010685

Ze voetballen, of hebben gevoetbald, voor Hercules, maar daar kunnen ze ook niets aan doen. Vroeger waren wij, mijn broer en ik, van VV Utrecht, historische club op het Kanaleneiland met prachtig Milanese roodzwarte shirts die helaas niet meer bestaat; gefuseerd met de buren van Zwaluwen Vooruit, iets wat toen, in de jaren zeventig, totaal ondenkbaar was. Ze waren onze grootste vijanden, daar ga je niet samen mee in één bed liggen.

Wij waren van de arbeiders, Hercules was van de slimme studenten. Nog steeds. Maar het schijnt juist daarom wel een gezellige club te zijn, zegt mijn broer, die op zijn 45ste ontdekt heeft dat sommige bollebozen ook kunnen voetballen en die zelf nog altijd voetbalt en minder buik heeft dan sommige (oud-)collega’s.

Hercules kwam naar Barcelona. We hebben door de stad gefietst, misschien toch de beste manier om Barcelona te ontdekken. Je ziet meer dan wanneer je loopt of in een auto rijdt. Je kunt stoppen wanneer je wilt, de smalste straatjes en best verborgen pleintjes ontdekken en de Rambla afrijden – op het asfalt en tussen de auto’s – zonder gehinderd te worden door de hordes toeristen, de levende standbeelden, de zakkenrollers en de dierenverkopers op het centrale voetgangersdeel. P1010689Je doet in drie uur de Raval, Barri Gòtic, Born, Eixample, Olympische haven en Barceloneta, je rijdt voorbij de hoertjes zonder dat een zwarte Nigeriaanse hand in je kruis tast, je stopt twee keer (Plaça del Pi en aan het strand) voor een biertje of koffie (tien stevige consumpties, in het centrum, 19,80 euro, daar heb je in Amsterdam nog geen zeven smerige espresso’s voor), en doet nog een beetje aan lichamelijke oefening ook.

Het enige probleempje is dat wanneer je de avond ervoor in het pension/huis van acteur Alfred van den Heuvel bij Girona ’s nachts dorst had en een glaasje water van het nachtkastje dronk, niet in de gaten had dat dat de lensvloeistof inclusief twee dure lenzen van je kamergenoot was en je de volgende dag bij elke WC-gang in vaak toch gore WC-potten in Barcelona moet gaan zitten peuteren om te kijken of die lenzen nog eens tevoorschijn komen.

De ontdekking van een oude ‘fonda’

P1010631

Zo ontdek je nog eens dingen. In de eerste plaats dat er in (en rond) Barcelona Nederlanders zijn die de 50 of 60 zijn gepasseerd en elkaar maandelijks ontmoeten in wat zijzelf een seniorenlunch noemen. Ze bestaan uit (oud-)ondernemers, expats die al 45 jaar in Spanje wonen, een vroegere consul-generaal in Barcelona plus de huidige consul die de laatste weetjes uitwisselen. (Eén is buurman aan de Costa Daurada van Joop Wildbret, een naam die velen niets zal zeggen, maar voor een vroegere FC Utrecht-supporter als ik gelijkstaat aan de roemruchte periode eind jaren tachtig in de oude Galgenwaard waarin wij op de Bunnikzijde helden als Leo van Veen, Joop van Maurik, Ton du Chatinier en vele, vele anderen toejuichten; ook Wildbret speelde in dat team.) Om de boel op te leuken nodigen ze een spreker uit, en dat kan dus ook een journalist zijn die over zijn Barcelona-gevoel komt praten.

In de tweede plaats ontdek je het restaurant waar zoiets gehouden wordt. Op de foto ziet het er misschien iets sinister uit, maar het is een historische plaats waar ik al vaak was langsgefietst maar nooit was binnengegaan. In 1850 richtten de broers Joan en Pau Riba in de Carrer Sant Pau, om de hoek bij de Rambla aan de achterkant van het Liceu-operatheater, de Fonda España op. In die jaren waren de fonda’s pleisterplaatsen voor reizigers waar ze konden slapen maar vooral goed konden eten. (De beroemdste is de Fonda Europa in Granollers, fameus om zijn keuken.) caspunxesTien jaar later toverden de broers hun fonda om tot een heus hotel, dat werd ontworpen door de na Gaudí bekendste modernistische architect, Lluís Domènech i Muntaner, o.a. auteur van het wonderbaarlijke Casa de les Punxes aan de Diagonal (links). Binnenin leefde de architect zich flink uit, al is het restaurantdeel van wat nu Hotel España of Espanya heet het meest sobere van de constructie. Een restaurant dat nog altijd de naam Fonda draagt.

Ik weet niet hoe de kamers zijn, maar dit eenvoudige 2-sterrenhotel is met een schappelijke prijs misschien een goede tip voor reizigers die niet méér dan 100 euro voor een 2-persoonskamer willen uitgeven en tóch om de hoek bij de Rambla willen zitten.

Terrassen met uitzicht

claris1

Een inwoner van de stad zelf komt er niet zo snel, de toegangsdeur plus de receptie van het vier- of vijfsterrenhotel blijkt meestal een te grote psychologische barriëre. Maar ze zijn meer dan welkom, de Barcelonezen, op de luxe terrassen met fantastisch uitzicht op de hoogste daken van de stad, zeker nu de (buitenlandse) toeristen het laten afweten.

Toevallig, of niet, maar de twee grootste kranten van de stad, El Periódico en La Vanguardia, openden vandaag beide hun stadspagina’s met een reportage over die hotelterrassen, waarvan de meesten overigens pas in juni werkelijk opengaan. Jaren geleden is Hotel Claris, in Pau Claris achter de Passeig de Gràcia, er als eerste mee begonnen en nog altijd is de jaarlijkse opening van zijn terras een sociale gebeurtenis waar alle (semi-)beroemdheden op afkomen. De hotels die daarna werden gebouwd zorgden er allemaal voor een groot terras, meestal met zwembad, op hun bovenste verdieping te hebben en die open te stellen voor meer mensen dan alleen de hotelgasten.

hotelmeNu zijn ze bijna niet te tellen, de hotelterrassen in vooral het centrum van de stad, bovenop, onder anderen, Hotel Pulitzer naast het Plaça de Catalunya, Hotel 1898 aan de Rambla, het prachtig gerestaureerde maar peperdure Hotel Casa Fuster helemaal aan de bovenkant van de Passeig de Gràcia of het gloednieuwe Hotel Me, hier rechts op de foto, aan het saaie nieuwe stuk van de Diagonal.

Dat laatste hotel heeft eveneens een club geopend op één van zijn verdiepingen, ook iets wat mode is sinds het hypermoderne Hotel Omm in de Carrer Roselló, vlak achter de Pedrera van Gaudí, zijn receptie-lounge transformeerde tot een bedevaartsoord voor de mooiste en hipste mensen van Barcelona. Je kunt er genieten, als je er van houdt, van de nieuwste modetrends, om mooie lijven gewikkeld. En als er per ongeluk een grote man met een schreeuwerig roze polo en witte broek doorheen loopt weet je gelijk dat er ook andere Nederlanders aanwezig zijn.

Dag van cosmopolitische gezinnen

P1010606

Tegen een Engelsman die even uit Londen was en ook aanzat voor de picknick op het gras zei ik dat het wel een beetje op een vrolijke zonnige dag in Hyde Park leek, de overvolle grasvelden van het Ciutadella. Ik heb er al eens over geschreven, maar het blijft dan ook één van de leukste plekjes van Barcelona. Zondag was er de ‘Dag van de Familie’, al weet ik niet waar die dag nou voor diende; vooral om duizenden gezinnen met vooral jonge kinderen naar het park te trekken. Wij deden er dus een picknick met o.a. enkele Catalanen en Spanjaarden, een Algerijnse, een Duitse Brit, een echte Brit, een Cubaan, twee Argentijnen, een Belgische en twee Nederlanders; ook dat is Barcelona, de laatste 20 jaar: één van de meest cosmopolitische steden van de wereld.

Over die Ciutadella, die in zijn huidige vorm het resultaat is van de wereldtentoonstelling die Barcelona in 1888 organiseerde en mooi beschreven is in de klassieker Stad der Wonderen van Eduardo Mendoza: in 1715 liet koning Philips V de grootste burcht van Europa bouwen nadat hij het weerbarstige Barcelona had veroverd. Om die Ciutadella neer te kunnen zetten, liet hij de helft van de wijk La Ribera slopen (de andere helft, beter bekend als de Born, ligt nu tussen het park en de haven). Voor de mensen die hun huizen kwijtraakten werd een landtong in zee aangelegd: de geboorte van de visserswijk Barceloneta. En om snel van de Ciutadella bij de regeringsgebouwen op de Plaça Sant Jaume te kunnen komen werd in een rechte lijn een straat aangelegd, de huidigde Carrer Princesa, waar je sommige huizen kunt zien die door het trekken van die rechte lijn op sommige plaatsen nog maar twee meter breed zijn.

Vanaf 1869 werd de defintieve sloop van de grote burcht verordend, nadat hij door generaal Prim aan de stad was geschonken. Burgemeester Rius i Taulet liet er vervolgens een park aanleggen om er die Expo te organiseren. Vraag is hoeveel van de verliefde, etende, spelende en slapende zonaanbidders van zondag die geschiedenis óók weten…

P1010612

De schaduw van een boek

P1010591

De werkelijkheid is nooit zo mooi als het boek; althans, als de schrijver een verhaal mooi weet te vertellen, een plaats fantastisch kan beschrijven. Dit is, in het echt, het nummer 32 van de Avenida Tibidabo in Barcelona. Het is het afschrikwekkende huis waar het mysterie van de bestseller De Schaduw van de Wind wordt onthuld. Wat grijs, grauw en somber is in de roman, is in werkelijkheid een buitenlandse consultancy, die het rijtje paleisjes op deze sjieke laan van de stad deelt met onder anderen het Chinese consulaat en een religieuze school.

Ongelooflijk trouwens hoe het boek van Carlos Ruiz-Zafón in Nederland blijft verkopen. Volgens de Besteller 60-lijst van de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) staat de Schaduw van de Wind al 182 (!) weken in die lijst; en niet op plaatsjes onderin: hij is bijna nooit uit de top-20 geweest. Nog even en de Barcelonese schrijver die hiermee miljonair is geworden viert zijn vierde verjaardag in de Nederlandse boekenlijst.

P1010592

Die hele Avenida Tibidabo is trouwens een bezoekje waard, vooral als de historische blauwe tram er in de zomermaanden rijdt. Vanaf het plein van J.F. Kennedy rijdt het antieke ding omhoog, onder anderen langs (links) een typisch restaurant uit centraal-Spanje, de Asador de Aranda: het gebouw alleen is al de moeite waard, maar de cochinillo, het speenvarken, mag er ook zijn, niet na bij de voorgerechten onder anderen de onovertroffen morcilla de Burgos te hebben geprobeerd: bloedworst met rijstkorrels erin. De trein rijdt tot voor het restaurant La Venta (de favoriet van Johan Cruijff) en het barretje Mirablau (wat een uitzicht vanaf de barkruk!)  op het plein van Doctor Andreu, een arts die steenrijk werd door het verkopen van hoestpilletjes die, begin vorige eeuw, alle Spanjaarden slikten. P1010594Van hem en zijn familie waren bijna alle monumentale panden aan de Avenida Tibidabo, onder anderen het nu verwaarloosde La Rotonda (1906) helemaal onderaan. In 1999 verkochten zijn kleinkinderen het pand voor 15 miljoen euro aan bouwbedrijf Núñez y Navarro, die er kantoren van ging maken maar nog altijd niets aan de bouwval heeft gedaan. Bovendien is La Rotonda een beschermd monument, iets wat de renovatie altijd een stuk duurder maakt.

De eenzame fietser

motos

Het station van Sitges, vanmorgen. Zo’n dorp is uitstekend om alles op de fiets te doen. Naar school, naar het werk, naar de winkel of naar het station. Maar kijk je naar de straat voor de middelbare scholen, dan zie je hetzelfde beeld als hier op het station: een zee van motoren, scooters en brommers. Links, tegen de lantaarnpaal, mijn eenzame en belaagde fiets.

Ook al is het gebruik in Barcelona explosief gestegen, ook al winnen de Spanjaarden de Tour de France, fietsen zit hier niet in de dagelijkse cultuur. Elk jochie vraagt op zijn veertiende om een brommer om naar school te gaan of ’s avonds met zijn vriendjes af te spreken. (Ze willen die minimumleeftijd naar 16 verhogen, trouwens.) Op de fiets naar school, dat is voor losers. Herrie moet je maken als je aankomt, dus er moet ook nog een andere uitlaat op dat 50cc-kreng.

De macht van de motoren is zo groot dat ze alle vrijheid krijgen; in Barcelona, waar er nóg meer schijnen te rijden dan in Rome, parkeren ze waar ze maar willen, vooral breeduit op de stoep, want het zijn er zoveel dat er geen controle op uit te oefenen is. Volgens de laatste cijfers heeft de stad 193.000 motoren en 93.000 brommers (tegenover 608.000 auto’s) en die tweewielers hebben niet genoeg parkeerplaatsen.

Helaas bezetten ze ook volledig het kleine stationpleintje van Sitges, waar liefst één fietsrek staat, met plaats voor vier rijwielen. Nee, dán mijn Utrecht:

utrecht