Categorie archief: mijn Barcelona

Uitsmijter in de Barceloneta

Toevallig zag ik er laatst drie jonge Italianen mee worstelen in Dudok (Rotterdam) en gisteren kwam ik hem tegen op een menukaart in de Barceloneta. De uitsmijter! Veel intrigerender dan het voor ons zo bekende lunchgerecht vond ik echter de vertaling erachter: portero. Klopt, natuurlijk, maar nooit eerder dacht ik bij het eten van een uitsmijter aan die beruchte nachtportier voor de disco. Alsof de drie betekenissen die het woord volgens de Van Dale hebben totaal verschillende begrippen zijn:

[uit·smij·ter de; -s 1 m,v iem die de taak heeft lastige of agressieve bezoekers ve discotheek enz. de deur uit te zetten 2 m brood met spiegeleieren en ham, kaas of rosbief 3 m laatste nummer ve voorstelling; kernachtig slotwoord]

Wat me direct op de volgende prangende vraag brengt: waar komt het woord uitsmijter als eiergerecht vandaan? Een korte speurtocht op internet heeft me niet verder kunnen helpen dan de suggestie dat de nachtportiers veel eieren met spek moesten eten om krachten op te doen en De Dikke van Dam  heb ik thuisliggen, zodat ik niet kan nakijken of de gastronomische Amsterdamse zonderling er een uitleg voor heeft.

Lezers uit Nederland zullen ook een tweede vraag hebben: een uitsmijter in de Barceloneta? Ja, want ik zat in Foc, samen met Gran Foc (hiernaast op de foto) één van de twee uitspanningen van ondernemer Sander, een Nederlander die, als zovelen, niet al zijn roots wil verloochenen en gasten dus een uitsmijter aanbiedt. Niet een echt succesnummer, die drie eieren op een broodje, lijkt me, op een rijtje van talloze terrassen aan de Passeig Joan de Borbó waar de verse vis bijna op tafel springt. Een uitsmijter bestelde ik dus niet – die bewaar ik maar eens voor mijn vader die niet van garnalen houdt -, maar de rest van de Foc-kaart mag er zijn, vooral die maaltijdsalade’s waarvan er in Barcelona nog te weinig te vinden zijn.

Conducteurs als marsmannetjes

Toevallig dacht ik vorige week nog aan ze, toen ik enkele dagen door Nederland treinde en op een bepaald moment tijdens de reis steeds het opgeruimde en luidkeelse ‘goedemorgen, dames en heren, mogen wij uw plaatsbewijs even zien?’ hoorde. Ondanks die vriendelijkheid schijnen die mannen regelmatig in elkaar geslagen te worden; soms snap je het land niet meer.

Vanochtend was ik in de trein van Sitges naar Barcelona aan de beurt. Mijn verbazing, en die van de medereizigers, was groot. Conducteurs!? En nog wel vijf tegelijk!? We dachten dat die helemaal niet bestonden. Het was de, denk ik, tweede keer in de laatste acht jaar, ongeveer, dat ik in de trein mijn plaatsbewijs moest laten zien, en dat terwijl ik er toch minimaal drie tot vier dagen per week gebruik van maak.

Om op conducteurs te sparen staan op de meeste stations speciale poortjes die je slechts met een geldig kaartje kunt passeren, maar regelmatig probeert een slimmerik kort achter je in dezelfde flits naar binnen te glippen. En op grote stations als dat van Sants staan ook weer poortjes waar je, net als in de metro van Parijs of Madrid, slechts naar buiten kan als je er nogmaals je plaatsbewijs doorheen roetst.

Dat voorkomt het zwartrijden natuurlijk niet. Naar schatting één op de tien reizigers van de Cercanías of Rodalíes, het netwerk rond Barcelona (en andere grote steden) reist zonder kaartje. Maar een heleboel anderen passen een andere truc toe: ze reizen op een kaartje waar minder zones op staan – en dat dus goedkoper is – dan die ze in werkelijkheid afleggen. En dat terwijl de trein hier niet echt duur is: Sitges-Barcelona is vier zones; een 10-rittenkaart kost 21,40 euro. Slechts 2,14 per rit, dus. Stukken goedkoper dan de 7,80 die ik vorige week betaalde voor Schiphol-Utrecht CS, ongeveer dezelfde afstand van 45 kilometer.

Een voetbalgek in de Barceloneta (2)

Nog geen half jaar geleden, in de maand oktober, gedraaid, in mei in première, nu de trailer: Johan I, ofwel Johan Primero, over een voetbalgek in de Barceloneta. Schrik trouwens niet als je het Camp Nou achter zo’n straatje in die visserswijk ziet; filmisch was dit voor regisseur Johan Kramer natuurlijk veel mooier dan in Les Corts.

In de rij voor een plekje in de hemel

Het is nog lang geen weer om op het strand te liggen; sterker, de lente begon met, weer, een nat weekeinde. Miezerige dagen waarop de Barcelonezen de immense lobby van het nieuwe Hotel W hebben ontdekt. Dus toch maar eens gaan kijken, ook al vind ik het niet gepast dat een dergelijk hotel op het strand, bijna in het water is gebouwd, terwijl in de rest van Spanje huizen en appartementen worden gesloopt die ooit te dicht aan de kust zijn neergezet.

De lobby, de bar, was op een luie zondagmiddag rond vijf uur helemaal afgeladen, en dat ondanks het feit dat je er ook 5-sterrenprijzen voor een glaasje wijn of een kopje thee betaalt. Mag de vreugde van veel mensen niet drukken, blijkt.

Architectonisch – ontworpen door Ricardo Bofill – en qua design mag het hotel van de Starwood-keten er zijn. En dan zijn we nog niet boven geweest, in de Eclipse-bar op de bovenste verdieping, die elk weekeinde the place to be is en daarmee de lobby van Hotel Omm een beetje lijkt te hebben verdreven. De bar gaat om zeven uur ’s avonds open en tegen middernacht staat er soms een enorme rij casual geklede mensen voor de lift te wachten op hun beurt om naar de hemel te mogen. Mooi ook, het contrast met de oude, verlaten havengebouwen aan het begin van de vroegere pier.

Trouwens, wil je in het Nederlands worden aangesproken? Natasja en stagiaire Naima aan de welcome-desk doen dat graag. En als je erg belangrijk bent, of een BN-er, dan kun je misschien rechtstreeks bij de directeur terecht, Richard Brekelmans, een Nederlander die jarenlang het Le Meridien aan een zijstraat van de Rambla leidde.

Nu nog wachten op het mooie weer, want sinds het in het najaar opende, hebben de soms beroemde gasten van Hotel W zich op het terras of de enorme explanade nog nauwelijks in de zon kunnen baden.

Van Chocolateria Mallorquina naar Café de l’Ópera

Kon het niet nalaten, na het bekijken van de expositie van Ballell (zie vorige post hieronder). Een ochtend naar de Rambla geweest, op zoek naar dezelfde plaatsen, en hoe die in 103 jaar zijn veranderd. Of eigenlijk niet.

Veel gevels zijn hetzelfde gebleven, de meeste gebouwen van de Rambla stonden er al aan het einde van de 19e eeuw. Hij is natuurlijk een stuk drukker geworden, rommeliger vooral. Deze plaats boven was het moeilijkst te vinden, maar een kort bezoekje aan het historische Café de l’Ópera bracht direct al uitkomst. “Dat, links op de foto, dat is dit café,” zei een ober direkt. Een eeuw geleden heette de bar namelijk Chocolateria Mallorquina. De bar opende trouwens al rond 1750, toen als een klein pension met barretje, goed bezocht omdat de Rambla het vertrekpunt was van talloze paard- en wagens met levensmiddelen en andere handel richting het binnenland, tot Zaragoza en Madrid aan toe. Toen een eeuw later de trein begon te rijden en precies aan de overkant het Liceu-theater opende, werd de bar de genoemde Chocolateria, en kort daarna een luxe restaurant, La Mallorquina. In 1928 kochten de voorouders van de huidige eigenaars het, verbouwden het in de modernistische stijl en gaven het de huidige naam mee, bekend bij de meeste toeristen. Om 12 uur gistermorgen was het er trouwens erg stil binnen.

Moeilijk trouwens, onmogelijk bijna, om precies dezelfde invalshoek als de fotograaf van toen te vinden. De lenzen zijn anders, het beeld komt anders de camera in. Maar de herkenbaarheid blijft, van de lantaarnpaal, exact dezelfde nog, tot het gebouw op de achtergrond.

Andere dingen zijn wel volledig verdwenen, zoals de barretjes die er toen nog op het middendeel van de Rambla stonden, zoals hier helemaal aan het einde (of het begin), bij het beeld van Columbus.

Geiten op de Ramblas

Nee, die op de foto, dat zijn natuurlijk geen geiten (díe foto staat hieronder ergens, maar is niet zo scherp om deze post te openen). De man met honden op de Rambla dels Caputxins (één van de vijf delen waaruit de Ramblas  bestaat, samen met die van Canaletes, Estudis, Sant Josep en Santa Mónica) is één van de honderd foto’s van Frederic Ballell die tot 22 mei te bewonderen zijn in het fotoarchief van de gemeente, het Arxiu Fotogràfic in de Born.

Ballell, in 1864 geboren in Puerto Rico, was één van de eerste Catalaanse fotojournalisten: fotografen die meer dan alleen maar mooie plaatjes maken, maar hun onderwerpen met journalistiek gevoel uitkiezen en weergeven, die schrijven met het beeld. Als elke Barcelonees liep hij regelmatig op de Rambla, en ‘stal’ er foto’s van de nietsvermoedende wandelaars. Prachtig altijd om te zien, hoe zo’n populaire straat er iets meer dan een eeuw geleden bij lag; de foto’s zijn van 1907 en 1908.

Dat het allemaal van die, zoals ze het noemen, ‘spontane’ foto’s zijn is opvallend, omdat een fotocamera in die tijd geen klein onopvallend apparaatje was, voor veel mensen bovendien nog een bezienswaardigheid en voor de fotograaf dus moeilijk om niet de aandacht te trekken.

Nostalgisch verlangen naar het oude Zurich

“We zien elkaar bij Zurich.” Meer hoef je in Barcelona niet te zeggen. Duizenden, miljoenen mensen hebben met elkaar afgesproken bij Zurich – spreek uit Zoerietsj – sinds het beroemdste, want meest centraal gelegen terras van de stad op 30 november 1920 zijn deuren opende als koffiehuis van het ondergrondse treinstation. Vanaf die eerste dag is Zurich in handen geweest van de familie Valldeperas en in die bijna 90 jaar is de zon er bijna nooit ondergegaan, want de ligging op het zuiden is ideaal.

Maar toch, voor ons, de ‘veteranen’ die het oude Zurich hebben meegemaakt, is het terras nooit meer hetzelfde geweest. Binnen wel, daar is de oude stijl redelijk geslaagd gehandhaafd. Maar dat terras, dat gouden terras waar geliefden, onbekenden, toeristen, immigranten en gepensioneerden altijd afspraken, dat terras is nooit meer hetzelfde geweest.

Hoe een terras zijn charme kan verliezen? In de eerste plaats door het vijf keer zo groot te maken. Vroeger stonden er alleen drie rijen tafeltjes met schattige parasols tegen de gevel aan. In de jaren negentig werd de stoep aan de kant van de Plaça de Catalunya enorm verbreed en kon Zurich er uitbreiden. Goed voor de business natuurlijk. Ook de façade zelf is zijn aantrekkingskracht kwijt. Tussen 1996 en 1998 werd deze hele ‘gouden’ driehoek platgegooid om er het huidige Triangle-winkelcentrumpje te bouwen. Even vreesde iedereen dat Zurich helemaal zou verdwijnen, maar de historische bar mocht op dezelfde plaats blijven voortbestaan. De obers die er al tientallen jaren werkten – en sommigen nog steeds -, José, de broers Antonio en José María,  Manuel, Celestino en, achter de bar, Trinidad, die kregen twee jaar doorbetaald en genoten even van het leven voordat zij op hun gebruikelijke, afstandige en soms hautaine manier de toeristen weer van koffie en bier gingen voorzien voor prijzen die, trouwens, zeer schappelijk zijn in vergelijking met, bijvoorbeeld, die van de terrasjes op de Rambla. En je wordt bij Zurich niet in de maling genomen: als je een biertje bestelt, krijg je een tubo of een mediana, voor iets meer dan 2 euro en niet direkt een halve liter voor 8,50 euro.

Gezeik van automobilisten

De brievenrubriek van de krant zal de komende dagen wel weer volstromen met boze commentaren van automobilisten die vanochtend urenlang in de straten van Barcelona hebben vastgestaan. Ik kwam er twee tegen, die hun garage op Rocafort uit wilden rijden, op weg naar een typische zondagsexcursie of familiebezoek, en op de stoep al moesten stoppen. Voor hen een lang lint van hardlopers die net een uurtje op weg waren in de marathon van Barcelona.

Weet in marathon-paradijs Rotterdam iedere bewoner wel dat de massale marathon bij hem voor de deur langskomt, net als in Londen, New York en Berlijn, in Barcelona kost het nogal moeite de niet-lopers te overtuigen van het feit dat zo’n evenement geen hinder is, maar een volksfeestzou moeten zijn. Maar het begint te komen, het aantal deelnemers groeit met het jaar (de 12.162 van vandaag waren weer 25% meer dan in 2009), de supporters op straat nemen toe en eigenlijk is de marathon door de stad nog heel jong. Nog geen 10  jaar geleden verhuisde de koers van een lange en saaie route langs de kust, van Mataró tot Barcelona, naar een volledige stadsroute langs alle monumenten en door het centrum, zoals op de foto boven de Carrer Ferran, op de hoek waar de lopers de Rambla oplopen.

Misschien komt er ooit een dag dat iedere automobilist in Barcelona weet dat hij of zij de eerste zondag in maart die auto thuis moet laten staan, in ieder geval tot na het middaguur. Want al was de winnaar, de Keniaan Jackson Kotur, sneller dan ooit een marathonloper in Spanje was geweest (2.07.30, de vierde beste tijd van het jaar), de sjokkende achterhoede had tot zes uur de tijd om de finish onderaan Montjuïc over te strompelen.

Het whiskyparadijs

Goud blinkt er vanaf de muren. Dit zijn alleen maar de flessen achter de bar waaruit per glas geschonken kan worden. De rest van het enorme interieur van de Snooker aan Roger de Lluria, op een steenworp van het Plaça de Catalunya, staat vol met ongelooflijke flessen whisky uit de hele wereld. Ja, de wereld, want er komt ook whisky uit Japan en Bangalore (India). Maar dat zijn slechts curiositeiten in verhouding met het oorspronkelijke goud van de Britse eilanden.

Eigenaar Nicolás Pacielo is zelf liefhebber van de malt. Daarom twijfelde hij geen moment toen hij twee jaar terug het volgens hem meest bijzondere exemplaar uit zijn collectie kon kopen, de unieke Glenfiddich van 50 jaar oud. Er werden slechts 500 flessen van gebotteld (de whisky heeft die 50 jaar staan rijpen, was dus nooit eerder in de verkoop) en de fles kostte Pacielo 7.500 euro. Vorig jaar voegde Pacielo daar een collectors item van Johnnie Walker aan toe, vijf bijzondere flessen voor 5.000 euro om het 100-jarige bestaan van het ‘wandelende mannetje’ op de fles te vieren.

Maar voor de leek, die Johnnie Walker en Glenfiddich natuurlijk al wel kende, is het vooral mooi te zien hoe ongelooflijk veel verschillende merken whisky er bestaan en hoe mooi dat goed glinstert als je ze allemaal, elk met hun eigen etiket, naast elkaar zet. De collectie in de Snooker is, met zo’n 2.000 flessen, één van de grootste van Spanje. En het is niet alleen een museum om naar te kijken: je kunt de flessen ook kopen. En opdrinken.

Oh ja, je kunt natuurlijk ook nog een biljartje leggen, iets wat de laatste tijd uiterst populair blijkt bij de giechelende Chinese jeugd uit Barcelona.

De zondagmiddagwals

Zondag, 18 uur, Portal de l’Angel, van maandag tot en met zaterdag de drukste winkelstraat van Barcelona. Hugo staat al klaar, zoals op elke zondagmiddag om deze tijd (hier hebben we het tot acht uur over ‘middag’, geheel in de stijl van het levensritme en de andere indeling van de dag), met zijn opgenomen muziek én een gitaar. Het was eindelijk weer eens een mooie zondagmiddag, met een ondergaande zon die over de majestueuze Passeig de Gràcia te zien was, door de takken van de ontbladerde bomen heen.

Een tiental stellen komt trouw bijeen op de grootste dansvloer van Barcelona; soms komen er nieuwe paren bij, anderen komen ineens niet meer terug. Dood? Ze zijn niet de jongsten meer, hebben waarschijnlijk geen zin meer in een ouderwetse danssalon, waar nog altijd genoeg middagen en avonden voor de gepensioneerden worden georganiseerd. Dit is op straat, en voor de ogen van nieuwsgierige passanten rijgen zij de ene na de andere wals aaneen. Onder Franco mochten ze dit nooit doen, natuurlijk.

 De specialiteit van Hugo, een Argentijnse straatmuzikant, is de Creoolse wals: een afleiding van de Europese wals die door de Spanjaarden tijdens hun verovering van Latijns Amerika daar werd geïmporteerd. De wals bleef slechts in Peru hangen, en heet nu Peruaanse of Creoolse wals.

Zondagmiddag, 18 uur, hartje Barcelona. Het is gezellig druk in de stad, die nooit uitgestorven lijkt. Zélfs niet op zondagmiddag…