Categorie archief: intussen, in Spanje

Boer zocht vrouw, in de Pyreneeën

Prachtig nostalgisch bericht, vandaag in de krant, over zo’n gebeurtenis die je, zodra ze het er weer over hebben, nooit vergeten bent. Vandaag werd een beeld onthuld in Plan, een gehucht hoog in de Pyreneeën, in de provincie Huesca, de laatste doodlopende vallei voordat de grens met Frankrijk op de berg is getrokken. Het is een herinnering aan de caravana de mujeres, de vrouwenkaravaan die 25 jaar geleden, in mei 1985, wereldnieuws werd. Het was een soort boer zoekt vrouw in originele versie.

Plan was een gehucht met enkele tientallen inwoners waar op de school nog maar vijf kinderen zaten. Bijna iedereen was er man, en die jonge mannen konden in de hele vallei geen vrouw vinden. Er waren 40 vrijgezellen, en maar één deerne zonder vent. Toch ging zelfs het bordeel beneden in het dal dicht door een gebrek aan klandizie, ondanks dat de eigenaar er vier exotische Afrikaanse hoertjes aanbood.

Op televisie zagen de vrijgezellen van Plan toen de film Westward the women met Robert Taylor en Denise Darcel, die in het Spaans dus caravana de mujeres heet. Vervolgens kwamen 12 van hen op het idee samen een advertentie in een regionale krant te zetten. Vrouwen gezocht, tussen de 20 en 40 jaar, voor een huwelijk. Om het dorp te redden. Wat de mannen niet wisten is dat hun advertentie over de halve wereld bekend werd. TV-ploegen uit heel Europa togen naar Plan en met de eeuwige rust was het gedaan. Het telefoonnummer dat in de advertentie stond, van de enige bar in het dorp, raakte overbelast. Vrouwen kwamen er ook, 67 in totaal, met drie bussen uit Madrid, Barcelona en Zaragoza, maar ze schrokken van de media-aandacht. Met jassen over hun hoofd maakten ze kennis met de vrijgezellen van Plan.

Drie dagen bleven ze er. Niemand weet precies hoeveel stelletjes het intiatief uiteindelijk opleverde. Maar er kwamen in Plan onder anderen vrouwen wonen die zelf al kinderen uit een vorige relatie hadden; de school was daarmee gered, hoefde niet te sluiten. Twee echtparen van de vrouwenkaravaan wonen er nog altijd, staan hier op de foto. In mei is er groot feest; de initiatiefnemers hopen dat, nu Plan weer in het nieuws is, alle stelletjes van toen zich melden.

Eén kilo kwijt met Kerst

Sommige Catalanen vinden het prachtig te horen: hoe anders de Kerst in Nederland wordt gevierd, nog geen 1.500 kilometer noorderlijker dan waar zij het vieren, in Barcelona. Verschil in details, van ’s middags of   ’s avonds eten, thuis of in het restaurant (doe je bijna niet hier, met Kerst).  Maar hetzelfde zouden ze kunnen zeggen van, bijvoorbeeld, Madrid. Ook dáár zijn de Kerstdagen weer heel anders dan in Barcelona. Zo is voor de Madrilenen – en alle Castiliërs in de omgeving – de Kerstavond met cochinillo (speenvarken) van uitzonderlijk belang, terwijl in Catalonië je tijdens de Kerst van alles mag doen als je maar op Sant Esteve, de 26ste, bij moeder viert (terwijl dat in Madrid alweer een werkdag is). En dan komen altijd de canelones op tafel, die zij gemaakt heeft van de restjes van de voorgaande dagen, vooral het (inmiddels gemalen) vlees van de sopa de galets op de 25ste. Ik schrijf bewust de 25ste en 26ste, want vertel je de Spanjaarden van onze 1e en 2e Kerstdag, dan kijken ze je met ongeloof aan. Hoe kan je nou een 1e én een 2e Kerstdag hebben…  

Ik heb deze Kerst van die plaatselijke traditie alleen de sopa de galets gerespecteerd, al aten we die al op Kerstavond. (Galets zijn enorme pastaschelpen, in een vrijwel alleen van vlees en botten getrokken bouillon). Omgeven door Hollandse liefde en familie verplaatsten we de volgende dag het Kerstmaal naar de avond – culturen zijn er om met elkaar vermengd te worden en het beste van verschillende gewoontes te nemen. Tegenslag: de lamsbouten die de avond ervoor uit de vacuüm-verpakking werden gehaald om in de marinade te zetten stonken… Ongelooflijke fout, onbegrijpelijk voor iemand die al zolang in Spanje woont. Hij (ik dus) zag in de supermarkt ogenschijnlijk smakelijke bouten uit Nieuw-Zeeland liggen. Foute keus, natuurlijk; hier koop je het lam op de markt en weet je dat het bijna rechtstreeks uit de Pyreneêën komt. Maar bij de gebruikelijke slager waren ze al ver tevoren uitverkocht, kon je nog slechts de ribbetjes en mitjanas krijgen. Geen excuus.

Om het Kerstverhaal kort te houden: vóórdat de geïmproviseerde kip op tafel kwam eerst een amuse (ja, hoort erbij) van een gegrilde asperge met eierdooier en sesamzaad, vergezeld van een geconcentreerde aspergecrème met bieslook. Daarna wat vis vooraf: salade van Baskische tomaat, gegrilde en ontvelde paprika, verse basilicum en boquerones in azijn (ooit ontdekt bij vooral in de zomer aangename Quai Ouest aan de Seine bij Parijs); daarnaast met dille en boter ingesmeerd bladerdeeg met gerookte zalm; een kleine pittige peper (pimiento del piquillo) gevuld met verse kaas; en mini-courgettes uit Zuid-Afrika met makreel en wakame-algen.

Daarna dus de kip, gemarineerd in komijn, koriander en citroensap; aardappeltjes gestoofd in een donkere bouillon van lamsvlees (nee, niet dat verrotte vlees, zo gek of gierig zijn we ook niet); prachtig dunne haricots verds, alhier judias bobi geheten, met aangebakken ibericoham, en patillons gevuld met geconfiteerde ui. Tot slot wat ijs met in rum geflambeerde bosbessen. Drank: een fijnzinnige syrah van Albet i Noya uit de Penedès en daarna een klassieke Faustino-rioja uit het uitzonderlijke oogstjaar 2004. Plus natuurlijk de onovertroffen Olivares dessertwijn als afsluiter.

Het smaakte lekkerder dan het er op de foto uitziet, en het resultaat was wonderbaarlijk: de weegschaal gaf vanochtend 88,8 aan; ruim een kilo minder dan vóór Kerst.

Utrechtse gelukzoeker in Llodio

Nog eentje over de loterij, de allerlaatste. Over een Nederlander met geluk, een oude stadgenoot (Utereg), bijna leeftijdgenoot, definitief verliefd op Spanje ook, maar een stuk rijker… Het verhaal schreef ik gisteren voor het AD, maar omdat die krant bijna geen eigen verhalen meer online zet, doe ik het zelf. Boodschap: het loterijgeluk is niet alleen voor de Spanjaarden zelf (bewijzen ook de tientallen immigranten die gisteren in Madrid de hoofdprijs op zak hadden). Rudy voorspelde trouwens aan collega Rop Zoutberg in Madrid dat de hoofdprijs op een 4 zou eindigen; maar winnen deed hij dit keer niet.

Met liefst 1.000 euro aan gekochte loten speelde Utrechter Rudy Kraaijkamp gisteren mee aan de Gordo, de spectaculaire Spaanse Kerstloterij. De hoofdprijs, 300.000 euro voor elk van de 1.950 loten van het winnende nummer, 585 miljoen euro in totaal, ging naar Madrid. Kraaijkamp verdiende met kleine prijzen zo’n 320 euro terug, maar het kon hem niet deren. Hij weet al hoe het is een winnend Spaans lot te bezitten.

Bijna een jaar geleden won de Utrechter, die al enkele jaren in het plaatsje Llodio in het Baskenland woont, liefst 500.000 euro. Hij had vijf loten in bezit van de tweede prijs van El Niño, de tweede grote loterij die kort na kerst wordt gehouden. “Eerst heb ik alleen maar lopen janken, dacht ik voortdurend aan mijn zoon, aan wat hem was overkomen. Daarna ben ik twee dagen dronken geweest.”

De 45-jarige Kraaijkamp had een vreselijke maand december achter de rug. Op de 12e kreeg hij van zijn werkgever, een Nederlandse bloemenexporteur, te horen dat hij ontslagen was. De crisis. Twee weken eerder was het nieuws nog veel erger geweest. Zijn 14-jarige zoon Jordi, die met zijn moeder in Dodewaard woont, raakte een groot deel van zijn linkerhand kwijt door het ontploffen van een vuurwerkbom.

“De dag erna stond ik aan zijn bed in het ziekenhuis. ‘Sorry, pap’, was het enige wat hij zei. We spraken af het er niet meer over te hebben, naar de toekomst te kijken. Ik informeerde naar een chirurgische ingreep om hem zijn vingers terug te geven, maar dat is peperduur.”

Dus wist Kraaijkamp direct wat hij met een deel van zijn prijs ging doen: de plastische operatie van Jordi betalen. “,Maar hij moet wachten tot hij volgroeid is. Het geld staat tot die tijd apart.” Intussen gaat het heel goed met zijn zoon, die zich redt met een speciale siliconen handschoen.

Ook Rudy Kraaijkamp zelf staat er een stuk beter voor dan een jaar geleden, vooral dankzij dat half miljoen. Hij heeft ook weer werk gevonden, is vertegenwoordiger in de Benelux van een Spaanse fabrikant van lagers en vliegt om de twee weken naar Nederland. Maar uit Spanje, waar hij met zijn Baskische liefde woont, vertrekt hij niet meer.

De manier waarop hij de vette prijs won was, zoals zo vaak, een toevallige speling van het lot. “Ik zat na sluitingstijd nog wat te drinken met een maat van me, die een bar in Llodio beheert. We hadden al behoorlijk wat op, toen hij voorstelde de loten te kopen die hij er had hangen.” Tien loten met hetzelfde nummer 56.306, vijf voor elk van hen. Het kostte de Utrechter 100 euro.

Met Driekoningen, op 6 januari, vond de trekking plaats. Kraaijkamp zag rechtstreeks, op televisie, zijn nummer voorbij komen. 100.000 euro per lot. “Ik werd gek, dat gevoel wat je dan overvalt is niet te beschrijven. Dat zou ik zo weer willen beleven, ook al win ik geen euro.” Hij heeft er een auto van gekocht, het stel heeft wat reisjes gemaakt en kijkt nu naar een woning op het Baskische platteland, waar voor een ton al wat moois te krijgen is.

Mooie verhalen die gelukkig maken

Toevallig was ik er al enkele malen geweest, in de Colonia Vidal, een triest maar tegelijk boeiend overblijfsel uit de lange periode van Catalonië als grote textielnatie. Nog maar 15 gezinnen wonen er, de meeste gepensioneerden van toen. Vandaag er opnieuw naar toe, door de regen en sneeuw in het binnenland. Een Volkswagenbusje dat tóch met 130 km/u durft in te halen; 500 meter verderop stond hij,van alle kanten stuk, omgekeerd in de vangrail. De vette prijzen uit de kersloterij gingen naar Madrid en Getafe, maar toch, 50 miljoen euro aan winnende loten van een derde prijs is in een gat als Puig-reig niet mis. Alsof iedereen iets gewonnen heeft.

Dat was zeker het geval in bar Juventus, in die textielkolonie Cal Vidal, net onder Puig-reig, op de weg naar de skigebieden. Dolors Moreno had de bar een jaar geleden overgenomen, maar héél veel mensen komen er niet. Maandag had ze een tafel van 45, ze had het hele weekeinde al staan koken. Belden ze die ochtend af, konden niet komen vanwege de sneeuw. ’s Avonds zat ze aan de bar te huilen. Vandaag lachte ze breed, ontkurkte flessen champagne. Ze had voor 15 miljoen euro aan prijzen onder haar klanten verkocht. Zelf had ze, met zoontje Xavi, drie décimos gehouden. Goed voor 150.000 euro. Maar toch stond ze, om drie uur, weer achter het vuur, eten bereiden voor een tafel van twaalf. Patates enmascarades, aardappels met het vlees van de recente varkensslacht.

Daarom is deze loterij zo leuk, om de talloze verhalen die er achter de bescheiden winnaars zitten. Zoals Encarna, een schoonmaakster bij ons op de krant, El Periódico. Ze deed het onmogelijke door twee verschillende nummers op de Rambla te kopen die állebei wonnen; 140.000 euro bij elkaar. Maar morgen, zei ze, gaat de wekker gewoon weer om 4 uur ’s nachts om de redactie schoon te hebben als de slordige journalisten arriveren.

De jaarlijkse jacht op de winnaars

Morgen is het weer de dag, die van de massale gekte, vooral van ons (de media) in een vliegende jacht op de talloze winnaars van de Gordo, de hoofdprijs van de kerstloterij. Stand-by staan voor de krant, soms gedurende de volle vier uur die de trekking kan duren, en dan snel richting de plaatsjes of loterijkantoren waar de hoofdprijs het meest is verkocht. Vorig jaar was een makkie, met bijna alle series die in en rond Barcelona werden verkocht, zoals onderaan de Rambla.

Het is een ook in het buitenland bekende prijs, die Dikke van de Spaanse Kerst, misschien omdat het één van de meest sympathieke prijzen in de wereld, eentje die niet alle miljoenen bij één iemand terecht doet komen, maar de rijkdom onder duizenden dolgelukkige winnaars verdeelt.

Nog even het proces kort uitgelegd: morgenochtend gaan er 85.000 nummers in een grote bol. Van elk nummer zijn er 195 series verkocht. Zo’n serie is weer onderverdeeld in décimos, tiende delen van een lot die 20 euro per stuk kosten; de meest gebruikelijke manier om een lot te kopen. Dus zijn er in totaal 1.950 winnende tiende-loten die, bij de hoofdprijs, 300.000 euro per stuk opleveren; in totaal, 585 miljoen euro voor de hoofdprijs.

Maar nóg leuker dan tiende loten zijn de participaciones die in talloze winkels en bij clubs worden verkocht, zoals in het marktkraampje in Sant Andreu hier op de foto. Miquel verkocht aan zijn klanten 625 participaties van 1,20 euro van het winnende 32.365; voor dat miniscule bedrag kregen alle winnaars 18.000 euro terug. Het is de makkelijkste rekensom die de meeste mensen maken: van El Gordo krijg je 15.000 euro per gespeelde euro…

En ook al komen lang niet alle winnaars opdagen – vaak is het beter je anoniem te houden – die massale vieringen op plaatsen waar winnende nummers zijn verkocht maakt de kerstloterij altijd een stuk leuker dan, bijvoorbeeld, de Staatsloterij.

Onnodig alarm over de tijgermug?

De zomer is allang voorbij, de kou heeft ook hier alle muggen al lang naar hun eigen hiernamaals verdreven, maar ik krijg ineens op dit blog veel zoekopdrachten binnen met het woord ‘tijgermug’. Wat blijkt, een Nederlandse insectendeskundige, Bart Knols, heeft zojuist het boek Mug geschreven, met daarin ook drie alarmerende hoofdstukken over de opkomst van de tijgermug. Ik heb er al eerder dit jaar en ook nog aan het einde van de zomer over geschreven, maar wil deze kans toch niet voorbij laten gaan. Want zo’n deskundige roept even makkelijk dat deze ‘gevaarlijke mug’ uit Azië 20 ‘gevreesde virussen’, waaronder de knokkelkoorts, kan overbrengen.

Nou heeft zo’n bioloog ongetwijfeld veel meer tijgermuggenkennis dan ik, maar ik schrijf uit ervaring en cijfers in Spanje. Deze zomer was de tijgermuggenplaag aan de Middellandse Zee-kust erger dan ooit, miljoenen mensen zijn tientallen malen gestoken, waaronder ikzelf, mijn kinderen en zelfs de katten in de tuin. Iederene die ik spreek in Sitges, van bouwvakkers tot obers, is herhaaldelijk aangevallen, want die beestjes zijn behoorlijk agressief. Even pijnlijk, maar het jeukt bij de meesten lang niet zo erg als een gewone muggenprik. Én niemand in Spanje is er dodelijk ziek van geworden.

Knokkelkoorts overbrengen? Dat zou slechts kunnen bij de eerste muggen die via een transport (een boot, meestal) naar Europa zijn vervoerd én tegelijk het dengue-virus al bij zich dragen. Maar al die miljoenen tijgermuggen die er nu al zijn in Spanje (en Italië) zijn hier ‘geboren’ en kunnen dus nooit drager van dat virus zijn, want het komt hier niet voor, of ze moeten bij toeval (heel erg veel toeval) een besmette Afrika- of Aziëreizger die in zijn tuin in Barcelona zit prikken en zo via het bloed het virus in zich opnemen. Een tijgermug heeft bovendien maar een vliegradius van maximaal 400 meter, dus zelf even mét een virus onder de leden van de tropen naar Nederland vliegen is er voor die beestjes ook niet bij.

De beestjes zijn vervelend. Maar gevaarlijk? Onnodig alarmerende verhalen in Mug, lijkt  mij, maar wel mooi om een boek aan de man te brengen.

UPDATE: Auteur Bart zelf heeft een uitgebreide reactie bij de commentaren gezet. Bij deze.

Praten met een (oud-)terrorist

Vreemde gewaarwording enkele jaren geleden in het Baskenland, toen de ETA net een wapenstilstand had afgekondigd die definitief leek maar het helaas niet was. Na het wekelijkse protest van familieleden van gevangen ETA-terroristen in Rentería werd me gevraagd of ik met een oud-gevangene wilde praten. Op straat, om de hoek van het gemeentehuis, werd ik voorgesteld aan Jon. Een half uur spraken we over de ETA, over de gevangenschap ook: tot voor kort werden alle ETA-gevangenen zo ver mogelijk bij het Baskenland vandaan in gevangenissen gezet, om hen en de familie, die hen zo nauwelijks kon bezoeken, een beetje extra te straffen. Jon zat 19 jaar op de Canarische Eilanden vast. “De gevangenen zijn altijd een politiek instrument geweest”, zei hij.

Terug op de krant keek ik even wat Jon als jonge twintiger had uitgevreten, ik kwam er niet op dat op dat moment te vragen. Vier moorden begin jaren tachtig, enkele ontvoeringen en wat mislukte aanslagen… Hij was, na 19 jaar cel, nog altijd strijdlustig, maar ook gematigder. De ETA moest maar eens aan het definitief neerleggen van de wapens denken, zei hij, maar de politiek moest ook met gebaren komen.

Het zijn die historische ETA-gevangenen die nu steeds meer vinden dat de gewapende strijd zinloos is. Terwijl buiten de ‘jongen honden’ van de terreurbeweging niet te stoppen zijn – al is het alweer een tijd rustig, na de zoveelste arrestaties binnen de top, waar de leiders steeds tijdelijker zijn -, zitten achter tralies de veteranen op een nieuwe toekomst te broeden. Nu is het één van de meest gevreesde ooit, Urrosolo, met tientallen doden op zijn naam, die de politieke tak van Batasuna aanspoort eens met een goede, vreedzame oplossing te lomen. Urrusolo is om die denkwijze trouwens al 10 jaar terug uit de ETA gezet.

Benieuwd trouwens hoe het, nu die wapenstilstand niet werd aangehouden, het die Jon vergaat…

Vrolijk eten bij de Roca-broers

Hun oma overleed enkele jaren geleden zonder te weten wat nou precies de techno-emotionele keuken inhoudt. Het is de naam die pioniers als Ferran Adrià het liefst gebruiken voor hun kookkunst, in plaats van de té chemische term ‘moleculaire keuken’. De drie Roca-broers uit Girona (op de vrolijke foto vieren zij de derde ster) zijn werkelijke kunstenaars op dit gebied en alle cuisiniers en critici riepen al jaren dat het een groot onrecht was dat zij nog altijd op twee Michelin-sterren stonden; gisteren zijn ze eindelijk beloond, mede omdat ze dit jaar naar een ruimer, moderner restaurant zijn verhuisd. (Voor de goede orde: ik heb er nooi gegeten, heb alles van lezen en horen zeggen.)

Maar het was ook juist de charme van de eerdere behuizing van El Celler de Can Roca die het een bijzondere plaats maakte, door de eenvoud ook. Het was de plaats waar die oma, samen met haar dochter (de moeder van Joan – de chef -, Josep – de gastheer en sommelier – en Jordi – de dessertmaker) ooit een pand kocht om een bescheiden restaurantje te beginnen. De drie jongens groeiden op tussen de pannen en behoren sinds gisteren officieel bij de top van de Spaanse keuken, die inmiddels zeven drie-sterrenrestaurants herbergt. Opvallend: vier ervan liggen nu in Catalonië (El Bulli in Roses, El Celler de Can Roca in Girona, Sant Pau in Sant Pol de Mar en Can Fabes in Sant Celoni) en de drie anderen in het Baskenland (Arzak en Akelarre in San Sebastián en Martín Berasategui in Lasarte), maar niet één in en rond Madrid, en trouwens ook niet één in Barcelona.

Eén van de opvallendste nieuwelingen met één ster: Asador Etxebarri in Axpe, bij Bilbao. Waarom? Omdat baas Victor Arguinzoniz alles op de grill doet: verse ingrediënten op verschillende soorten hout- en kolenvuur. Ik heb hem eens een demonstratie zien geven op een culinair congres en het stemt me tot vrolijkheid dat je met ook dat soort pure kookkunst een Michelin-ster kunt veroveren.

Stierenvechten op het grote doek

Corridas de toros. De halve wereld is er tegen, maar het blijft leuk en spannend genoeg om er naar te kijken, foto’s van te maken en ook in een film te gebruiken, blijkt. Regisseur James Mangold is in Cádiz neergestreken voor de opname’s van zijn Knight and day met Tom Cruise en Cameron Díaz. En die moeten de stierenrennen in Pamplona gaan naspelen, althans een moderne versie ervan. In de film van Mangold (geen slechte regisseur, trouwens, met titels als Girl interrupted, Cop Land, Walk the line en 3:10 to Yuma) zijn het motoren en auto’s die voor de stieren uit vluchten. De opnames liggen nu stil, gedwongen door de gemeente, sinds gisteren de zeven stieren zelf het hek openmaakten en op eigen houtje Cádiz onveilig gingen maken. Twee vrouwen raakten licht gewond, tot de stieren op het strand bij elkaar gehouden konden worden door twee heldhaftige agenten in een Renaultje.

Deed me weer even denken aan die andere stierenvechtfilm die al tweeëneenhalf jaar tevergeefs op zijn première wacht. Nederlander Menno Meyjes, vooral bekend als scriptwriter  van The Color Purple en Indiana Jones and the Last Crusade draaide in 2006 in Spanje Manolete, over de mythische stierenvechter met dezelfde naam, in 1947 op 30-jarige leefijd dodelijk gegrepen door een stier in de arena van Linares. Mysterieuze problemen en onenigheid met de Spaanse producent zijn er de oorzaak van dat de film, met Penélope Cruz en de opvallend sterk op Manolete gelijkende Adrian Brody – die tijdens die opnames zijn nog altijd beroemde Spaanse liefje Elsa Pataky leerde kennen – nog nooit te zien is geweest. Althans, deze maand schijnt hij vertoond te zijn op een filmmarkt in Los Angeles, maar een datum voor de première (aanvankelijk was dat in het voorjaar van 2007) is er nog altijd niet…

 

Het fenomeen ‘urbanizaciones’

© edwin winkels

Het is zo’n typisch Spaans verschijnsel dat ik er niet eens een goed Nederlands woord voor kan vinden. De urbanización. De letterlijke vertaling, urbanisatie, is te lelijk voor woorden, maar beschrijft wél wat het precies inhoudt (en zal ik de komende regels nog wel eens gebruiken). In de jaren zeventig, toen Spanje zich van het juk van Franco ontdeed en zich meer durfde en kon verloorloven, werd het mode een tweede huis te hebben, ook al omdat het eerste allang was afbetaald (zo’n 80% van de Spanjaarden heeft een koopwoning). Eigenaren van stukken land of halve bergen in de buurt van dorpen of steden deelden die grond in parcelen op, lieten er wat bomen kappen en verkochten de parcelen aan mensen die er hun tweede huis wilden laten bouwen.

urbanizacion2Alleen al in Catalonië bestaan zo’n 2.300 van dat soort ‘buitenwijken’, waarvan er 1.500 in slechte staat verkeren. Want niks gebeurde officieel, met papieren of toestemming, toen ze werden gebouwd: er werden geen wegen aangelegd, noch licht, noch water, noch electra, noch vuilniswagen. Iedereen was zelfvoorzienend en het was ook wel idyllisch. Bovendien, de mensen kwamen er slechts de weekeinden, en dan heb je ook niet zoveel nodig.

Maar steeds meer zijn die ‘tweede huizen’ de eerste residentie geworden van mensen die de stad wilden ontvluchten. Waar er een akkoord was, gingen de eigenaren met z’n allen de wegen aanleggen en aan gas- en lichtmaatschappij de nodige voorzieningen vragen. Maar de gemeentes weigerden die urbanisaties te legaliseren en als een officieel onderdeel van het dorp te beschouwen. Dat is de laatste jaren steeds meer veranderd, maar de eerste eis van zo’n gemeente is dat de wijk in ieder geval volledig bestraat is én stromend water en electra heeft voordat zij bij het dorp mag behoren, het vuilnis er wordt opgehaald en de bus er misschien komt.

De Generalitat, de Catalaanse regering, geeft nu 10 miljoen euro om de allerbelabberdste urbanisaties een beetje op te knappen. Maar daarmee zullen de problemen niet voorbij zijn. urbanizacion1Veel ervan liggen middenin de bossen en daar wordt dor en dood hout nooit opgeruimd, wat het brandgevaar nog groter maakt. Voor je het weet smelt tijdens een bosbrand een speelgoedhuis van de kinderen op het terras; maar als dat de enige schade is, valt het nog mee.

Ook was er de laatste jaren af en toe een psychose door de vele gewelddadige berovingen die er in de doodstille wijken op de bergen en in de bossen plaatsvonden. Rijke ondernemers maar ook gepensioneerde arbeiders werden thuis in elkaar geslagen opdat ze vertelden waar de kluis verstopt zat, als ze die al hadden. De laatste tijd is het, wat dat betreft, redelijk rustig. En dát is ook wat iedereen die in zo’n wijk woont aangeeft als de voornaamste reden er niet meer weg te willen: de rust.