Categorie archief: intussen, in Spanje

De N-340: de langste weg van Spanje

Voor de mensen die graag een leidraad voor hun reis hebben. Én voor degenen die vooral van de costa’s en minder van het diepe binnenland houden, al kom je op deze route alle mogelijke landschappen tegen en kun je ook op 20 kilometer van de kust al rustige dorpjes of verlaten natuurgebieden aantreffen. Ik deed de reis in 2002, mede als project voor de zomerbijlage van El Periódico én om twee kleine kinderen (met 3 maanden vakantie) in ieder geval een maand te vermaken en een soort vakantie te bieden terwijl papa zijn (aangename) werk deed. We trokken ruim 30 dagen met een gehuurde camper langs de N-340, van kilometer nul bij Cádiz/Chiclana de la Frontera tot kilometer 1254 op de grens van l’Hospitalet de Llobregat en Barcelona; daarna verdwijnt de weg op de Carrer de Sants. Het is de langste weg van Spanje en, ideaal voor zo’n zomerreportage, eentje die bijna volledig langs de kust loopt. Campings genoeg ook, om de camper te parkeren en, tussen het schrijven door – één paginagroot verhaal per dag – van het zomerse leven te genieten. Zo ontdekten we mooie en minder mooie campings in Chiclana, Tarifa, Nerja, Almería, Torrevieja, Benicàssim en een lang etcetera, met één heel bijzondere: Els Alfacs in Alcanar, de camping aan de zuidrand van Catalonië waarover in 1978 een tankwagen zijn brandende lading uitstortte, een ramp die ana meer dan 200 kampeerders het leven kostte. Mooie camping, trouwens.

Op zo’n reis ontdek je de volledige diversiteit van Spanje, hoor je ook mooie verhalen (althans, daar ben je als journalist naar op zoek), zoals die van de vier vriendjes die bij toeval in de jaren vijftig de grotten van Nerja ontdekten; nu zijn zij een mooie toeristische trekpleister (de grotten, niet die jongens van toen. Eén van hen leidde me rond, heeft voor eeuwig gratis toegang). Spaanse taallessen in Vejer de la Frontera, de man van het barretje op de weg bij Tarifa waarvandaan je Marokko ziet liggen, een zwerver met rolstoel in Marbella, een oud-stierenvechter met een imposante cortijo bij Algeciras, de kassen van El Ejido, de woestijn van Tabernas, een Nederlandse vrouw met reuma die in de droogte van Murcia was gaan wonen, de historische stuwdambreuk van Tous in 1982, de restaurants voor vrachtwagenchauffeurs bij Castellón, de grote bordelen ook… En zou je nog een keer gaan, dan zou je weer andere, nieuwe, bijzondere verhalen opdoen. Hieronder een kort overizchtje van de N-340 in foto’s…

Spaanse lessen voor buitenlanders in Vejer de la Frontera.

Zicht op Marokko vanaf de Mirador del Estrecho bij Tarifa.

Miguel Muñoz bij het gaat waar hij de grotten van Nerja spelenderwijs ontdekte.

Het strand bij het nudistencomplex van Vera.

En, tot slot, het dorpje Tous bij Valencia. De witte tegel tussen beide balkons geeft aan tot wáár het water kwam te staan toen in oktober 1982 de enorme stuwdam brak, echt zo’n beeld van een nachtmerrie die de bewoners nog goed kunnen navertellen – behalve de 12 die om het leven kwamen. Er was tussen de 450 en 1.000 mm regen in 15 uur gevallen, door een fout waren de sluizen van de dam niet opengezet om water van de Jucar-rivier te laten wegstromen en het beton kon de druk uiteindelijk niet meer aan. Een gigantische tsunami stortte zich over de vallei en het was nog een wonder dat er maar 12 doden vielen; de meeste mensen waren al geëvacueerd.

De Obama’s in Marbella

Barack Obama zelf zei al dat hij graag eens zou terugkeren naar de Rambla in Barcelona, waar hij als jonge backpacker in 1988 voor het eerst Spanje proefde. Zijn vrouw Michelle en zijn jongste dochter Sasha hebben vandaag de belofte aan premier Zapatero ingelost om snel eens het zomerse Spanje te ontdekken. Beide kwamen vanochtend aan op het vliegveld van Málaga, waarvandaan zij onder strenge bewaking naar het 5-sterren hotel Villa Padierna in de buurt van Marbella werden vervoerd. Geen slecht oord, zo te zien; ben er zelf nog nooit geweest, maar het is mede beroemd om zijn grote en betoverende ‘spa’.

Ben alleen bang dat ze er wel een fout beeld van Spanje krijgen: Marbella en de decadente haven Puerto Banús zijn weer overstroomd deze weken met steenrijke Arabische sjeiks, die er hun privéfeestjes houden en hun bolide’s in gigantische jachten laten aanvoeren en vervolgens op de kade tentoonstellen. Maar mevrouw Obama en dochter zullen ook cultureel bezig zijn: er staat een bezoek gepland aan Granada en het Alhambra; jammer misschien voor de ‘gewone’ toeristen die al maandenlang kaartjes hebben gereserveerd, want die zullen ongetwijfeld niet op de besproken dag en tijdstip naar binnen mogen.

Barack Obama zelf is in Washington gebleven, waar hij vandaag zonder zijn gezin zijn 49-jarige verjaardag viert. Zijn oudste dochter, Malia, is op een zomerkamp.

De beer is los in de Pyreneeën

Als de Spaanse koning Juan Carlos op beren wil jagen – iets wat hij eenmaal per jaar pleegt te doen – gaat hij naar Roemenië of Rusland, waar de berenjacht is toegestaan. Enkele jaren geleden maakten zijn Russische gastheren het een beetje te bont. Om het de koninklijke gast iets eenvoudiger te maken zetten ze niet alleen een halftamme beer uit in het reservaat, maar werd het beest eerst nog dronken gevoerd met wodka. Waggelend was de beer een eenvoudig doelwit voor de koning, die zelf ook wel eens lijkt te waggelen. Natuurlijk werd het bericht ontkend, maar het was te mooi om niet waar te zijn.

Sinds 1996 heeft Spanje ook weer beren, maar daar mag zelfs de koning niet op jagen. Samen met de Franse overheid begonnen de Spanjaarden met een herintroductie-programma van de in de jaren vijftig uitgestorven beren; het laatste autochtone exemplaar van de Europese Bruine Beer was ‘per ongeluk’ door jagers omgebracht. Er werden vijf exemplaren uit Slovenië gehaald en het wachten was op de voortplanting. Tot woede trouwens van zowel boeren aan de Franse als de Spaanse kant van de Pyreneeën, waar de beren werden losgelaten. Nu moet er zo’n dozijn vrij rondlopen, nadat in januari weer twee jongen zijn geboren; onlangs werden zij door een automatische camera ‘betrapt’ (foto boven).

Af en toe verscheuren de beren een lammetje of een schaap, héél soms laten ze een wandelaar schrikken, maar over het algemeen zijn ze enorm mensenschuw en is er, behalve één man die dreigde te worden aangevallen, nog nooit menselijk leed te betreuren geweest. Even op ‘berenexcursie’ is moeilijk: de beesten zijn heel moeilijk te vinden. Voor wie toch op safari wil: in Spanje houden ze zich op in de bergen van de Vall d’Aran, net boven het hoofdstadje Vielha, of in de buurt van Esterri d’Aneu, een leuk dorpje aan het einde van een lange vallei. Aan de Franse kant zijn ze vooral te vinden in de bossen rond Couflens.

Verkoeling in Galicië

Eerste van een zomerserie over mooie vakantieplaatsjes in Spanje. Niet één waar je overigens makkelijk komt, Galicië, maar dat maakt het ook leuker. Met het vliegtuig moet je altijd ergens (Barcelona of Madrid) overstappen en in de auto is het bedriegelijk: kom je na ruim 1.200 kilometer bij de Frans-Spaanse grens in Hendaye, ben je dus in Noord-Spanje, maar blijken er naar het paradijs van Galicië nog zo’n 700 kilometer extra te gaan. De moeite waard, over de snelweg langs de, wat ze hier Cantabrische kust noemen. (Baskenland en Asturias en Cantabrië met hun majestueuze Picos de Europa zullen later nog aan bod komen.)

Ben vaak in A Coruña geweest (in het gallego wordt de La een A) en heb altijd mazzel gehad: nooit regen, altijd op een terrasje aan de haven de pulpo gallego kunnen eten met een verkoelende fles albariño. Maar gegarandeerd goed weer heb je er dus niet, in de meest regenachtige streek van Spanje. Wel leuk voor mensen die niet van de hitte in de rest van Spanje houden: deze dagen is het aan de Middellandse Zee tussen de 30 en 38 graden, terwijl het in Galicië tussen de 20 en 28º is. En genoeg dagen vol strandweer, toch. Leuke strandjes ook, zelfs vlakbij A Coruña, iets ten oosten op het schiereilandje van Meiras, waar Mera en Dexo tussen de hoge klippen idyllische badplaatsjes zijn die in niets lijken op die aan de Méditerranée.

Eén bijzondere zomer huurden we een vakantiehuisje in het diepe binnenland van Galicië, ergens in de buurt van Boimorto kan ik me herinneren, strategisch gelegen want je rijdt er snel naar zowel A Coruña als Santiago de Compostela. Dat ‘agrotoerisme’ (zoek in Spanje op internet naar turismo rural) is enorm in opkomst in Spanje, de laatste jaren, de (soms hoge) prijzen zijn een teken van de populariteit, maar je ontsnapt daarmee wel volledig aan de andere toeristen en maakt als buitenstaander de dorpsfeesten en plaatselijke gewoontes in de allerkleinste gehuchten mee, waar ze je na drie dagen bij de bakker, slager en kroeg al goed kennen.

En je hoeft er niet eens naar zee te rijden om een strandje te vinden. Galicië zit vol met ‘playas fluviales’, kleine, soms speciaal geprepareerde strandjes aan de talloze rivieren die de streek doorkruisen. Die op de foto’s hiernaast en helemaal boven is volgens mij het strandje van A Carixa aan de rivier Deza, dichtbij het plaatsje Vila de Cruces; we waren er een hele dag lang de enige badgasten, maar het was al wel begin september, de grote drukte voorbij.

Iets verder rijden vanuit het magische binnenland is de Costa da Morte, de betoverende Kust des Doods ten zuiden van A Coruña. Van de strandjes vol vissersboten en vuurtorens tot het natuurlijk verplicht bezoek aan de kaap van Fisterra of Finisterra, afkomstig van Finaes Terrae, het einde van de wereld, het meest westelijke punt van het Europese vasteland. Iedereen zal er zijn eigen favoriete plekjes ontdekken, maar ik zal er, ondanks mijn slechte geheugen, nooit het bezoek aan één restaurant vergeten: Tira do Cordel, aan de rand van de weg AC445 naar Fisterra, áán het water waaruit de verse vis komt die ze dagelijk aanbieden. Een menukaart was er toen (zo’n 12 jaar geleden) niet, slechts twee voorgerechten (percebes of almejas a la marinera) en één hoofdgerecht, de versgevangen lubina van de grill, al zijn er dagen dat ze ook meer soorten vis hebben.

Helemaal voldaan ga je daarna op een bankje op het blanke strand van Touriñán uitrusten.

Spanje-gekte in Barcelona

Sorry voor de niet voetbal-lezers van het blog, maar het zijn niet de dagen om het over een cultureel evenement of mooi pleintje te hebben. Zeker niet in een voor Nederlanders die in Spanje wonen en, omgekeerd, Spanjaarden die in Nederland wonen nu al onvergetelijke week. Iedereen wordt er door vrienden, kennissen en collega’s op aangesproken: voor wie ben je, wie gaat er winnen, waar zal je zondagavond half negen zijn? Zelfs Barcelona begint een beetje te veranderen. Vanavond, kort na de wedstrijd, was er vuurwerk, getoeter op straat, veel Spaanse vlaggen die uit autoruiten wapperden. Geen 40.000 mensen voor een groot scherm als in Madrid; in Barcelona denkt de gemeente er nog niet aan. Zaterdag is er een grote demonstratie voor de zelfbeschikking van Catalonië; dan is een Spaanse triomf, de heersende Spaanse euforie niet echt welkom. Maar ja, dan zien die Catalanen én de rest van Spanje hoe een oer-Catalaan als Carles Puyol, uit La Pobla de Segur, de streek Pallars-Jussà (echt, Cataláánser dan dat kán gewoon niet) de winnende treffer scoort.

Uitzinnige Madrileense verslaggevers op een radio als de cadena SER, in dit geval, gaan dan direct provoceren en beginnen te zingen ‘soy español, español, español’, terwijl ze weten dat Puyol zich nooit van zijn leven een Spanjaard zal voelen, maar nu zijn hang naar onafhankelijkheid ondergeschikt maakt aan een op dit moment groter doel, dat van een voetballer die wereldkampioen wil worden. Makkelijker te verwezenlijken dan de onafhankelijkheid van Catalonië, in ieder geval.

Het zal een mooie zondag worden. Benieuwd wie in Nederland het eerst Alva onder het stof vandaan haalt. Of hebben we gewoon die kennis niet meer? Geen revanche meer voor de 80-jarige oorlog en de wrede Spaanse onderdrukking, die Koning van Hispaniën die we zelfs in ons volkslied nog eren?

Aan de andere kant: bijna alle Nederlanders met bruine ogen, zoals een half-Fries als ik, hebben eeuwenoud Spaans bloed…

PS: Tip aan de Volkskrant: dat Puyol nóóit het Spaanse volkslied meezingt is logisch; niemand doet het, want het volkslied heeft geen tekst…

De dodenweg van Catalonië

Het bericht verbaast nauwelijks meer: vier doden vrijdag op de C-25, beter bekend als de Eix Transversal. Een vrij nieuwe weg, die nog geen 10 jaar bestaat, maar vanaf de opening al ‘alle nummers had’ (zoals de Spanjaarden zeggen, ofwel een zeer grote kans) om de meest dodelijke weg van Catalonië te worden. Tegen het advies van deskundigen in wilde de toenmalige regering geen vierbaansweg maken; het werd een tweebaans, met op enkele stukken zo’n vermaledijde derde baan, die in het midden, waar je van beide kanten mag inhalen. Ofwel een Russische roulette om te kijken wie er het laatst naar zijn rechterbaan terugkeert. Een weg vol bochten, tunnels en bruggen ook. Een drúkke weg vooral.

De Eix werd, na liefst 40 jaar twijfelen en discussiëren, in 2000 gebouwd om een snellere route tussen het centrum van Spanje en de grens bij La Jonquera te maken. Om de N-II ook te ontlasten, de tolvrije autoweg – een groot deel vierbaans, inmiddels – die veel vrachtwagenchauffeurs gebruiken om vanuit Madrid via Zaragoza, Lleida en Barcelona naar het noorden te rijden. Dus werd er een min of meer rechte lijn van Lleida (of Cervera, om precies te zijn) naar Girona getrokken en dwars door een soms prachtig landschap deze C-25 aangelegd.

Ik heb er een bloedhekel aan, hoef er gelukkig ook niet vaak over te rijden. Vol met vrachtwagens natuurlijk (zo’n 25% van het totale verkeer), en die kun je er moeilijk inhalen. Veel mensen proberen dat wel, ook als er een doorgetrokken streep is… De Eix Transversal heeft inmiddels een trieste balans opgebouwd van bijna net zoveel doden als de kilometers die de weg telt, 153.

Ruim driekwart van die doden vielen bij frontale botsingen, zoals die van deze vrijdag: twee vrachtwagens, waarvan één de bocht niet had kunnen houden, knalden op elkaar, twee personenwagens vlogen er nog eens achterop. Een dodelijke val, zoals op de foto rechts: vijf doden bij een ongeluk in 2005.

De weg kostte 440 miljoen euro. De kosten waren de redenen om er niet direct een vierbaansweg van te maken. Nu zijn ze bezig dat wel te doen. Extra kosten: 865 miljoen. Over goede planning gesproken. En de verdubbeling van de weg komt voor ruim 140 mensen te laat.

Geld maakt wel gelukkig

Op de rijkemensenlijst van Forbes daalde hij dit jaar van zijn sinds 15 jaar bijna vaste eerste plaats naar nummer twee. Carlos Slim, een Mexicaan nota bene, streefde hem met een half miljard dollar voorbij, waardoor Bill Gates met zijn geschatte vermogen van 53 miljard dollar niet meer de allerlijkste op aarde is. Het zal hem niet deren. Werken bij zijn kindje Microsoft doet hij al bijna nooit meer en hij leek vanochtend, zittend tussen prinses Cristina en een héél bijzondere arts, Pedro Alonso (zijn strijd tegen de malaria vanuit zijn onderzoekscentrum in Maputo, Mozambique, is wereldberoemd en vooruitstrevend) een gelukkig, spraakzaam man. Uren lijkt hij te kunnen vertellen over zijn Bill & Melinda Gates stichting, die zich vooral bezighoudt met het bestrijden van ziektes in de Derde Wereld.

Gates heeft recht van spreken. Forbes heeft vorig jaar, behalve die traditionele rijkemensenlijst, óók een ranking van de meest gulle gevers gemaakt. En wat blijkt: van de 793 miljardairs die er op de wereld zijn, staan er slechts drie (!) op de lijst van filantropen die in hun héle leven méér dan 1 miljard dollar aan goede doelen hebben geschonken. Gates is er daar één van en zou al 28 milard dollar van zijn eigenlijk onschatbare en onuitputtelijke fortuin hebben ‘weggegeven’.

Natuurlijk kwam Gates ook met een Spaans getint verhaal: hij betreurde het dat de Spaanse regering, in de mega-operatie om het overheidstekort terug te brengen, tot 2012 óók 600 miljoen euro op ontwikkelingshulp bezuinigt. “Ik ben teleurgesteld,” zei hij. Dat kan hij vanmiddag herhalen in Sitges, waar hij voor het eerst in zijn leven aan de Bilderberg Conferentie der machtigen der aarde deelneemt en waar hij premier Zapatero kan tegenkomen, want die komt ook even langs om in het Spaans (ZP spreekt geen woord Engels) de mannen en vrouwen toe te spreken. Weet niet of ze bij Bilderberg met simultaanvertaling rekening hebben gehouden.

P.S. Eerste Spanjaard op de miljardairlijst is natuurlijk Zara-tycoon Amancio Ortega (op 9, met 25 miljard). Eerste Nederlander, sorry, Nederlandse, is op nummer 103 Charlene de Carvalho-Heineken met 7 miljard. In de Quote-500 is zij trouwens nummer 2 met 3,6 miljard; rijkdom is gewoon niet te meten.

Bilderberg en de macht van het geld

Dat is het voordeel van het wonen in een relatief klein stadje, of een groot dorp, met nog geen 30.000 inwoners. Er is altijd wel iemand die je, viavia, kent en je hét verhaal kan vertellen waar je naar op zoek bent. In dit geval inwoners van Can Girona, de superluxe wijk (er staat een huis te koop van 12,4 miljoen euro, 970 vierkante meter), waar donderdagochtend heel vroeg de bijna 130 belangrijke en machtige gasten van de Bilderberg Conferentie in het Dolce-hotel zullen neerstrijken. Vandaag mochten we van de relaxte Mossos d’Esquadra, de Catalaanse agenten, nog de wijk in, van donderdag tot zondag kunnen we het hotel slechts van deze afstand, van de foto, bekijken. De koninginnen Beatrix en Sofía of de Belgische prins Filip zien? De voorzitters-directeuren van de Wereldbank (Zoellick), de Europese bank (Trichet), de wereldhandelsorganisatie (Lamy), de ex-Navo (De Hoop-Scheffer), Neelie Kroes, Ernst Hirsch-Ballin, de CEO’s van Shell, AkzoNobel, CocaCola, Siemens, Deutsche Bank en een lang, lang etcetera? We zullen ze zien noch horen. Officieel zijn ze er niet eens, dit is een privé-bijeenkomst. Maar er moeten wel 1.000 agenten opdraven die met belastinggeld worden betaald…

Terug naar die buren van Can Girona. Deze week kregen ze bezoek van bijzondere agenten. En die vertelden wat ze mogen (bijna niet) en niet mogen (bijna alles). Met een speciaal pasje kunnen ze de wijk in. Maar komen er familie of vrienden op bezoek, dan moeten die vooraf worden aangemeld, mét DNI (identiteitskaart) én kenteken van de auto; komen ze niet door de screening, dan geen bezoek. Want ze zouden eens een fotograaf uitnodigen… Ook dat werd even gezegd: men wil geen camera vanuit een tuin of huiskamer op het hotel gericht zien; die wordt in beslag genomen. En niet schrikken, zei men tegen de veelal rijke buren, die hun eigen bewaking hebben: er zullen heel veel mannen op de heuvel tussen de bomen lopen; zij moeten voorkomen dat indringers via de achterkant binnenkomen. En de Guardia Civil is ook present met boten op zee. De golfclub Terramar zal een dag gesloten worden, afgehuurd door Bilderberg, dat ook nog probeert zaterdagavond de openluchtdiscotheek l’Atlàntida te sluiten, want de herrie (tot zes uur ’s morgens) zou de koninginnen wakker houden. Hoe ze dat voor elkaar krijgen? Hoeveel brengt zo’n zaterdagavond op? Huppa, een zak met geld. Zo is ook voor het héle hotel betaald, inclusief de 100 kamers die níet bezet zullen zijn.

Trouwens, al de hele dag de herrie van een helicopter boven ons hoofd…

De jacht op de piraten

Soms worden voorbijgangers in Barcelona opgeschrikt door een grote groep meestal Afrikaanse jongemannen die met hele grote zakken hard de straat of de stoep over rennen. Niet schrikken, ze doen niets. Ze lopen slechts hard weg met hun nagemaakte zonnebrillen, handtasjes, DVD’s en andere spullen opdat de politie, die hen weer even is komen ‘pesten’, de hele handel niet in beslag neemt. Vanmiddag vroeg een verslaggever van het Duitse RTL, die me interviewde voor een programma over Barcelona als zakkenrolhoofdstad van de wereld, waarom de politie die ‘arme jongens’ achterna zat en niet de lui die zo’n 120.000 zakken per jaar rollen. (Dat is het aantal aangiftes…) 

Tja. Barcelona mag dan een paradijs voor de kruimeldieven zijn, heel Spanje is het walhalla voor de piraten. De culturele piraten vooral, zij die illegaal muziek, film, videogames en boeken kopiëren. Nergens ter wereld schijnen zóveel mensen zóveel illegaal te downloaden als in Spanje. De branchorganisatie kwam vandaag met wat cijfers, die inderdaad niet vrolijk stemmen (al zullen ze een beetje gekleurd zijn om de eigen belangen voorop te stellen): 95% van de muziek op het Spaanse internet is er illegaal terecht gekomen, 83% van de films op DVD die de mensen kijken is ook illegaal, 52% van de videogames is een piraten-kopie en 19% van de boeken zijn onheuse kopieën. In totaal, zo zegt de branche, derven de ondernemers 5 miljard euro aan inkomsten. Of de regering even wil bijspringen, maar dat is moeilijk in deze tijden van bezuinigingen.

Speel niet met je tom-tom tijdens het rijden

De omgekeerde wereld. In het lange Pinksterweekeinde vielen in Nederland 15 doden in het verkeer en in Catalonië niet één, nul. Oké, er wonen hier de helft minder mensen (bijna 7,5 miljoen), maar lange tijd was het hier (en in heel Spanje) elk weekeinde een slagveld op het asfalt. Kan me herinneren dat, toen ik hier in 1988 kwam, je bijna bang was om de weg op te gaan, want jaarlijks vielen er meer dan 6.000 doden, bijna 20 per dag, een soort Russische roulette achter te stuur.

 Veel is er veranderd, sindsdien. Ten goede. in het jaar 2000 lag het aantal dodelijke verkeersslachtoffers nog net boven de 4.000, vorig jaar was dat voor het eerst onder de 2.000: de 1.897 doden waren het laagste aantal sinds 1964, toen er maar eentiende deel van het huidige aantal auto’s op de weg reed, met snelheiden ook de helft lager dan nu (maar wel een veel krakkemikkerige carrosserie). Die enorme daling heeft veel, zoniet alles te maken met de strengere Spaanse verkeerswetten van de laatste tien jaar, de hogere boete’s ook, het puntenrijbewijs en het veel grotere aantal alcoholcontroles.

Gisteren werd de nieuwste versie van die verkeerswet van kracht, met een groot aantal aanpassingen. Hogere boete’s natuurlijk (vanaf 100 euro, al betaal je de helft als je snel betaalt; aan de agent zelf, mét creditcard, mag ook), waarvan het geld overigens naar nieuwe maatregelen voor de verkeersveiligheid gaat. Nieuwe regels, zoals één voor fietsers: het is nu verplicht in het donker met licht te rijden! En er komen enkele ‘zware overtredingen’ (boete van 200 euro) bij, waarvan één goed is te weten voor de toeristen die met de auto naar Spanje komen: je mag tijdens het rijden niet aan je tom-tom (die we hier gewoon een GPS noemen) frutselen.

(De kop boven het verhaal heeft trouwens niets te maken met de foto eronder; die vrouw verwarde het gas- met het rempedaal.)