Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

De doden, 70 jaar later (2)

En de beloofde reportage, van oktober 2008 (met excuses voor de lengte)

Spanje begint deze maand met het openen van 19 massagraven uit de tijd van de Burgeroorlog (1936-’39) en de jaren erna. Behalve de duizenden republikeinse soldaten die tijdens gevechten omkwamen liggen in die graven talloze mensen die door het regime met of zonder rechtszaak werden gefusilleerd. In totaal gaat het om zo’n 150.000 doden.

Tekst: Edwin Winkels

Op de onmenselijke ochtend van 17 april 1938 verloor het kleine dorpje Isavarre, twaalf huizen verstopt in één van de vele valleien van de Pyreneeën, bijna al zijn vaders en echtgenoten. Bij zes huizen stonden ineens de soldaten van de nationalen voor de deur, het leger van de opstandige generaal Francisco Franco dat na wekenlange zware gevechten het ene bergdal na het andere op de republikeinen veroverde. Soldaten van de verslagen vijand waren er niet meer in het dorp, die waren dood of de volgende bergkam over gevlucht. Boeren, een onderwijzer en een pastoor, dat waren de mannen in Isavarre. Zes van hen werden door de overwinnaars van Franco meegenomen. Uit nabijgelegen dorpen moesten er ook nog eens vier mee. Ze waren tussen de 31 en 59 jaar.

            Nadal Paulet was net elf jaar geworden toen zijn vader, vredesrechter Joan Paulet van 51 jaar, de bevelen van de militairen opvolgde. Vader kleedde zich aan, nam afscheid van zijn vrouw en vijf kinderen en ging met hen mee. Zeventig lange jaren hebben de herinnering van dat jochie van toen niet uitgewist. ,,Eerst brachten ze hem met de anderen naar het kerkje van het dorp en vandaar naar een stal in Sorpe, daar aan de overkant, de berg op. De soldaten hadden de namen op een papiertje staan, ze wisten precies voor wie ze kwamen. Omdat er geen soldaten meer waren in de vallei moesten ze zich waarschijnlijk wreken op wie dan ook.”

            Natuurlijk was de vallei zo rood als wat, in het fascistische oog van Franco. Spaans werd er nooit gesproken, slechts Catalaans met een loodzwaar accent uit ver verleden tijden. Nadal Paulet is zo’n oer-Catalaan. Nu, anno 2008, is hij nog de enige inwoner van Isavarre. Hij, zijn hond en de honderd geiten die aan zijn voeten grazen. Met een vriendje was hij die middag in 1938 zijn vader en de anderen nog eten gaan brengen in de stal. Toen ze waren vertrokken volgde er een nacht van martelingen. De ochtend erop werden de tien mannen op een rij tegen een muur gezet, gefusilleerd en op dezelfde plaats begraven in een anoniem gat in de grond.

Spanje ligt vol met dat soort graven. Exacte cijfers zijn er niet, zullen er ook nooit komen. De schattingen lopen uiteen van 120.000 tot 180.000 mensen die tijdens maar ook nog na de Burgeroorlog (1936-’39) aan de rand van een weg, in een boomgaard of in een afgelegen boerderij om het leven werden gebracht. Vaak zonder rechtszaak, of die rechtszaak was een pantomime. Het was de bloedige en wraaklustige hand van Franco. Nu pas, na ruim dertig jaar democratie, is er een massaal proces op gang gekomen om te gaan onderzoeken wat Spanje precies onder de grond verbergt. Rechter Baltasar Garzón heeft de bestanden opgevraagd van de verschillende regionale stichtingen en overheden die zich de laatste jaren intensief met het lokaliseren van Franco-vermisten hebben beziggehouden.

Een commissie van zeven experts zal een zo volledig mogelijke index van graven samenstellen. Historica Queralt Solé is één van hen en als specialist van de Catalaanse regering in Barcelona helpt ze families al jaren met het zoeken van het graf van hun vaders, ooms of opa’s – vrouwelijke slachtoffers waren er veel minder. ,,Er zijn drie soorten graven,” vertelt ze. ,,De mensen die ná de Burgeroorlog zijn omgebracht, en die zijn het eenvoudigst te vinden, omdat er altijd wel dorpsbewoners of familieleden zijn geweest die verteld hebben wáár zij precies werden gefusilleerd en wie het waren. Daarnaast zijn er op de officiële kerkhoven de massagraven van soldaten die in de ziekenhuizen in de achterhoede overleden en met tientallen of zelfs honderden begraven werden. Ook daarvan hebben we veel gegevens. Het moeilijkst zijn die van de soldaten die aan het front stierven en overal verspreid liggen.”

Het front van de Ebro, waar de grootste slag plaatsvond en die de definitieve overwinning van Franco inluidde, brengt nog regelmatig nieuwe lugubere ontdekkingen als landbouwers hun grond omspitten en botten aantreffen. (Dat er over gevallen Franco-soldaten nu nauwelijks wordt gerept komt omdat die al na de Burgeroorlog hun eerbetoon hebben gekregen als strijders voor Spanje. Zij hebben hun pompeuze monument in de Valle de los Caídos, waar ook nog het graf van Franco zelf ligt.)

,,Drie, vier dagen later wisten we dat mijn vader en de anderen vermoord waren,” zegt Nadal Paulet nu. ,,We zagen de soldaten over straat lopen met nieuwe broeken die van de boeren waren geweest. De generaal die het offensief had geleid, Sagardia, die had het al gezegd: voor elke dode soldaat zou hij tien Catalanen doden.”

De moeder van Nadal vluchtte ook, naar Frankrijk, waarvan de grens slechts tien kilometer verderop ligt. Ze was bang voor haar leven en liet haar vijf kinderen alleen achter in Casa Miqueu, hun boerenhuis. De oudste was vijftien. Ze werkten op het land en speelden met de soldaten die hun vader hadden gedood en het dorp hadden bezet. Wat konden ze anders, zegt Nadal, ze waren kinderen en probeerden te overleven met het eten dat ze van die soldaten kregen. Eigenlijk sprak niemand meer in de vallei over wat er gebeurd was. Een zwijgen dat 65 jaar zou duren. Pas vijf jaar geleden vertelde Paulet voor het eerst waar de tien mannen begraven lagen en wat er die dag in 1938 precies was gebeurd.

In Sorpe, aan de rand van een weiland, onder een heel grote boom, staat nu een kleine monoliet met daarop de tien namen, de leeftijd en de gezamenlijke sterfdag. ,,Er kwam eens een Duitser die me zei dat met geld van de Europese Unie het graf geopend kon worden en ze allen een waardige plaats op het kerkhof zouden krijgen,” zegt Paulet. ,, Dat hoeft van mij niet. Daar is mijn vader gestorven, daar ligt hij al zeventig jaar, laat hem daar maar met rust.”

Veel nabestaanden denken als Paulet. Het doel van de meesten is slechts om precies te weten wáár hun dierbaren begraven liggen. Vaak zijn het de kleinkinderen, de dertigers en veertigers van nu, die de zoektocht zijn gestart, zoals Antoni Guevara. Zijn opa, Francesc Guevara, was 27 jaar toen hij bij de Ebro streed. ,,Mijn oma kreeg een telegram dat hij erg ziek was. Dat is het laatste dat ze ooit van hem heeft gehoord. ‘Hij zal wel ergens onder een boom begraven liggen,’ heeft ze altijd gezegd. Ze wilde dat liever zo houden.”

Via Memoria Democràtica, de organisatie van historica Queralt Solé, ontdekte de familie een overlijdensacte van 26 december 1938 in een klein dorpje in het binnenland. Daar ligt opa Francesc in één van de twee massagraven van twee bij twintig meter met meer dan 100 lichamen. ,,De emotie was enorm toen we dat te weten kwamen,” zegt Antoni. ,,Alsof van een heel lang verhaal eindelijk het einde geschreven werd. We laten hem liever in dat graf liggen, maar zouden er wel graag een soort monument voor al die mannen hebben.”

Op nog zo’n massagraf, in het stadje Cervera, één waar je gewoon overheen kunt lopen, staat slechts één eenzaam kruis van hout, aangetast door de tijd. De initialen JMF staan erin gekerfd, en de datum 21-7-1938. ,,Er moeten meer dan 400 lijken liggen,” zegt Joaquim Bagué, de opzichter van het kerkhof. ,,Het heeft geen zin het te openen en de meeste mensen die komen zijn al blij dat ze het graf van hun vader of opa hebben gevonden. Hebben ze in ieder geval de plek gevonden om bloemen te leggen.”

Op de begraafplaats van het bisdom van Tarragona liggen zelfs 770 mensen in een massagraf, waarvan er 657 in de vijf jaar na de oorlog, tussen 1939 en 1944, berecht en gefusilleerd werden. Montse Giné weet al sinds ze heel klein dat haar opa Josep daar begraven ligt. Ze heeft een stichting opgericht om er in ieder geval een monument neer te laten zetten. ,,Tot voor kort wilden de gemeente en het bisdom van niets weten. We moeten geen oude wonden openrijten, zeiden ze. Maar het is het tegenovergestelde: met zo’n monument worden de wonden eindelijk definitief gedicht.”

De doden, 70 jaar later

 

kruis cervera

De foto maakte ik op het kerkhof van Cervera, in het Catalaanse binnenland. Het kruis staat er eenzaam, op een droge grasgrond, temidden van de gebruikelijke nissen met doden. Hier, onder de grond, ligt ene JMF, overleden op 21 juli 1938. Hij ligt er niet alleen. Naast, op en onder hem moeten nog eens zo’n 400 doden liggen, aldus de opzichter van de begraafplaats. Net als JMF slachtoffers van de Burgeroorlog, republikeinse soldaten die zich aan één van de Catalaanse fronten verzetten tegen de oprukkende Nationalen van generaal Franco. Ze raakten gewond, werden naar het ziekenhuis van Cervera achter de linies gebracht en als ze overleden gingen ze naar hetzelfde grote graf op deze begraafplaats. Zonder naam, zonder steen, zonder eigen nis. Daar was allemaal geen tijd voor.

De Catalaanse regering besloot gisteren het openen van dit soort massagraven uit de Burgeroorlog te bekostigen. De experts hebben 179 massagraven gelokaliseerd, maar niet allemaal zullen ze worden geopend. In sommigen liggen niet meer dan vier soldaten of burgers, overleden in de strijd of geëxecuteerd langs de weg of tegen een muur. Nabestaanden weten of vermoeden waar hun opa of vader omkwam en zouden hem graag een goede laatste rustplaats gunnen. Anderen geven er de voorkeur aan de doden met rust te laten en er slechts een kruis of herdenkingsteken te plaatsen. En op een begraafplaats als die van Cervera, of die van het bisdom in Tarragona, is er geen beginnen aan: je gaat niet 400 of zelfs 700 mensen ineens opgraven.

 

cervera2In heel Spanje zouden zo nog tussen de 120.000 en 160.000 doden anoniem onder de grond liggen. Het beroemdste massagraf ligt in de buurt van Granada, met daarin een schoolmeester, twee stierenvechters en dichter Federico García Lorca. Samen gefusilleerd door de Franco-aanhangers op 18 augustus 1936. De familie van de meester wil zijn botten laten opgraven, die van García Lorca liever niet. Het tekent, 70 jaar na dato, de tweestrijd in Spanje over zijn eigen, pijnlijke geschiedenis.

Voor het AD en El Periódico schreef ik er een grote reportage over. Zal proberen de tekst te achterhalen, zodat het leesbaar is. massagraven1

Een bijzondere vlucht

P1010875

P1010867Kwart voor vier op, drukke dag, nog niet geslapen. Niet veel tijd, dus om het blog-publiek voorlopig te onderhouden maar even een video die ik vanochtend maakte. Pioniers op weg naar de eerste vlucht, om zes uur ’s morgens, van de nieuwe terminal T-1 in Barcelona. En nee, geen Armstrong- of Lindbergh-gevoel, zoals iemand vroeg. Wel cava, hoog in de lucht, om half zeven in de vroege ochtend… En een commandant die zei dat er eerst even wat vogels moesten worden weggejaagd voordat we konden opstijgen.

Barcelona opent nieuwe terminal

prat3

Zij die de laatste twee jaar naar Barcelona zijn gevlogen zagen al die tijd een gigantisch complex in aanbouw tussen de twee langste landingsbanen van het vliegveld van El Prat. Vandaag is voor velen (vooral politici, die staan vooraan, maar daarna toch ook de reizigers) de grote dag: de nieuwe immense terminal van Barcelona wordt officieel geopend.

prat2De eerste vlucht vertrekt er morgenochtend om 6 uur, een Spanair naar Madrid. Vroeg opstaan dus, want ik heb al sinds een maand een ticket voor die vlucht, om in eigen persoon – en voor de lezers van El Periódico vanzelfsprekend – het functioneren van de nieuwe terminal te testen.

Het ding gaat T1 heten, en de oude vertrouwde terminals A, B en C waar we sinds de laatste verbouwing in 1991 en de daaropvolgende uitbreidingen het vliegtuig namen zal vanaf nu de T2 zijn.

prat1

 Niet alle maatschappijen mogen vanaf de nieuwe terminal vliegen. Spanair is de eerste gebruiker met zijn collega’s van de Star Alliance, het samenwerkingsverband met o.a. Lufthansa en het Portugese TAP. Eind september zullen Iberia en British Airways met hun OneWorld in de T2 neerstrijken. En pas aan het einde van het jaar volgt de derde grote internationale combinatie, het Sky Team van KLM-Air France en het Spaanse Air Europa.

prat4Wanneer de T2 volledig in gebruik is, zal hij jaarlijks zo’n 24 miljoen passagiers ontvangen. Wat dat betreft komt de opening niet op het beste moment: El Prat is de laatste twintig jaar alleen maar gegroeid, van 10 miljoen passagiers in het olympische 1992 tot 31 miljoen vorig jaar. Maar dit jaar zit de klad erin en komen er, vooralsnog, zo’n 15% minder passagiers op het vliegveld. Samen zullen de twee terminals tot zo’n 55 miljoen passagiers kunnen verwerken.

De T2, net als de oude terminal ontworpen door architect Ricardo Bofill, heeft 166 incheck-balies, 101 gates, 43 slurven en 24 kilometer lopende banden voor de bagage die 8.000 koffers per uur kunnen verwerken. In totaal, 544.000 vierkante meter om, vanaf morgen, helemaal opnieuw je weg te zoeken. Trouwens, er is een busverbinding met de oude terminal, de Aerobus rijdt er vanaf het centrum van Barcelona rechtstreeks heen (je moet dan kiezen voor de bus voor T1 of T2) en in de toekomst zal ook de trein er ondergronds arriveren.

Tot zover de informatie voor reizigers

prat5

Last minute

P1010706

Een oase in de woestijn, het licht aan het einde van de tunnel, een snoepje op het schoolplein… Onweerstaanbaar. Hartje Utrecht, een donkere avond – al is het er deze dagen veel láter donker dan in Spanje – en op een bushalte met een eenzaam wachtende passagier lonkt Barcelona, natúúrlijk met de wuivende torens van de Sagrada Familia. Drie nachten in een driesterrenhotel, plus een retourvlucht, voor 238 euro.

Aanbiedingen stromen binnen, want het toerisme loopt terug. Halflege vliegtuigen op een kort geleden nog zo populaire route, supersales waarmee KLM, Transavia en de fuserende Clickair en Vueling elkaar bestoken, en nu gaan ook reisbureau’s – ook die op internet – zich in die prijzenoorlog storten. Het aantal reserveringen voor vliegvakanties vanuit Nederland is tot nu toe 18% lager dan vorig jaar. Enige hoop, vrees ik, voor die reisaanbieders: dat het een natte zomer wordt in Nederland. Maar dan moet alles last minute en dus nóg goedkoper de deur uit.

Bloementapijt voor een goddelijk lichaam

P1010847

Een overvol dorp. Zoals elk jaar rond deze tijd liggen de straatjes van Sitges bedekt met bloementapijten, altijd weer een toeristische attractie. Als je ze één keer hebt gezien, weet je het wel, is de nieuwsgierigheid bevredigd en kan het je de volgende jaren nauwelijks nog bekoren. Zeker niet wanneer je je over hele smalle stoepjes langs duizenden andere mensen moet worstelen terwijl je alleen maar een brood wilde kopen. Het zijn van die dagen dat je gewoon weg moet blijven uit het dorp.

P1010844Maar waarom doen ze het eigenlijk? De oorsprong is, zoals met veel  feesten en tradities, religieus. Het is Corpus Christi, ofwel Sacramentszondag. Wikipedia moet de agnost verlossing bieden: “Sacramentszondag wordt gevierd op de tweede zondag na Pinksteren. Op dit feest wordt gevierd dat Jezus Christus zich in de gedaante van brood en wijn aan de gelovigen wil geven als voedsel en voortdurend onder de mensen wil blijven door middel van zijn waarachtige tegenwoordigheid (Sua realis praesentia) in de geconsacreerde offergaven. De eerbied die in de Rooms-katholieke Kerk voor de geconsacreerde hostie bestaat, wordt op deze feestdag benadrukt.” Tja. (In het Spaans is de hostia trouwens niet alleen dat koekje uit de kerk, maar ook een flinke klap én een kreet van verbazing. Hostia!)

Maar nergens is te vinden waar die bloementapijten nou vandaan komen. In andere dorpen doen ze het met tapijten van zout. Laat in de middag gaat dan de processie eroverheen, gevolgd door de kinderen die dat jaar de catechesatie hebben ‘ondergaan’.

Het zal de dorpen die het organiseren en voor de anjers, het zand, de rozen en andere benodigdheden zorgen niet veel uitmaken hoe religieus dat feest nou is. Zolang er maar toeristen en dagjesmensen op afkomen.

Mijn vlakke land

 

P1010783

Snelweg Rotterdam-Urecht. Bijna geen file. De radio aan.

Wanneer de Noordzee koppig breekt aan hoge duinen
en witte vlokken schuim uiteenslaan op de kruimen,
wanneer de norse vloed beukt aan het zwart basalt
en over dijk en duin de grijze nevel valt
wanneer bij eb het strand woest is als een woestijn
en natte westewinden gieren van venijn,
dan vecht mijn land…Mijn vlakke land…

Wanneer de regen daalt op straten, pleinen, perken,
op dak en torenspits van hemelhoge kerken,
die in dit vlakke land de enige bergen zijn,
wanneer onder de wolken mensen dwergen zijn,
wanneer de dagen gaan in domme regelmaat
en bolle oostenwind het land nog vlakker slaat,
dan wacht mijn land…Mijn vlakke land…

Wanneer de lage lucht vlak over het water scheert,
wanneer de lage lucht ons nederigheid leert,
wanneer de lage lucht er grijs als leisteen is,
wanneer de lage lucht er vaal als keileem is,
wanneer de noordewind de vlakte vierendeelt,
wanneer de noordewind er onze adem steelt,
dan kraakt mijn land…Mijn vlakke land…

Wanneer de Schelde blinkt in zuidelijke zon
en elke vlaamse vrouw flaneert in zon-japon
wanneer de eerste spin z’n lentewebben weeft
of dampende het veld in juli-zonlichtheeft,
wanneer de zuidewind er schatert door het graan,

wanneer de zuidewind er jubelt langs de baan,
dan juicht mijn land…Mijn vlakke land…

Jacques Brel, 1962

Het extreem-rechtse Nederland

P1010754

Wat is er met je land aan de hand? Het was de meest gehoorde vraag vorige week in Barcelona, nadat Nederland al de voorlopige resultaten van de Europese verkiezingen bekend had gemaakt. “Extreem rechts wint in Nederland,” kopten de Spaanse krant en het TV-journaal. In Nederland werd er, op zijn beurt, weer lacherig om gedaan. Hoe konden de Spanjaarden ons nou als extreem-rechts beschouwen?

Of Geert Wilders nou extreem-rechts of héél erg rechts is, dat maakt nauwelijks iets uit. Zijn denkbeelden, waarvoor dus 20% van de bevolking iets voelt, zouden door ons, Nederlanders, gewoon als extreem-rechts, xenofoob en zelfs fascistisch worden bestempeld als Wilders geen Limburger maar een Italiaan, Spanjool, Brit of Fransman was geweest. Om maar niet van een Duitse versie van ‘onze Geert’ te spreken.

P1010767

Maar die PVV-overwinning is niet wat mij zo verwondert. Het is die totale onvolwassenheid of willekeur wat stemgedrag betreft. Wat drie jaar terug nog massaal op Ossenaar Marijnissen en zijn SP stemt heult nu met de volledige overkant van het politieke bestel. De wekelijkse peilingen die worden gepubliceerd geven dat beeld ook weer. Een partij kan in twee weken tien zetels winnen of verliezen, alles en iedereen schommelt heen en weer, afhankelijk van wat die op televisie heeft gezegd, van wat de ander in het parlement heeft geroepen en van wat de derde voor een luchtbel als wetsvoorstel heeft gepresenteerd.

Anderen zullen het een volwassen democratie noemen. Voor mij, en de buitenwereld, lijken de stembriefjes in Nederland vluchtiger dan WC-papier.

Back to the roots

P1010697Ze zijn in Barcelona geboren, hebben een beetje moeite om Utrecht goed uit te spreken (dat hebben de Uteregters zelf ook, dus dat is geen probleem), maar af en toe moet papa een beetje nostalgisch doen en dan neemt hij ze mee naar de stad waar de eerste 20 jaar van zijn leven zich afspeelden. En omdat er heel veel winkels zijn om kleren te kopen vinden ze het nog leuk ook.

Utereg me statsie verandert gelukkig weinig op de meest authentieke plaatsen. Op de achtergrond van de foto de cafeetjes op het Wed en links om de hoek één van de leukste terrasjes als de zon een beetje schijnt, die van De Zaak, waar je vroeger de brandweer kon zien en horen uitrijden.

Dat zo’n centrum met Dom en grachten en Vismarkt gewoon goed is toont hoe ze vroeger wél steden konden plannen en leuk maken. Eromheen vind je het bewijs hoe stedenbouwkundigen in de tweede helft van de 20ste eeuw vooral blunderden. De Catharijnesingel werd niet zo heel lang geleden (een jaartje of dertig) gedempt en heette dus de Catharijnebaan, voor auto’s, nu moet er weer water in. Het hele gebied rond het Vredenburg gaat op de schop en in en rond het CS en Hoog Catharijne zijn al talloze malen veranderingen óp de veranderingen doorgevoerd. Je vraagt je soms af waarom mensen op iets als stedenbouw hebben gestudeerd.

Een weekje weinig Barcelona dus, op dit blog, maar Nederland, met af en toe een bui. Waardoor je dus soms om vijf uur al thuis zit en gaat dobbelen, maar dat vinden opa en oma natuurlijk hartstikke leuk…

P1010700

De langste van de wereld, en we kunnen niet basketballen

gasol

Dit is Pau Gasol, rechts. Een Catalaan van 2,15 meter. En links, natuurlijk, Kobe Bryant. In Beijing stonden ze tegenover elkaar in de Olympische basketbalfinale, de VS tegen Spanje. Het was een mooie pot. Nu vormen ze samen de perfecte combinatie om de Los Angeles Lakers de NBA-titel te bezorgen. Ze staan met 2-0 voor tegen Orlando Magic. Vorig jaar, met dezelfde twee krachtpatsers, verloren de Lakers maar net, van Boston. Gasol zou de eerste Spanjaard in de geschiedenis zijn die de NBA wint; vijf van zijn landgenoten spelen bij andere ploegen in de VS. 

Spanjaarden zijn nooit zo lang geweest. Nog altijd liggen ze, denk ik, gemiddeld tien centimeter achter de Nederlanders, die maar blíjven groeien en hun naaste belagers, de Zweden, inmiddels zes centimeter achter zich hebben gelaten. Het Nederlandse basketbal stelt al 25 jaar helemaal niets voor. Als student journalistiek volgde ik soms Europese wedstrijden van Den Bosch en Leiden, toen historische ploegen die zich met de internationale top konden meten. Sindsdien zijn wij, Nederlanders, blijven groeien, maar steeds slechter gaan basketballen.

nadalNet zoiets als met het tennis. Nergens in de wereld is tennis zo’n grote recreatiesport als in Nederland, maar toppers komer er al jaren niet uit voort. Eén man bij de top-100, daar mogen we soms eens blij mee zijn. Dan de Spanjaarden. Gravelbijters? Dan bijten ze wel hard. Soms bijna 20 man bij die eerste 100.

Of wielrennen. Welk land fietst meer dan Nederland. Maar geen klassiekerwinnaars meer, geen Tour-bedwingers, geen wereldkampioenen. In Spanje is fietsen soms levensgevaarlijk. Misschien dat ze hier daarom zo goed zijn, fietsen is overleven. Dan win je Tour, Vuelta, Giro en olympisch goud in één jaar.

Je kunt er allerlei theorieën op loslaten. Hieronder een poging van mezelf, na de Spaanse sportzomer van vorig jaar… (deels achterhaald: nu heeft een Rus de Giro gewonnen en een Zwitser Roland Garros; maar Barça de Champions League…)

2008 was het sportjaar van Spanje. Van Rafa Nadal tot de nationale voetbalploeg, van Alberto Contador en Carlos Sastre tot basketballer Pau Gasol en golfer Sergio García, allen oogsten triomfen en lof in de meest gevolgde sporten ter wereld. Toeval? Een verhaal over democratie, een betere voeding en, natuurlijk, veel talent én geld.

 EDWIN WINKELS / BARCELONA (Algemeen Dagblad)

Honderdacht punten. 117-108, op een verre ochtend in Beijing, primetime op televisie in de Verenigde Staten, midden in de nacht in Europa. Misschien meer dan de ongelooflijke reeks overwinningen tekent de Olympische basketbalfinale het best het succesvolle jaar voor Spanje in de sport. Een nederlaag? Ja, eentje die gevierd werd als een overwinning.

,,Ze hebben het goud gewonnen, de Amerikanen, ze verdienen het ook, maar ze hebben er hard voor moeten vechten, hè?” zei een trotste Pau Gasol, sterspeler van het Spaanse team en goede maatjes met Kobe Bryant bij de Los Angeles Lakers, met wie hij de NBA-finale verloor.

contadorSpanjaarden, waren dat niet die kleine, slechtgeklede, naar goedkope sigaretten stinkende en rumoerige mannetjes die in de zomer op het strand of in de disco met hun hanengedrag de blonde vrouwen uit het verre Europese noorden probeerden te versieren, meestal tevergeefs? Dezelfde Spanjaarden die nu de NBA-sterren vanaf eenzelfde hoogte, meestal boven de twee meter, tutoyeren?

Ja, dus. Dat eerste, dat van die opdringerige, maar vooral onzekere macho’s, dat was vroeger, in de tijd van generaal Franco, en in de eerste jaren van de democratie, na de dood van de dictator in 1974. Toen al waren er trouwens een paar basketballers, uitzonderlijke talenten die in Spanje ver boven de middelmaat uitstegen, die voor één van de weinige hoogtepunten in de Spaanse sport in tientallen jaren zorgden: zij werden tweede op de Olympische Spelen in Los Angeles, ook toen achter de VS.

Maar toen waren zij een zeldzaamheid. Real Madrid had twintig jaar eerder even in Europa geregeerd en een enkele tennisser (Santana, Orantes), een motorcoureur (Angel Nieto) plus een golfer (Ballesteros), toen allemaal wel érg dure of elitaire sporten, deden het individueel goed. Dat was alles.

Maar die basketballers van nu, waarvan een half dozijn in de NBA speelt en die in Beijing op 8.13 minuten van het einde op slechts twee punten waren genaderd (91-89), die zijn geen zeldzaamheid meer. En ze zijn nóg langer dan hun voorgangers, want heel Spanje is gegroeid. In 1977 waren de Spaanse mannen van 20 jaar gemiddeld 170 centimeter lang (hun vaders zaten op de 166) en nu komen ze net boven de 175. Dat is een snelle groei.

Met de democratie kwam er betere voeding, gezondheidszorg, onderwijs en meer lichaamsbeweging, en die combinatie is verantwoordelijk voor die groei, aldus kinderartsen. Allemaal gevolgen van de welvarendheid van een land dat zich vroeger altijd minder voelde tegenover de Europese buren en door de dictatoriale isolatie nauwelijks de grens overtrok. Afrika begon bij de Pyreneeën.

Dat minderwaardigheidscomplex bestaart niet meer, zeker niet in de sport. Anno 2008 boekt geen van de andere grote Europese landen zoveel aansprekende sportieve successen als Spanje. ,,Spanje was een slapende sportgigant en je kon erop wachten dat die een keer zou ontwaken,” zei Maurits Hendriks deze week. Hij werd met zijn hockeyers tweede op de Olympische Spelen, omdat hij zijn mannen al jarenlang heeft voorgehouden dat zij ‘meer kunnen dan zij ooit van zichzelf hadden verwacht’.

Natuurlijk zit er ook iets van toeval in zo’n opvallend sportjaar. De collectieve Europese titel van de voetballers heeft niet direkt iets te maken met de heerschappij van Rafael Nadal, die Roland Garros (gravel), Wimbledon (gras) én Olympisch goud (hardcourt) won, maar beide successen benadrukken wel dat de Spanjaarden een historische last van zich hebben afgegooid.

Jarenlang leed de nationale voetbalploeg onder de afwezigheid van een goede spits, want alle dure doelpuntenmakers werden door de clubs in het buitenland gekocht. Nu is Spanje in staat zelf een spits naar Liverpool te exporteren. De ervaring van Fernando Torres, en jongens als Fabregas, Xabi Alonso met hem, in een totaal ander voetbal dragen bij aan een succes dat in Spanje in het jeugdvoetbal wordt gekweekt. De concurrentie is al bij de jongste junioren groot, omdat de meeste clubs maar één elftal per leeftijdsklasse hebben en slechts de besten of meest ambitieuzen overleven op de lange weg, die tot voor kort voor de meeste jochies ook nog eens op gravel moest worden afgelegd. Pas sinds dit seizoen zijn de clubs verplicht (kunst)grasvelden aan te leggen.

Het komt de breedtesport in het voetbal niet ten goede (de Spaanse voetbalbond heeft minder leden dan de KNVB), maar misschien kiezen daarom ook veel jonge jongens voor een andere sport, waarin ze wél kunnen uitblinken. Rafa Nadal, bijvoorbeeld, was een aardige voetballer. Net als autocoureur Fernando Alonso. Maar net niet goed genoeg.

Nadal is hét Spaanse rolmodel voor het slechten van barrières. In zijn eerste triomfantelijke jonge jaren kreeg hij al snel de naam van gravelkoning, nu is hij, volgens de koele cijfers, de meest complete tennisser ter wereld. ,,Sporters als Nadal, Alonso, Pau Gasol, Alberto Contador en anderen hebben allemaal heel veel charisma. Alles wat ze doen of zeggen heeft een enorme repercussie, waardoor ze een voorbeeld zijn voor de jeugd,” zegt Miguel Indurain.

De vijfvoudige Tour-winnaar was zelf zo’n voorbeeld. De uitzonderlijke wielersuccessen van dit jaar (Sastre wint de Tour, Contador Giro en Vuelta, Sánchez en Llaneras Olympisch goud, Freire een groene trui en Valverde klassiekers) komen allemaal van mannen die 15 jaar terug op televisie Indurain in het geel de wielerwereld zagen domineren. Ze ontdekten dat je in Spanje niet meer een kleine berrgeit hoefde te zijn om te winnen.