
Om te beginnen vond hij het een vreselijke naam. Copito de Nieve, of Floquet de Neu op z’n Catalaans. Sneeuwvlokje. Een vlokje dat later overigens een enorme vlok van 200 kilo zou worden. Het aapje heette Nfumu Ngui, zei Jordi Sabater Pi tegen de gemeenteambtenaren van de dierentuin van Barcelona, ‘witte gorilla’ in de lokale taal van Ikunde, ergens in het oerwoud van Ecuatoriaal Guinea. Maar het beest werd Sneeuwvlokje, voor altijd, tot de aap in 2003 op ongeveer 40-jarige leeftijd overleed.
Donderdag overleed ook, op 87-jarige leeftijd, Jordi Sabater Pi, de bioloog die de aap op 5 oktober 1966 in Ikunde ontdekte en van een gewisse dood redde. Jagers hadden de moeder van het aapje doodgeschoten. Het beestje was uitgehongerd, klampte zich aan zijn dode moeder vast. Sabater betaalde de jagers 15.000 peseta’s om het dier veilig te stellen. Het was zo’n twee jaar oud en woog slechts negen kilo.

Sindsdien heeft Copito de bioloog diens hele leven achtervolgd. “Ik ben Copito helemaal zat, ben het zat altijd hetzelfde verhaal te vertellen,” zei Sabater dit voorjaar in één van zijn laatste interviews. Alsof hij niets méér had gedaan in zijn leven, de man die misschien wel vaker met de gorilla’s had samengeleefd dan de beroemde apenvrouw Diane Fossey. Eén ding wist Sabater wel zeker: “Ik heb er nooit spijt van gehad het beest hierheen te hebben gehaald; in het oerwoud zou het niet overleefd hebben.”

Copito werd dé grote attractie van de dierentuin van Barcelona. (In Nederland dachten veel mensen dat Sneeuwvlokje hier ook de bijnaam van Ronald Koeman was; een verzinsel van een Nederlandse journalist. Koeman noemden ze hier Tintin, Kuifje.)
Ik heb ‘m vaak gezien, Copito, al op gevorderde leeftijd. Nooit zo’n menselijke blik in het gezicht van een gorilla gezien. Hij was een beetje dom, onthulde Sabater eens, waarschijnlijk het gevolg van het albino-zijn. De bioloog schonk al vóór zijn dood zijn hele bestand, waaronder enkele van de bijgaande foto’s, aan de Universiteit van Barcelona. Zelf komt hij zijn grootste ontdekking deze dagen misschien weer ergens tegen.



Zes jaar later is er nog altijd niets gebeurd. Poolshoogte nemen, dus. Wat blijkt. De grond was tot vorig jaar aan een boer verpacht die er zijn tientallen koeien mocht laten grazen. Maar nu wil de boer niet weg. Althans, hij woont ergens anders, maar hij laat de koeien, op de foto van vanmiddag op de voorgrond, gewoon staan. En de Arabier, sjeik Butti Bin Maktoum Bin Juma Al Maktoum, dierenliefhebber én vanzelfsprekend een bemiddelde man uit de Verenigde Arabische Emiraten, vraagt zich af wat nu te doen.
Grappig is dat ze elkaar eigenlijk al sinds 1994 kennen, toen ze beiden debuteerden in de veelgeprezen film Jamon jamon van Bigas Luna, met een Bardem die met een stevige ham begint te slaan als één van de beroemdste scènes. De andere is die van intense liefde tussen de twee onder één van die grote Osborne-stieren die nog altijd langs sommige wegen staan. Bij de première (foto hieronder) waren beiden aanwezig en in het kleine Spaanse filmwereldje kwamen ze elkaar natuurlijk regelmatig tegen. Uiteindelijk deelden ze niet alleen hun politieke idealen (Bardem is nóg iets linkser dan Pé, hij komt uit een beroemde artiestenfamilie die onder Franco te lijden had, zij uit een Madrileens arbeidersgezin, pa verkocht auto’s, moeder was kapster) maar ook hun liefde.


dat een Nederlander er ooit had laten bouwen.
Engelsman, niet één Italiaan. En we gingen naar het zwembad van de camping in Recoubeau en voelden ons in een Center Parks- of Landal-zwemfestijn. Ik sneed er bovendien twee vingers diep open aan de glijbaan. Rotland, Frankrijk…
verdedigen, met een paar fotootjes. De Costa Brava dan vooral, de kust die samen met die van het Baskenland het dichtst bij Nederland ligt (tussen de 1300 en 1500 kilometer) en die toevallig precies honderd jaar geleden van een plaatselijke schrijver-journalist deze naam kreeg: de wilde, woeste kust.
Ik ging er laatst weer eens op speurtocht naar kleine paradijsjes aan de Middellandse Zee. Natuurlijk, alles is al ontdekt, zeker zo dicht bij huis, maar toch is het mogelijk in augustus, de topmaand in Spanje, rustige strandjes aan te treffen. Ook als je geen zeiljacht hebt dat in één van die baaitjes kan
aanleggen die over land onbereikbaar zijn.
beschermde heuvels van Cap de Creus te wandelen. Maar na al dat gezweet heb je ook wat: bijna niemand op het kiezelzand, slechts wat bootjes in de baai. Het moet er alleen niet waaien, dan word je er gek.
de plaatselijke vissers er hun feest. Alles wat zij overdag hebben gevangen nemen zij mee naar deze baai, waar ze het ‘s avonds zelf bereiden en vervolgens de hele nacht opeten en wegdrinken.

Bottarga is, in zijn meest originele versie, de volledige zak met kuit van de harder. Althans, de harder is de enige vis de haar kuit in zo’n grote zak bewaart; de zak en het kuit worden gezouten, gedroogd en geplet en daardoor ontstaan er harde stukjes gedroogde kuit die een ongelooflijk intense smaak van de zee hebben en, vanzelfsprekend, behoorlijk zout zijn en dus met mate moeten worden gegeten.
men zegt dat bottarga uit de tijd van de Feniciërs stamt, al komt het woord van het arabische butarikh, dat weer ‘gezouten viskuit’ betekent. Er wordt trouwens ook bottarga van de kuit van zwaardvis of tonijn gemaakt, maar de authentieke, die van Sardinië, is deze, die van de harder.
Over zo’n busreis, dus. Vroeger deed ik het altijd: 24 uur vanuit Nederland met de Iberbus naar Barcelona; was de goedkoopste optie. Keek er toen nooit van op als de chauffeurs bij het eten een wijntje namen, met nog 20 uur voor de boeg. Als 20-jarige zie je de risico’s niet.

Cala Gonone, één van de populairste badplaatsjes van het eiland, is vooral klein en authentiek gebleven. Een typische boulevard met typische pizzeria’s natuurlijk, maar zo klein (geen hoogbouw) dat er bijvoorbeeld maar één geldautomaat voor het hele dorp is. Een dorp waar vooral (heel rustige) Italiaanse toeristen komen die de drukte van Rome en Milaan ontvluchten en waar om een uur of tien ’s avonds de bewoners zich verzamelen op het kleine pleintje voor de kerk om er aan de t0mbola mee te doen. Jong en oud. Vrolijk en serieus.
Even verderop staat een jonger broertje/zusje van slechts 2.000 jaar. De jongen en het meisje die er elke dag de wacht houden en 2 euro entree vragen voor het bezoeken van het erkende natuurmonument hebben deze dagen met spanning naar de lucht gekeken. De gloed van de vlammen was iets verderop te zien, de gloeiendhete zuidwestenwind loeide over het hele eiland, de branden waren bijna niet te stoppen maar uiteindelijk, ver voordat ze vlammen bij s’Ozzestru kwamen, konden zij worden gedoofd.
Een weekje weg, geen laptop mee, dus misschien onregelmatige posts. Nou maar hopen dat Silvio Berlusconi in zijn fameuze Villa Certosa wifi heeft. Andere dingen heeft-ie er genoeg, dus een internet-verbinding is misschien geen prioriteit.