Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Dus vandaag is het de dag van de oorlogsgod, dankzij de Romeinen

weekmozaiek

Terug in de tijd, in dit geval naar de tweede eeuw, toen keizer Adrianus bij het oude Itálica (200 jaar v C) een luxe buitenwijk liet bouwen ter ere van zijn oom Trajanus (die daar, in de buurt van Sevilla, waar nu het plaatsje Santiponce ligt, was geboren en de eerste Romeinse keizer van búiten Rome zou worden). De indrukwekkende resten, stenen, pilaren en mozaïeken laten toen ongetwijfeld prachtige woningen van 2.000 vierkante meter zien. In één ervan, het Huis van de Vogels, laat één van die mozaïeken je terugkeren naar de schoolbanken en je nadenken over iets waar je al lang niet meer bij stilstond: de dagen van de week, of beter: de namen ervan.

weekmozaiek2Zeven goden (en/of planeten) staan er in het mozaïek, en in het Spaans zijn die dagen soms iets eenvoudiger te herkennen in hun namen dan in het Nederlands, dat zich bovendien af en toe op de Germaanse taal richt.

Selene is, uit de Griekse mythologie, de maan of luna. Een makkie dus, maandag en lunes.

 Marte, de god van de oorlog (Mars), is in het Spaans heel makkelijk martes geworden. De Germaanse naam is Tiwas, verbasterd tot onze dinsdag.

Mercurius, de beschermer van wegen, reizigers en de handel, is miércoles geworden. Onze woensdag inspireren wij op Wodan, de Germaanse leider van het dodenleger dat zich door de lucht verplaatst.

Jupiter, de god der Romeinse goden, is jueves, en dat komt weer van het Latijnse jovis dies, de dag van Jupiter. Die lanceerde ook donder en bliksem, net als zijn Germaanse equivalent Thor: vandaar onze donderdag en de Engelse thursday, bijvoorbeeld.

Venus staat in het midden van het mozaïek. Godin van de natuur, schoonheid en liefde. Háár dag heette veneris dies, dus het Spaanse viernes. En in het Germaans was zij Friiya of Freya.

Bij Saturnus wijken de Spanjaarden (en vele anderen, iets af). De sábado komt niet van de naam van deze beschermheer van het land en de oogst, maar van het Hebreeuwse sabbath. Maar in Nederland is onze zaterdag juist wel een verbastering van Saturnus, het best te herkennen in saturday.

De zondag tenslotte (voor velen de eerste dag van de week, voor anderen de laatste) is weer een makkie, in het Nederlands dan. Niet zozeer door die naam op het mozaïek, Helios, maar wel diens betekenis: de zonnegod. Dit was, voor de Romeinen, de dag van de zon. Het Spaanse domingo (en dimanche en domenica, onder vele anderen) komt daarentegen van het christelijke dies Dominicus, de dag van de Heer, om de herrijzenis van Jezus te herdenken.

Dat was het, voor deze dinsdag

Carmona, 21 uur; en het plein leeft!

carmona2

Het is de tweede achternaam van mijn kinderen, dus een bijzonder stadje. Carmona. Iets van 28.000 inwoners en een prachtige Parador (die keten van staatshotels in oude kastelen, paleizen en op andere bijzondere plaatsen), 30 kilometer ten oosten van Sevilla. Van het hoogste punt uitzicht over de gortdroge velden tot Gibraltar aan toe, zeggen ze. Iets meer dan 33 graden begin oktober, ’s avonds om negen uur op het terrasje nog zo’n 27.

Over dat laatste wilde ik het hebben. Niet de temperatuur, maar het terrasje, vanwaar bovenstaande foto is genomen. Negen uur, en het centrale plein van het dorp, de Plaza de San Fernando, bruist nog van het leven. carmona1Kleine kinderen in hun fietsjes op straat, tieners die op de houten banken respectvol praten met oudere mensen, waarschijnlijk hun grootouders, mannen in de kroeg, vrouwen op de terrasjes of met de kleintjes bij de snoepwinkel, die nog open is. Leven! Vrolijkheid!

Even op internet gekeken welke gemeentes in Nederland 28.000 inwoners hebben: Veendam, Aalsmeer, Boxmeer… Ken ze niet goed, maar betwijfel of daar nog iemand na 17.45 uur op straat is. Ik weet, de vergelijking is zo scheef als de toren van Pisa – andere cultuur, andere temperatuur vooral -, maar juist dát is wat me, na 21 jaar, nog altijd van Spanje blijft bekoren. Het leven op straat, en zeker daar in het zuiden.

Trouwens, de twaalf biertjes, één rode wijn en twee glazen water op het terrasje kostten ons precies 12 euro…

Verliefd op de Maagd van de Goede Boeken

vrgendeloslibros

Ben niet katholiek (ook niet protestants, noch moslim), maar deze Maria mag van mij altijd blijven. Had nog nooit van haar bestaan gehoord en zoekend op internet heb ik ook vrijwel niets over haar oorsprong kunnen vinden (ze is jonger dan ik, van ’67 geloof ik), maar de naam is wonderbaarlijk schoon. Ik kwam haar tegen op een straathoek in het zwoele Sevilla en zij viel direct op: Virgen de los Buenos Libros heet ze. Dus niet gewoon een Maagd van de Boeken. Ze gaat veel verder: ze is de beschermheilige van de Goede Boeken, want er verschijnt natuurlijk ook veel rotzooi. Wat goede boeken zijn en wat niet? De Maagd, daar op die straathoek in Sevilla, wilde het niet vertellen.

Ook de ‘ibérico’ ham lijdt onder de crisis

ruta de la plata 031

Er hangen tussen de 60.000 en 65.000 hammen, in de van buiten onopvallende, bijna onooglijke loods in een gat dat Fuente de Cantos heet, aan de zuidrand van Extremadura, samen met het aangrenzende noorden van Huelva en, een stuk verderop in noordelijke richting, Salamanca, het paradijs van de cerdo ibérico, het smakelijke Iberische varken dat Nederland vrij laat heeft ontdekt. Vroeger was het vaste gewoonte om Parma-ham te bestellen – altijd bij meloen natuurlijk -, want dat zou de beste ham ter wereld zijn. Natuurlijk niet. Als je over ham praat komt niets in de buurt van dit Iberisch varken, en zeker niet als het zich in de winter heeft vetgevreten met eikeltjes (bellota), zwarte poten heeft (pata negra) en uit de buurt van Jabugo (Huelva) of Guijuelo (Salamanca) komt. En dan kun je ook nog kiezen tussen de jamón (de dikkere achterpoot) en de paleta (de dunnere voorpoot), volgens de kenners beide van eenzelfde kwaliteit.

ruta de la plata 028Casa Carloto, waar we op bezoek zijn, heeft van alles een beetje. Gemiddelde fabrieksprijs per ham is zo’n 200 euro, dus als je er 65.000 hebt hangen ben je over een tijdje 13 miljoen euro rijker… Maar de crisis treft ook de hammen, zegt eigenaar José. De verkoop is met de helft gedaald, de voorraad slinkt nauwelijks en hij probeert het droogproces van de hammen, dat normaal zo’n drie jaar bedraagt, te vertragen, in afwachting van betere tijden.

Ook eindelijk eens van dichtbij geleerd hoe dat drogen van de hammen verloopt. Kort na de slacht en de despiece (het in stukken snijden van het varken; de poten voor de hammen, de ingewanden eruit, het vlees voor de slager en de rest voor worsten als chorizo, fuet, salchichon en lomo en het bloed voor de morcilla) wordt al het bloed uit de poten geperst en gaan ze direct de zoutkamer in, waar ze in lange rijen en op hoge stapels dagenlang bij een temperatuur van 4 graden en een vochtigheidsgraad van 95% (nodig om het grove zeezout te laten intrekken) komen te liggen. De tijdsduur is één dag per kilo gewicht. Daarna worden de hammen onder hoge druk schoongespoten en in een koelkamer gehangen, waar de temperatuur langzaam omhoog wordt gebracht, om de overgang naar ‘natuurlijk gekoelde’ kamers niet al te groot te maken. En daar, tussen dikke muren die de grote hitte buiten houden, hangen de hammen tot drie jaar lang, druipend van het vet, besmeerd met extra vet om hen tegen vliegen en andere beestjes te beschermen en wachtend op kopers, de tussenhandelaren die, voordat die hammen in de winkels en restaurants terechtkomen, de prijs nog eens verdubbelen of verdrievoudigen. Maar dat maakt de smaak er niet minder om.

Rome in het klein

merida3

Na 21 jaar ken ik verreweg het grootste deel van Spanje, wegen en landschappen, bergen en strandjes, steden en dorpen, maar er zijn nog altijd genoeg plaatsen waar ik nooit ben geweest. ’t Land is gewoon te groot. Mérida was er één van, en ik weet niet waarom ik er nooit een voet had gezet. Geen excuus is mogelijk. Heb ’t gisteren goedgemaakt. Het is alsof je er door Rome loopt, maar dan op een kleine schaal. Kom je een winkelstraat uitlopen en kijk je, voor de zoveelste keer, tegen weer een paar oude Romeinse zuilen aan, dit keer van de tempel van Diana.

merida1Mérida was één van de drie Romeinse hoofdsteden in Iberië en Lusitanië, samen met Córdoba en Tarragona. En nergens zijn de resten zo mooi bewaard gebleven als hier. Vooral, op de foto boven, het theater en amfitheater van 5 en 13 jaar na Christus, vanaf 1912 opgegraven onder wat tot dan een soort vuilnishoop was. In het amfitheater werd met de dood gespeeld (gladiatoren, slaven), het theater was voor heuse toneelspelen zonder bloed. Een wonder is ook de brug over de Guadiana, de langste Romeinse brug in Spanje, zoniet van Europa.

Ben op een korte, vierdaagse reis langs het zuidelijke deel van de Ruta de la Plata, de oude zilverweg die helemaal van Gijon tot Sevilla loopt. De Romeinen haalden hun zilver uit de mijnen van Asturië, transporteerden het over de speciaal aangelegde weg naar het zuiden, waar het aan boord van schepen richting Rome ging. Cultuur en oudheid opsnuiven dus, maar het grote voordeel van Spaanse steden en dorpen is dat er ook genoeg andere geneugten, vooral gastronomische zijn, al ben ik nu, na twee dagen, het varkensvlees al wel een beetje zat. En straten en pleinen vol leven, natuurlijk, bij het vallen van de avondzon en een temperatuur van rond de 25 graden.

merida2

Het zakkenrollersparadijs

zakkenrollers 2

Goh, verrassende conclusie van het Catalaanse ministerie van Binnenlandse Zaken, waaronder het politiekorps van de Mossos d’Esquadra valt: Barcelona is geen onveilige stad, maar het aantal berovingen is “extreem hoog”, aldus de autoriteiten. Ja, dat weet iedereen, bewoner én toerist, al jaren. Allemaal zijn ze wel eens gerold of beroofd, de toeristen qua percentage wat meer dan de bewoners, want ze zijn nou eenmaal makkelijker slachtoffers. Volgens de laatste cijfers, vandaag door dat ministerie bekendgemaakt, betreffen liefst 70% van alle aangiftes in het oude centrum, dus rond de Rambla, kathedraal en de Barceloneta, wat ze ‘kleine berovingen’ noemen: zakkenrollen, tas afpakken of rugzakje op het strand ongemerkt bij je wegtrekken. Steeds meer zijn ook de hotels er slachtoffer van. Nieuwste truc: boeven stellen zich ín de hal voor als politieagenten en willen van de zojuist gearriveerde toeristen hun documenten zien; zodra die hun portefeuille trekken, wordt die afgepakt en verdwijnen de boeven.

zakkenrollers BCNEn nou gaan ze er écht wat aan doen, zeggen de politieke bazen van de politiekorpsen. Wat? Meer ‘blauw op straat’. Of het werkt? Tuurlijk niet. Want dat blauw pakt al genoeg van die zakkenrollers op, sommigen inmiddels meer dan 70 keer, maar omdat het lichte delicten betreft kan de rechter hen niet opsluiten en staan ze de middag na hun aanhouding in de morgen weer op straat. Obers op terrassen, bewakers bij hotels: ze kennen allemaal de boeventronies, waarschuwen hun gasten, jagen de slechteriken weg, maar het helpt nauwelijks.

En het eerste wat de diefjes doen na hun vrijlating is doorgaan met het bestelen van toeristen, in de metro, op de Rambla, op het strand, in het hotel, overal. Barcelona begint er een steeds slechtere naam door te krijgen, maar weet maar niet hoe er af te komen.

’t Is nat aan de Costa Blanca

regen

Soms is een weeralarm niet overbodig. Er was en is er één deze dagen voor de doorgaans droge streken van Almería en Murcia, maar ook voor de omgeving van Alicante en Valencia. In de dorpjes Cárcer en Estubeny viel de laatste 24 uur 205 respectievelijk 200 milimeter neerslag, een absurde hoeveelheid die door geen enkel rioolnetwerk of waterafvoer te verwerken is. (Het historische record voor Nederland is trouwens 208 mm op 3 augustus 1948 in Voorthuizen.) Omdat het overal in de streek wel meer dan 100 mm plenste, stond alles blank en werd zelfs de snelweg AP-7 langs de kust afgesloten.

regen2Geen pretje voor de mensen die dachten de augustusdrukte te ontvluchten en in de doorgaans prettige maand september de stranden van Benidorm, Denia, Jávea, het schattige Altea (mijn favoriet, met afstand) of één van die andere plaatsjes aan de Costa Blanca op te zoeken. Of die tussen de Britten in hun huis in het pensionado-stadje Torrevieja gingen zitten. Want met deze laatste regens erbij beleeft de provincie Alicante de natste maand september sinds… 132 jaar. Nou is het nog wel 18 dagen droog geweest, maar in de 11 dagen dat het wél heeft geregend is er maar liefst 290 mm gevallen.

Over de wolkbreuk van gisteren, die in het Spaans gota fría heet (in het Engels cold drop) en die typisch is in de herfstmaanden voor de Spaanse zuidoostkust aan de Middellandse Zee: komt doordat deze dagen de temperatuur van de zee nog hoger is dan die van het land. Het water verdampt sneller dan ooit en stijgt ook sneller dan normaal de hemel in, tot het in aanraking komt met de koudere regionen, tot op 15 kilometer hoogte.Cumulonimbus

Daar wordt het water ijs en vormt zich één van de mooiste, maar ook gewelddadigste wolken die er bestaan, de Cumulonimbus, die tot 10 kilometer hoog kan worden. Op een gegeven moment worden de ijskristallen zo groot dat de zwaartekracht gaat werken en zij, soms nog in de vorm van hagel maar meestal al weer tot water gesmolten, massaal en met groot geweld terug op de aarde storten.

Zo, dat was de meteorologische les van de dag. In Barcelona schijnt de zon en kun je zelfs nog in dat rond de 23º warme zeewater spartelen.

1,7 miljoen feestgangers, 1 dode

fuegosmerce1

Blij kun je er natuurlijk niet mee zijn, met deze kop. Eén dode in vier dagen feest. Vanochtend overleed een 52-jarige onderhoudsman van hotel AC Forum in Barcelona. Hij lag al enkele dagen in coma, na incidenten in de eerste nacht van de stadsfeesten, de Mercè. Grote concerten op het in de rest van het jaar desolate Forum-terrein aan de noordrand van de stad, mensen die bezopen bij het eerste ochtendlicht naar huis gaan, de metro opzoeken (die was, in tegenstelling tot andere dagen, afgelopen week 24 uur per dag geopend) en onderweg ergens een plasje willen doen. Wildplassen (mooi, dat Nederlands, goed in het vinden van woorden die nergens anders bestaan) mag ook hier niet, gebeurt echter wel veel, maar die jongens wilden per se in het hotel AC pissen. De receptionisten zeiden dat dat slechts voor gasten was en werkten de onwelkome bezoekers met hulp van het slachtoffer de deur uit. De laatste kreeg een stomp in zijn gezicht, viel op de grond, met zijn hoofd op de stoeprand. De werknemers van het hotel hadden de directie al sinds vorig jaar om bewakers gevraagd op altijd moeilijk avonden en nachten als deze, wanneer duizenden feestgangers voor de deur langslopen en dus soms naar binnen komen. De directie vond dat te duur, maar de nacht na de incidenten was die bewaking er wel.

correfoc (c) Julio CarboMaar toch: verder was het redelijk pais en vree in de stad. Vier dagen en nachten feest en liefst 1,7 miljoen mensen op pad voor allerlei gratis evenementen (concerten, circus, theater, castellers en de voor toeristen verbijsterende maar tegelijk aantrekkelijke correfoc, de vuurrijke optocht van duivels en draken. (Tip voor als je eens naar de stadsfeesten van Barcelona of andere Catalaanse dorpsfeesten komt: voor de correfoc zijn lange mouwen en een hoedje van stro of dikke capuchon, een zonnebril en eventueel een zakdoek voor de mond noodzakelijk om de vonkenregen zonder pijnlijke brandwondjes van Lucifer te overleven.)

Naar het afsluitende vuurwerk van gisteravond bij de Plaça Espanya (een piromusical noemen ze het, het vuur danst er op de tonen van loeiharde muziek) kwamen 175.000 mensen af. En wéér geen incidenten, ook niet onder de automobilisten die, zoals ik, een enorme omweg moesten maken om de stad uit te komen . Er zijn volken die van feestvieren houden zonder dat er voortdurend hommeles is. Maar tóch jammer van en voor die ene dode; één te veel.

Een pompeus Parthenon aan de boulevard

paseo1

De meningen zijn verdeeld. Decennialang lag aan de luxe Passeig Marítim van Sitges, de monumentale boulevard met talloze paleisjes daterend van begin vorige eeuw, één stuk brakke grond. Vreemd, want dat stuk grond was goud waard en wie zou daar nu géén huis willen neerzetten, met zicht op zee. Uiteindelijk was er twee jaar geleden eindelijk activiteit. Naarmate het werk vorderde steeg bij ons, vaste inwoners van de buurt, het afgrijzen. De constructie werd met de dag pompeuzer en uiteindelijk is er een gigantisch pand verrezen, dat van links naar rechts bijna volledig het beschikbare terrein in beslag neemt. Sommigen noemen ’t het Parthenon, ik vind het meer iets Romeins hebben. Toeristen en dagjesmensen staan er allemaal voor stil, maken er foto’s van en zijn zichtbaar onder de indruk van de nieuwste aanwinst van de boulevard, een huis dat volgens de officiële bouwvergunning 785 m2 groot is.

paseo3Het valt in ieder geval uit de toon bij de omringende huizen, allemaal gebouwd in de Cubaanse of Caribische stijl die de vroegere Catalaanse emigranten, de americanos of indianos, mee terug naar Catalonië namen. Eén van de beste voorbeelden is de Casa Josep Freixa, gebouwd tussen 1919 en 1923, en als je goed kijkt lijkt het bovengenoemde huis er wel een beetje een slechte kopie van.

paseo5Aan de overkant van de straat, en van dezelfde architect (Josep Maria Martino Arroyo), het al jaren leegstaande huis van, zeg maar, mijn achterburen, het Casa Casimiro Barnils, ook van rond 1919, maar wel veel strakker gebouwd. Het staat nog steeds te koop, voor zo’n 10 miljoen euro, al lijkt de prijs een beetje te schommelen… Blijkbaar geen gekken meer die dat geld er voor kunnen geven.

paseo2Het meest opvallende uit dit rijtje, en eentje die uit de toon lijkt te vallen, is El Barco (De Boot), een enorm wit en strak huis, een beetje Le Corbusier-achtig. De oorspronkelijke versie dateert al van 1934, bedacht door Francesc Mitjans (architect van het Camp Nou), die zijn tijd net zo ver vooruit leek als Gerrit Rietveld in Utrecht. Er bestaat nog een enkel fotootjeel barco uit de jaren zestig (hiernaast) van hoe het huis oorspronkelijk was. De nieuwe eigenaar liet het in 1997 slopen en begon al met het bouwen van een nieuw pand toen hij van de gemeente te horen kreeg dat hij een monumentaal en beschermd huis tegen de vlakte had gegooid. Hij werd verplicht er een huis neer te zette dat exact gelijk was aan dat uit 1934. Maar die sloop zal niet in één dag zijn gebeurd, dus vraag je je af waarom de gemeente niet eerder reageerde.

Nou valt er over smaak niet te twisten, dus mag je het ene huis mooier vinden dan het andere, maar gelukkig is de boulevard van Sitges, op een enkel hotel na, wel gevrijwaard gebleven van hoogbouw, in tegenstelling tot, bijvoorbeeld, Benidorm. Hoe Sitges vroeger was? Hierbij een foto uit 1930, ongeveer, met enkele van bovengenoemde huizen in Terramar al zichtbaar. Het huis waarvan ik een deel mag bewonen was net gebouwd en ik zou er toen vanuit mijn slaapkamer nog zicht op zee hebben gehad. Helaas…

passeig maritim

Exotische fauna in de tuin

spin2

De fauna in m’n tuin blijft me aangenaam verbazen. Het moet er goed toeven zijn (waarschijnlijk omdat ik de hoge heg te weinig snoei) en nadat eerder al de opvallende tijgerspin (die nu trouwens veel dikker is dan een maand geleden…) een strategische plek had uitgezocht, liep ik deze week met mijn hoofd in een veel groter web, op anderhalve meter hoogte, met draden die over vijf meter midden door de tuin vanuit de margalló, de typische palmboom uit de Garraf, naar een afdak liepen. spin1Naar de spin zelf was het even zoeken, want het beest blijkt alleen ’s nachts in zijn web te huizen en verstopt zich overdag onder de bladeren van de Chinese roos. Ziet er bozer uit dan de gracieuze tijgerspin, maar van deze heb ik niet kunnen achterhalen wat voor één het er precies is (zijn er misschien kenners onder de lezers?). Tik eens spin in om internet, en er blijken duizenden soorten te zijn. Mag de tijgerspin blijven zitten waar ze zit, deze heb ik maar naar de verlaten tuin van de buren verhuisd. Steeds met je hoofd in het web lopen is niet lekker, en op het blaadje even verderop bleek zij ook al tientallen eitjes (rechts op de onderste foto) te hebben gelegd. Zou toch iets te veel van het goede zijn.

spin3