
Terug in de tijd, in dit geval naar de tweede eeuw, toen keizer Adrianus bij het oude Itálica (200 jaar v C) een luxe buitenwijk liet bouwen ter ere van zijn oom Trajanus (die daar, in de buurt van Sevilla, waar nu het plaatsje Santiponce ligt, was geboren en de eerste Romeinse keizer van búiten Rome zou worden). De indrukwekkende resten, stenen, pilaren en mozaïeken laten toen ongetwijfeld prachtige woningen van 2.000 vierkante meter zien. In één ervan, het Huis van de Vogels, laat één van die mozaïeken je terugkeren naar de schoolbanken en je nadenken over iets waar je al lang niet meer bij stilstond: de dagen van de week, of beter: de namen ervan.
Zeven goden (en/of planeten) staan er in het mozaïek, en in het Spaans zijn die dagen soms iets eenvoudiger te herkennen in hun namen dan in het Nederlands, dat zich bovendien af en toe op de Germaanse taal richt.
Selene is, uit de Griekse mythologie, de maan of luna. Een makkie dus, maandag en lunes.
Marte, de god van de oorlog (Mars), is in het Spaans heel makkelijk martes geworden. De Germaanse naam is Tiwas, verbasterd tot onze dinsdag.
Mercurius, de beschermer van wegen, reizigers en de handel, is miércoles geworden. Onze woensdag inspireren wij op Wodan, de Germaanse leider van het dodenleger dat zich door de lucht verplaatst.
Jupiter, de god der Romeinse goden, is jueves, en dat komt weer van het Latijnse jovis dies, de dag van Jupiter. Die lanceerde ook donder en bliksem, net als zijn Germaanse equivalent Thor: vandaar onze donderdag en de Engelse thursday, bijvoorbeeld.
Venus staat in het midden van het mozaïek. Godin van de natuur, schoonheid en liefde. Háár dag heette veneris dies, dus het Spaanse viernes. En in het Germaans was zij Friiya of Freya.
Bij Saturnus wijken de Spanjaarden (en vele anderen, iets af). De sábado komt niet van de naam van deze beschermheer van het land en de oogst, maar van het Hebreeuwse sabbath. Maar in Nederland is onze zaterdag juist wel een verbastering van Saturnus, het best te herkennen in saturday.
De zondag tenslotte (voor velen de eerste dag van de week, voor anderen de laatste) is weer een makkie, in het Nederlands dan. Niet zozeer door die naam op het mozaïek, Helios, maar wel diens betekenis: de zonnegod. Dit was, voor de Romeinen, de dag van de zon. Het Spaanse domingo (en dimanche en domenica, onder vele anderen) komt daarentegen van het christelijke dies Dominicus, de dag van de Heer, om de herrijzenis van Jezus te herdenken.
Dat was het, voor deze dinsdag

Kleine kinderen in hun fietsjes op straat, tieners die op de houten banken respectvol praten met oudere mensen, waarschijnlijk hun grootouders, mannen in de kroeg, vrouwen op de terrasjes of met de kleintjes bij de snoepwinkel, die nog open is. Leven! Vrolijkheid!

Casa Carloto, waar we op bezoek zijn, heeft van alles een beetje. Gemiddelde fabrieksprijs per ham is zo’n 200 euro, dus als je er 65.000 hebt hangen ben je over een tijdje 13 miljoen euro rijker… Maar de crisis treft ook de hammen, zegt eigenaar José. De verkoop is met de helft gedaald, de voorraad slinkt nauwelijks en hij probeert het droogproces van de hammen, dat normaal zo’n drie jaar bedraagt, te vertragen, in afwachting van betere tijden.
Mérida was één van de drie Romeinse hoofdsteden in Iberië en Lusitanië, samen met Córdoba en Tarragona. En nergens zijn de resten zo mooi bewaard gebleven als hier. Vooral, op de foto boven, het theater en amfitheater van 5 en 13 jaar na Christus, vanaf 1912 opgegraven onder wat tot dan een soort vuilnishoop was. In het amfitheater werd met de dood gespeeld (gladiatoren, slaven), het theater was voor heuse toneelspelen zonder bloed. Een wonder is ook de brug over de Guadiana, de langste Romeinse brug in Spanje, zoniet van Europa.

En nou gaan ze er écht wat aan doen, zeggen de politieke bazen van de politiekorpsen. Wat? Meer ‘blauw op straat’. Of het werkt? Tuurlijk niet. Want dat blauw pakt al genoeg van die zakkenrollers op, sommigen inmiddels meer dan 70 keer, maar omdat het lichte delicten betreft kan de rechter hen niet opsluiten en staan ze de middag na hun aanhouding in de morgen weer op straat. Obers op terrassen, bewakers bij hotels: ze kennen allemaal de boeventronies, waarschuwen hun gasten, jagen de slechteriken weg, maar het helpt nauwelijks.
Geen pretje voor de mensen die dachten de augustusdrukte te ontvluchten en in de doorgaans prettige maand september de stranden van 

Maar toch: verder was het redelijk pais en vree in de stad. Vier dagen en nachten feest en liefst 1,7 miljoen mensen op pad voor allerlei gratis evenementen (concerten, circus, theater, castellers en de voor toeristen verbijsterende maar tegelijk aantrekkelijke correfoc, de vuurrijke optocht van duivels en draken. (Tip voor als je eens naar de stadsfeesten van Barcelona of andere Catalaanse dorpsfeesten komt: voor de correfoc zijn lange mouwen en een hoedje van stro of dikke capuchon, een zonnebril en eventueel een zakdoek voor de mond noodzakelijk om de vonkenregen zonder pijnlijke brandwondjes van Lucifer te overleven.)
Het valt in ieder geval uit de toon bij de omringende huizen, allemaal gebouwd in de Cubaanse of Caribische stijl die de vroegere Catalaanse emigranten, de americanos of indianos, mee terug naar Catalonië namen. Eén van de beste voorbeelden is de Casa Josep Freixa, gebouwd tussen 1919 en 1923, en als je goed kijkt lijkt het bovengenoemde huis er wel een beetje een slechte kopie van.
Aan de overkant van de straat, en van dezelfde architect (Josep Maria Martino Arroyo), het al jaren leegstaande huis van, zeg maar, mijn achterburen, het Casa Casimiro Barnils, ook van rond 1919, maar wel veel strakker gebouwd. Het staat nog steeds te koop, voor zo’n 10 miljoen euro, al lijkt de
Het meest opvallende uit dit rijtje, en eentje die uit de toon lijkt te vallen, is El Barco (De Boot), een enorm wit en strak huis, een beetje Le Corbusier-achtig. De oorspronkelijke versie dateert al van 1934, bedacht door Francesc Mitjans (architect van het Camp Nou), die zijn tijd net zo ver vooruit leek als Gerrit Rietveld in Utrecht. Er bestaat nog een enkel fotootje
uit de jaren zestig (hiernaast) van hoe het huis oorspronkelijk was. De nieuwe eigenaar liet het in 1997 slopen en begon al met het bouwen van een nieuw pand toen hij van de gemeente te horen kreeg dat hij een monumentaal en beschermd huis tegen de vlakte had gegooid. Hij werd verplicht er een huis neer te zette dat exact gelijk was aan dat uit 1934. Maar die sloop zal niet in één dag zijn gebeurd, dus vraag je je af waarom de gemeente niet eerder reageerde.

Naar de spin zelf was het even zoeken, want het beest blijkt alleen ’s nachts in zijn web te huizen en verstopt zich overdag onder de bladeren van de Chinese roos. Ziet er bozer uit dan de gracieuze tijgerspin, maar van deze heb ik niet kunnen achterhalen wat voor één het er precies is (zijn er misschien kenners onder de lezers?). Tik eens spin in om internet, en er blijken duizenden soorten te zijn. Mag de tijgerspin blijven zitten waar ze zit, deze heb ik maar naar de verlaten tuin van de buren verhuisd. Steeds met je hoofd in het web lopen is niet lekker, en op het blaadje even verderop bleek zij ook al tientallen eitjes (rechts op de onderste foto) te hebben gelegd. Zou toch iets te veel van het goede zijn.