Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Peter Gunn in Calafell

Vanavond weer het nostalgische Top-2000 a gogo met Matthijs van Nieuwkerk en muziekencyclopedie Leo Blokhuis gezien. En dat begon met een biljarter, wereldkampioen Dick Jaspers, die zijn persoonlijke paradox naar boven haalde: de stilte van het driebanden tegenover de herrie van Peter Gunn Theme van Emerson, Lake & Palmer. ‘Dat was in 1980’, zei de biljarter. Hij had gelijk. In 1980 was ik voor het eerst zonder ouders op vakantie. Naar Calafell, met Johan en Robert, vrienden van het gymnasium. Op de oude camping El buen vino. En zolang het versieren van de meisjes in de disco nog niet lukte, was dit ons dagelijkse hoogtepunt: rond een uur of zeven naar een kroegje in het centrale straatje en daar met een biertje wachten tot de snoeiharde klanken weer klonken. (Heb de originele versie op YouTube trouwens niet kunnen vinden; op bovenstaande video is hij echter, tussen de hiphop/house van Basement Jaxx door, goed te horen.)

Wat ik toen niet wist, en wat ook vandaag op TV niet werd verteld, was dat Peter Gunn een televisieserie in de jaren zestig was, waarvoor Henri Mancini (Pink Panther) de titelsong maakte. Prachtige studio-opname, deze hierboven. En hieronder een juweeltje, dat je zomaar op YouTube aantreft wanneer je naar dit soort dingen aan het zoeken bent. Een video van pinup Betty Page, met Peter Gunn als achtergrondmuziek. Nou ja, achtergrond…

Eén kilo kwijt met Kerst

Sommige Catalanen vinden het prachtig te horen: hoe anders de Kerst in Nederland wordt gevierd, nog geen 1.500 kilometer noorderlijker dan waar zij het vieren, in Barcelona. Verschil in details, van ’s middags of   ’s avonds eten, thuis of in het restaurant (doe je bijna niet hier, met Kerst).  Maar hetzelfde zouden ze kunnen zeggen van, bijvoorbeeld, Madrid. Ook dáár zijn de Kerstdagen weer heel anders dan in Barcelona. Zo is voor de Madrilenen – en alle Castiliërs in de omgeving – de Kerstavond met cochinillo (speenvarken) van uitzonderlijk belang, terwijl in Catalonië je tijdens de Kerst van alles mag doen als je maar op Sant Esteve, de 26ste, bij moeder viert (terwijl dat in Madrid alweer een werkdag is). En dan komen altijd de canelones op tafel, die zij gemaakt heeft van de restjes van de voorgaande dagen, vooral het (inmiddels gemalen) vlees van de sopa de galets op de 25ste. Ik schrijf bewust de 25ste en 26ste, want vertel je de Spanjaarden van onze 1e en 2e Kerstdag, dan kijken ze je met ongeloof aan. Hoe kan je nou een 1e én een 2e Kerstdag hebben…  

Ik heb deze Kerst van die plaatselijke traditie alleen de sopa de galets gerespecteerd, al aten we die al op Kerstavond. (Galets zijn enorme pastaschelpen, in een vrijwel alleen van vlees en botten getrokken bouillon). Omgeven door Hollandse liefde en familie verplaatsten we de volgende dag het Kerstmaal naar de avond – culturen zijn er om met elkaar vermengd te worden en het beste van verschillende gewoontes te nemen. Tegenslag: de lamsbouten die de avond ervoor uit de vacuüm-verpakking werden gehaald om in de marinade te zetten stonken… Ongelooflijke fout, onbegrijpelijk voor iemand die al zolang in Spanje woont. Hij (ik dus) zag in de supermarkt ogenschijnlijk smakelijke bouten uit Nieuw-Zeeland liggen. Foute keus, natuurlijk; hier koop je het lam op de markt en weet je dat het bijna rechtstreeks uit de Pyreneêën komt. Maar bij de gebruikelijke slager waren ze al ver tevoren uitverkocht, kon je nog slechts de ribbetjes en mitjanas krijgen. Geen excuus.

Om het Kerstverhaal kort te houden: vóórdat de geïmproviseerde kip op tafel kwam eerst een amuse (ja, hoort erbij) van een gegrilde asperge met eierdooier en sesamzaad, vergezeld van een geconcentreerde aspergecrème met bieslook. Daarna wat vis vooraf: salade van Baskische tomaat, gegrilde en ontvelde paprika, verse basilicum en boquerones in azijn (ooit ontdekt bij vooral in de zomer aangename Quai Ouest aan de Seine bij Parijs); daarnaast met dille en boter ingesmeerd bladerdeeg met gerookte zalm; een kleine pittige peper (pimiento del piquillo) gevuld met verse kaas; en mini-courgettes uit Zuid-Afrika met makreel en wakame-algen.

Daarna dus de kip, gemarineerd in komijn, koriander en citroensap; aardappeltjes gestoofd in een donkere bouillon van lamsvlees (nee, niet dat verrotte vlees, zo gek of gierig zijn we ook niet); prachtig dunne haricots verds, alhier judias bobi geheten, met aangebakken ibericoham, en patillons gevuld met geconfiteerde ui. Tot slot wat ijs met in rum geflambeerde bosbessen. Drank: een fijnzinnige syrah van Albet i Noya uit de Penedès en daarna een klassieke Faustino-rioja uit het uitzonderlijke oogstjaar 2004. Plus natuurlijk de onovertroffen Olivares dessertwijn als afsluiter.

Het smaakte lekkerder dan het er op de foto uitziet, en het resultaat was wonderbaarlijk: de weegschaal gaf vanochtend 88,8 aan; ruim een kilo minder dan vóór Kerst.

Utrechtse gelukzoeker in Llodio

Nog eentje over de loterij, de allerlaatste. Over een Nederlander met geluk, een oude stadgenoot (Utereg), bijna leeftijdgenoot, definitief verliefd op Spanje ook, maar een stuk rijker… Het verhaal schreef ik gisteren voor het AD, maar omdat die krant bijna geen eigen verhalen meer online zet, doe ik het zelf. Boodschap: het loterijgeluk is niet alleen voor de Spanjaarden zelf (bewijzen ook de tientallen immigranten die gisteren in Madrid de hoofdprijs op zak hadden). Rudy voorspelde trouwens aan collega Rop Zoutberg in Madrid dat de hoofdprijs op een 4 zou eindigen; maar winnen deed hij dit keer niet.

Met liefst 1.000 euro aan gekochte loten speelde Utrechter Rudy Kraaijkamp gisteren mee aan de Gordo, de spectaculaire Spaanse Kerstloterij. De hoofdprijs, 300.000 euro voor elk van de 1.950 loten van het winnende nummer, 585 miljoen euro in totaal, ging naar Madrid. Kraaijkamp verdiende met kleine prijzen zo’n 320 euro terug, maar het kon hem niet deren. Hij weet al hoe het is een winnend Spaans lot te bezitten.

Bijna een jaar geleden won de Utrechter, die al enkele jaren in het plaatsje Llodio in het Baskenland woont, liefst 500.000 euro. Hij had vijf loten in bezit van de tweede prijs van El Niño, de tweede grote loterij die kort na kerst wordt gehouden. “Eerst heb ik alleen maar lopen janken, dacht ik voortdurend aan mijn zoon, aan wat hem was overkomen. Daarna ben ik twee dagen dronken geweest.”

De 45-jarige Kraaijkamp had een vreselijke maand december achter de rug. Op de 12e kreeg hij van zijn werkgever, een Nederlandse bloemenexporteur, te horen dat hij ontslagen was. De crisis. Twee weken eerder was het nieuws nog veel erger geweest. Zijn 14-jarige zoon Jordi, die met zijn moeder in Dodewaard woont, raakte een groot deel van zijn linkerhand kwijt door het ontploffen van een vuurwerkbom.

“De dag erna stond ik aan zijn bed in het ziekenhuis. ‘Sorry, pap’, was het enige wat hij zei. We spraken af het er niet meer over te hebben, naar de toekomst te kijken. Ik informeerde naar een chirurgische ingreep om hem zijn vingers terug te geven, maar dat is peperduur.”

Dus wist Kraaijkamp direct wat hij met een deel van zijn prijs ging doen: de plastische operatie van Jordi betalen. “,Maar hij moet wachten tot hij volgroeid is. Het geld staat tot die tijd apart.” Intussen gaat het heel goed met zijn zoon, die zich redt met een speciale siliconen handschoen.

Ook Rudy Kraaijkamp zelf staat er een stuk beter voor dan een jaar geleden, vooral dankzij dat half miljoen. Hij heeft ook weer werk gevonden, is vertegenwoordiger in de Benelux van een Spaanse fabrikant van lagers en vliegt om de twee weken naar Nederland. Maar uit Spanje, waar hij met zijn Baskische liefde woont, vertrekt hij niet meer.

De manier waarop hij de vette prijs won was, zoals zo vaak, een toevallige speling van het lot. “Ik zat na sluitingstijd nog wat te drinken met een maat van me, die een bar in Llodio beheert. We hadden al behoorlijk wat op, toen hij voorstelde de loten te kopen die hij er had hangen.” Tien loten met hetzelfde nummer 56.306, vijf voor elk van hen. Het kostte de Utrechter 100 euro.

Met Driekoningen, op 6 januari, vond de trekking plaats. Kraaijkamp zag rechtstreeks, op televisie, zijn nummer voorbij komen. 100.000 euro per lot. “Ik werd gek, dat gevoel wat je dan overvalt is niet te beschrijven. Dat zou ik zo weer willen beleven, ook al win ik geen euro.” Hij heeft er een auto van gekocht, het stel heeft wat reisjes gemaakt en kijkt nu naar een woning op het Baskische platteland, waar voor een ton al wat moois te krijgen is.

Mooie verhalen die gelukkig maken

Toevallig was ik er al enkele malen geweest, in de Colonia Vidal, een triest maar tegelijk boeiend overblijfsel uit de lange periode van Catalonië als grote textielnatie. Nog maar 15 gezinnen wonen er, de meeste gepensioneerden van toen. Vandaag er opnieuw naar toe, door de regen en sneeuw in het binnenland. Een Volkswagenbusje dat tóch met 130 km/u durft in te halen; 500 meter verderop stond hij,van alle kanten stuk, omgekeerd in de vangrail. De vette prijzen uit de kersloterij gingen naar Madrid en Getafe, maar toch, 50 miljoen euro aan winnende loten van een derde prijs is in een gat als Puig-reig niet mis. Alsof iedereen iets gewonnen heeft.

Dat was zeker het geval in bar Juventus, in die textielkolonie Cal Vidal, net onder Puig-reig, op de weg naar de skigebieden. Dolors Moreno had de bar een jaar geleden overgenomen, maar héél veel mensen komen er niet. Maandag had ze een tafel van 45, ze had het hele weekeinde al staan koken. Belden ze die ochtend af, konden niet komen vanwege de sneeuw. ’s Avonds zat ze aan de bar te huilen. Vandaag lachte ze breed, ontkurkte flessen champagne. Ze had voor 15 miljoen euro aan prijzen onder haar klanten verkocht. Zelf had ze, met zoontje Xavi, drie décimos gehouden. Goed voor 150.000 euro. Maar toch stond ze, om drie uur, weer achter het vuur, eten bereiden voor een tafel van twaalf. Patates enmascarades, aardappels met het vlees van de recente varkensslacht.

Daarom is deze loterij zo leuk, om de talloze verhalen die er achter de bescheiden winnaars zitten. Zoals Encarna, een schoonmaakster bij ons op de krant, El Periódico. Ze deed het onmogelijke door twee verschillende nummers op de Rambla te kopen die állebei wonnen; 140.000 euro bij elkaar. Maar morgen, zei ze, gaat de wekker gewoon weer om 4 uur ’s nachts om de redactie schoon te hebben als de slordige journalisten arriveren.

De jaarlijkse jacht op de winnaars

Morgen is het weer de dag, die van de massale gekte, vooral van ons (de media) in een vliegende jacht op de talloze winnaars van de Gordo, de hoofdprijs van de kerstloterij. Stand-by staan voor de krant, soms gedurende de volle vier uur die de trekking kan duren, en dan snel richting de plaatsjes of loterijkantoren waar de hoofdprijs het meest is verkocht. Vorig jaar was een makkie, met bijna alle series die in en rond Barcelona werden verkocht, zoals onderaan de Rambla.

Het is een ook in het buitenland bekende prijs, die Dikke van de Spaanse Kerst, misschien omdat het één van de meest sympathieke prijzen in de wereld, eentje die niet alle miljoenen bij één iemand terecht doet komen, maar de rijkdom onder duizenden dolgelukkige winnaars verdeelt.

Nog even het proces kort uitgelegd: morgenochtend gaan er 85.000 nummers in een grote bol. Van elk nummer zijn er 195 series verkocht. Zo’n serie is weer onderverdeeld in décimos, tiende delen van een lot die 20 euro per stuk kosten; de meest gebruikelijke manier om een lot te kopen. Dus zijn er in totaal 1.950 winnende tiende-loten die, bij de hoofdprijs, 300.000 euro per stuk opleveren; in totaal, 585 miljoen euro voor de hoofdprijs.

Maar nóg leuker dan tiende loten zijn de participaciones die in talloze winkels en bij clubs worden verkocht, zoals in het marktkraampje in Sant Andreu hier op de foto. Miquel verkocht aan zijn klanten 625 participaties van 1,20 euro van het winnende 32.365; voor dat miniscule bedrag kregen alle winnaars 18.000 euro terug. Het is de makkelijkste rekensom die de meeste mensen maken: van El Gordo krijg je 15.000 euro per gespeelde euro…

En ook al komen lang niet alle winnaars opdagen – vaak is het beter je anoniem te houden – die massale vieringen op plaatsen waar winnende nummers zijn verkocht maakt de kerstloterij altijd een stuk leuker dan, bijvoorbeeld, de Staatsloterij.

Doodsteek voor het stierenvechten?

Heb me nooit zo kunnen opwinden met of over het stierenvechten (met = de liefhebbers; over = de tegenstanders). Heb één keer een halve corrida, dus drie stieren, meegemaakt in de Monumental, de enige arena die in heel Catalonië nog ‘glorieuze middagen’ organiseert. Toen vond ik het wel genoeg. En er was een periode, begin jaren negentig, dat je ze ook voortdurend op de nationale TVE kon zien. Een al wat oudere collega vertelde me gisteren dat zijn vrouw er ineens niets meer aan vond op het moment dat er thuis een kleurentelevisie kwam: toen zag ze pas hoeveel bloed ermee gepaard gaat, vooral wanneer de picadores hun lans in de rug van de stier steken.

Toch voelde ik een glimlach van voldoending op mijn gezicht toen het Catalaanse parlement vanochtend het volksvoorstel (180.069 handtekeningen) accepteerde om het stierenvechten bij wet te gaan verbieden. Echt nodig is dat niet, want het/de  toreo is in Catalonië al jarenlang aan het wegkwijnen, slechts tijdelijk gered door de terugkeer van een magische José Tomás, dus het zou hier vanzelf wel uitsterven.

Maar ik hou wel van historische beslissingen, en eentje tégen het stierenvechten in Spanje is dat natuurlijk (al is er nog een lange weg te gaan voor het ook werkelijk een wettelijk verbod zal zijn). Probleem is dat hier alles direct een politieke zaak wordt. Dit was een initiatief van 11 vegetarische dierenbeschermers (waaronder Zuidamerikanen en een Madrileen), maar veel parlementariërs stemden politiek, nationalistisch tegen la fiesta española. En daar, in Spanje, wordt dit natuurlijk weer verklaard als een aanval van de separatisten op een Spaans symbool.

Aan de andere kant, ik hou ook wel van de passie van mensen die met liefde en kennis over stierenvechten praten, en over de enorme historie erachter. Zo ontdekte ik deze week net achter de Rambla (carrer Xuclà)  het restaurant Los Toreros, waar de supportersvereniging van Los de Gallito y Belmonte (twee historische matadores uit begin vorige eeuw) zetelt. Talloze prachtige foto’s en tekeningen, de onvermijdelijke stierenkop en affiches, en geschiedenis en traditie in elk zaaltje van het verder eenvoudige tapas-restaurant. En ook al zal het stierenvechten worden verboden of zichzelf opheffen, dit soort bedevaartsoorden blijven, hoop ik, bestaan.

El cuarto oscuro van W.F. Hermans

Het heeft even geduurd, 51 jaar om precies te zijn, maar sinds een maand kunnen ook de Spanjaarden genieten van één van de boeken die op mij, van de ellenlange leeslijst van het gymnasium (30 boeken in het Nederlands, 15 in het Engels, 15 in het Duits, 15 in het Frans, als mijn geheugen me niet bedriegt), het meeste indruk maakten. Waarom, dat wist ik eigenlijk niet meer, en daarom heb ik vorig jaar De donkere kamer van Damokles eindelijk eens herlezen. Nog altijd een mooie, grauwe, beklemmende roman, maar aan de andere kant op een veel lichtere, vermakelijker toon geschreven dan ik me had voorgesteld. En nog spannend ook; misschien dat dat de middelbare scholier ook bekoorde.

Héél het buitenland heeft trouwens lang op een vertaling van het meesterwerk van W.F.Hermans moeten wachten, ook al omdat de misantropische schrijver zelf niet érg bereidwillig was mee te werken aan het aan het buitenland verkopen van zijn rechten; hij was sowieso altijd een grote hoofdpijn voor zijn uitgevers, tot hij in 1995 overleed.

De donkere kamer kwam in 2002 in Engeland uit (een eerdere poging in de jaren zestig niet meegerekend), Duitsland volgde  hetzelfde jaar. “Waarom hebben wij zo lang op een meesterwerk uit een aan de onze verwante taal moeten wachten? Is iedereen blind geweest of zo?” vroegen de recensenten zich af. In Frankrijk kwam de doorbraak in 2007 met een lovende kritiek van Milan Kundera in Le Monde. Ook hij vond het onbegrijpelijk dat niemand hem ooit van die onbekende W.F.Hermans had verteld.

Veel van die vertalingen zijn trouwens het resultaat van de subsidies van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds. De Spaanse vertaling is van Catalina Ginard Féron, die al talloze boeken uit het Nederlands heeft vertaald.

IJs aan de Mediterranee

Ja, ik weet het. In Nederland vriest het écht, krijgt iedereen alweer elfstedenkoorts (ik zal eens foto’s scannen uit 1985, toen het écht leuk en spontaan was, daar boven in Friesland), is er een wedstrijd op welke ondergelopen polder de eerste schaatswedstrijd op natuurijs is, krijgt het verkeer vandaag en morgen last van de sneeuw, en dan kom ik daar aan, met een fotootje van mijn auto vanochtend, bedekt met een flinterdun laagje ijs… Ja! Nou, en? IJs op 30 meter van de Middellandse Zee, waar het helemaal niet normaal is dat het ’s nachts rond het vriespunt is! Integendeel, ik schep altijd op dat het hier in de winter nooit onder de 15 graden komt, ook al omdat de nabijheid van het zeewater, in de winter vrijwel altijd warmer dan de luchttemperatuur, het échte vriezen nagenoeg onmogelijk maakt. Dus blijft het verrassend je auto onder het ijs aan te treffen, op een ochtend dat iedereen, bij de bakker, in de supermarkt, voor de krantenkiosk, hetzelfde zegt. ¡Qué frío! En vaak dezelfde toevoeging: ‘Maar jij komt uit Nederland, jij bent het wel gewend.’ Gewend? Na al meer dan 20 jaar geen elfstedenwinter meer te hebben meegemaakt?

Gelukkig lag in de auto nog wel een krabbertje, van een Bastion-hotel. Werkt niet echt goed, trouwens.

Eindelijk een surfdag

Het hele jaar door zie ik ze, althans de dagen dat er een beetje beweging in de vaak zo stille Middellandse Zee is. Ze zeggen dat ze intens genieten, maar mij lijkt het dat er veel te vaak veel te kleine golfjes zijn om een beetje écht te kunnen surfen en enige bevrediging te vinden in het steeds weer terug de zee in zwemmen op zoek naar de volgende golf. Maar deze dagen zijn het écht hun dagen: het is eindelijk slecht weer geworden, met vooral een stevige storm aan de kust. Surfweer. Althans in Sitges, want boven Barcelona, aan de Costa Brava, waren de golven gisteren tot zeven meter hoog, en dat was zelfs voor de moedigste of meest roekeloze surfers te riskant. Een 75-jarige vrouw verdronk in Sant Antoni de Calonge, bij Palamós, omdat ze vanaf de wal door een golf de zee in werd gesleurd.

Ook Barcelona heeft een vaste kolonie surfers, maar die zijn al tijden boos op de gemeente omdat die nieuwe pieren en golfbrekers heeft laten aanleggen. Die moeten voorkomen dat elke keer als er een beetje storm op zee is, zoals gisteren en vandaag, tonnen zand van de stranden naar de dieptes worden gesleurd. De zes kilometer zandstrand van Barcelona is niet natuurlijk namelijk, niet oorspronkelijk. Het zijn altijd kiezelstranden geweest. Voor de Olympische Spelen van 1992 werden die stranden speciaal aangelegd, en elk voorjaar weer moet er nieuw zand worden aangesleept om ze weer een beetje op hoogte te brengen na de winterse stormen…

Trouwens, las dat ze vorige week op Hawaii de beste golven sinds jaren hadden: