Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

De eenvoudige schoonheid van droge steen

Droge steen. Ik vertaal piedra seca maar letterlijk, want volgens mij hebben we er geen ander Nederlands begrip voor. Ook in Groot-Britannië, waar het in tegenstelling tot Nederland vroeger vaak werd gebruikt, heet het dry stone. Vanochtend over de oude weg van Vilanova i la Geltrú naar Sant Pere de Ribes, langs de enorme landhuizen van Mas Solers waar vroeger het Gran Casino de Barcelona was gevestigd voordat het in 1999 naar de kelder van het luxehotel Arts verhuisde, werd ik me weer eens bewust van de eenvoudige schoonheid van de droge steen. Het weggetje, op mijn gebruikelijke fietsroute, ligt letterlijk ingesloten door de muren van droge steen, de manier waarop deze bouwstijl het meest is gebruikt. ‘Droge steen’ staat voor het stapelen van zorgvuldig uitgekozen stenen die mooi in of bij elkaar passen om een stevige, uniforme wand te vormen waarbij geen cement nodig is om ze bij elkaar te houden. 

De droge steen is vooral typisch voor het Middellandse Zee-gebied, van Spanje tot Turkije, en enkele gebieden doen hun best om dit ‘architectonische erfgoed’ te behouden. Veel van die muren zijn op het platteland verloren gegaan, omdat ze voor de huidige landbouwmachines een obstakel zijn. Vroeger dienden ze juist voor het scheiden van percelen of het bouwen van gelaagde terrassen. Maar er werden ook hutten op het platteland mee gebouwd, plaatsen om de arbeiders bescherming te bieden als bijvoorbeeld de hemel boven hen losbarstte.

Verschillende organisaties houden zich inmiddels bezig met het catalogeren van de piedra seca, ongetwijfeld onbegonnen werk. Er is zelfs een Europese website met verschillende routes en een uitgebreid dossier over vooral Catalonië (in vier verschillende talen) waarbij je zo’n fenomeen ontdekt waar je eigenlijk nooit bij hebt stilgestaan.

‘Don’t mention Koeman’

Een jaar of vijf, zes geleden was er ineens een explosie van Engelse en vooral Iers pubs in Barcelona. De één na de ander werd in het toeristische centrum van de stad, vooral het Barri Gótic, geopend, allemaal met buiten aan de gevel het lichtende logo van Guinness. Als je dan binnen naar de eigenaar ging vragen, bleek dat bijna nooit een Ier of Brit te zien, maar een Israeliër, Rus of Serviër, die gewoon bedacht had dat een pub een bar zou zijn die vrijwel de gehele dag dorstige klanten zou trekken. Natuurlijk zijn er pure Engelse of Ierse pubs; volgens mij is Bobby’s Free (Pau Claris/Caspe) de oudste, en John Collins, op het plein bij de Sagrada Familia, de populairste.

Christopher is een Engelsman uit het onooglijke Birmingham die de pub Republic-house aan de Paseo de Sant Joan runt. Fanatiek supporter van Aston Villa. Hij schreef laatst een mail aan Graham Taylor, oud coach van Aston Villa, maar vooral bekend als manager van het Watford van Elton John en als omstreden bondscoach van Engeland tussen 1990 en 1993. Of hij eens een praatje wilde komen houden in Barcelona. En Taylor zei ja. Dus zat hij daar gisteren, voor een man of 30 met een biertje in de hand op de bovenverdieping van de pub. Veel oude koeien werden er uit de sloot gehaald.

Ik had belangstelling voor vooral één ervan, een tragisch moment in de carrière van Taylor. Rotterdam 1993, kwalificatiewedstrijd voor het WK van 1994 in de VS. Nederland-Engeland. Bij 0-0 haalde Ronald Koeman de doorgebroken David Platt op de rand van het strafschopgebied neer. De (Duitse!) scheidsrechter gaf geen penalty noch een rode kaart. Slechts een (gemiste) vrije trap. Tien minuten later, vrije trap aan de andere kant. Dezelfde Koeman mag ‘m twee keer nemen, de tweede keer gaat-ie in het kruis. 1-0. Even later maakt Bergkamp 2-0. Engeland is zo goed als uitgeschakeld (Noorwegen is koploper in de groep, dit ging om de tweede plaats.) Hilarisch zijn de beelden die van Taylor werden gemaakt. Hij werd maanden door een TV-ploeg gevolgd, had een micro op zijn jasje (een zogeheten fly on the wall documentaire) en al zijn commentaar was te volgen. Het mooiste is op het einde, zegt-ie tegen de FIFA-official: ‘Zeg de scheidsrechter maar dat ik nu door zijn schuld word ontslagen.’ En Taylor werd ontslagen.

Dat duel, die film, zijn gevleugelde uitspraak ‘Do I not like that’ en zijn andere fucking taalgebruik hebben Taylor nog jaren achtervolgd. ‘Don’t mention Koeman’, zeiden de pubeigenaars me gisteren (wat me deed denken aan de Fawlty Towers-aflevering Don’t mention the war) maar natuurlijk moest we het over Koeman hebben, in Barcelona juist één van de populairste voetballers ooit. “Jij een Nederlander? Wanneer verlaat je de zaal?” grapte Taylor. Hij is er wel overheen gekomen. Is vooral boos dat Koeman die vrije trap mocht overnemen. En herinnerde er fijntjes aan dat die Duitse scheidsrechter nooit meer een internationale wedstrijd heeft gefloten… “Het is één van de twee keer in mijn carrière dat ik me echt bedrogen heb gevoeld.”

Een triomf van Barça vier je met een wippie

Spanjaarden hebben een aardige uitdrukking voor iets wat, denk ik, steeds minder vaak voorkomt. ‘Casarse de penalti’. Trouwen per strafschop, letterlijk vertaald. Vrij vertaald: een ‘moetje’, verplicht trouwen omdat het meisje/de vrouw zwanger is geraakt. Dat ze (ongewild) zwanger raken gebeurt nog heel veel, maar ook in het katholieke Spanje is dat lang niet altijd reden meer snel te gaan trouwen.

Supporters van Barça blijken geen penalty nodig te hebben om ook qua vruchtbaarheid goed te scoren. Tussen 2 en 6 mei vorig jaar was Barcelona in een bijna voortdurende feeststemming. Eerst wonnen de voetballers van Barça met 6-2 de uitwedstrijd bij Real Madrid, vier dagen later gevolgd door het rake schot, in blessuretijd, van Iniesta waardoor de club zich ten koste van Chelsea plaatste voor de finale van de Champions League.

 Die twee momenten leidden niet alleen tot het meest triomfantelijke jaar ooit van FC Barcelona. Veel supporters vierden die triomfen op een bijzondere manier: deze week krijgen de kraamklinieken in de stad zo’n 40% meer bevallingen te verwerken dan normaal. In sommige hospitalen is zelfs een gebrek aan bedden.

Toen bleek dat alle ziekenhuizen en kraamklinieken een stijging van geboortes registreerden, gingen zij op onderzoek uit om naar een oorzaak te zoeken. En wat bleek: tussen de 39 en 40 weken geleden, de gebruikelijke tijd voor een zwangerschap, bleek die euforische week in Barcelona pltaasgevonden te hebben. Een andere verklaring is er volgens de gynaecologen niet te vinden.

De vraag is of die stijging zich ook over drie weken voortzet; eind mei won Barcelona de Champions League en werd het kampioen van Spanje…

Snel met z’n allen nog één keer naar elBulli

De telefoon explodeert vandaag bij elBulli, de mailbox stroomt over: Ferran Adrià heeft net aangekondigd dat hij zijn culinaire paradijs twee jaar op slot doet (2012 en 2013) en de halve wereld denkt ineens: nou toch een keer daar gaan eten, aan Cala Montjoi bij Roses, voor het definitief te laat is. Was het normaal al moeilijk er een plaatsje te bemachtigen, voor 2011 zal het helemaal een onmogelijke taak zijn. (De reserveringsperiode voor 2010 werd op 20 december al afgesloten). Degenen die het toch nog eens willen proberen in 2011 zullen de maand december van dit jaar de website van elBulli in de gaten moeten houden.

Volgens Adrià is hij niet uitgekeken op de keuken, maar wordt het tijd na vooral de laatste 15 jaar van opeenvolgende successen eens bedenktijd te nemen. Hij wil verder gaan experimenteren, zijn restaurant die twee jaar als nieuw laboratorium gaan gebruiken om volledig nieuwe gerechten en menu’s te ontwikkelen. En hij wil, zegt hij, ook wel eens wat vaker thuis zijn, want normaal spendeerde hij de ‘vrije tijd’ (de maanden dat elBulli gesloten is) om de wereld rond te reizen en op congressen te verschijnen, zoals op het Madrid Fusion Summit waar hij gisteren zijn pauze bekendmaakte.

Toch denk ik dat zelfs híj een beetje last heeft gekregen van hetzelfde syndroom als alle sterrenrestaurants: vaak blijken de 3* van Michelin meer een last dan een lust. Niettemin; hij heeft beloofd in 2014 weer open te gaan.

En wij dus blij dat we er toevallig dit jaar eindelijk eens hebben gegeten.

Gevoelstemperatuur (2)

In een nostalgische bui de foto’s gevonden (dia’s eigenlijk, dat was mode toen), van de dag dat we ons helden voelden, februari 1986. Een dag dat er ook al iets van een weeralarm was: kom vooral niet op straat, het is te koud, te gevaarlijk. De moderne maatschappij, altijd maar betutteld. (Laatst een verhaal gemaakt over Oymyakon, in Siberië, 900 inwoners, gemiddelde temperatuur in de winter, die er heel lang duurt, is -42º. Het record was -72º, uit 1926. Je plast er in kristallen, je spuug komt solide op de grond terecht en van de auto’s doe je overdag nooit de motoren uit, anders starten ze niet meer; ’s morgens stook je een houtvuur onder de motor om hem weer op gang te krijgen.)

Die dag dus, dat je binnen moest blijven, gingen we natuurlijk schaatsen. De namen in de buurt van Vlist komen ineens weer bekend voor wanneer ik ze op de kaart zie: Haastrecht, Vlist, Schoonhoven, Bergambacht, Stolwijk en weer terug. De wind tegen, op de foto boven goed te voelen, was dodelijk, ijskoud. Dát was de chillfactor waar ze het over hadden, kou waartegen je je nauwelijks kon beschermen. De vaart was, zo is ook goed te zien, spiegelglad maar ook helemaal leeg; nauwelijks gekken die zich op het ijs waagden. Een paar bevroren ballen, dat moest je er maar voor over hebben. En de schade was niet blijvend, is wel gebleken.

 Enkele dagen later vond  de eerste Elfstedentocht in 22 jaar plaats.

Gevoelstemperatuur

Ik ontdekte voor het eerst de chill factor, dus die gevoelstemperatuur waar iedereen in Nederland het vandaag (en de komende dagen) over heeft, in de serie winters halverwege de jaren tachtig, juist voor mijn vertrek naar warmere oorden. Eén van mijn schaatsmakkers van toen heeft er al mooi over geschreven, zelf kon ik me de plaatsjes waar we waren niet meer herinneren, maar wel het feit dat wij, onbezorgde en slecht geïnformeerde twintigers, dachten dat een spijkerbroek wel tegen de kou beschermde (integendeel dus, bijna geen broek isoleert zo slecht tegen de kou als jeans) en mijn pijnlijkste herinnering aan die dag is alsof mijn ballen bevroren waren. Althans, ik voelde ze niet en in de uren erna tintelden net zo pijnlijk als koude vingers die hun gevoel beginnen terug te krijgen. Trouwens, in mijn geheugen was het toen-25 en niet -32.

Ze zeggen dat die aanhoudende kou deze winter in Noord-, West- en Centraal-Europa deze week ook weer de Middellandse Zee bereikt, maar dat schijnt vooral aan de oostkant te zijn, waar de Turken in Istanboel 15º onder nul moeten verdragen. Hier beginnen de terrasjes weer vol te raken, zoals op de foto boven, Eixample, hoek Roselló met Calàbria, een bar van niets, de koffie schijnt er slecht te zijn, de bediening onaardig (wie leert Catalaanse obers en bareigenaars eens dat er veel meer mensen zouden komen als ze hun gasten iets vrolijker zouden begroeten?), maar de zon schijnt er precies op het goede moment, de warmste uren van de dag, en dan vergeet je al het andere. Gevoelstemperatuur? Zo’n 20 graden, of zo. Positief.

Het voorbeeld van Borsele

De laatste jaren heeft het Zeeuwse Borsele (met één s, maar ín de gemeente Borsele schijnt het dorp Borssele te liggen, met twee essen; nooit geweten, en hoe moeilijk kunnen we het onszelf toch maken) regelmatig bezoek gehad van burgemeesters uit Spanje die een deel van hun bevolking in het vliegtuig en de bus meenamen. Opzet: de burgers ervan overtuigen dat het herbergen van een opslagplaats voor nucleair afval slechts voordelen oplevert en absoluut niet onveilig is. Deze dagen is de discussie daarover in Spanje in volle gang, of vooral in Catalonië. Het zuiden van de regio heeft al drie kerncentrales (één aan het strand bij Vandellós, twee iets meer in het binnenland, aan de Ebro, in Ascó) en de burgemeester en gemeenteraad van dat laatste dorpje willen zich kandidaat stellen voor die opslagplaats.

Maar de bewoners, én de dorpen uit de omgeving, zijn de talloze kleine ongelukjes in die kerncentrale’s zat en hebben geen zin in nóg meer radioactieve stralingen, hoe diep die ook worden opgeborgen en meer dan 100 jaar vastgehouden. Zelfs de regering van Catalonië is tegen, maar in dit geval mag een gemeente zelf beslissen, en dat hang af van de burgemeester en vijf wethouders. Zij wijzen op dat voorbeeld in Borsele, de Habog, dat om zijn opvallende uiterlijk al verschillende prijzen heeft gewonnen. ‘Zie je wel,’ zeggen ze, ‘in Nederland hebben ze zo’n gebouw oranje geschilderd, dus ze verstoppen het niet eens.’ Een oranje dat trouwens steeds lichter wordt: elke tien jaar krijgt de Habog een lichter kleurtje, waarmee men wil aangeven dat de radioactieve straling van het uraniumvuilnis afneemt.

Morgen neemt de gemeente Ascó een beslissing, afgelopen weekeinde zijn er al demonstraties geweest. Het enige belang om zo’n centrale of opslagplaats te herbergen? Het geld. Een ‘nucleaire gemeente’ krijgt miljoenen aan ‘smartegeld’, wat ook de reden was dat bijvoorbeeld vorig jaar in het Noordspaanse Garoña veel mensen tegen de aangekondigde sluiting van de kerncentrale waren.

Vreemde woordspeling trouwens, in Ascó. Hetzelfde woord, maar dan in het Spaans en zonder accent, betekent ‘walging’. ¡Qué asco! is één van de meest gebruikte uitdrukkingen, vooral door kinderen die het eten niet lekker vinden… Wat vies!

UPDATE: Vanochtend stemde de gemeenteraad van Ascó met zeven stemmen tegen twee vóór de kandidatuur voor de opslagcentrale van kernafval. Samen met Yebra (in de provincie Guadalajara) is het dorp tot nu toe de enige vrijwillige kandidaat.

De trommelaar die Napoleon versloeg

Het was 1808 toen de Franse troepen vanuit Barcelona een missie startten om het halstarrige binnenland van Catalonië te onderwerpen en tegelijk de Spaanse troepen te verdrijven. Op weg naar Lleida moesten de 3.800 soldaten van Napoleon ook Igualada en Manresa aandoen, de twee stadjes aan weerszijden van het gebergte van Montserrat. Belangrijkste hindernis was de ‘bergpas’ van Bruc, waar wij tegenwoordig via een tunnel op de A-2 snel doorheen rijden. De ‘Spaanse’ troepen, die bestonden uit Zwitsers, gedeserteerde Walen en Catalaanse vrijwilligers uit de genoemde stadjes, legden een perfecte hinderlaag, brachten 300 Fransen om het leven en veroverden een kanon.

Een week later probeerden de Fransen het opnieuw bij Bruc. Overal in Europa, en zeker in Spanje, hadden de mannen van Napoleon – die er zelf niet bij was , trouwens – de faam onoverwinnelijk te zijn. Ze kwamen met nóg meer soldaten, terwijl de Spanjaarden nauwelijks wapens hadden. Bovendien was het verrassingseffect van de hinderlaag weg. Daar begint de mythe van Isidre Lluçà i Casanoves, een jong herdertje van nog geen 17 jaar dat vanwege zijn leeftijd niet als soldaat mocht meevechten. Isidre had altijd een trommel bij zich en daar in Bruch (zoals hetb toen heette), dichtbij de grillige rotspartijen van Montserrat, begon hij onophoudelijk op die trommel te slaan. De prachtige wanden van de bergketen begonnen het geluid te weerkaatsen en toen het getrommel via veel echo’s de oren van de Fransen bereikte, leek het wel of er duizenden Spanjaarden hen opwachtten.

In werkelijkheid was het de Spaanse artillerie die, goed verscholen en opgesteld, de Fransen voor de tweede maal versloeg, maar de mythe van de Timbaler del Bruc was te mooi om verloren te laten gaan. Dus staan er in Catalonië verschillende standbeelden van Isidre Lluçà, de grootste op de berg van Bruc, maar ook één in zijn geboortedorp Santpedor, op hetzelfde Plaça Gran waar ruime anderhalve eeuw later plaatsgenoot Pep Guardiola voor de deur van zijn ouderlijk huis zou leren voetballen. De trommelaar van Bruc overleed trouwens op 18-jarige leeftijd; nergens is te vinden waaraan of waardoor.

De ‘roots’ van Guardiola

Een zonnige vrijdagochtend in Santpedor, een gat van 3.000 inwoners dichtbij het geografische centrum van Catalonië, daar waar het leven, op een klein uurtje van Barcelona, rustig voortkabbelt, wat er verder in de wereld of de grote stad ook gebeurt. Hij komt er zelf niet veel meer, het tweede grote idool van het dorp net boven Manresa, maar zijn sporen en verering zijn er duidelijk aanwezig. Josep Guardoiola, Pep voor de meesten, is de opvolger van de Trommelaar van Bruc (daarover morgen meer) als de bekendste persoon van Santpedor, al woont de trainer van FC Barcelona er al 25 jaar niet meer.

Op zijn 14e werd hij er door Barça weggehaald, van het veld dat nog altijd bestaat, aan de rand van het dorp. Nou ja, veld… De vlakte vol gravel die het was ligt er nu verwaarloosd bij. Een halve kilometer verderop is een nieuw bescheiden complex, met het inmiddels door de Catalaanse voetbalbond vereiste kunstgras. Prachtig, trouwens, bij het oude veld, het loket waar de kaartjes werden verkocht.

Pep Guardiola leerde er voetballen. Nou ja, leren. Hij wist alles al, was verreweg de beste, gaf zelfs de trainers een les. Een soort Louis van Gaal, maar dan een veel betere voetballer en vooral een aardiger mens in de omgang. Veel intelligenter ook. Ze spraken veel over voetbal, Guardiola en Van Gaal, toen de laatste even de trainer van de eerste was. Maar het klikte nooit echt. Guardiola was, en is, een kind van Cruijff, en dan kun je niet bepaald op de sympathie van Van Gaal rekenen.

Maar inmiddels is Guardiola ook zijn meester Cruijff ver voorbij. Als trainer dan. Zes hoofdprijzen in zijn eerste seizoen. Net 39 geworden. Half Catalonië haalde opgelucht adem toen woensdag bekend werd dat Pep zijn contract voor een jaar heeft verlengd. Zijn spelers ontvingen hem met applaus en schouderklopjes bij de training, de volgende ochtend. Guardiola, al zijn hele leven, sinds hij een klein jochie in Santpedor was, volledig geobsedeerd door het mooie voetbal, heeft zelfs een eigen stadionnetje, waar Johan Cruijff het nog altijd ‘slechts’ met zijn JC Courts moet doen (al zal hij blij zijn dat de vermaledijde Arena, waar Ajax bijna nooit meer een titel heeft kunnen vieren, uiteindelijk niet naar hem is genoemd). In Santpedor spelen de talentjes van nu in het Camp Municipal Josep Guardiola, op de mooie zaterdagen wanneer de ouders van Pep in de winterzon op één van de bankjes voor hun huis aan de Plaça Gran zitten.

Binnenkort meer in de volgende Hard Gras, nummer 70 alweer.