Auteursarchief: edwin

Onbekend's avatar

Over edwin

Schrijver, journalist, fotograaf. Woon en werk sinds 1988 in en rond Barcelona.

Truman Capote in Palamós

Op een dag als vandaag, precies 50 jaar geleden, dus op 26 april 1960, arriveerde Truman Capote voor het eerst in Palamós. Met het schip Flandre was hij uit Washington naar Le Havre gevaren en een autoreis van vijf dagen brachten hem en zijn vriend Jack Dunphy, een siamese kat, een blinde poedel, een oude bulldog en 25 koffers in het vissersplaatsje aan de Costa Brava. Vandaag werd die ‘historische dag’ in Palamós herdacht, al was er in 1960 niemand, maar dan ook helemaal niemand die enige aandacht schonk aan de beroemde Amerikaanse schrijver, ook al omdat Breakfast at Tiffany’s in Spanje nog niet was verschenen en zijn wereldfaam juist ná zijn verblijf aan de Costa Brava gevestigd zou worden.

Want Capote had in zijn bagage ook 8.000 volgeschreven vellen papier bij zich. Notities die hij had gemaakt bij zijn bezoek, in 1959, aan het dorpje Holcomb, in Kansas. De schrijver was geïntrigeerd door een bericht van 335 woorden in The New York Times over de moord op boer Herbert Clutter, zijn vrouw en hun twee kinderen. Gedurende weken deed Capote research, sprak hij met alle betrokkenen en ook met de twee verdachten, die uiteindelijk de moordenaars bleken te zijn en jaren later werden geëxecuteerd.

Truman Capote wist dat hij ‘goud’ in handen had, dat dit het materiaal was voor wat zijn beste boek moest worden. Maar hij had rust nodig om het allemaal te kunnen ordenen en opschrijven, en hij moest verdwijnen uit de wereld van drank, drugs en sex van Manhattan. Een bevriende journalist uit Washington, die een huis in Sant Antoni de Calonge bezat, raadde hem aan naar Palamós te gaan.

En daar verbleef Capote, bijna anoniem, drie hele lange zomers lang, van april tot oktober, om voor een groot deel het boek te schrijven dat algemeen als zijn meesterwerk wordt beschouwd, In cold blood, dat in 1965 werd gepubliceerd en wordt gezien als de eerste grote non-fictie roman uit de geschiedenis.

Elk jaar koos Capote een ander huis uit om in te verblijven. De Catalaanse journalist Márius Carol heeft de weinige gegevens uit die tijd gebruikt om het verblijf van Capote aan de Costa Brava te novelleren in L’home dels pijames de seda (De man met de zijden pyama’s), vooral omdat het hem opviel dat in de biografieën van de in 1984 gestorven schrijver bijna nauwelijks enige aandacht aan de Mediterraanse rust en inspiratie van Capote is besteed.

De gemeente Palamós, op zijn beurt, opende vandaag de expositie La ruta Capote, een eerbetoon aan de Costa Brava van de jaren zestig, toen talloze filmsterren, schrijvers, intellectuelen, kunstenaars en andere beroemdheden door de magie van de Woeste Kust werden aangetrokken.

Keurig gedaan, kerel

Natuurlijk vond ik vroeger, als voetballer van VV Utrecht, tennis een ballensport. (Net als hockey, vanzelfsprekend; geen vreselijker voetballertjes dan die van Kampong, beïnvloed door hun hockeycollega’s. Oei, nu weet ik al dat ik enkele van mijn vaste lezers diep beledig… sorry.) Tennis is nogal in populariteit gegroeid, sindsdien, en in bondsleden de tweede sport van Nederland geworden, na het voetbal. Plus al die mensen die een balletje slaan als recreant. Ongelooflijk dus, met zo’n oneindige hoeveelheid tennisbeoefenaars, -banen en zelfs overdekte -complexen, dat het aan de top, wat Nederland betreft, al heel lang heel erg stil is.

Snel dus naar de tennisbanen van de Real Club de Tenis de Barcelona getogen, gisteren, want er stond waarachtig een Nederlander in de halve finale van een ATP-toernooi, en dat is nieuws voor zowel de NOS als het AD. Want met de in Barcelona behaalde punten zal Thiemo de Bakker de eerste Nederlander sinds vijf of zes jaar zijn die zich in de top-50 van de wereld nestelt. Hij werd uiteindelijk uitgschakeld, door de Zweed Söderling, achtste van de wereld, maar er schijnt een beetje hoop aan de horizon, want de +1.90 meter lange Hagenaar is nog pas 21 jaar.

Was er lang niet geweest, op de banen van de RCT Barcelona, een sjieke club midden tussen de grote flats (allemaal ruim 200 vierkante meter groot, al zie je dat er van buiten niet aan af) van Pedralbes. En ook hier toch weer de bevestiging, gezien het publiek dat zich bij zo’n toernooi op de zonnige tribunes meldt: ook in Spanje is het tennis een ballensport, ondanks de grote populariteit door de ongelooflijke reeks toppers (Spanje heeft er nu negen in de top-50 staan), die zelf overigens allemaal keurige jongens van goede huize zijn. Maar zij hebben wél, en dat lijkt het verschil met Nederland, als tiener al de wil om zich dagelijks te pijnigen, in de hoop ooit een topper te worden en niet altijd op de centen van un bemiddelde ouders te teren. En ‘gravelbijters’, zoals we ze in Nederland altijd iets neerbuigend hebben genoemd, zijn ze allang niet meer, ze zijn goed op alle soorten ondergrond.

Kijken wat die Thiemo de Bakker vanaf nu gaat doen, want daar zijn we ook zo goed in: als we eindelijk weer eens een goede tennisser of wielrenner hebben, dan knuffelen we hem al dood voordat hij zich werkelijk aan de top heeft genesteld.

Een dag om vrolijk van te worden

Je moet op een blog niet in herhalingen vallen, maar ook al schreef ik vorig jaar al over de dag van vandaag, Sant Jordi blíjft de moeite waard om er enkele woorden aan te wijden. Het is weer een gekkenhuis in Barcelona, over de Rambla lopen is nog veel minder een pretje dan het normaal al is, maar als je een beetje buiten de grootste drukte blijft, is de 23ste april een dag om van te genieten. Ik geniet vooral van de aanblik: bijna elke vrouw op straat loopt met een roos, gekregen van haar geliefde, vader, broer, collega of gewoon een vriend. Een vrouw zónder roos ga je bijna zielig vinden en zelfs de toeristen blijken niet aan de koorts te ontkomen en kopen voor 3 tot 5 euro zo’n roos. Het ándere cadeau wat bij deze dag hoort, een boek, wordt voor hen wat moeilijker, want bijna alles wat te koop wordt aangeboden is in het Spaans en Catalaans.

Het is net als Koninginnedag in Amsterdam, maar dan nóg erger, nóg drukker, zei een Nederlandse disgenoot vanmiddag. Eén verschil merkte hij echter wel op, in het voordeel van Barcelona: op Koninginnedag beginnen mensen in de middag agressief te worden omdat ze de hele (zonnige) dag al hebben lopen zuipen; hier hoort drank niet bij het feest, al kregen we in het restaurant (héél leuk, h-Original, schuin tegenover het Macba, mét terras op de Plaça dels Àngels) een glaasje cava cadeau.

Nee, agressief is Sant Jordi niet, al vocht diezelfde Jordi succesvol tegen een vuurspuwende draak. Het is meer een idyllisch feest; commercieel ook, natuurlijk, want de boekwinkels draaien vandaag zo’n 10% van hun omzet van het hele jaar, en die prijs voor één roos is belachelijk, maar ondanks dat alles lijkt iedereen vandaag een stuk vrolijker (al is dat, sorry, niet op de bovenste foto aan die vrouwen af te zien). En dat terwijl het wel een gewone werkdag is, maar wel eentje om iets langer dan normaal van kantoor te ontsnappen of iets eerder met werken te stoppen.

Weerzien met Indurain

Een begrafenis, in dit geval die van Juan Antonio Samaranch, is goed om oude bekenden weer eens te ontmoeten. Niet de man hierboven op de foto, kroonprins Felipe, die had ik pas één keer eerder gesproken.  Hij kwam enkele jaren terug op de redactie van El Periódico langs, op een 12e december, dus zei ik tegen hem dat ik het verdomd aardig vond dat hij me op mijn verjaardag was komen opzoeken; weet niet of hij het helemaal begreep, maar dat verschil in humor tussen ons en de Spanjaarden hebben enkele commentatoren bij de vorige post al aangestipt.

Terug naar de begrafenis van Samaranch, of de ceremonie van belangrijke mensen die vanochtend plaatsvond. Bekende gezichten kwamen voorbij en ik verheugde me bijzonder toen ineens de enige (oud-)sporter naar buiten kwam, Miguel Indurain. Dezelfde karakteristieke kop als vroeger, met die neus van een Griekse god en de diepe ogen waarin bijna nooit enige emotie te bespeuren was. Bijna elke zomer tussen 1990 en 1996 maakte ik hem dagelijks mee, tijdens onze gezamenlijke Tour de France. Hij op de fiets, ik in de auto. Ik weet het, mijn Nederlandse collega’s vonden ze doodsaai, die vijf Tours die Indurain op rij won, maar voor een verslaggever van een Spaanse krant was het de hemel op aarde: elke dag volgden we de grote favoriet van dichtbij, elke dag was er wel wat te schrijven. Oké, Indurain praat nu veel meer en losser dan hij toen deed, maar zouden we in Nederland ook klagen als een saaie en stille als Joop Zoetemelk elke keer weer vanaf de proloog de Tour naar zijn hand zou zetten? Genieten was het, de bazen gaven ons drie, vier pagina’s per dag, want de lezers vraten het. Én Indurain stelde bijna nooit teleur.

Gedurende één Tour schreef ik bovendien dagelijks een column over de Grote Zwijger in De Volkskrant: Heimwee naar Navarra, omdat Miguel altijd de indruk wekte zo snel mogelijk weer terug naar huis te willen. Een prachtige uitdaging natuurlijk, vanaf de eerste dag filosoferen over de gedoodverfde winnaar. Een uitgever vond de columns zelfs de moeite waard om te bundelen tot een dun boekje. Er werden, geloof ik, 867 exemplaren van verkocht; voldoende om bescheiden te blijven.

“Hoe is ‘t?” We wisselden vanochtend kort wat woorden uit, hoe het gaat in het leven. Waarom hij op de begrafenis was…. “Ja, dat hoort erbij, maar op een begrafenis ben je altijd te laat,” zei Indurain. Niets bijzonders verder. Gewoon de bescheiden sympathie van één van de grootste sporters die Spanje ooit heeft voortgebracht. Sterker nog, de eerste grote, sterke Spanjaard die het land van heel veel minderwaardigheidscomplexen afhielp.

Waarom

Nederlandse tekenaars in het Spaans

Ze zijn allebei heel groot, in hun eigen land, maar ook ver over de grenzen. Grote sterren, duur ook als je ze wilt inhuren. De grote tijdschriften op aarde willen hen hebben, maar ook architecten, ontwerpers of organisatoren van grote evenementen. Of, zoals de één het tegen de ánder zei: “Jij kwam voor deze expositie met een cover van jou op The New Yorker. Nou, die heb ik óók!” Het klonk niet opschepperig, was ook niet zo bedoeld. Want het zijn gewone mannen gebleven, Joost Swarte en Javier Mariscal. Ze ontmoetten elkaar al ergens in 1975, zo konden ze zich herinneren, en komen nu pas, 35 jaar later, voor het eerst samen in een expositie.

Vanavond opent die expositie, Alternativas de papel, zijn deuren in het FAD  het designcentrum naast het Macba, op het Plaça dels Àngels in de Raval. Wie kent ze niet, de strakke lijnen van Swarte, en voor de Nederlanders die Mariscal niet kennen: hij ontwierp Cobi, het figuurtje dat het symbool werd van de Olympische Spelen van 1992.

De expositie in het FAD is het startsein van de grote Nederlandse inbreng rond de  Ficomic, de grote stripbeurs (de tweede van Europa na Angouleme) die van 6 tot 9 mei in de Fira van Barcelona wordt gehouden. Voor het eerst is er een gastland uitgenodigd, en dat is Nederland, en de Ambassade, het Consulaat en het Stripfonds willen die gelegenheid niet ongemerkt voorbij laten gaan.

Alle details staan op Comics de Holanda, maar hier een paar tips: op Sant Jordi, deze vrijdag, krijgt iedereen die bij het Casa del Libro aan de Passeig de Gràcia een boek koopt een klein stripboekje kado. Daarin, in het Spaans of Catalaans, enkele van de beroemdste Nederlandse strips cq tekenaars, met Hein de Kort/Dirk&Desiree, Gerrit de Jager/Hermanita, Peter de Wit/Sigmund, Gummbah en vele anderen. Oók, natuurlijk Fokke&Sukke, die wij in El Periódico tijdens de Ficomic in het Spaans zullen afdrukken. En tijdens die beurs ook komen bijna 50 Nederlandse tekenaars in een bus naar Barcelona, o.a. om eem mooi feestje te bouwen.

Om 9.53 landde de eerste vlucht vanaf Schiphol…

Even voor tien uur arriveerde zojuist het eerste vliegtuig van Schiphol in Barcelona. (Voor mensen die willen weten hoe laat hun vluchten op de Spaanse vliegvelden aankomen of vertrekken, kijk op www.aena.es). Een vlucht van Transavia, die om 8.20 uur werd verwacht. Maar om anderhalf uur vertraging zeurt niemand meer. Het is nu vooral de kwestie het eerst mogelijke vliegtuig te pakken. Een half uur later kwam ook de eerste KLM binnen. Ik ging gisteren even buurten op het Estació del Nord, op zoek naar Nederlanders die hier vastzaten. Vond al snel een stel uit de buurt van Rotterdam. Koos en Lenie hadden op dat tijdstip nog geen idee van wanneer er weer gevlogen zou gaan worden. Eén van de vele duizenden verhalen, en niet eens zo’n dramatische, natuurlijk… Hierbij het verhaaltje vanochtend uit het AD.

Een onbekend aantal Nederlanders zit overal in de wereld vast, in afwachting om zo snel mogelijk te kunnen terugkeren. Bij gebrek of afwezigheid aan vliegtuigen zoeken zij andere middelen, zoals een bus in Barcelona.

 EDWIN WINKELS / BARCELONA

 Op de heenweg, vorige week donderdag, van Rotterdam naar Barcelona vlogen zij nog net voor de IJslandse aswolk uit. Maar Lenie en Koos van Herk uit Bleiswijk vonden het al vreemd wat zij op de monitoren van Zestienhoven zagen. “Achter alle vluchten naar Engeland stond cancelled.”

            Ze gingen voor een typisch ‘lang weekeinde Barcelona’, van donderdag tot maandag. Dat wordt wat langer, dus. Hoe lang? ,,Geen idee. Transavia houdt ons via e-mails op de hoogte. We hebben voorlopig één extra nacht in het hotel geboekt, want vandaag komen we zeker niet weg,” zegt Koos als hij een telefoontje, het zoveelste, uit Nederland binnenkrijgt. Na een kort gesprekje, tegen drie uur ‘s middags: ,,Het gerucht gaat dat er morgen (dinsdag, red.) weer gevlogen gaat worden.”

            Toch nemen ze maar het zekere voor het onzekere. Ook al komt het vliegverkeer weer op gang, de vraag is wanneer ze twee plaatsen zouden kunnen bemachtigen op een toestel. Dus zijn ze naar de twee grote busstations van Barcelona getogen. Bij het ene, naast het ook al overvolle centraal treinstation, stond zo’n oneindige rij hopeloze reizigers dat ze maar naar het iets kleinere Estació del Nord gingen.

            Bij het loket van Eurolines, de grootste vervoerder, wordt hen verteld dat de bussen naar Nederland en België tot na het weekeinde volzitten. Voor donderdagavond zijn er nog twee plaatsen op een rit naar Parijs. ,,Dat doen we maar, dan zijn we een ieder geval een stuk dichterbij huis. Vanaf Parijs zien we wel verder,” zegt Lenie. Ze moeten de beslissingen in enkele seconden nemen; dit besluit kost hen 174 euro. ,,Maar zo hebben we in ieder geval íets.” Anderen hebben een taxi genomen, een ritje van zo’n 2.000 euro.

            Op zondag, toen ze de asbui al zagen hangen, waren ze naar het vliegveld gegaan. Voor niets, natuurlijk. Op het treinstation waren ook al geen kaartjes te bemachtigen, mede door een staking in Frankrijk.En een bus vinden was ook niet eenvoudig. In en rond Barcelona is geen enkele touringcar meer te krijgen. Onder anderen de vliegmaatschappijen hebben talloze bussen gecharterd om hun passagiers alsnog op de Europese bestemming te krijgen.

            Ook Hans van Dorst, uit Raamsdonk, loopt rond op het busstation. Met een groep van vier had hij zondag al naar Schiphol moeten vliegen. ,,Ons probleem is dat we niet direct bij de KLM maar via een reisbureau hebben geboekt en nu kost het nog meer moeite iets te weten te komen. We proberen de tickets om te boeken, maar worden van het kastje naar de muur gestuurd.”

            De zon schijnt in Barcelona, deze maandag, maar ervan genieten doen de gestrande reizigers nauwelijks. ,,We hebben twee dagen lang alleen maar in de rij gestaan,” aldus Lenie van Herk. De lach is het echtpaar echter niet verloren. Koos: ,,Dit busticket hebben we in ieder geval, dat is een opluchting.”

De wereld op een zakdoek

Het zaaltje ziet er niet uit, maar de wereld die ik er zaterdag in het centrum van Vic aantrof leek een utopische. Letterlijk een wereld (en un pañuelo, zoals ze in het Spaans zeggen): Catalanen, een Madrileense, vier Ghanezen, een Senegalees, een Française, een Italiaanse, twee Marokkanen, een Boliviaanse en een Colombiaanse studeerden samen een theaterstuk in: zij lazen, uit hun hoofd, in het Catalaans teksten voor van beroemde plaatselijke dichters, Verdaguer, Anglada en Martí i Pol. Ze vormden een soort familie samen, zeiden ze, na al wekenlang gerepeteerd te hebben. Donderdag treden ze op in het parlement van Catalonië, als voorbeeld van hoe immigranten niet alleen Spaans leren (de meest logische, eerste stap, als je hier komt wonen), maar zich daarna ook voor het Catalaans interesseren, zeker in stadjes als Vic en het platteland eromheen, waar je het Catalaans gewoon hard nodig hebt om je te redden, en je dus ook meer kansen op de arbeidsmarkt hebt. Bleef wél een gek gezicht/gehoor: een Nederlandse journalist die eerst met vier Ghanezen en daarna een Colombiaanse in het Catalaans spreekt. Zij wílden niet anders.

Is óók wel eens nodig, zo’n idealistisch verhaal uit Vic, dat de laatste maanden door een gevecht van de burgemeester tegen de (illegale) immigranten bijna dagelijks op een andere manier in het nieuws is geweest. ‘Alsof wij hier voortdurend een sociaal conflict hebben; dat ís niet zo’, zeiden de Catalanen in het zaaltje, allemaal vrijwilligers die de immigranten Catalaans leren door enkele dagen per week gewoon met elkaar te praten, informeel, zonder lesboeken.

Vier soorten kabeljauw

Had er veel goeds over gehoord, maar was er nog nooit geweest. De avonden dat we wilden reserveren, zat het altijd vol. Verrassend ook dat we dit keer een tafel voor 10 konden reserveren en dat, op een in de nabije Born-wijk drukke avond, het restaurant de hele avond verder leeg bleef. Aan het eten noch aan de bediening kon het liggen. De eigenaar cq maitre van L’Estrella ‘verkoopt’ je zijn gerechten of zijn hele ziel in de pan heeft gelegen, en dat is al een pluspunt.

L’Estrella ligt in één van die straatjes waar je anders nooit komt. Ik stond er vroeger wel eens in de rij, om mijn verblijfsvergunning te verlengen, iets wat voor EU-burgers sinds een jaar of vier niet meer hoeft; nu staan er elke dag vooral Zuidamerikanen. De Carrer d’Ocata ligt tussen het monumentale Estació de França en de Delegación del Gobierno, de regeringsdelegatie. Een donker straatje, dat op een verlaten pleintje met een grond vol klinkers uitkomt; halverwege ligt dit leuke restaurantje.

Heb er vier foto’s gemaakt, en al zien gerechten er op een foto nooit zo lekker uit als ze in werkelijkheid smaken, deze plaatjes moeten een idee geven wat voor een totaal verschillende dingen je met bacalao kunt doen. Waarschijnlijk is de kabeljauw (in dit geval in verse vorm; zelf houd ik het meest van de gedroogde lomo van kabeljauw, wat wij stokvis zouden noemen) één van de meest veelzijdige soorten vis die er bestaan. Vier van ons bestelden elk een verschillende vorm van bereiding. Van boven naar beneden: in een saus van romesco, het wonder van de natuur dat we ook met calçots eten (een hele bol knoflook in de oven, drie of vier tomaten in de oven, het geschrapen ‘vlees’ van een gedroogde en geweekt paprika, veel fijngestampte amandelen en hazelnoten, droog brood geweekt in azijn en heel veel olijfolie, en dat allemaal samen fijngemalen…), in een saus van spinazie (en nog iets anders, wat ik ben vergeten), met gedroogde pruimen en wat cognac, denk ik, en in een stevige saus van knoflook met wat verse tomaten… En volgens mij hebben we allemaal even lekker gegeten.

Wijn op de tong, muziek in de oren

Een vulkaan met onuitspreekbare naam op IJsland (wist ik veel, dat dat groot nieuws zou gaan worden toen ik gisteren ‘een asgrauwe wolk’ postte…) zorgde voor een lange werkdag, dus miste ik bijna alles van de ‘wijnavond’ van de Kring van het Nederlandse Bedrijfsleven in Barcelona in restaurant Bento op Balmes, dichtbij de Diagonal, recentelijk nog de locatie van een uitzinnige verjaardagspartij van Walter, die gisteren trouwens de avond miste omdat hij één van de duizenden was die op Heathrow vastzat/zit.

Nou ben ik wel Nederlands maar allesbehalve ondernemer, dus altijd een vreemde eend in deze economische bijt, met gisteren denk ik minimaal 50 man rond de lange tafels. Curieuze wijnproeverij, bleek het, onder leiding van Vlaming Stefan Lismond, die heel veel van Catalaanse wijnen weet, van de Montsant tot de Penedès, van de Costers del Segre tot de Priorat. Hij komt vanuit Falset, het hoofdstadje van de Priorat, opdagen om onderhoudende voorstellingen te geven, vaak begeleid door twee jazzmuzikanten. Volgens Lismond moet je proeven en luisteren tegelijk en heeft elke wijn zijn eigen melodie. De kok van Bento maakte er ook een speciaal hapje bij.

Ik moest ook weer snel weg, wegens andere sociale verplichtingen (dronk op een verjaardagsdiner een lekkere, potente Syrah uit Costers del Segre, de Leix d’Arbeca) maar het schijnt nog zó gezellig geworden te zijn dat op het einde van de avond/begin van de nacht een patrouillewagen van de Guardia Urbana voor de deur stopte en twee agenten, in fluoriscerende jassen, ook een glaasje kwamen nippen…

Een asgrauwe wolk boven Barcelona

Regelmatig vragen collega’s op de krant nog of dat niet lastig en vervelend is, werken in Barcelona en wonen in Sitges. ‘Al dat reizen,’ zeggen ze dan. De afstand is 45 kilometer, 37 minuten met de trein, een half uur in de auto buiten de spits. Binnen de stad zelf zijn sommigen langer bezig op de krant te komen, zeg ik dan. Maar een misschien nog beter argument is bovenstaande foto, op een zonnige dag vanuit mijn auto genomen op de snelweg C-32 ter hoogte van Viladecans. Dát, die asgrauwe wolk, is wat je de hele dag inademt als je in Barcelona werkt én woont. Het verkeer, de industrie, de huizen: zo’n metropool veroorzaakt een enorme luchtverontreiniging en op windstille dagen blijft dat vuil heerlijk de hele dag boven de stad hangen. Als je zelf in de stad bent, heb je nauwelijks in de gaten dat de hemel er net iets mínder blauw is dan in Sitges, of elk ander plaatsje dat verder verwijderd van de grote stad ligt.

Barcelona is heerlijk, fantastisch, vooral als je vermijdt er met de auto het verkeer én je eigen geduld te trotseren. Maar ongezond, zoals de laatste cijfers bewijzen: het lukt maar niet de uitstoot van smerige deeltjes te verminderen en al is de EU-norm dat we in 2010 in alle grote Europese steden minder dan 40 microgram/kubieke meter stikstofdioxide (het daggemiddelde) moeten inademen, op veel drukke plaatsen in de stad (en in voorsteden als Sabadell, Mollet del Vallès, El Prat de Llobregat) wordt die NO2-limiet nog ruim overschreden. In de Eixample komen ze tot 62, tussen Gràcia en Sant Gervasi tot 63.

Een veel grotere stad wil trouwens niet direct betekenen dat er ook veel méér vervuiling is dan in kleinere steden: langs de A-10 bij Amsterdam-West ‘slikken’ de inwoners 64 mcg/m3 NO2, op de Haarlemmerweg 61 en in de Jan van Galenstraat 57…

Moet ik nog antwoord geven op de vraag of het niet vervelend is op 45 km van Barcelona te wonen?